archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 35
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 juli 1957 810 Watertarieven (Den Uyl e.a.) Watertarieven 811 Gemeenteblad afd. 2 De voordracht wordt aangenomen met 30 tegen 10 stemmen; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 996 van afd. 1 van het Gemeente- blad. Vóór: de leden Burger, Baruch, Schippers, Elsenburg, mevr. Van der Sluis- Fintelman, Scheerens, Rossen, Vermeulen, Le Cavelier, Van Sandick, Van Rij, Herfst, mevr. Vorrink-Bergmeijer, mevr. Mozer-Ebbinge, mej. Koppenschaar, Sajet, Elkerbout, Damoiseaux, De Bruijne, mevr, Wijsmuller-Meijer, mej. Luns, Van den Bergh, Van ’t Hull, Van Wijck, In ’t Veld, Steinmetz, Den Uyl, mevr. Friedmann-van der Heide, Wiggermann en De Roos. Tegen: de leden Luirink, mevr. Westendorp-Lansink, Kuiters, Bussink, Groot Roessink, Seegers, Gortzak, mevr. Teeboom-van West, Weenink en Jansz. na de vakantie, in de Raad uitvoerig van gedachten zal moeten worden ge- wisseld. Inderdaad, zegt spreker, aldus kan men het ook stellen. De heer ELSENBURG zegt, dat hij zich heeft verbaasd over de uitleg, die eerst door de heren Seegers en Den Uyl aan zijn woorden is gegeven. De heer Seegers heeft nogmaals een reeks bezwaren aangevoerd. Spreker merkt op, dat het altijd gebruikelijk is geweest in het gemeentelijk bestel — de heer Seegers weet dit uit eigen ervaring — dat, alvorens men met een tariefsver- hoging in de Raad kwam, eerst gepolst werd bij de instanties, die daarover moe- ten beslissen, of er inderdaad kans van slagen was. Het is geen aanlokkelijke si- tuatie, dat, als de Raad besloten heeft tot een tariefsverhoging, enkele maanden later een bericht uit Den Haag wordt ontvangen, dat de verhoging niet mag door- gaan. Tot voor kort kende men geen controle van de Regering op de tarieven voor gas, elektriciteit en water. Die bestond alleen ten aanzien van de tarieven voor het Vervoerbedrijf. De heer Seegers, die destijds wethouder was voor het Vervoerbedrijf, heeft ook bij de Regering een tariefsverhoging ingeleid. In die zin moet men de thans aan de orde zijnde voordracht zien. Op grond van de cijfers zal bij de Regering gepoogd worden, de tarieven nogmaals met 10% te verhogen. De Raad zal hieromtrent nog een besluit moeten nemen. Burgemees- ter en Wethouders hebben er naar gestreefd, op een eenvoudige manier, zonder allerlei administratieve moeilijkheden, te doen, wat de Regering heeft voorge- schreven, nl. de verhoging terug te brengen tot 10%. Dit blijft gelden, zolang in overleg met de Raad geen ander besluit is genomen, dat door de Regering is goedgekeurd. Wanneer bijv. de heer Den Uyl zegt, dat, indien men zou doorredeneren op de wijze, als spreker heeft gedaan, een ongelimiteerde inflatie zou ontstaan, ver- liest de heer Den Uyl toch uit het oog, dat spreker gesproken heeft over de eerste levensbehoeften, waaronder hij ook het water rekent. Er heeft thans een discussie plaats over de waterleidingtarieven en niet over de prijzen in het algemeen. Naar sprekers mening is het een vrij normale redenering, wanneer men zegt, dat, indien een verhoging van de waterleidingtarieven met 20% niet kan worden toegestaan, doch wel een verhoging met 10 %, het bedrag van de niet toegestane 10% voor andere doeleinden kan worden besteed en wel voor be- hoeften, die qua rangorde lager liggen dan het water. Spreker is er verder van uitgegaan, dat bij de voorbereiding van de voordracht van september 1956 is gezegd, dat een verhoging van de tarieven met 20% nodig zou zijn, ten einde ongeveer de verhoging van de kostprijs van het water te kunnen dekken. Wan- neer dan de verhoging wordt ingevoerd, is het naar sprekers mening logisch, dat andere bestedingen moeten worden beperkt en dit moet dan gebeuren ten aanzien van behoeften, die in rangorde lager liggen dan het water. Burgemeester en Wethouders zullen ten aanzien van deze tarieven al datgene publiceren, wat nuttig is voor de bevolking. De gemeentelijke tarieven zijn open- baar; tegen voorlichting is dus geen enkel bezwaar. Met betrekking tot het antwoord van Burgemeester en Wethouders wil spreker er op wijzen, dat het hem ook kwestieus voorkomt, dat de prijsstabili- satie, die de Regering in het onderhavige geval voor ogen heeft gestaan, nu wel bereikt zal worden. Immers, wanneer het publiek het bedrag van de niet toege- stane 10% in andere sectoren besteedt, waar al een grote consumptie is, rijst de vraag, of dit niet prijsverhogend zal werken op die andere sectoren. Burgemeester en Wethouders handhaven hun mening, dat het bedrijf het volgend jaar een aanmerkelijk verlies zal opleveren, op grond waarvan de tarie- ven verhoogd zullen moeten worden. Laat men aannemen, dat 1957 een winst van enige betekenis zou kunnen opleveren — in geen geval de 14 miljoen, waar- over bij de Begroting is gesproken! — dan ziet ook de heer Seegers geen kans meer, als door de gang van zaken de ontvangsten in de loop van het jaar aan- zienlijk teruglopen, de uitkomsten te corrigeren. Wethouder VAN WIJCK wil zijn beantwoording in tweede instantie begin- nen met nog iets te zeggen over de kwestie van de prijsstabilisatie en de beste- dingsbeperking. De opzet van Burgemeester en Wethouders bij de tariefsverhoging is geweest: het verkrijgen van een matige winst, met een bepaalde zekerheid, dat niet het risico wordt gelopen van een aanmerkelijk verlies of een winst, die, gelijk de heer Den Uyl heeft uiteengezet, voor het bedrijf en voor de burgerij betrekke- lijk geen betekenis meer heeft. Reeds in eerste instantie heeft spreker opgemerkt, dat men hier te maken heeft met een vrij gecompliceerde materie. Hij wil er op wijzen, dat het heel een- voudig zou zijn om behalve de argumentatie, die de heer Elsenburg zelf gegeven heeft, naar voren te brengen, dat, wanneer de Gemeentewaterleidingen met een tarief moeten werken, waardoor een exploitatieverlies ontstaat — een situatie, die zich in ieder geval in 1958 zal gaan voordoen — inderdaad de toestand zich voordoet, dat de bevolking van Amsterdam uit het ter beschikking staande inkomen te weinig neemt om de kosten van de waterleiding te betalen, doch dat anderzijds de gemeente Amsterdam verplicht is om op de kapitaalmarkt leningen te sluiten om het tekort op de Gemeentewaterleidingen te dekken. Het is boven- dien momenteel weinig aanlokkelijk om een beroep op de kapitaalmarkt te moeten doen. Nogmaals: Burgemeester en Wethouders betreuren het ten zeerste, dat de Regering Amsterdam een tariefsverhoging van slechts 10% toestaat. Men kan het probleem van meer kanten benaderen. Er is ook de moeilijk- heid, waar men naar toe gaat, als men te weinig ontvangt voor het produkt, dat men levert. Als men — hierop doelde de heer Elsenburg — voor andere doel- einden laat besteden zonder voldoende te laten betalen voor het produkt, dan komt degene, die tegen een te laag tarief levert, voor de moeilijke situatie te staan, dat hij alleen geld kan verkrijgen door het te lenen, hetgeen momenteel wil zeggen, dat men kort geld moet lenen, hetgeen inflatoir is. [De heer VAN SANDICK: Of dat de Gemeente ander nuttig werk niet kan doen!]
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/