archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 4
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
12 juni 1957 748 (Van den Bergh e.a.) Ing. stuk, volgn. 535 Besloten wordt, het adres aan de Agenda toe te voegen. 3° Adres van 31 mei 1957, van de Centrale Vereniging voor reizende bibliotheken, houdende verzoek om subsidie. Besloten wordt, dit adres te stellen in handen van Burgemeester en Wethouders om preadvies. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, vraagt, of de Raad er mede akkoord gaat, thans eerst punt 17 van de Agenda te behandelen, daar het voornemen bestaat, het raadsbesluit nog hedenmiddag in de vergadering van Gedeputeerde Staten ter goedkeuring aan te bieden. Aldus besloten. Aan de orde is derhalve: 17° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 1 juni 1957, tot het verlenen van een subsidie van ten hoogste f 115.000 aan de Stichting Holland Festival-1957 en het beschikbaar stellen van ten hoogste f 25.000 voor het geven van voorstellingen tegen lagere prijzen (Gemeenteblad afd. 1/n0:535, bladz. 852). Mej. LUNS zegt, dat zij bij deze voordracht kort kan zijn. De noodzakelijke op- en aanmerkingen zijn reeds uitgebreid door haar gemaakt bij de behandeling van de voordracht tot het verlenen van een kasvoorschot van f 30.000 aan het Holland-Festival 1957. Door het toen genomen besluit werd over het subsidie reeds een principiële beslissing genomen. Holland-Festival 749 Gemeenteblad afd. 2 heden, die momenteel niet te bezien zijn, zich het verlenen van een dergelijk subsidie niet meer zal kunnen permitteren. Spreekster verzoekt Burgemeester en Wethouders daarom, nogmaals de leiding van het Holland-Festival hiervan zo spoedig mogelijk — d.w.z. nu! — in kennis te stellen, opdat zij geen verplichtingen op zich neemt, die in de toekomst misschien niet gehonoreerd zouden kunnen worden. Bij de bijzonder zorgelijke situatie van het ogenblik is het immers zeer denkbaar, dat de Gemeente zich in de naaste toekomst zal moeten beperken tot die grote objecten, die allereerst de gemeentelijke zorg behoeven, waardoor men zich de luxe van andere subsidies althans voorlopig zal moeten ontzeggen. Het is naar spreeksters mening niet meer dan billijk om hier intijds een ernstige waarschuwing te laten horen. Wethouder VAN DEN BERGH merkt op, dat het in deze gaat om een civiele ruzie tussen twee partijen. Daar het hier geen persoonlijk belang betreft tegenover de Gemeente, meent hij, dat dit adres niet in de Commissie voor de Verzoekschriften thuis behoort. Spreekster kan dan ook volstaan met nogmaals te herhalen, dat zij het zeer apprecieert, dat het Holland-Festival dit jaar inderdaad een meer „‚eigengezicht”’ heeft gekregen, waardoor de buitenlanders beter in staat zullen zijn te zien, wat de Nederlanders op kunstgebied presteren. Dit lijkt spreekster heel wat belangrijker dan dat men aan vreemdelingen in Nederland voorstellingen van buitenlandse gezelschappen toont, hoe aantrekkelijk of spectaculair deze voorstellingen op zichzelf ook mogen zijn. Het is te hopen, dat de Nederlanders zelf nu niet hun eigen landgenoten zullen gaan afbreken of onderschatten. Ongelukkigerwijze heeft ons volk de onaangename gewoonte, om voor prestaties van eigen bodem in het algemeen weinig waardering te tonen. Het lijkt spreekster goed, hier nogmaals het standpunt van haar fractie duidelijk uiteen te zetten, en wel in die zin, dat haar fractie voor het jaar 1958 geen enkele toezegging wenst te doen ten aanzien van een subsidie voor een Holland-Festival in dat jaar. Het is mogelijk, dat de Gemeente, onder de financiële omstandigSpreeksters beste wensen voor een groot succes vergezellen het HollandFestival 1957, dat vrijdag a.s. wordt geopend. De heer SEEGERS zegt, dat het geen persoonlijke ruzie betreft; zoiets interesseert hem trouwens niet. Wel meent hij, dat waarschijnlijk een fout is gemaakt door de gemeentelijke administratie. Om die reden had hij de Commissie voor de Verzoekschriften willen inschakelen, om dat na te gaan en er rapport aan de Raad over te laten uitbrengen. Nu men dit niet wenst, wil hij deze aangelegenheid gaarne in het openbaar bespreken en verzocht daarom het adres aan te houden. De heer SAJET zegt, dat er moeilijkheden zouden optreden, als de Amsterdamse Raad deze voordracht zou verwerpen, daar het HollandFestival 1957 immers geheel en al is voorbereid. Over het subsidiëren van deze manifestatie is reeds. gediscussieerd bij het verlenen van een kasvoorschot, zodat het niet nodig is, daarop thans terug te komen. Spreker heeft toen betoogd, dat het wenselijk was, dat het Holland-Festival een meer eigen, Hollands karakter zou krijgen. Het doet hem genoegen, dat dit thans in sterkere mate het geval is dan bij vroegere festivals. Ten slotte merkt spreker op, dat de Raad zich ten opzichte van het subsidiëren van een volgend Holland-Festival volledig vrij voelt. De Commissie van bijstand voor de Kunstzaken en de Raad dienen de gelegenheid te krijgen om de vraag, of een volgend festival door de Gemeente kan worden gesteund, zotijdig te behandelen, dat men zich ten aanzien van de te nemen beslissing volledig vrij voelt. De heer LE CAVELIER merkt op, dat de heer Sajet zegt, dat de Raad voortaan de kwestie van het subsidiëren van het Holland-Festival in volkomen vrijheid moet kunnen behandelen. Naar sprekers mening is deze vrijheid er geweest, ook ten aanzien van het thans te verlenen subsidie. Van deze vrijheid is dan ook door spreker gebruik gemaakt om bij de Begroting te getuigen. Op 20 december 1956 heeft spreker immers opgemerkt, dat het beter was, zich op dat moment over het subsidie uit te spreken dan dat men het bestuur voorbereidingen laat treffen en daarna bij de Raad komt met de mededeling, dat alle artiesten en gezelschappen reeds zijn geëngageerd en, omdat in 1956 subsidie is verleend, de consequentie daarvan is, dat ook het Holland-Festival 1957 gesubsidieerd moet worden. Spreker herinnert er aan, toen uitdrukkelijk gezegd te hebben, dat nu de financiële toestand veel ongunstiger is dan in 1952 — het jaar, waarin Burgemeester en Wethouders uit eigener beweging geen subsidie voor het Holland-Festival uittrokken — er zeker reden is, het voorbeeld, dat Burgemeester en Wethouders toen gaven, te volgen en voor 1957 geen subsidie te verlenen. Spreker voelt zich in zijn opvatting gesterkt door een brief, die de Wethouder voor de Financiën in 1950 schreef aan de Wethouder voor de Kunstzaken — de heer Rustige heeft destijds bij de discussies over het HollandFestival aan deze brief gerefereerd — waarin wordt gezegd, dat het voor de hand ligt, dat, zeker wat Amsterdam betreft, bij de mogelijk in de naaste toekomst noodzakelijke bezuinigingen het subsidie voor het Holland-Festival wel het eerst in aanmerking zal komen om te verdwijnen. De heer Rustige constateerde daarbij, dat dit blijk gaf van realiteitsbesef. Bij de behandeling van de Begroting
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.