Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 34



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

10 juli 1957 808 Watertarieven
(Seegers e.a.)
Watertarieven 809 Gemeenteblad afd. 2
het tientallen van jaren bestaand hebbende batige saldo op de Waterleidingen
moet worden gezien als een bedenkelijke negatieve factor in de financiële
situatie van de Gemeente.
willen hebben, dan moeten zij deze aangelegenheid eerst in de Raad brengen.
Het blijkt dus, dat zijn inzicht, dat men hier een mandaat vraagt om opnieuw
over die tweede 10% te mogen onderhandelen, zonder dat de Raad daarover
zijn oordeel heeft uitgesproken, juist is.
Nu de Raad geconfronteerd wordt met een verlies op de Waterleidingen in
1958 bij het behoud van de oude tarieven, behoeft het naar sprekers mening
geen verder betoog, dat het raadsbesluit van 3 oktober 1956 tot verhoging van
de tarieven met gemiddeld 20% ook uit sociaal oogpunt gemotiveerd was.
Door Burgemeester en Wethouders is gezegd, dat zij die 10% nodig hebben
om in 1957 14 miljoen winst te kunnen maken. Spreker is van oordeel, dat,
wanneer de tarieven opnieuw met 10% worden verhoogd, meer dan 14 mil-
joen winst gemaakt zal worden, maar wanneer die verhoging inderdaad 14
miljoen zou opleveren, dan nog acht spreker het onjuist, dit bedrag door de
arbeiders te laten opbrengen, want de huiseigenaren zullen de hogere tarieven
ongetwijfeld in de huurprijs doorberekenen.
In dit verband wil spreker er op wijzen, dat de heer Seegers aan zijn woorden
een verkeerde uitleg heeft gegeven. Spreker heeft nl. gezegd, dat hij de over-
wegingen van de Regering om geen 20%, doch slechts 10%% verhoging toe te
staan, in die zin begrijpelijk vindt, dat zelfs de bescheiden verhoging van de
waterleidingtarieven, hoewel die op slechts enkele centen per week neerkomt,
in verband met de op handen zijnde huurverhoging toch drukt op het huishoud-
budget van de gezinnen. Het komt spreker gewenst voor, de door de heer Seegers
gegeven verkeerde uitleg hier te signaleren.
Spreker is het geheel eens met de opvatting, dat de regeringsmaatregelen
geen beperking van de bestedingen tot gevolg zullen hebben, want de grote
sommen, die door deze maatregelen beschikbaar zullen komen, zullen zonder
twijfel weer uitgegeven worden. Van die bestedingsbeperking komt niets terecht.
Men zou inderdaad een positieve bestedingsbeperking verkrijgen, indien de
uitgaven voor de defensie bijv. met een miljard gulden zouden worden ver-
minderd. Daardoor zou men tevens de besteding aan de goede zijde kunnen
uitbreiden. Het gevolg van de bestedingsbeperking, zoals die door de Regering
wordt uitgevoerd, is, dat men de arbeidersklasse laat betalen. Men zou echter
ook de hoge ondernemerswinsten sterker kunnen belasten, ten einde te be-
reiken, dat die groep van burgers wat minder kan besteden. Er behoeft geen
vrees te bestaan, dat het geld dan aan ijsco’s zal worden uitgegeven.
Door de heer Seegers is er ook in tweede instantie bezwaar tegen gemaakt,
dat blijkens de voordracht van Burgemeester en Wethouders in beginsel het
besluit van de Raad tot verhoging van de tarieven met 20 % gehandhaafd blijft.
Spreker acht het echter vanzelfsprekend, dat Burgemeester en Wethouders ter uit-
voering van het raadsbesluit van 3 oktober 1956 het voornemen te kennen geven,
over deze kwestie verder met de Regering te onderhandelen en hij meent, dat
hiertoe niet tevoren de goedkeuring van de Raad behoeft te worden gevraagd.
De voordracht van thans betekent, dat de Raad Burgemeester en Wethouders
opdraagt, te trachten, zo snel mogelijk met de Regering tot een akkoord te
komen, waardoor het raadsbesluit tot verhoging van de tarieven met 20% zal
kunnen worden uitgevoerd. Uiteraard is een en ander afhankelijk van de ont-
wikkeling van de financieel-economische situatie en van de door de Regering te
volgen landspolitiek en spreker vreest, dat het zelfs niet mogelijk zal zijn, vóór
1958 de verhoging van 20% door te voeren.
Het standpunt van Burgemeester en Wethouders in deze kwestie is naar
het oordeel van sprekers fractie onjuist. Zij is van mening, dat ook bij hand-
having van het oude tarief de Waterleidingen geen verlies zouden opleveren.
De vraag, die de heer Elsenburg in eerste instantie heeft gesteld, werkt naar
sprekers mening inderdaad het misverstand in de hand, alsof, indien er geen
hoger tarief voor de waterleiding behoeft te worden betaald, het daaraan niet
uitgegeven geld dan voor ‚minderwaardige doeleinden zal worden uit-
gegeven, zodat het voor de Regering uit een oogpunt van bestedingsbeperking
geen zin zou hebben om de door Amsterdam voorgestelde verhoging van 20%
te halveren. Wanneer men zo wil redeneren, kan men gemakkelijk de zaak ad
absurdum voeren en een bestedingsbeperking afdwingen door zo snel mogelijk
alle prijzen en tarieven te verhogen. Als gevolg daarvan zou een ongelimiteerde
inflatie ontstaan, die op korte termijn tot een volkomen chaos zou leiden. Het
is dan ook volkomen juist, dat de Regering een wakend oog houdt op de ver-
hoging van de tarieven van gemeentelijke diensten en bedrijven. Spreker heeft
daarom gezegd, dat hij op zich zelf begrip heeft voor de overwegingen van de
Regering, waarbij hij echter kritiek heeft op het feit, dat de beslissing een half
jaar op zich heeft laten wachten. Met de Wethouder voor de Gemeentebedrijven
kan spreker het eens zijn, dat een incidentele beslissing, als in dit geval is
genomen, haar bezwaren kan hebben, wanneer een dergelijke beslissing niet
wordt ingepast in het kader van het geheel van de financiële verhouding tussen
Rijk en Gemeente, als dus geen rekening wordt gehouden met de financiële
mogelijkheden, die de Gemeente worden gelaten. Spreker meent echter, dat
over deze kwestie, zoal niet in de volgende vergadering, dan toch onmiddellijk
Op grond van de door spreker naar voren gebrachte bezwaren zal zijn fractie
tegen deze voordracht stemmen.
De heer DEN UYL zegt, dat in de discussie in twijfel is getrokken, of de tariefs-
verhoging, waartoe de Raad in oktober 1956 heeft besloten, wel nodig was om
een verlies op de Gemeentewaterleidingen te voorkomen. Spreker wil er op
wijzen, dat volgens de gegevens, die de Raad het vorige jaar bij het betreffende
voorstel zijn overgelegd, inderdaad in 1958 een tekort op de exploitatie zal
ontstaan, indien niet tot een tariefsverhoging zou worden overgegaan. Door
Burgemeester en Wethouders is toen ook niet gesteld, dat de exploitatie in 1957
reeds een tekort zou opleveren, doch wel, dat er een belangrijke terugloop zou
ontstaan in het batige saldo, dat de Waterleidingen, evenals in vorige jaren,
zouden opleveren. De beweringen van de heer Seegers hieromtrent zijn dan
ook slechts het intrappen van een open deur.
De watervoorziening van de bevolking vormt in feite een essentieel onder-
deel van een reeks van algemene voorzieningen, die de gemeenschap heeft te
verrichten ten behoeve van het wonen. Het huishoudbudget van de bevolking
wordt door de kosten van deze watervoorziening slechts in geringe mate belast.
Echter maakt het feit, dat het water een noodzakelijk gebruiksgoed vormt,
dat de watervoorziening op zich zelf en bij uitstek een gemeentelijke dienst is,
die in aanmerking komt om een batig saldo op te leveren, waardoor tot uit-
drukking wordt gebracht, dat in samenhang met de watervoorziening de ge-
meenschap een aantal algemene kosten heeft te maken ten behoeve van het
wonen. Daarom is het naar sprekers mening volkomen juist, dat van de zijde
van Burgemeester en Wethouders wordt aangevoerd, dat een verloren gaan van

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957




Commentaar

Bent u de eerste persoon die aanvullende informatie levert?


U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen!

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/

Geef samenvatting van transcriptie

De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.

Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.

Naar inlogpagina

Voeg commentaar toe

Heeft u extra informatie over het historische document? Voeg deze dan toe zodat andere onderzoekers hier ook profijt van hebben.

Om spam en schending van de privacy van levende personben te voorkomen wordt het commentaar eerst gecontroleerd voordat deze gepubliceerd wordt.

Als u deze functionaliteit wilt gebruiken dient u eerst in te loggen.

Document markeren als favoriet

De documenten die u tegenkomt op Open Archieven en die nuttig zijn voor uw onderzoek kunt u toevoegen aan uw lijst van favoriete documenten. U kunt deze lijst ordenen en bij zoekacties ziet u direct welke documenten al op uw lijst van favoriete documenten staan.

Favoriete persoonsvermeldingen kunt u downloaden in PDF formaat (ideaal om te printen) en GEDCOM formaat (ideaal om in te lezen in uw stamboomprogramma).

Als u deze functionaliteit wilt gebruiken dient u eerst in te loggen.

Open Archieven Scan & Transcriptie Viewer