archieftoegang 31375, inventarisnummer 505, pagina 8
Gebruik tekstcoördinaten
Transcriptie
10 staf-verplegenden. De onjuiste verhouding tussen de salariëring van de hoofdverplegenden en andere staf-verplegenden springt vooral in het oog, doordat van de hoofdverpleegsters, die inwonend zijn, een belangrijk grotere aftrek voor kost, inwoning, enz. wordt geëist. Per 1 januari 1955 waren de volgende salarissen. van kracht: verpleegster maximaal f 4680.— per jaar, wnd. eerste verpleegster ” 4998. — eerste verpleegster »„ 5160. — wnd. hoofdverpleegster „ 9796. — hoofdverpleegster „ 6300. — Dit betekende een verhoging voor de verpleegsters van f 323,40, voor de waarnemend eerste verpleegsters van f 389,40, voor de eerste verpleegsters van f 326,40, voor de waarnemend hoofdverpleegsters van f 356,40 en voor de hoofdverpleegsters van f 99 per jaar. Secondaire arbeidsvoorwaarden. a Dienstkleding. Na enige discussie waren alle commissieleden het er over eens, dat verplegenden geen uniform dragen en derhalve het gratis verschaffen van uniformkleding of het geven van vergoeding voor uniformkleding niet onder het oog behoefde te worden gezien. De commissie is het er over eens, dat door verple11 genden dienstkleding wordt gedragen en ziet de redelijkheid in om verplegenden ter bescherming van zichzelf deze dienstkleding gratis te verschaffen. b Reiskosten. Leerling-verplegenden krijgen tweemaal per maand een vergoeding van reiskosten om hun ouders te bezoeken. Gezien het feit, dat jonge gediplomeerde verplegenden op het minimum-salaris niet veel meer salaris ontvangen dan leerlingen in het 3e leerjaar, meent de commissie, dat deze jonge gediplomeerden in het nadeel zijn ten opzichte van de 3e jaars-leerling-verplegenden en zou zij gaarne instemmen met een gedeeltelijke vergoeding van de reiskosten tweemaal per maand. Als compensatie zou men het bedrag, dat boven f 10 wordt uitgegeven voor reisgeld, maximaal tweemaal per maand kunnen vergoeden. c Cursussen in diensttijd. Uitvoerig werd de vraag besproken, of het niet mogelijk zou zijn, de cursussen voor de leerlingen in diensttijd te geven. De meesten der commissieleden vinden het volgen van cursussen buiten diensttijd een zware belasting voor leerling-verplegenden. Een enkel lid meent, dat dit niet boven de eisen gaat, die aan jonge mensen gesteld kunnen worden. Er werden verschillende wijzen, om de cursussen in diensttijd te geven, besproken, o.a. het houden van een zg. cursusdag buiten de diensttijd of het geven van alle cursussen in een bepaald tijdsbestek, bijv. van januari tot april, gedurende welke tijd de leerlingverplegenden niet actief in verplegingsdienst worden ingeschakeld. De werkzaamheden der hoofdverpleegsters ging men vergelijken met die van andere leidinggevende personen; men vond toen, dat met f 6300 voor haar de grens bereikt was. Deze dienstkleding is in het Binnengasthuis zodanig, dat daaronder zowel de gebruikelijke verpleegsterskleding gedragen kan worden als de eigen onderkleding, zodat dit voor een aantal verpleegsters een besparing betekent. Over dit punt ontstond een uitvoerige discussie, daar een aantal commissieleden het als een nadeel zagen, dat op deze wijze de verpleegstersjapon in diskrediet zou komen, terwijl het gebruik van de beschermende dienstkleding aanleiding kan geven tot ongewenste verkleedscènes. Anderzijds is het financiële voordeel voor de verpleegsters, zolang zij ten minste in de ziekenhuizen werken waar deze schorten verstrekt worden, niet onaanzienlijk en kan op f 100 à f 150 per jaar worden gesteld. Ten slotte werd wel duidelijk, dat zolang men gehinderd wordt door een sterk tekort aan verplegend personeel, het onmogelijk is, de cursustijd van de werktijd af te trekken. Berekent men het tijdsverlies, dan zou dit neerkomen op 1/7 gedeelte van de werktijd, met overeenkomstig verlies van verplegend personeel voor zover dit leerling-verplegenden betreft. Dit zou weer tengevolge hebben, dat minder patiënten kunnen worden opgenomen, hetgeen thans zeker niet verantwoord is. Als men zich echter realiseert, dat het maximum van salarisgroep VII, waarin de hoofdverpleegsters vroeger zaten, op 1 juli 1955 reeds f 6672 bedroeg, is het wel duidelijk, dat zij weinig reden hebben, zich over de laatste salarisregeling te verheugen. Ook andere verplegenden zijn, in vergelijking met de gemeentelijke salarisgroep, waarin zij vroeger waren ingedeeld, met f 120 tot f 260 per jaar achteruitgegaan. De commissie heeft zich beziggehouden met de vraag, of het bezit van meer dan één diploma aanleiding kan zijn een toelage te verschaffen. Het is gebleken, dat in andere inrichtingen, bijv. in het Provinciaal Ziekenhuis nabij Santpoort, een dergelijke regeling geldt. De commissie acht het billijk, een analoge regeling in te voeren. Het is niet alleen in het belang van de verplegenden, doch ook voor het niveau van de verzorging, dat verdere ontwikkeling van de verpleegsters wordt gestimuleerd. Bovendien zal, in afwijking met de thans nog bestaande toestand, binnenkort het behalen van een tweede diploma een aanzienlijk offer vragen, daar dan een verplegende in het bezit van een diploma en in opleiding voor het andere, niet meer als gediplomeerd verplegende betaald mag worden en ook de periodieken gedurende de tweede opleiding stop zullen staan. De commissie meent, dat de beste oplossing zal zijn bij wijze van dienstkleding te verstrekken japonschorten, welke de verpleegster de kosten van japonnen en schorten kunnen besparen. Door de commissie werd unaniem de wenselijkheid uitgesproken om, zo spoedig de mogelijkheid daartoe aanwezig is, de cursussen zo te regelen, dat deze in diensttijd gevolgd kunnen worden. Behalve het behalen van het tweede diploma moet het bezit van de aantekening kraamverpleging, kinderverpleging en wijkverpleging ook voor de verpleging in het ziekenhuis van belang geacht worden. Het is wenselijk, dat reeds nu door de deskundigen de beste wijze van de organisatie van deze cursussen bestudeerd wordt, ten einde deze in te voeren, zodra de personeelstoestand dit toelaat. De commissie stelt derhalve voor, de salariëring van een verplegende met één diploma, die in opleiding is voor het tweede diploma, ongewijzigd te laten en een jaarlijkse toelage te geven voor het bezit van een tweede diploma en voor de aantekeningen kinderverpleging, wijkverpleging en kraamverpleging.
Bronvermelding
Stadsarchief Amsterdam, archieftoegang 31375, Archief van de Gemeente Amsterdam: Gemeenteblad, inventarisnummer 505, Gemeentebladen, Gemeenteblad over de jaren 1950 t/m 1999, 1957, bijlage R-S, 1957
Klik op de afbeelding om het te vergroten en de transcriptie ernaast te zien
Kunstmatige intelligentie (AI)
De transcriptie is door de computer gemaakt via automatische handschriftherkenning.
De samenvatting wordt door de computer gemaakt op basis van een taalmodel.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
De transcriptie van het historische document is gemaakt met behulp van geautomatiseerde handschriftherkenning. Er kan hier ook geautomatiseerd een samenvatting van worden gemaakt in hedendaags Nederlands.
Om gebruik te maken van deze functionaliteit dient u een abonnement te hebben.