archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 33
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 806 Watertarieven (Van Wijck e.a.) Watertatieven 807 Gemeenteblad afd. 2 per maand bedraagt — de heer Den Uyl sprak ten onrechte van enkele centen — zal betaald moeten worden van een inkomen, dat slechts toereikend is voor de noodzakelijke levensbehoeften. Het extra-bedrag, dat betaald moet worden bij een verhoging van de watertarieven, zal dus, wanneer de verhoging niet zou doorgaan, geenszins gebruikt worden voor het kopen van ijsco’s, zoals door de Wethouder werd gezegd. de Regering zo lange tijd nodig heeft gehad, om voor dit vraagstuk een oplos- sing te vinden. Pas na vele maanden is een beslissing genomen, terwijl ten aan- zien van de tarieven voor gas en elektriciteit binnen enkele weken de goed- keuring werd verkregen. Door de heer Den Uyl is gesproken van een gezonde voordracht, omdat de kostprijs van het water was gestegen door de belangrijke investeringen, die in dit bedrijf zijn gedaan. Spreker wil er echter op wijzen, dat, toen het bedrijf 3 à 4 miljoen winst maakte, nooit voorgesteld is, de tarieven te verlagen. Het argument van de heer Den Uyl acht hij derhalve niet juist. Reeds bij de discussie over de verhoging van 20% in oktober van het vorige jaar heeft spreker aan de hand van de cijfers aangetoond, dat hij niet verwachtte, dat dit bedrijf, wanneer de oude tarieven gehandhaafd zouden worden, in 1957 een verlies zou opleveren. Die redenering houdt hij nog altijd vol en naar zijn mening zullen de rekenings- cijfers wel uitwijzen, dat hij gelijk heeft. Bovendien wordt naar zijn mening de juistheid van zijn redenering bevestigd door de houding van de Regering, want hij kan zich niet voorstellen, dat de Regering het betreffende besluit genomen zou hebben, als de positie van het bedrijf zodanig zou zijn geweest, dat het in 1958, wanneer die verhoging van 10% niet zou worden toegestaan, een verlies zou hebben geleden. Burgemeester en Wethouders zeggen, dat, wanneer die 10% niet wordt toegestaan, voor 1958 gerekend moet worden op een verlies van een half miljoen. Spreker is van oordeel, dat deze berekening niet juist is. Naar zijn oordeel zal, wanneer die 10% niet wordt toegestaan, toch nog een winst gemaakt kunnen worden van 6 ton. Z.i. werken Burgemeester en Wet- houders met cijfers, die niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Burgemeester en Wethouders willen er nog eens op wijzen, dat de beslissing van de Regering zeer waarschijnlijk een gevolg is van de huidige moeilijke financieel-economische omstandigheden. Spreker meent echter, dat, wanneer de Regering de gemeenten niet in staat stelt, haar bedrijven op een behoorlijke wijze te leiden, het toch wel buitengewoon moeilijk wordt, een gemeente behoor- lijk te besturen, te meer daar de bijdragen uit het Gemeentefonds geen gelijke tred houden met normale loon- en prijsstijgingen. De winst ook uit het Water- leidingbedrijf is een van de bronnen van inkomsten geweest, nodig om de Begroting sluitend te maken. Legt men deze bron droog en bevriest men tege- lijkertijd de inkomsten uit het Gemeentefonds, dan maakt men van de ge- meenten dode lichamen. Vervolgens merkt spreker op, dat gezegd is, dat hij de voordracht niet goed gelezen heeft. Hij wijst er op, dat in het ontwerp-besluit staat, dat bij water- levering volgens de artt. 3, 4 en 6, onder a, van het Reglement en Tarief voor de levering van water door de Gemeentewaterleidingen van 1 februari 1957 af en bij waterlevering volgens de artt. 5 en 6, onder 5, van dit reglement en tarief van 1 januari 1957 af de volgende kortingen zullen worden toegepast op de tarieven voor de levering van water, enz. Er is derhalve geen einddatum vastgesteld. Er is gesteld, dat de kortingen zullen worden toegepast van 1 janu- ari en 1 februari 1957 af, zonder dat is medegedeeld, dat de kortingen zullen gelden tot 1 januari 1958. Burgemeester en Wethouders gaan dus gewoon door en zij gaan onderhandelen met de Regering, voordat deze aangelegenheid aan de Raad is voorgelegd. Door de heer Elsenburg is een betrekkelijk moeilijke vraag gesteld. Hij heeft nl. gevraagd, of het, nu de Regering ten behoeve van de bestedingsbeperking een reeks van maatregelen neemt, niet verstandiger zou zijn geweest, de ver- hoging van de watertarieven wèl toe te staan, omdat men dan het bedrag, nodig voor die hogere tarieven, niet zou kunnen gebruiken voor bijv. ijsco’s of andere doeleinden. Spreker gelooft, dat dit vraagstuk betrekkelijk gecompliceerd is. De Regering streeft op het ogenblik, naar sprekers mening terecht, twee doel- einden na, die, wanneer men de vraag formuleert, zoals de heer Elsenburg heeft gedaan, feitelijk met elkaar in strijd zijn, want de Regering streeft enerzijds naar een bestedingsbeperking en anderzijds naar een prijsstabilisatie. Spreker gelooft echter niet, dat, als men deze zaak in breed verband beziet, de bestedings- beperkingspolitiek, die voornamelijk gericht is op de kapitaalsector, in strijd is met de prijsstabilisatiepolitiek, die door de Regering tevens wordt voorgestaan, al ontkent spreker niet, dat het besteden van geld voor water wellicht beter is dan voor andere doeleinden. [Wethouder VAN WIJCK: Men krijgt over 1958 ook korting, tenzij de Raad anders besluit. ] [De heer GORTZAK: Prijsverhoging is toch geen prijsstabilisatie !] Spreker begrijpt uit deze mededeling van de Wethouder, dat die kortingen dus blijvend zullen worden toegepast. Spreker zegt, dat hij het niet heeft over de prijsverhoging. Hij heeft het alleen over de prijsstabilisatiepolitiek, die door de Regering gevoerd wordt en waarvan Amsterdam op het ogenblik de dupe wordt. [Wethouder VAN WIJCK: Natuurlijk, tenzij de Raad anders besluit.] Spreker is het eens met de heren Van Sandick en Le Cavelier, dat lang gewacht is met het indienen van een voordracht tot het verhogen van de water- tarieven. Het is inderdaad geenszins uitgesloten, dat, wanneer deze voordracht een jaar eerder was ingediend, de goedkeuring zonder moeite zou zijn verkregen. Spreker zegt, dat dit in het geheel niet natuurlijk is, want dan kunnen Burgemeester en Wethouders dus gaan onderhandelen met de Regering, zonder dat de Raad er van af weet. Ten slotte merkt spreker nogmaals op, dat, wanneer Burgemeester en Wet- houders tot een tariefsverhoging van 20 % willen komen, de Raad daarin onge- twijfeld opnieuw gekend zal moeten worden. [Wethouder VAN WIJCK: Dat doen wij toch altijd. ] De heer SEEGERS merkt op, dat hij in de eerste plaats wil protesteren tegen de laatdunkende wijze, waarop gesproken is over de manier, waarop de ar- beidersklasse haar inkomen zou besteden. Door de heer Elsenburg is gezegd, dat het niet verhogen van de watertarieven slechts zou betekenen, dat de ar- beidersklasse meer geld zou besteden aan minder noodzakelijke artikelen. De heer Elsenburg gaat dus van het standpunt uit, dat de arbeidersklasse op het ogenblik over geld beschikt, waarmede zij feitelijk geen raad weet. Spreker protesteert tegen deze opvatting, omdat zij volkomen bezijden de maatschap- pelijke werkelijkheid is. De verhoging van de tarieven, die een halve gulden Spreker zegt, dat dit niet het geval is, want Burgemeester en Wethouders zijn niet gaan onderhandelen over die 20%, voordat de Raad een besluit ge- nomen had. Als Burgemeester en Wethouders dus opnieuw die 10% er bij
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/