Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 31



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

10 juli 1957 802 Watertarieven
(Segers e.a.)
Watertarieven 803 Gemeenteblad afd. 2
Burgemeester en Wethouders dan van oordeel zijn, dat met ingang van 1958
opnieuw een verhoging zal dienen plaats te vinden, zullen zij de Raad opnieuw
een voorstel ter zake moeten voorleggen. Het thans ingediende voorstel tot het
verlenen van een korting van 10% is slechts bedoeld om onder de beslissing van
de Regering uit te komen.
Uiteraard heeft het Gemeentebestuur rekening te houden met de beslissing
van de Regering en dient voor 1957 genoegen te worden genomen met een
tariefsverhoging van 10%. Hierdoor wordt echter in beginsel niet de juistheid
aangetast van het raadsbesluit van 3 oktober 1956 tot verhoging van de tarieven
met gemiddeld 20% en ook indien niet om administratieve redenen het hand-
haven van de vastgestelde tariefschaal door Burgemeester en Wethouders zou
zijn voorgesteld, zou spreker het reeds anderszins hebben toegejuicht, dat ter vol-
doening aan het verlangen van de Regering zou zijn overgegaan tot het verlenen
van een tijdelijke reductie op de door de Raad vastgestelde tarieven.
Daarnaast acht spreker het gewenst, dat met betrekking tot de waterleiding-
tarieven door Burgemeester en Wethouders wat meer publiciteit wordt betracht.
De huurders van woningen krijgen op het ogenblik nl. rekeningen aangeboden
door de huiseigenaren voor bedragen, die niet gedekt worden door het besluit,
dat door de Raad is genomen. Derhalve is meer publiciteit gewenst.
Spreker is verheugd, dat Burgemeester en Wethouders thans gekomen zijn
met hun voorstel in deze vorm, hetwelk op twee manieren recht doet aan de
zaak, die in geding is, nl. ten eerste laat het onverlet de principiële juistheid van
de beslissing van de Raad van 3 oktober 1956 en ten tweede komt het op duide-
lijke wijze tegemoet aan de wens van de Regering, door op de door de Raad
destijds vastgestelde tarieven een reductie van 10% toe te staan.
Op grond van de formele kant van de zaak en mede op grond van de mate-
riële inhoud kan sprekers fractie zich niet met deze voordracht verenigen.
De heer Seegers vergist zich, als hij meent, dat de Raad daardoor de beslis-
singsmogelijkheid wordt ontnomen over het ingaan van de door de Raad vast-
gestelde tarieven met een verhoging van 20%. In de voordracht staat, dat de
reductie van 10% wordt gegeven van 1 februari 1957 af, hetgeen betekent, dat
de reductie zal blijven gelden tot de Raad anders besluit. De heer Seegers leest
dan ook de voordracht onjuist, als hij meent, dat het mogelijk zou zijn, dat de
tariefsverhoging met 20% zou kunnen gaan gelden zonder dat de Raad het
thans te nemen besluit tot een reductie van 10% teniet doet.
De heer DEN UYL merkt op, dat deze voordracht geheel staat in het teken
van de bijzondere maatregelen, die op het ogenblik in het land worden genomen
in het kader van de bestedingsbeperking en in verband daarmede van het in-
standhouden van het bestaande loon- en prijspeil.
Inderdaad is het te betreuren, dat de bijzondere situatie, waarin het land
verkeert, het niet mogelijk maakt, een economische en sociaal gemotiveerde
tariefsvaststelling van de Raad te handhaven. Spreker heeft begrip voor de over-
wegingen, die de Regering hebben geleid, zij het na een te lange aarzeling, tot
een beslissing, waarbij een verhoging met 10 %% werd toegestaan. Nu de zaak zo
ligt, acht sprekers fractie het ingediende voorstel een gelukkig voorstel, dat zij
gaarne zal steunen.
In oktober van het vorige jaar heeft de Raad — naar sprekers mening zeer
terecht — het besluit genomen om de waterleidingtarieven met gemiddeld 20 %
te verhogen. De kostprijs van het water is nl. als gevolg van de bijzondere voor-
zieningen, die ten aanzien van de waterwinning moesten worden getroffen, aan-
merkelijk gestegen en de verhoging met gemiddeld 20% is geheel in overeen-
stemming met de opvattingen van sprekers fractie omtrent de tariefstelling van
de gemeentelijke diensten en bedrijven en bovendien met de mededelingen van
de vorige en van de huidige Minister van Financiën bij de Rijksbegroting, dat de
gemeenten dienen te streven naar een kostendekkend tarief voor de door de
gemeenten te leveren diensten. Dan denkt spreker nog niet eens aan de — ook
in oktober 1956 reeds bestaande — zorgelijke financiële positie van de Gemeen-
te, die niet toelaat, dat naast andere bedrijven ook de Gemeentewaterleidingen
met een exploitatietekort te kampen zouden krijgen.
De heer ELSENBURG zegt, dat het hem niet geheel duidelijk is, hoe de
Regering er toe gekomen is om wel een verhoging van 10% toe te staan, doch
niet een verhoging van 20%. Als argument daarbij werd gebruikt, dat men de
prijzen wil stabiliseren. Nu men niet toestaat, om voor de eerste levensbehoef-
ten, zoals water, de prijzen te verhogen tot een zodanig niveau, dat daarmede
ongeveer de kostprijs wordt gedekt, wordt wel toegestaan, dat het publiek de
10%, die het overhoudt, in andere richtingen gaat besteden, die naar verhouding
minder noodzakelijk zijn als de voorziening in waterbehoefte. Als men deze
10% in andere richtingen laat gebruiken, zou daarvan dan geen prijsverhogende
invloed uitgaan?
In verband met de bijzondere financiële positie van het land is intussen in
januari van dit jaar door de Regering een prijzenstop afgekondigd en in verband
met de aan de orde zijnde voordracht wil spreker opmerken, dat hij het bijzon-
der betreurt, dat het een half jaar heeft geduurd, alvorens de Regering op grond
van de afgekondigde prijsstop voor gas-, elektriciteits- en waterleidingtarieven
een beslissing heeft genomen op het besluit van de Raad van oktober 1956 inzake
de verhoging van de waterleidingtarieven. Spreker ziet hierin een bedenkelijk
bewijs van onzekerheid van de zijde van Den Haag in dit geval. Ten slotte is dus
van de Regering het Salomo's oordeel gekomen, dat niet een verhoging met 20 %,
doch wel met 10% toelaatbaar was. Hiermede is het geschil op klassieke wijze
opgelost. Het is duidelijk, dat de Regering bij deze beslissing moeilijk kan zijn
afgegaan op het verband tussen kosten en opbrengsten, zoals dat vorig jaar nog
door de Regering voor gemeentelijke diensten normatief is gesteld. In dit geval
is doorslaggevend geweest de financiële noodpositie, waarin Nederland op het
ogenblik verkeert en tegen deze achtergrond kan spreker het wel waarderen, dat
men wenst, dat ook de gemeentelijke diensten en bedrijven, voor zover dat enigs-
zins verantwoord is, een bijdrage leveren tot het stabiel houden van de prijzen,
vooral ook, omdat zelfs deze bescheiden verhoging van de waterleidingtarieven,
die neerkomt op slechts enkele centen per week, in de huren doorwerkt en be-
kend is, hoezeer de komende verhoging van de huren op het huishoudbudget
van de arbeidersgezinnen drukt.
Spreker meent, dat de maatregel van de Regering niet prijsstabiliserend zal
werken, doch eerder tot prijsstijging voor andere artikelen dan water aanleiding
zal geven. De Regering had beter de tariefsverhoging met 20% aan Amsterdam
kunnen toestaan.
De heer VAN SANDICK zegt, dat de Raad wel gedwongen is, deze voor-
dracht aan te nemen. Het is teleurstellend, gelijk ook de heer Den Uyl opmerkte,
niet alleen dat het een half jaar geduurd heeft, voordat op het verzoek van Am-
sterdam tot ontheffing van de prijsstop een antwoord is gekomen, maar ook dat
tussen 3 oktober 1956 — de datum van het raadsbesluit — en 14 januari 1957
— toen de prijsstop werd ingevoerd — van de Regering geen fiat is verkregen.

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957




Commentaar

Bent u de eerste persoon die aanvullende informatie levert?


U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen!

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/

Geef samenvatting van transcriptie

De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.

Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.

Naar inlogpagina

Voeg commentaar toe

Heeft u extra informatie over het historische document? Voeg deze dan toe zodat andere onderzoekers hier ook profijt van hebben.

Om spam en schending van de privacy van levende personben te voorkomen wordt het commentaar eerst gecontroleerd voordat deze gepubliceerd wordt.

Als u deze functionaliteit wilt gebruiken dient u eerst in te loggen.

Document markeren als favoriet

De documenten die u tegenkomt op Open Archieven en die nuttig zijn voor uw onderzoek kunt u toevoegen aan uw lijst van favoriete documenten. U kunt deze lijst ordenen en bij zoekacties ziet u direct welke documenten al op uw lijst van favoriete documenten staan.

Favoriete persoonsvermeldingen kunt u downloaden in PDF formaat (ideaal om te printen) en GEDCOM formaat (ideaal om in te lezen in uw stamboomprogramma).

Als u deze functionaliteit wilt gebruiken dient u eerst in te loggen.

Open Archieven Scan & Transcriptie Viewer