Blader door transcripties » Stadsarchief Amsterdam
archieftoegang 31375, inventarisnummer 501, pagina 11



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

12 juni 1957 762
(Van den Bergh e.a.)
Beroepen tegen aanschrijvingen
Adviezen op beroepen 763 Gemeenteblad afd. 2
reeds betoogd, dat de eigenares dan nog niet in moeilijkheden is gekomen, want zij
kan die kosten langs de een of andere weg verhalen. Spreker meent, dat de zaak
zo moet worden opgelost. De Commissie komt dan toch gedeeltelijk aan haar
trekken, want de aanschrijvingen zullen niet prompt tegen de wil van de eige-
nares worden uitgevoerd. De eigenares moet dus civielrechtelijk proberen, de
onderhuurder uit het perceel te krijgen. Spreker zal zich daartegen dus niet
verzetten, hoewel hij liever zou zien, dat de betreffende ruimte een woning blijft.
Hij zal zich evenwel bij de uitspraak van de civiele rechter hebben neer te leggen.
Mocht de uitspraak zo zijn, dat de onderhuurder het perceel mag blijven
bewonen, dan zal de bewoonde ruimte echter in orde gemaakt moeten worden.
gebeuren, dat een haar toebehorende ruimte wordt bewoond. Nu kan men
natuurlijk wel toegeven, dat dit niet zo heel dikwijls zal gebeuren, maar het is
toch een situatie, die zich hier of daar kan voordoen. Nu meent spreker, dat
men onder die omstandigheden niet op het standpunt kan staan, dat die be-
woning dan maar onder ongunstige en niet-toelaatbare omstandigheden moet
plaats vinden. Wanneer men dus de situatie krijgt, zoals de Commissie die
stelt, nl. dat die ruimte nu eenmaal wordt bewoond en men de onderhuurder er
niet uit kan krijgen, dan meent spreker, dat de aanschrijvingen moeten door-
gaan. Het spijt spreker dan voor de eigenares, dat zij het rechtsmiddel niet kan
vinden, om die onderhuurder te verwijderen; zij zal er echter voor moeten zor-
gen, dat de onderhuurder in die ruimte onder de minimaal menswaardige om-
standigheden kan wonen. Om de kosten hoeft zij het niet te laten, want die kan
zij verhalen. Zij kan het publiekrechtelijk proberen door een huurverhoging te
krijgen. Er is nl. een regeling, dat, als men verbeteringen aanbrengt, men een
huurverhoging kan krijgen. Zij kan het ook civielrechtelijk proberen, door voor
de daad van de hoofdhuurder, welke niet rechtmatig is, schadevergoeding te
eisen op basis van de kosten, die de eigenares moet betalen. Nu is er dus nog
één onzekerheid, nl. wat de civiele procedure tot ontruiming zal opleveren.
Spreker is het met mevr. Friedmann eens, dat die civiele procedure een zeer
goede kans heeft. Als de Commissie zich hier beroept op het feit, dat men een
onderhuurder niet uit een perceel kan krijgen, dan is dat, omdat de tegenwoor-
dige jurisprudentie het samenspannen van de eigenaar en de hoofdhuurder
belet. Dit is een zaak, waarop spreker zeer gesteld is en hij meent, dat de wet
op dit punt zelfs gewijzigd is, nl. dat men in zijn vordering tot ontruiming moet
stellen, of er in een woning ook onderhuurders zijn. Tegenwoordig weet de
rechter dus, of er onderhuurders zijn en dan hoort hij ook de onderhuurder(s).
Blijkt er sprake te zijn van samenspanning tegen de onderhuurder, dan slagen
die procedures niet. Het is die jurisprudentie, waarop hier gewezen wordt,
maar deze situatie is nu juist in dit geval niet aan de orde, want hier is geen
samenspanning tussen de eigenares en de hoofdhuurder, maar een sterke
controverse tussen de eigenares en de hoofdhuurder. De eigenares wil niet, dat
de hoofdhuurder het perceel onderverhuurt en dan moet spreker het nog zien
gebeuren, dat men in rechte niet gedaan kan krijgen, dat de hoofdhuurder wordt
veroordeeld, hetzij dat hij een ander huurcontract krijgt, dat niet meer voor het
onderverhuurde deel geldt, hetzij dat hij de uitspraak krijgt, te gedogen, dat de
onderverhuurder uit het perceel wordt gezet, hetzij dat de gehele huurovereen-
komst wordt ontbonden. Naar sprekers mening schuilt er juist in dit speciale
geval een zeer behoorlijke kans op succes in deze procedure, mede in verband
met de aanschrijvingen van de Gemeente, die zijn uitgegaan, dat de situatie niet
mag voortduren. Wanneer nu de Raad zou besluiten, deze beroepen in afwijking
van de adviezen van de Commissie ongegrond te verklaren, dan is spreker on-
middellijk geneigd, die aanschrijvingen niet uit te voeren, hangende de proce-
dure, die de eigenares dan, naar spreker verwachten mag, aanhangig zal maken.
Hij neemt daarbij aan, dat die procedure zal slagen, gegeven de situatie en de
uitspraak van de Raad. Als de eigenares de procedure verliest, hetgeen betekent,
dat de onderhuurder het perceel niet zal verlaten, dan zullen naar sprekers me-
ning — en op dit punt is hij het dus niet met de heer Van Rij eens — de aanschrij-
vingen uitgevoerd moeten worden, want anders zou de ontoelaatbare situatie
ontstaan, dat door de Gemeente niet de omstandigheden kunnen worden gescha-
pen, dat die woning 2an bepaalde minimum-vereisten voldoet. Spreker heeft
De heer VAN RIJ merkt op, dat hij in tweede instantie gaarne nog iets wil
zeggen. Hij meent, dat de zaak buitengemeen duidelijk is gesteld voor de Raad.
Hij is het met de wijze, waarop de Wethouder de zaak heeft gesteld ten aanzien
van het vraagpunt van de twee soorten van eigenaars, met wie men hier te
maken krijgt, volkomen eens. Er is alleen nog verschil van mening tussen de
Wethouder en spreker over het optreden tegen de eigenares, die niet heeft
bewilligd in bewoning van haar bedrijfsruimte. Spreker meent, dat de Wet-
houder met betrekking tot inbreuk op het eigendomsrecht een standpunt heeft
verdedigd, dat toch wel buitengemeen ver gaat. Zijn standpunt komt er nl. op
neer, dat, wanneer niet alle maatregelen, die formeel zijn toegelaten, zijn
genomen, de Raad van Amsterdam bij een dergelijke aanschrijving van Burge-
meester en Wethouders de eigenares eigenlijk een gebruik van haar eigendom
mag gaan voorschrijven, dat zij zelf niet wil. Dit is een buitengemeen vergaand
standpunt, waar spreker met grote huivering tegenover staat. Spreker meent
echter, dat de Wethouder en hij elkaar in deze zaak toch wel voor een belangrijk
deel kunnen vinden. De Commissie is in haar advies aan de Raad uitgegaan
van de gedachte, dat de eigenares alles heeft gedaan, wat zij doen kon met kans
op succes. Zij nam dus aan, dat de eigenares zich inderdaad verzette tegen het
feit, dat hier bedrijfsruimte tot woonruimte werd gemaakt. De Wethouder
gaat van de tegenovergestelde redenering uit. Deze zegt, dat de eigenares één
belangrijke maatregel niet heeft genomen, nl. het voeren van een civiel proces
en dat, als zij dat civiele proces heeft ingesteld, onverschillig wat de uitslag van
dat proces is, zij daarmede bewezen heeft, dat zij inderdaad met een wijziging
van de bestemming van het gehuurde niet akkoord ging. De Raad zou dan van-
zelf direct moeten komen tot een afwijzing van de aanschrijvingen, waarmede
men in een wonderlijke, praktische situatie zou komen te verkeren. Uit dit
wonderlijke gevolg, dat er kan ontstaan, blijkt, hoe ontzaglijk slordig deze
gehele materie geregeld is en hoe onjuist het eigenlijk is, dat verschillende
colleges als rechters in deze zaak moeten optreden, om de verantwoordelijk-
heden vast te stellen. De Wethouder stelt zich dus op het standpunt, dat de
wil van de eigenares om een verandering van het gebruik van het gehuurde
tegen te houden, niet volledig is bewezen en door hem is in dit verband mede-
gedeeld, dat hij, wanneer alsnog blijkt, dat de eigenares zich daartegen wel
verzet, doordat zij een actie bij de rechter gaat ondernemen, bereid is, de uit-
voering van de aanschrijvingen stop te zetten. Deze praktische oplossing, waar-
over de Raad zal hebben te oordelen, gaat spreker veel te ver en hij handhaaft
dus het standpunt, dat de Commissie heeft ingenomen. Hij geeft echter toe, dat
tussen het standpunt van de Wethouder en dat van hem geen groot verschil be-
staat.
Mevr. FRIEDMANN-VAN DER HEIDE wil nog een enkele opmerking

Bronvermelding

Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 501, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, afdeling 2, deel 2 van 2, 1957




Commentaar

Bent u de eerste persoon die aanvullende informatie levert?


U bent nog niet ingelogd

Inloggen
Geen abonnee? Bekijk de abonnementen!

Scan + Transcriptie


Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien

Kunstmatige intelligentie

De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning. De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel. Beide bewerkingen zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/

Geef samenvatting van transcriptie

De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.

Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.

Naar inlogpagina

Voeg commentaar toe

Heeft u extra informatie over het historische document? Voeg deze dan toe zodat andere onderzoekers hier ook profijt van hebben.

Om spam en schending van de privacy van levende personben te voorkomen wordt het commentaar eerst gecontroleerd voordat deze gepubliceerd wordt.

Als u deze functionaliteit wilt gebruiken dient u eerst in te loggen.

Document markeren als favoriet

De documenten die u tegenkomt op Open Archieven en die nuttig zijn voor uw onderzoek kunt u toevoegen aan uw lijst van favoriete documenten. U kunt deze lijst ordenen en bij zoekacties ziet u direct welke documenten al op uw lijst van favoriete documenten staan.

Favoriete persoonsvermeldingen kunt u downloaden in PDF formaat (ideaal om te printen) en GEDCOM formaat (ideaal om in te lezen in uw stamboomprogramma).

Als u deze functionaliteit wilt gebruiken dient u eerst in te loggen.

Open Archieven Scan & Transcriptie Viewer