archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 12
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
12 juni 1957 764 (mevr. Friedmann-van der Heide e.a.) maken naar aanleiding van hetgeen de heer Van Rij gezegd heeft. Spreekster handhaaft, hetgeen zij in eerste instantie gezegd heeft, nl. dat zij het standpunt van de Commissie toch wel zeer formalistisch vindt, want het gaat er hier toch om, dat getolereerd wordt, dat een bedrijfsruimte als woning wordt gebruikt. Door de heer Van Rij, de waarn. voorzitter van de Commissie, is gezegd, dat de eigenares die ruimte nimmer als woning heeft verhuurd. Spreekster zou in dit verband willen opmerken, dat, hoewel de eigenares er eerst wel tegen geprotes- teerd heeft, dat die ruimte als woning werd gebruikt, zij later toch oogluikend heeft toegestaan, dat deze ruimte als zodanig gebruikt werd. Spreekster zou de heer Van Rij in dit verband willen herinneren aan de redevoeringen van de grote Franse rechtsgeleerde Duguit, welke deze in haar studententijd in Amsterdam hield over de dienst, de functie, de „fonction’”’ van de eigendom. Deze zei: eigendom is niet een recht, maar een „fonction sociale” en het uitoefenen van deze sociale functie houdt in, dat men als eigenaar verantwoordelijk is voor de manier, waarop een huis wordt gebruikt. Wanneer het betreffende perceel dus niet in voldoende mate veilig kan worden bewoond, dan moet de eige- nares naar spreeksters mening òf er voor zorgen, dat dit perceel wel veilig kan worden bewoond, òf gedaan zien te krijgen, dat dit huis weer als magazijn- ruimte gebruikt mag worden. Dit laatste zal dan dienen te geschieden op de wijze, die het recht haar toekent en spreekster gelooft, dat men geenszins te ver gaat, wanneer men verlangt, dat ieder zijn recht zoekt daar, waar men het kan vinden. Adviezen op beroepen Adviezen op beroepen 765 Gemeenteblad afd. 2 De adviezen der Commissie worden verworpen met 20 tegen 7 stemmen. Door de heer Van Rij is gezegd, dat hij geen jurisprudentie heeft gevonden. Spreekster meent echter jurisprudentie gevonden te hebben van de Hoge Raad, waaraan men wel degelijk kan vastknopen. Zij is er echter van overtuigd, dat de rechtsgeleerde raadslieden van de eigenares die jurisprudentie ook wel gevonden zullen hebben. Naar sprekers oordeel is de belangrijkste taak van de Commissie van voor- bereiding, bedoeld in art. 22 der Bouwverordening, om te beoordelen, of Burge- meester en Wethouders zich bij hun aanschrijvingen hebben gehouden aan het- geen in de Bouwverordening is voorgeschreven. Als men nagaat, wat in het onderhavige geval aan de woonruimte ontbreekt om als woning gebruikt te worden, dan is er alle aanleiding om te zeggen: die en die voorzieningen moeten worden getroffen om de ruimte als woning te kunnen gebruiken. De moeilijk- heid hier is, dat het een verhuring is, waarvan de eigenaar zegt, dat hij nooit toegestaan heeft in het gebruik van de ruimte als woning. De eigenaar heeft echter de bevoegdheid krachtens de wet, om de bewoning te doen staken. Dan moet hij zich niet tot de bewoner van de bovenwoning, maar tot de partij richten, met wie hij het contract heeft gesloten. Juist omdat dit een gevecht is tussen de huurder van de beide perceelsgedeelten en de bewoner van de bovenwoning, is spreker van oordeel, dat de Commissie-art. 22 zich blijkens haar adviezen mengt in een verhouding, welke niet tot haar taak behoort. Het is de taak van de civiele rechter om uitspraak te doen, welke partij gelijk of ongelijk heeft. Gezien het feit, dat de ruimte als woning wordt gebruikt, terwijl de meest elementaire voorzieningen ontbreken, kan het Gemeentebestuur niet anders doen dan de eigenaar aanschrijven die voorzieningen te treffen. In zekere zin heeft de eigenaar pech gehad, maar hij moet proberen, die pech af te wentelen op hem, die daarvan de oorzaak is, nl. zijn eigen huurder. Men moet oppassen, dat de Gemeente zich niet als partij gaat beschouwen. De Commissie heeft zich op een terrein begeven, dat niet tot haar taak behoort, als gevolg waarvan moeilijkheden ontstaan. De eigenaar heeft verschillende mogelijkheden om van de pech af te komen. Hij wenst daarvan geen gebruik te maken; om welke reden weet spreker niet, maar waarschijnlijk om nieuwe moeilijkheden te ontgaan. De Gemeente heeft echter tot taak om te zorgen, dat de ruimte, zolang zij als woning bewoond wordt, aan de gestelde eisen voldoet. Spreker mengt zich niet in de soepelheid van Burgemeester en Wethouders; dat behoort tot hun beleid. Hij blijft van oordeel, dat deze beroe- pen ongegrond moeten worden verklaard, en wel op grond van de feitelijke omstandigheden. Door Burgemeester en Wethouders is verklaard, dat zij bereid zijn, met de uitvoering van de aanschrijvingen, indien zij gegrond wordt verklaard, te wach- ten, totdat de eigenares haar recht zal hebben gezocht. Spreekster is Burgemees- ter en Wethouders dankbaar voor deze soepelheid. Door de heer Van Rij is in dit verband gezegd, dat, mocht de eigenares haar proces verliezen, naar zijn mening de aanschrijvingen niet moeten worden uitgevoerd. Spreekster is echter van oordeel, dat, wanneer de eigenares haar proces zou verliezen, de aanschrij- vingen wèl uitgevoerd moeten worden, want dan is door de wil van de onaf- hankelijke rechter bepaald, dat deze ruimte wel als woning dient te worden beschouwd en dan moet die woning ook voldoen aan de minimum-eisen, die de Gemeente stelt. Wethouder VAN DEN BERGH zegt, dat Burgemeester en Wethouders het, nu de zaak aldus ligt, op prijs stellen, als de Raad de beroepen ongegrond verklaart. Als dit is geschied, zullen zij de aanschrijvingen niet uitvoeren, doch eerst de beslissing van de civiele rechter afwachten. Als deze beslist, dat de woning ontruimd moet worden, dan is het geen woning meer; mocht hij beslis- sen, dat de ruimte bewoond mag worden, dan kunnen Burgemeester en Wet- houders niet anders doen dan ingevolge het raadsbesluit die woning te laten maken tot hetgeen zij moet zijn. De heer Van Rij heeft zich speciaal beroepen op de jurisprudentie van de Amsterdamse kantonrechters, die zozeer rekening houden met de woningnood. Wanneer men echter bij deze zelfde Amsterdamse kantonrechters komt met een geval, waarin een ruimte, gezien de toestand van die ruimte, aan de bewoning moet worden onttrokken, dan gelooft spreekster, dat men daarvoor bij hen een willig oor zal vinden. De heer SCHEERENS, zijn stem motiverende, zegt, dat het onhoffelijk zou lijken tegenover de waarnemend voorzitter van de Commissie, die deze zaak tijdens sprekers afwezigheid heeft willen behandelen, om zonder meer tegen de adviezen van de Commissie te stemmen. Spreker zal tegenstemmen, omdat met name het argument van Burgemeester en Wethouders indruk op hem heeft gemaakt, dat, als de eigenaar een civiele procedure begint, hij een wapen in de hand heeft, indien hij bekrachtigde aanschrijvingen van Burgemeester en Wethouders kan overleggen. Dit is voor spreker aanleiding, om zijn stem tegen de adviezen van de Commissie uit te brengen. De heer SEEGERS merkt op, dat de heer Van Rij zegt, dat men erg ver gaat, als men voorschriften geeft met betrekking tot de eigendom van een ander. Maar daarvoor heeft men juist de gemeentelijke Bouwverordening, die in het leven is geroepen om aan de hand daarvan de exploitatie van de eigendommen zodanig te doen geschieden, dat de rechten van de huurders voldoende beschermd zouden worden. Die bescherming acht spreker van groot belang en daarom dient de Bouwverordening te worden gehandhaafd en toegepast.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.