archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 45
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 830 Bloedtransfusiedienst (Sajet e.a.) Bloedtransfusiedienst, Schiphol 831 Gemeenteblad afd. 2 tekenen, dat men minder waardering heeft voor het instituut of dat men geen pogingen moet doen om omstandigheden te scheppen, waardoor het goede vak- lieden mogelijk wordt, hun functie in Amsterdam uit te oefenen. De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de Raad WED mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 991 van afd. 1 van het Gemeente- ad. 33° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 8 februari 1957, in zake een nieuw beheerslichaam voor de Luchthaven Schiphol (Gemeenteblad afd. 1, no. 123, bladz. 143). De heer SEEGERS zegt, dat het een merkwaardige bespreking zou kunnen worden, als men ten aanzien van hetgeen thans staat te gebeuren zou gaan dis- cussiëren tegen de achtergrond, die men in het algemeen waarneemt, nl. dat men ten aanzien van het beheer van grote ondernemingen, die op een of andere wijze door overheidsinstanties in het leven zijn geroepen, nadat zij over de kinder- ziekten heen zijn en een exploitatief object zijn geworden, principiële verande- ringen gaat doorvoeren. Zowel in het binnen- als buitenland heeft spreker dit waargenomen. Voor het binnenland denke men bijv. aan de K.L.M., welke een deel van haar aandelen op de openbare markt heeft gebracht; voor het buiten- land bijv. aan Oostenrijk, waar men een totale uitverkoop van het gehele vlieg- Sn houdt en verschillende landen proberen, hun belangen daarmede te Amsterdam en ook niet van de Universiteit zijn geweest. De Wethouder heeft er terecht op gewezen, dat er belangrijke bindingen zijn van dit instituut met de Universiteit, zowel met de medische als met de natuurfilosofische faculteit. De directeur is privaat-docent bij de Universiteit; potentieel zitten in het aldaar werkzaam zijnde wetenschappelijk personeel zeer belangrijke docenten voor ons hoger onderwijs. Het brengen en handhaven van dit bijzonder belangrijke insti- tuut in Amsterdam is van groot belang voor de Universiteit en voor de zieken- huizen. Spreker meende, deze opmerkingen nog te moeten maken, al was hij op andere punten geheel tevreden gesteld. ienen. De heer LE CAVELIER zegt, dat de opmerkingen van de heer Sajet hem aanleiding geven tot een wederwoord. Spreker had gehoopt, dat de nestor van de Raad beter geluisterd had. Hij had immers in eerste instantie slechts een principiële opmerking gemaakt, doch tevens verklaard, dat hij met deze voor- dracht zou meegaan. De opmerkingen van de heer Sajet ten opzichte van spreker zijn dan ook geheel ongerijmd en overbodig. Sprekers principiële opmerking betrof, dat er een duidelijke scheiding moet zijn tussen de staats- en de stads- taak, nu de Staat de gemeente Amsterdam in de steek laat, haar in staat te stellen, die taken te vervullen, welke Amsterdam als hoofdstad van Nederland gaarne zou willen vervullen. Dit is een principiële opmerking, welke spreker gaarne zou willen impregneren in het College van Burgemeester en Wethouders. Laat dit er zich toch rekenschap van geven, dat Amsterdam door zijn armoede, door het Rijk ontstaan, niet altijd de taken kan verrichten, die het zou willen en moeten kunnen vervullen. Het spreekt vanzelf, dat sprekers fractie geen enkel bezwaar heeft tegen de voordracht en het toejuicht, dat het instituut in Amsterdam is en blijft, alsmede dat het zich voorspoedig ontwikkelt, gelijk in het verleden het geval was. Amsterdam moet er echter op bedacht zijn, dat het niet de dingen gaat doen, welke het na eenzijdige beknotting van regerings- zijde financieel niet meer kan doen. De heer VAN SANDICK zegt, dat de heldere, openhartige uiteenzetting van de Wethouder hem volkomen bevredigd heeft. Sprekers fractie zal meegaan met de voordracht, hetgeen te gemakkelijker is, daar aan het slot door Burgemeester en Wethouders is gezegd, dat niet te verwachten is, dat Amsterdam uit hoofde van deze garantie zal worden aangesproken. In zeker opzicht is dit thans ook met de exploitatie van de Luchthaven Schip- hol het geval. Uiteindelijk is blijkens de voordracht uit de bus gekomen een beheersvorm in de vorm van een naamloze vennootschap, waarin naastAmster- dam en het Rijk ook Rotterdam zal deelnemen en waarbij, wat de kapitaalvoor- ziening betreft, in het bijzonder Amsterdam en het Rijk worden genoemd. Het standpunt van sprekers fractie bij besprekingen over deze aangelegenheid tot Naar sprekers mening is het niet juist van het Rijk, dat het slechts voor 75% Amsterdam wil garanderen, als Amsterdam de volle garantie verleent; het Rijk dient voor 100% te garanderen. Het is een staatszaak, hoewel spreker het toe- juicht, dat Amsterdam bereid is, de behulpzame hand te bieden, nu het Rijk in gebreke blijft! Men moet echter de zaak niet, zoals de heer Sajet stellig deed, om- draaien, doch haar zien, zoals zij is. Men moet er zich bij elke besluitvorming van bewust zijn, dat de Regering Amsterdam de gelden, die ook van Amsterdam zijn, onthoudt, om die dingen te doen, welke het in het verleden gaarne deed en ook in de toekomst weer hoopt te kunnen doen. De heer SCHEERENS heeft de indruk, dat hetgeen de heren Le Cavelier en Seegers te berde hebben gebracht over de wenselijkheid voor Amsterdam om hier geheel in de bres te springen, het gevaar oproept, dat de zaak, waarover het gaat, feitelijk in het gedrang komt. Spreker en de zijnen willen bij deze ge- legenheid niet gaarne preluderen op de behandeling van de Begroting voor 1958. In dat geval zouden stellig een aantal opmerkingen over de zaak, die nu naar voren is gebracht, gemaakt kunnen worden. De heer SEEGERS meent, dat de heer Sajet een scheve schaats heeft gereden. Ook spreker staat op het standpunt, dat deze zaak door het Rijk gefinancierd had moeten worden. Betekent dit nu, dat hij tegelijk op het standpunt staat, dat de voorgestelde maatregel niet moet worden genomen ? Natuurlijk niet! Spreker juicht het initiatief van de stichting en van Burgemeester en Wethouders toe om deze zaak in ieder geval in orde te krijgen, doch dit neemt niet weg, dat de taak op zichzelf een rijkstaak is. Bij het in orde maken van deze aangelegenheid had het Rijk kunnen zeggen, dat Amsterdam ook wat moet doen! Nu doet Amster- dam het echter en moet het de Regering om medewerking vragen. In het College van Burgemeester en Wethouders zou sprekers fractie het waarschijnlijk niet gewaardeerd hebben, als het deze zaak in gevaar had ge- bracht door bij het Rijk te spelen op een 100 %-garantie van rijkswege. Sprekers fractie waardeert het in het College, dat het — gezien de voorgeschiedenis en het spoedeisende karakter van de financiële transacties — deze zaak aldus aan de Raad heeft willen voorleggen. Zij zal dan ook van harte haar steun aan de voordracht geven. Spreker onderschrijft de mening van de heer Le Cavelier, dat het manco, waarop de heer Sajet heeft gewezen, in Amsterdam bestaat. Dit komt, omdat het Rijk Amsterdam de middelen onthoudt, waarop ook door de waarnemend Burgemeester bij het debat over het subsidie voor het Holland-Festivalis gewezen. Spreker acht het juist, dat hier op gewezen wordt, doch dit behoeft niet te be-
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/