archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 22
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
26 juni 1957 784 Volgn. 582, 577, 575, 576, 578, 580 (Le Cavelier e.a.) 21° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 17 juni 1957, tot verhoging van het krediet voor de aanschaffing van leermiddelen ten behoeve van de bijzondere lagere school Hoeksewaardweg 38 met f 90 (Gemeente- blad afd. 1, no. 582, bladz. 926). De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedge- keurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 926 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 22° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 17 juni 1957, tot het verlenen van een voorschot op de exploitatievergoeding voor de bij- zondere kleuterscholen voor 1957 (Gemeenteblad afd. 1, no. 577, bladz. 916). De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedge- keurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 916 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 23° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 17 juni 1957, tot vermeerdering van het aantal openbare kleuterscholen met één (Gemeente- blad afd. 1, no. 575, bladz. 909). De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedge- keurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 910 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 24° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 17 juni 1957, tot vaststelling van een Verordening tot regeling van de avondcursussen, verbonden aan de openbare scholen voor buitengewoon lager onderwijs (Gemeenteblad afd. 1, no. 576, bladz. 911). De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedge- keurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 912 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 25° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 17 juni 1957, om te verklaren, dat uitbreiding van het leerplan van de 2e Amsterdamse Chris- telijke Nijverheidsschool voor Meisjes met een opleiding tot kostuumnaaister nodig is (Gemeenteblad afd. 1, no. 578, bladz. 917). De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedge- keurd; de Raad neemt mitsdien het besluit, vermeld op bladz. 918 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 26° Voordracht van Burgemeester en Wethouders van 17 juni 1957, tot het verlenen van aanvullende subsidies voor het seizoen 1956/57 ten behoeve van enkele kunstinstellingen (Gemeenteblad afd. 1, no. 580, bladz. 922). De heer LE CAVELIER zegt, dat hij een principiële opmerking wil maken bij de behandeling van deze voordracht. Hij wijst er op, dat de daarin genoemde stichtingen een tegemoetkoming vragen voor de betaling van de 6% salarisverhoging. In principe behoort deze salarisverhoging naar zijn oordeel niet zonder meer op de Gemeente te worden afgewenteld. Z.i. dient men daar- Verhoging kunstsubsidies 785 Gemeenteblad afd. 2 voor op een economische wijze dekking te vinden. Dit wil derhalve zeggen, dat men eerst moet trachten, de benodigde middelen op een commerciële wijze te verdienen. Komt men daarna nog tekort, dan kan men eventueel bij de overheid terecht. Hij hoopt, dat Burgemeester en Wethouders aan de stich- tingen, die in de voordracht genoemd worden, met uitzondering dus van de „Nederlandse Comedie” en Puck”, welke gezelschappen deze zaak op een lofwaardige wijze commercieel hebben opgelost, een brief zullen schrijven, waarin wordt medegedeeld, dat voortaan dergelijke salarisverhogingen aller- eerst commercieel gedekt moeten worden uit de exploitatie. De voordracht wordt zonder discussie en hoofdelijke stemming goedge- keurd; de Raad neemt mitsdien het bij de voordracht overgelegde besluit. De heer SEEGERS merkt op, dat de stelling van de heer Le Cavelier op zichzelf niet onjuist is. Wanneer men echter nagaat, op welke wijze hèt verlenen van subsidies in zijn werk gaat, dan komt men tot de conclusie, dat het uit- spreken van deze stelling geheel overbodig is, want alvorens tot subsidiëring wordt overgegaan, controleert de Afdeling Financiën de gehele exploitatie- rekening. Blijkt daarbij, dat er een mogelijkheid is, de salarisverhoging te dek- ken uit de exploitatie, dan zal de Afdeling Financiën ongetwijfeld adviseren, voor die salarisverhoging geen subsidie te verlenen. Op grond van deze gang van zaken is spreker er van overtuigd, dat deze salarisverhogingen niet uit de exploitatie betaald kunnen worden en de indiening van deze voordracht derhalve alleszins gerechtvaardigd is. Mej. LUNS zou naar aanleiding van deze voordracht in zake het verlenen van aanvullende subsidies aan enkele kunstinstellingen een woord van waar- dering willen laten horen aan het adres van de gezelschappen, die deze extra- hulp niet van node hebben, te weten de „Nederlandse Comedie” en Puck”. Zij vindt het bijzonder te appreciëren, dat deze gezelschappen de uitgaven, ver- bonden aan de 6% salarisverhoging en de compensatietoeslag Algemene Ouderdomswet, uit eigen middelen hebben weten te financieren. Dit wijst hi. op een bijzonder gezond beleid, dat in staat blijkt, onvoorziene uitgaven op te vangen. Zij meent, dat men deze instellingen hiervoor zeer zeker een woord van lof moet toekennen en haar ten voorbeeld moet stellen aan de andere gezel- schappen, die misschien wel eens wat al te gemakkelijk tegen de overheid aanleunen. De heer VAN SANDICK merkt op, dat hij zich wil aansluiten bij hetgeen de heer Le Cavelier gezegd heeft, tenzij uit het antwoord van Burgemeester en Wethouders zou blijken, dat de feitelijke toestand is, zoals die door de heer Seegers geschetst is. Ten slotte wil spreker nog een vraag stellen. Hij zou gaarne vernemen, of in dit geval de gemeente Amsterdam de enige instantie is, die voor een subsidie- verhoging wordt aangesproken. Hij heeft de indruk, dat bijv. het ‚„Ballet der Lage Landen” geen zuiver Amsterdamse instelling is en voor zover het geen specifiek Amsterdamse instellingen zijn, zou het naar zijn mening logisch zijn, dat men aanklopte bij die instanties, die het hoofdsubsidie hebben gegeven. Spreker zou op dit punt gaarne gerustgesteld willen worden. De VOORZITTER, wethouder DE ROOS, merkt ter beantwoording van de gestelde vragen op, dat ten aanzien van de toekenning van aanvullende subsidies, zoals in dit geval voor de 6% salarisverhoging en de compensatie- toeslag in verband met de Algemene Ouderdomswet, thans een andere gedrags- lijn wordt gevolgd dan vroeger. Op grond van dezelfde overwegingen als die, welke door verschillende sprekers genoemd zijn, hebben Burgemeester en Wethouders zich op het standpunt gesteld, dat inderdaad moet blijken, dat de
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/