archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 23
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
26 juni 1957 786 (De Roos e.a.) Verhoging kunstsubsidies Gemeenteblad afd. 2 Verhoging kunstsubsidies . 787 De heer LE CAVELIER zegt, dat de heer Seegers heeft opgemerkt, dat de exploitatierekeningen van deze gezelschappen uitnemend worden gecontroleerd door de accountants van Financiën. Spreker merkt op, dat een dergelijke controle achteraf geschiedt. Op een zeker moment ontstaat een salaris- of loonsverhoging, welke haar invloed op de uitkomsten doet gelden. De Wet- houder heeft te kennen gegeven, dat hij een antipathie heeft tegen het woord commercieel in verband met kunstinstellingen. Spreker is van oordeel, dat ook kunstinstellingen commercieel moeten worden gedreven. Het kan zijn, dat er uitkopen zijn, waarvoor de prijs dikwijls veel te laag is — men kan dan een operavoorstelling bezoeken tegen een prijs, die lager is dan een plaats in een bioscoop! — maar ook als de prijs van uitkopen en abonnementen vastligt, dan geldt dit niet voor de prijs van losse kaarten. Een verhoging van de lonen met 6% zal van invloed moeten zijn op de prijs van een plaats, ook al behoeft deze niet met de volle 6% verhoogd te worden. Er zijn immers nog andere kosten dan die van de lonen. Bekijkt men een kunstbedrijf commercieel, dan dient men alle factoren te bezien. Het kan zijn, dat men dan zegt: ik moet de toegangsprijs gaan verhogen, maar het kan ook zijn, dat men zegt: door een andere organisatie kan ik de hogere kosten er uithalen. Men kan immers ook die 6% bezuinigen op decors en rekwisieten e.d. Deze mogelijkheden moeten worden bekeken door hen, die de commerciële leiding van de gezelschappen hebben. Als men de 6% eenvoudig afwentelt op de subsidiërende lichamen, dan is niet de commercie betracht, welke men van een dergelijk geleid gezel- schap mag verwachten. Ook hier bestaat alweer het bezwaar, dat deze kunst- instellingen te gemakkelijk naar de overheid grijpen, omdat zij het nu eenmaal gewend zijn. Opmerkelijk is echter, dat ‚‚Puck”’ het wèl uit de commercie heeft gehaald! exploitatie een dergelijke uitkering niet toelaat. Vroeger werd een andere ge- dragslijn gevolgd. Toen werd wel op het tijdstip, dat dergelijke aanvullende subsidies nodig waren, een voordracht bij de Raad ingediend, omdat het Rijk onmiddellijk bedragen ter beschikking stelde, gelijk aan 50% van dergelijke verhogingen. Sinds 1956 wordt echter de door de heer Le Cavelier aanbevolen methode gevolgd, nl. dat aan de stichtingsbesturen wordt medegedeeld, dat men eerst moet trachten, deze bedragen in de exploitatie te vinden. Gezien het feit evenwel, dat na onderzoek is gebleken, dat inderdaad een aantal kunst- instellingen niet in staat zijn, deze extra-lasten uit de exploitatie te bestrijden, is spreker van oordeel, dat deze aanvullende subsidies alleszins gerechtvaardigd zijn. Het Rijk heeft deze bedragen reeds toegekend en daarom zal de gemeente Amsterdam er goed aan doen, dezelfde maatregelen te nemen, nu na onderzoek vaststaat, dat deze extra-lasten niet uit de exploitatie bestreden kunnen worden. Inderdaad dient de Raad niet het artistieke peil te beoordelen, maar naar sprekers mening behoeft dit peil er niet altijd onder te lijden, als iets minder aandacht wordt besteed aan het uiterlijke van een voorstelling en wat meer aan het innerlijke. Door de heer Le Cavelier is een woord gebruikt, waar spreker enige moei- lijkheid mee heeft; dit is het woord ‚‚commercieel”’. Spreker zegt dit daarom, omdat het bij een commercieel bedrijf mogelijk is, op willekeurige tijden van het jaar, wanneer de inkomsten in verband met de uitgaven te laag blijken te zijn, degenen, die de produkten afnemen, hogere prijzen in rekening te brengen. Bij deze grote kunstinstellingen is het evenwel niet mogelijk, onmiddellijk tegenover een salarisverhoging bepaalde commerciële maatregelen te stellen. De prijzen van de plaatsen, abonnementen en dergelijke worden om de zoveel tijd herzien, maar die herzieningen vallen natuurlijk nooit precies samen met een eventuele verhoging van het salaris- of kostenniveau. Het is dus niet zo, dat dergelijke extra-uitgaven automatisch door inkomstenverhogingen gedekt kunnen worden. Wanneer vaststaat, dat deze niet uit de exploitatie zijn op te brengen, zal men ten slotte een beroep moeten doen op de subsidiegevers. Dit is hier gebeurd en, gelijk uit de stukken blijkt, heeft Financiën tegen het ver- lenen van deze aanvullende subsidies ook geen bezwaar. Op zichzelf is dit reeds een aanwijzing, dat geprobeerd is, de hogere kosten zoveel mogelijk uit de exploitatie te halen. De heer SEEGERS begrijpt niet, hoe de heer Le Cavelier aldus over deze aangelegenheid kan praten. De heer Le Cavelier zegt, dat de controle van Financiën achteraf geschiedt. Spreker is er van overtuigd, dat de heer Le Cavelier weet, dat dit niet waar is. De controle van Financiën beperkt zich niet tot hetgeen gebeurd is, doch men gaat ter dege na, hoe de exploitatierekeningen er in de naaste toekomst zullen uitzien. Op grond daarvan wordt een advies opgesteld ten aanzien van de vraag, of een subsidie al dan niet nodig is. Bij elke begroting van deze kunstinstellingen krijgt men een advies van Financiën, hoe zij deze begrotingen beoordeelt. Dit advies heeft geen betrekking op reke- ningcijfers, maar op een uitgavenplan. Ten aanzien van de vraag van de heer Van Sandick, hoe de houding is van de andere subsidiegevers, merkt spreker op, dat — met uitzondering van het „Ballet der Lage Landen” — de hier genoemde instellingen slechts twee belang- rijke subsidiënten kennen. De grote moeilijkheid om van de andere sub- sidiënten hogere bedragen te krijgen, is, dat deze een ander subsidiestelsel volgen, nl. het subsidiëren per voorstelling. Men kan niet achteraf bij deze vaak kleinere gemeenten komen met het verzoek, het subsidiebedrag per voorstelling te verhogen. Dit is wel in de toekomst mogelijk en er zijn dan ook besprekingen gaande om dit te bereiken. Met terugwerkende kracht kan dit echter niet. De subsidiënten van enige betekenis, die met Amsterdam de instellingen financieel steunen, doen ook mee met deze verhoging. Op grond van zijn ervaring heeft spreker de overtuiging, dat, als de accoun- tantsdienst deze exploitatierekeningen en begrotingen heeft bekeken, in zijn advies tot uitdrukking komt, dat geen middelen aangegeven kunnen worden, die het tekort, waarin subsidie wordt verleend, zouden kunnen dekken. Als men meent, dat deze subsidieverhogingen niet moeten worden toegekend, dan vloeit dit voort uit de opvatting, dat men de salarisverhoging niet moet verlenen. Dit is de enige consequentie van deze redenering. Zij, die weten, hoe Financiën deze zaken bekijkt, zijn er van overtuigd, dat de begrotingen zo zijn „uitge- beend”, dat men niet kan begrijpen, dat sommigen menen, dat er misschien op het uiterlijke van de voorstellingen bezuinigd kan worden. Hiertoe is men Overigens sluit spreker zich gaarne aan bij de lof, welke is gebracht aan de „Nederlandse Comedie’’ en aan „Puck’”’ voor hun exploitatie. Spreker zou wat ondeugend willen herinneren aan het debat, dat destijds in de Raad is gevoerd over ‚„Puck”’, waarbij van alle kanten werd opgemerkt, dat ‚‚Puck”’ met het te verlenen subsidie niet zou kunnen uitkomen. Gelukkig is deze voorspelling niet in vervulling gegaan en is de exploitatie gunstiger geweest dan werd ge- dacht. Hetzelfde geldt ook voor de „Nederlandse Comedie”. Burgemeester en Wethouders bevelen deze voordracht gaarne bij de Raad aan.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/