archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 49
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
838 Schiphol Avondzitting op woensdag 10 juli 1957. Voorzitter: mr. A. de Roos, Wethouder. Secretaris: mr. G. C. Spruijt. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, heropent te 20 uur de des middags geschorste vergadering en stelt aan de orde de voortzetting der behandeling van: 33° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 8 februari 1957, in zake een nieuw beheerslichaam voor de Luchthaven Schiphol (zie bladz. 831). De heer LE CAVELIER betoogt, dat het niet te bont is, te beweren, dat Amsterdam gerechtvaardigd trots kan zijn op zijn Schiphol. Met genoegen heeft spreker geconstateerd, dat ook de Minister dit in zijn stuk aan de Staten- Generaal openlijk erkent. Reeds destijds deed het hem veel genoegen, toen op 6 oktober 1945 Schiphol door de Regering als wereldluchthaven voor Nederland werd aangewezen. Dit betekende een overwinning voor Amsterdam, aangezien de heer Plesman voor Schieveen veel propaganda maakte. Belangrijk grotere bedragen moesten hierdoor in Schiphol worden geïnvesteerd. Amsterdam nam toen een taak op zich, die eigenlijk zijn financiële draagkracht te boven ging. Spreker betreurt het, dat de waardering van de Regering voor de grote ijver en de energie, waarmee Amsterdam na de bevrijding Schiphol tot een wereld- luchthaven heeft opgebouwd, er niet toe heeft geleid, dat zij aan de Staten- Generaal heeft voorgesteld, de lasten van Schiphol als nationale taak en nationale zaak voor rekening van het Rijk te nemen en aan Amsterdam de taak te laten, die het aanvaard had, nl. het beheer en alles, wat daaraan verbonden was om Schiphol tot ontwikkeling te brengen en in stand te houden. Amsterdam heeft bewezen, over een staf te beschikken, die voor zijn taak berekend is en Amsterdam heeft ook bewezen, aldus spreker, het inzicht te hebben om de luchthaven te brengen op een peil, dat zodanig is, dat deze luchthaven thans de concurrentie met andere luchthavens het hoofd kan bieden. Schiphol 839 Gemeenteblad afd. 2 hol tot ontwikkeling worden gebracht, zal de stad in haar buidel moeten tasten. Volgens spreker heeft de Regering nog niet begrepen, welke Copernicaanse om- wenteling in financieel opzicht in haar verhouding tot de Gemeente heeft plaats gehad, sedert de onderhandelingen over Schiphol werden aangevangen. Vroeger kon Amsterdam zich van alles permitteren, omdat de burgers van de stad eigen belastingen voor destad opbrachten. Thans ontvangt Amsterdameen uitkering op grond van de grootste gemene deler van uitkeringen aan alle gemeenten en blijft het geld, dat de stad feitelijk ook toekomt, in Den Haag. Hierbij speelt ook een rol het feit, dat de Gemeente geen kortlopende leningen meer mag sluiten, omdat de rentevoet van dergelijke leningen te hoog is. Het Rijk heeft er echter de voorkeur aan gegeven —en het dagelijks bestuur van Amsterdam heeft er toe medegewerkt, zij het na vele strubbelingen — dat een n.v. tot stand kwam. Men is van mening, dat deze beheersvorm het commerciële element accentueert en zich uitermate leent voor daadwerkelijke samenwerking tussen het Rijk en de overige deelhebbers, waartoe dan zullen behoren de ge- meenten Amsterdam en Rotterdam. Sprekers voorkeur gaat uit naar een volledige financiële verantwoordelijk- heid voor het Rijk. De ontwikkeling van Schiphol is volgens spreker een natio- nale taak. In dat geval zou toch Amsterdam moeten worden aangesteld als uit- voerend orgaan, als geografisch de dichtstbij zijnde overheid. Dit alles zou dan kunnen geschieden in samenwerking met het College van Adviseurs, dat, aldus spreker, de laatste jaren voortreffelijk heeft gewerkt. Het verwondert spreker, dat alleen Amsterdam en Rotterdam onder de overige deelnemers voorkomen, terwijl andere gemeenten geen deelhebber in de nieuwe n.v. zijn. Spreker meent, dat ook plaatsen in Twente, als Oldenzaal, Hengelo of Enschede, of plaatsen in Friesland en elders belang bij deze lucht- haven hebben; het belang van Schiphol beperkt zich nl. niet tot de belangen van het Rijk, Amsterdam en Rotterdam. Nu andere gemeenten in de nieuwe N.V. niet participeren, is het in wezen geen nationale zaak; het is nu een zaak gewor- den van twee gemeenten en het Rijk. i Het heeft spreker verwonderd, dat het zeven en een half jaar heeft geduurd, voordat de definitieve regeling tot stand is gekomen. Hij kan zich niet voor- stellen, dat deze regeling de volledige instemming van het College van Burge- meester en Wethouders heeft. Volgens spreker is deze oplossing aan het College opgedrongen en wordt zij nu aan de Raad opgedrongen. Wijst de Raad dit voorstel af, dan ontstaat de mogelijkheid van een n.v., zoals bijv. de P.T.T., de Staatsmijnen, de Spoorwegen of Van Gend en Loos. Spreker heeft reeds herhaaldelijk in het openbaar betoogd, dat hij het met deze zienswijze niet eens is. Amsterdam zal voor een belangrijk deel voor deze luchthaven financieel moeten opkomen. De stad neemt niet alleen voor 25 miljoen in het kapitaal van de n.v. deel, maar ook voor de werken, die op Schip- Amsterdam heeft in de thans op te richten n.v. een aandeel van 25 miljoen, Rotterdam een aandeel van 1 miljoen en het Rijk een aandeel van 47 miljoen. De verdeling van de commissarissenplaatsen is analoog: het Rijk krijgt 6 com- missarissenplaatsen, Amsterdam 4 en Rotterdam 1. Volgens spreker denkt geen particulier er over, onverhandelbare aandelen van een dergelijke n.v. te kopen. Als iemand een n.v. opricht en daarbij geld nodig heeft, zal hij, als hij een stille vennoot kan vinden, die hem het geld verschaft, deze stille vennoot nooit de grootste zeggenschap in zijn zaak geven. Dit gebeurt volgens spreker hier wel: het Rijk is de grote geldschieter, de stille vennoot, maar niet de initiatiefnemer, de promotor, want dat is Amsterdam. Spreker wijst er op, dat de toenmalige Burgemeester bij de besprekingen over dit onderwerp in april 1949 heeft gezegd, dat bij de beoordeling van de inbreng van Amsterdam met allerlei factoren, 0.a. met het reeds geïnvesteerde kapitaal en de goodwill van Amsterdam, rekening zal worden gehouden. Spreker zou thans gaarne van Burgemeester en Wethouders vernemen, hoeveel als goodwill is verdisconteerd in de 25 miljoen, waarvoor Amsterdam thans in de nieuwe n.v. deelneemt. Als men deze n.v. aangaat, doet men het, aldus spreker, in vertrouwen op de Minister van Verkeer en Waterstaat, want deze stelt de commissarissen aan, die vanwege het Rijk in de Raad van Commissarissen zitting zullen hebben. De aansprakelijkheid van iedere aandeelhouder is niet groter dan zijn aandeel in het totale maatschappelijke kapitaal. Nieuw kapitaal zal worden aangetrok- ken op dezelfde wijze, als thans het kapitaal is verkregen. Het Rijk zal 100 %% van de kosten voor de startbanen betalen en 60 % van de kosten voor de gebouwen (Amsterdam betaalt hiervan 40%). Dit brengt mee, dat de sterkte van de positie van Amsterdam in deze n.v. steeds vermindert. Spreker vraagt zich af, wat de waarde is van het pakket aandelen, dat de stad
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/