Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
- Er moesten reparaties uitgevoerd worden aan een schip voor de terugreis. De volgende werkzaamheden waren nodig:
- Gaten in het dek hakken voor een nieuwe pomp.
- De pompbuis en de pomp zelf installeren.
- De boot en het schuit (klein vaartuig) naar de wal halen voor onderhoud:
- Calfaten (kieren dichtmaken met hennep en pek).
- Boeisel (reling) repareren.
- Het vlak (platte bodem) van de laatste boot spijkeren.
- Een nieuw roer maken.
- Het grootste deel van het lopend touwwerk (touwen voor zeilen en masten) was versleten en moest vervangen of bijgemaakt worden met nieuwe touwen.
- De overige zeilen moesten gerepareerd worden.
- Andere gebreken die tijdens het timmeren en calfaten gevonden zouden worden, moesten ook verholpen worden.
- De deskundigen (attestanten) verklaarden dat deze materialen niet in Batavia (het huidige Jakarta) waren aangeschaft.
- Sommige onderdelen waren wel goedgekeurd in Batavia en stonden in de kostenberekening en inventarislijst.
- Deze onderdelen hoorden bij het schip, maar waren tijdens de reis beschadigd geraakt.
- Voor de terugreis waren nieuwe materialen absoluut noodzakelijk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0099
Joh. (waarschijnlijk de inspecteur) vond de volgende problemen bij de inspectie van het schip:
- De lijtuilen (touwen om zeilen mee te bedienen) en spieren (dikke touwen) waren versleten of kapot.
- De grote bramzeil (een type zeil) ontbrak.
- De grote draaireepen (touwen om het roer te bedienen) en het stuurreep (touw voor het sturen) waren op meerdere plekken beschadigd of gespleten, waardoor het roer (stuurmechanisme) niet goed werkte.
Daarnaast waren er nog meer noodzakelijke reparaties nodig:
- Het schip moest van binnen en buiten gekalfat (afgedicht met pek en hennep) worden.
- Er moesten schotten (scheidingswanden) in het ruim (laadruimte) komen om de lading te scheiden.
- Er moest een waterschot (waterdichte wand) en een nieuw luik (deksel) met hang- en sluitwerk voor het watergat (opening om water af te voeren) gemaakt worden.
- Er moest sapanhout (hout voor reparaties) in het ruim geschalmd (op maat gemaakt) worden.
- De dubbelhuid (extra laag hout aan de zijkant) aan bakboord (linkerkant) moest gerepareerd worden.
- De blaasbalken (ondersteunende balken) moesten vervangen worden.
- De stroken (houten planken) bij de steven (voor- en achterkant van het schip) moesten verwijderd en met lood afgedekt worden.
- Er was een lek bij de boeg (voorzijde), dat gemaakt moest worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0098
Op
7 november 1762 verschenen er verschillende bemanningsleden voor
Nicolaas Bernardus Martheze, de boekhouder en eerste klerk van het
Galjot Commando. Aanwezig waren ook de getuigen:
Al deze mannen, die allemaal op het retourschip
Amerongen dienden, bevestigden onder ede – op verzoek van kapitein
Jan Spek – dat de volgende goederen tijdens de reis van
Batavia naar de huidige locatie beschadigd, versleten of onbruikbaar waren geraakt:
- 2 stukken (de exacte goederen worden niet genoemd).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0097
-
Op 20 september 1882 trouwden in Amsterdam twee stellen in het gemeentehuis.
Hendrik Joosten, 57 jaar en werkzaam als matroos (varensgezel), geboren in Les maar ingeschreven in Delfzijl, weduwnaar van Anna Cornelia Melkert, en Catharina Elizabet Mulder, 58 jaar, zonder beroep, geboren en wonend in Amsterdam, weduwe van Jan Willem Machiel Hommelsberg, gingen een huwelijk aan.
Heinrich Wilhelm Tamborowski, 38 jaar, koffiehuishouder, geboren in Elbing (Duitsland), en Clara Marie Erdmund Liedtke, 26 jaar, zonder beroep, geboren in Amsterdam maar woonachtig in Danzig, gingen ook een huwelijk aan.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1940055 / 10
Op 25 september 1716 liet mevrouw Maria Susanna Jannette, gescheiden vrouw van Hendrik Jan van Wijk, bij een notaris in Amsterdam vastleggen dat ze bij helder verstand was. Omdat het moment van sterven onzeker is, trok ze alle eerdere testamenten en andere laatste wensen in.
Ze maakte een nieuwe regeling:
- Haar zoon David van Wijk kreeg het familiewapen, maar met de voorwaarde dat dit na zijn dood naar zijn oudste broer ging (als die nog leefde) en daarna naar de volgende broer, tot aan de jongste.
- Haar zoon Hendrik Jan van Wijk kreeg haar geliefde tafeltje.
- Haar jongste zoon Hermanus van Wijk kreeg een gouden zakhorloge.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974495 / 169
In haar testament bepaalt de vrouw (de
Testatrice) wie haar bezittingen erft na haar dood:
Ze wijst de volgende personen aan voor belangrijke taken:
- Uitvoerders van haar testament en beheerders van haar nalatenschap: haar zoon David van Wijk en Jan Jacob Du Buquoy (schout en secretaris van Spaarwoude).
- Zij mag later nog extra personen toevoegen aan deze lijst.
- Deze beheerders mogen zelf geschikte personen kiezen om hen te helpen, die dezelfde bevoegdheden krijgen.
- Zij sluit hierbij Weeskamers (instanties voor wezen), andere rechtbanken, vrienden en buitenstaanders uit van invloed op haar nalatenschap.
De vrouw houdt zelf het recht om:
- Legaten (speciale erfenissen) en andere afspraken te maken, aan te passen of in te trekken.
- Uitvoerders, voogden en beheerders te benoemen of te ontslaan.
- Dit te regelen via een notaris, onderhands, of mondeling met minstens twee getuigen.
Alles wat zij later toevoegt of wijzigt, moet net zo geldig zijn als dit testament. Dit is haar
laatste wil, die na haar dood precies moet worden uitgevoerd.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974495 / 170
Johanna Helena van Hest, weduwe en beheerder van de erfenis van haar overleden man
Dionisius Adriaan van Berkel, verscheen op
10 mei 1776 voor notaris
Johan Adriaan van Meurs in
Tilburg. Zij was ook aanwezig als moeder en voogd van haar twee minderjarige kinderen, die zij had met
Dionisius Adriaan van Berkel.
Zij bevestigde dat zij een schuld had van 150 gulden aan
Norbarters de Canter, eveneens woonachtig in
Tilburg. Dit bedrag was geleend als contant geld, en zij beloofde dit terug te betalen bij het eerste verzoek. De schuld moest worden afgelost in munten, inclusief rente.
In de tekst werden ook verschillende andere personen en families genoemd, waaronder:
- Franciscus Johan Erflaten, Cornelis Raet, Elisabeth Jansen Back (aangetekend onder nummer 173), Cornelia van Eersel (15 jaar), Engelen Adam van Re, Hendrik Steel, De Smalders (kinderen afwezig), Jan van Eersel, Adriana van Eersel, Willem Aen, Johanna Hendrica, Arie Reinen Reyne, Cornelis Hendrik Adriaan, Antonet Gysberding, Hendrik Snellen en Jan Snellen (voogden), Hendrik Ellen Snellen (16 cent), Michiel van Peersel (kinderen), Elisabet van Esel (4 kinderen, Donders als voogden), Gijsbert van Eersel, Jack Peter Corssenaar, Catharina Petrium, Hendrik Jan van Reyne, Johanna Boijens, Frans van Sel (10 hele eijzers), Jan van Beurde (9 handen, 5 kussens), en Neerse Rock (uit Tessel, 10 cent, afwezig).
De notaris
Johan Adriaan van Meurs was beëdigd door de
Edele Mogende Raad en Leenhof van Brabant en de landen van Overmaas in
's-Hage en woonde in
Tilburg.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1818962 / 57
- Op 21 juli 1802 bevestigt F. T. Wessels, rechter van het landgericht in Oldenzaal, dat Lucas Nijkers en zijn vrouw Janna Geerdink uit Weerselo voor hem en getuigen J. Willemsen en J. Rasink verschenen zijn.
- Zij verklaren dat ze, na ontvangst van 137 gulden en 10 stuivers, een stuk land van 6 spind (een oude maat voor landerijen) op Dijkerskamp in Weerselo overdragen aan Naander Wanders, ook uit Weerselo.
- Het land grenst aan Voordinkland en Steendijksmaat en wordt met alle rechten en plichten (zoals erfenisrechten) definitief overgedragen.
- Lucas Nijkers kan niet schrijven, dus ondertekent Alex Naguel namens hem. De akte wordt bevestigd en verzegeld door de rechter.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 2836183 / 49
- Op 1 maart 1762 werd besloten dat wie een verzoek wilde indienen voor het overnemen van bepaalde belastingen (admodiaties) of daarvan af wilde zien, dit binnen 3 maanden bij de stad moest aanvragen. Wie dit niet deed, verloor het recht op deze belastingen en moest bovendien een kwart van het bedrag dat hij ervoor had betaald, terugbetalen. Zo zou de stad geen financiële schade lijden terwijl er naar andere geïnteresseerden werd gezocht.
- Gerrit Greve, een chirurgijn in Stad, werd op 8 februari 1762 benoemd tot stadsbreukmeester (een soort medisch specialist). Hij verving Gerrit Bosch, die vrijwillig afzag van deze functie. Greve moest zich houden aan de bestaande of toekomstige regels voor deze functie. Bosch behield wel zijn inkomen uit deze functie voor de rest van zijn leven.
- Otto van Stuijvenberg, een burger en koopman in laken in Stad, kreeg op 8 februari 1762 een uitzondering op de regels van het gilde voor passementwerkers (versieringen op kleding). Hij mocht lid worden van dit gilde, mits hij het vereiste gildegeld betaalde.
- Helena Hassing en Gerarda Quint, beide lid van de Gereformeerde Kerk, kregen op 22 februari 1762 toestemming om een kinderschool te beginnen. Zij moesten zich wel strikt houden aan de bestaande of toekomstige regels voor scholen.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 4101229 / 118
-
7 juni (jaar niet genoemd):
-
24 mei (jaar niet genoemd):
-
25 mei (jaar niet genoemd):
- Henric de Wilde en Machiel Gherys uit Weerde (onder de heer van Grimbergen) huren voor 8 jaar de tienden (belasting op oogst) van de heren van Zellaer in de Sint-Romboutskerk te Mechelen. Deze tienden gelden voor de parochie en het dorp Weerde.
- Zij moeten jaarlijks op Sint-Andriesmis (30 november) 69 kwartelen (≈ 345 liter) goede Mechelse rogge betalen aan Roebosch Herman van den Bossche (als vertegenwoordiger van de kerk) en de Broeders van het Heilig Sacrament.
- De pachters mogen de tienden niet doorverhuren of delen met anderen. Als ze dit wel doen, mogen de heren van Zellaar nieuwe pachters zoeken.
-
25 mei (jaar niet genoemd):
- De erfgenamen van de overleden Francon en Anthonis (zonen van de overleden Gabriel van Heffene) en de overleden Anthonis Jorys van Heffene (broer van Francon en zoon van de overleden Vranck van Heffene) hebben hun erfenis verdeeld. Dit betreft landerijen in en rond Mechelen die zij erfden van Vranck van Heffene en Lysbetten Tyman (zijn vrouw).
- Anthonis van Heffene (zoon van Vranck) krijgt:
- De hoeve Oliviersgoed met huizen, land, essen, vol bos en wilgen in Hever, inclusief jaarlijkse pachtinkomsten.
- Anthonis van Heffene (zoon van Gabriel) krijgt:
- De hoeve Clercxpoorte met huizen, land, essen, bos en moerassen in Sint-Kathelina-Waver.
- Een stuk bempt (weiland) van ongeveer 1 bunder (≈ 1,2 hectare) in Hever, achter de kerk.
- Omdat het deel van Anthonis (zoon van Gabriel) kleiner is, moet hij jaarlijks met Pasen 2 Mechelse gulden betalen aan Anthonis (zoon van Vranck).
- Deze 2 gulden kunnen worden afgelost: elk voor 16 gulden in contanten.
- Als een van de hoeven meer opbrengt dan de andere, moeten ze het verschil eerlijk verdelen.
Bekijk transcriptie BE-MeSM / 10290941 / 13
-
De tekst bevat gegevens over verschillende soldaten die in de 19e eeuw dienden in het Nederlandse koloniale leger, met name in Suriname. Hieronder volgt een samenvatting per persoon:
-
Karl Seinrich Vele Bernard:
- Geboren in Eisenach, Taxen Weimar op 19 juni 1888.
- Ouders: Loring Sophie Magner (moeder).
- Laatst woonachtig in Eisenach voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 7 palmen en 2 duimen.
-
Onbekende soldaat 1:
- Geboren in Oldenzaal, Overijssel op 11 mei 1840.
- Ouders: Franciscus Josephus (vader) en Cornelia Hroink (moeder).
- Laatst woonachtig in Oldenzaal voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 6 palmen en 4 duimen.
- Dienstverloop:
- Op 11 mei 1863 ingedeeld bij het 5e Regiment Infanterie als militair voor 5 jaar (loteling uit Warpelo, Overijssel).
- Op 1 juli 1863 overgegaan naar het 4e Regiment Infanterie met een vrijwillig contract voor 6 jaar, met een beloning van 43 gulden en 19 cent.
- Op 26 januari 1864 overgegaan naar het koloniale wervingsdepot met een vrijwillig contract voor 6 jaar bij de koloniale troepen, ingaande op de dag van inscheping, met een beloning van 120 gulden.
- Aangekomen in Suriname op 7 juni 1864 met het schip Albrecht Frederik onder gezagvoerder M. Meijer.
- Op 8 juni 1864 ingedeeld bij het Bataljon Jagers 27.
-
Onbekende soldaat 2:
- Geboren in Haarlem, Noord-Holland op 24 september 1845.
- Ouders: Peter Caspar (vader) en Anna Elisabeth Meinertyhage (moeder).
- Laatst woonachtig in Maarlei voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 6 palmen en 8 duimen.
- Dienstverloop:
- Op 1 maart 1861 ingedeeld bij het 7e Regiment Infanterie als militair voor 5 jaar (loteling uit Oldenzaal, Overijssel).
- Op 7 maart 1862 overgegaan naar het 1e Regiment Infanterie met een vrijwillig contract voor 6 jaar, met een beloning van 50 gulden en 19 cent.
- Op 28 januari 1864 overgegaan naar het koloniale wervingsdepot met een vrijwillig contract voor 6 jaar bij de koloniale troepen, ingaande op de dag van inscheping, met een beloning van 120 gulden.
- Aangekomen in Suriname op 7 juni 1864 met het schip Albrecht Frederik.
- Op 8 juni 1864 ingedeeld bij het Bataljon Jagers 27.
- Op 28 april 1870 opnieuw aangeworven voor 6 jaar met een beloning van 120 gulden.
-
Onbekende soldaat 3:
- Geboren in Viersen, Pruisen op 23 augustus 1832.
- Laatst woonachtig in Viersen voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 5 palmen en 8 duimen.
- Dienstverloop:
- Op 7 juni 1862 vrijwillig in dienst getreden bij het 8e Regiment Infanterie als soldaat voor 6 jaar, met een beloning van 30 gulden.
- Op 20 januari 1864 overgegaan naar het koloniale wervingsdepot met een vrijwillig contract voor 6 jaar bij de koloniale troepen, ingaande op de dag van inscheping, met een beloning van 120 gulden.
- Aangekomen in Suriname op 7 juni 1864 met het schip Albrecht Frederik.
- Op 8 juni 1864 ingedeeld bij het Bataljon Jagers 27.
- Op 24 oktober 1865 geplaatst in de 2e categorie van de 2e klasse voor discipline.
- Op 14 april 1869 bevorderd naar de gewone klasse van militairen.
- Op 8 augustus 1869 geplaatst in de 2e categorie van de 1e klasse voor discipline.
- In februari 1870 overgegaan van de 2e naar de 1e categorie.
-
Wilhelmus Johannes Derkse:
- Geboren in Rotterdam, Zuid-Holland op 6 december 1835.
- Ouders: Cornelis (vader) en Cornelia de Bruin (moeder).
- Laatst woonachtig in Rotterdam voor zijn diensttijd.
- Lengte: 1 el, 5 palmen en 8 duimen.
- Dienstverloop:
- Op 5 september 1860 vrijwillig in dienst getreden bij het 4e Regiment Infanterie als soldaat met een beloning van 30 gulden.
- Op 26 januari 1864 overgegaan naar het koloniale wervingsdepot met een vrijwillig contract voor 6 jaar bij de koloniale troepen, ingaande op de dag van inscheping, met een beloning van 120 gulden.
- Aangekomen in Suriname op 7 juni 1864 met het schip Albrecht Frederik.
- Op 8 juni 1864 ingedeeld bij het Bataljon Jagers 27.
- Op 19 april 1868 bevorderd tot sergeant-majoor.
- Op 14 juli 1868 bevorderd tot korporaal.
- Op 17 juli 1875 voor de krijgsraad gedaagd.
- Op 4 juli 1876 veroordeeld tot 6 weken gevangenisstraf en 1 maand arrest, ontslagen uit militaire dienst en veroordeeld tot een boete van 25 gulden.
-
Overige soldaten:
- Diverse andere soldaten worden genoemd met soortgelijke gegevens over geboorte, lengte, ouders, dienstverloop en bevorderingen.
- Enkele soldaten zijn overleden tijdens hun dienst, bijvoorbeeld op 13 november 1866 en 19 september 1874 in het ziekenhuis in Paramaribo.
- Enkele soldaten zijn verdwenen of deserteerden, bijvoorbeeld op 19 mei 1872.
- Enkele soldaten kregen onderscheidingen, zoals de bronzen medaille.
- Enkele soldaten hernieuwden hun contract, bijvoorbeeld op 28 april 1877 voor 6 jaar met een beloning van 120 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 576 / 0127
-
Op 27 januari 1905 trouwden in Amsterdam:
- Johannes Marinus Landheer (21 jaar), pakhuisknecht, geboren en wonend in Amsterdam. Zijn vader, Pieter Leopoldus Zandheer, was overleden. Zijn moeder, Maria van der Noen (57 jaar), was schoonmaakster en woonde ook in Amsterdam.
- Wilhelmina Catharina Meijlink (19 jaar), zonder beroep, geboren en wonend in Amsterdam. Haar vader, Johannes Engelbertus Meijlink, was overleden. Haar moeder, Maria Alida Sluijter (51 jaar), had geen beroep en woonde in Amsterdam.
6 januari 1905 zonder problemen. De ambtenaar van de burgerlijke stand vroeg of ze elkaar als echtgenoten wilden nemen en alle huwelijksplichten wilden nakomen. Na hun bevestiging verklaarde hij hen in naam van de wet getrouwd.
Getuigen waren:
Maria van der Noen kon niet tekenen omdat ze niet kon schrijven.
-
Op 12 oktober 1917 besloot de Arrondissements-Rechtbank in Amsterdam dat dit huwelijk ontbonden werd door echtscheiding. Dit werd geregistreerd in het huwelijks- en echtscheidingsregister van Amsterdam op 2 maart 1918.
-
Op 27 januari 1915 trouwden in Amsterdam:
- Martinus Draijer (23 jaar), koetsier, geboren en wonend in Amsterdam. Zijn ouders, Martinus Draijer (60 jaar), werkman, en Magdalena Maria Drevers (61 jaar), zonder beroep, woonden ook in Amsterdam.
- Frederika Hermina Bruns (24 jaar), zonder beroep, geboren en wonend in Amsterdam. Haar ouders, Karel Bruns (59 jaar), winkelier, en Henrietta Catharina Elisabeth Zek (51 jaar), zonder beroep, woonden ook in Amsterdam.
Beide ouders gaven toestemming voor het huwelijk. De huwelijksaankondiging vond plaats op 16 januari 1915 zonder problemen. De ambtenaar van de burgerlijke stand vroeg of ze elkaar als echtgenoten wilden nemen en alle huwelijksplichten wilden nakomen. Na hun bevestiging verklaarde hij hen in naam van de wet getrouwd.
Getuigen waren:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 25
- Op 27 januari 1915 trouwden in Amsterdam twee stellen:
- Eerste huwelijk:
- Cornelis de Groot, 20 jaar, winkelbediende, geboren en wonend in Amsterdam. Hij was de minderjarige zoon van Cornelis de Groot (52, arbeider) en Jetta Pietersen (geen beroep). Zijn moeder Ytske Venema was overleden.
- Antoinetta Maria Aring, 19 jaar, geen beroep, geboren en wonend in Amsterdam. Zij was de minderjarige dochter van Hermanus Pietersen (49, kolen drager) en Antoinetta Maria Aring (50).
- De vader van de bruidegom en de ouders van de bruid gaven toestemming voor het huwelijk.
- De huwelijksaankondiging vond plaats op 6 januari 1915 en 10 januari 1915 in Amsterdam zonder bezwaren.
- Getuigen: Johannes Zabordus (38, zwager van de bruidegom, geen beroep) en Hermanus Pietersen (25, broer van de bruid, beeldhouwer).
- Tweede huwelijk:
- Dirk van Dam, 22 jaar, arbeider, geboren en wonend in Amsterdam. Hij was de meerderjarige zoon van Jacobus Johannes van Dam (47, winkelier) en Johanna Margaretha Elisabeth de Boer (41, geen beroep).
- Wilhelmina Agatha Brouwers, 21 jaar, geen beroep, geboren en wonend in Amsterdam. Zij was de meerderjarige dochter van Dirk Brouwers (61, arbeider) en Aaltje Burger (62, geen beroep).
- De ouders van beide partijen gaven toestemming voor het huwelijk.
- De huwelijksaankondiging vond plaats op 16 januari 1915 in Amsterdam zonder bezwaren.
- Getuigen: Jan Gerrit van Dam (40, oom van de bruidegom, arbeider) en Egbert Langenhoff (77, zwager van de bruid, koopman).
- De moeder van de bruidegom, Johanna Margaretha Elisabeth de Boer, kon niet tekenen omdat ze niet kon schrijven.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 24
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 23
- Op 2 januari 1741 besloten de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden en Prins Willem IV van Oranje (als erfstadhouder, kapitein en admiraal-generaal) dat Reijnier van Madagaskar levenslang dwangarbeid moest verrichten op Robbeneiland (bij Kaapstad) voor de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Hij moest ook de proceskosten betalen en verloor het recht om nog langer een verzoek (eisch) in te dienen bij de officier.
- Het vonnis werd op 13 februari 1741 bevestigd in Kasteel de Goede Hoop (Kaapstad). De secretaris Tiemmendorff tekende het document in aanwezigheid van de voorzitter Rijk Reldag en andere leden, waaronder de burgemeesters Paulus Artoijsen en Jan Lourens Bestbier.
- De zaak betrof ook een geschil tussen de brandmeesters (een soort vroeger brandweerpersoneel) en Pieter Reede (fiscaal, een soort openbaar aanklager). Willem van der Heijde, brandmeester van Oudshoorn, had namens zijn functie een verzoek ingediend, maar Johan Adolph Kuhl (een assistent) werd beschuldigd van grove beledigingen tegen Van der Heijde.
- Kuhl ontkende opzettelijk beledigend te zijn geweest en bood zijn excuses aan als hij per ongeluk iets verkeerds had gezegd. Toch hield Reede vast aan zijn aanklacht.
- De raad besloot na bestudering van de zaak:
- Johan Adolph Kuhl moest een boete betalen van 25 rijksdaalders (een geldsom) aan de overheid.
- Hij moest ook alle proceskosten betalen.
- Hij verloor het recht om verdere verzoeken in te dienen bij de officier.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0010
- Op 16 januari 1749 was er 's ochtends een rechtszaak onder leiding van president Rijk Sldagh en alle leden van de raad, behalve Pieter Reede van Oudshoorn (de onafhankelijke officier van justitie). Ook aanwezig waren de burgemeesters Paulus Artoijs, Jan Lourens Bestbier en Johannes Henricus Blanckenberg.
- De landdrost (een soort rechter) van Stellendam, Eijsch, behandelde de zaak zoals eerder bij 't Lenbosch en Drakensteijn. Hij concludeerde op basis van:
- De verdachte, Kruijgel, stond terecht voor de moord op het kind van zijn vrouw Reijnier van Madagaskar. Hij beweerde:
- Niet te weten dat het kind toebehoorde aan de familie van de overleden heemraad (een soort lokale bestuurder) Matthijs van Elingen.
- Niets met de moord te maken te hebben.
Hij vroeg om genade.
- De rechter (Eijsch) hield vast aan zijn eerdere conclusie: Kruijgel moest ter dood worden gebracht (doodstraf).
- Beide partijen (de verdachte en de aanklager) weigerden verdere bewijsstukken in te dienen.
- De raad bekeek alle informatie en nam een beslissing namens de hoogste heren (de heersende autoriteiten, zoals de Staten van Holland).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0009
- Op 15 juli 1796 ging Lijsje Mooijekind, weduwe van Jan Gijsbertse Sonneveld, naar notaris Jan Schouten in Haarlem. Ze woonde in Noordwijk aan Zee, maar was op dat moment in Haarlem.
- Zij gaf Johannes Petrus Kuenen (een soort juridisch vertegenwoordiger) de opdracht om namens haar een schuld te innnen.
- Deze schuld betrof een lening van Aletta Wilhelma Stomperyk (eerst getrouwd met Cornelis Groen, later met Petrus Stas, allebei overleden). De lening was vastgelegd in een officiële akte op 24 juli 1794 en bedroeg 1.000 gulden.
- Als onderpand voor de lening diende een huis met grond aan de noordkant van het Spaarne in Haarlem, op de hoek bij de Klerksteeg. Daarnaast hoorde er ook een koetshuis en stal bij.
- Kuenen mocht namens Lijsje:
- de schuld opeisen, inclusief rente;
- alle juridische stappen ondernemen (zoals procederen, vonnissen aanvechten, of akkoord gaan);
- geld en documenten in ontvangst nemen;
- andere vertegenwoordigers aanstellen als dat nodig was.
- Bij de akte waren Jan van Proosdij en Petrus Augustus de Genestet als getuigen aanwezig.
- Lijsje Mooijekind tekende met een kruisje (+), omdat ze waarschijnlijk niet kon schrijven.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 156
- Herman Gerlings uit Haarlem geeft met dit document volmacht aan Jean Henrij Cazenove, een handelaar uit Londen, om namens hem op te treden.
- Cazenove mag (een deel van) Herman Gerlings' aandeel van 1100 pond verkopen. Dit aandeel is onderdeel van een grotere lening (staatsobligaties) van de Britse overheid, die 3 procent rente per jaar oplevert.
- Deze obligaties zijn ingesteld door een wet uit 1752 (het 25e regeringsjaar van koning George II) en later aangepast. De rente wordt uitgekeerd door de Bank of England.
- Cazenove mag ook:
- de rente (dividend) die hierop verschuldigd is, in ontvangst nemen;
- kwitanties (ontvangstbewijzen) tekenen;
- alles doen wat nodig is om de verkoop af te handelen.
- Herman Gerlings bevestigt dat alles wat Cazenove in zijn naam doet, geldig is.
- Het document is ondertekend en verzegeld in Haarlem op 12 juli 1796.
- Getuigen bij de ondertekening zijn:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 150
Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366762 / 165
Wijnand van Waveren, directeur van de bedrijven
N.V. "van Waveren's Graanhandel" in
Aerdenhout (gemeente
Bloemendaal) en lid van de directieraad van de
Naamloze Vennootschap "EIGEL HUIS en TUIN" (een bedrijf dat onroerend goed beheert in
Haarlem), geeft met dit document een officiële opdracht aan
Gerrit Jacob Dake, boekhouder uit
Haarlem.
Dake mag namens
EIGEL HUIS en TUIN het volgende verkopen:
- Een stuk land aan de Olmenlaan in Zwanenburg (gemeente Haarlemmermeer):
- Breedte: ongeveer 10 meter langs de Olmenlaan.
- Grenst aan de zuidoostkant aan een perceel dat Johannes Cornelis Dhont kocht op 10 februari 1925 via notaris B.M. Serné in Haarlem.
- Diepte: ongeveer 20 meter vanaf het midden van de sloot langs de Olmenlaan.
- Grootte: ongeveer 2 are (onderdeel van een groter perceel van 8 are en 64 centiare, bekend als kadastraal nummer Sectie A No. 4317 in Haarlemmermeer).
- De exacte grenzen worden ter plekke aangegeven en later officieel opgemeten.
- Alles wat op dit land staat.
De verkoopprijs voor het land (punt a) is vastgesteld op 600 gulden. Koper is
Benrantus Frédéric Derieus Brizee, kantoorbediende uit
Zwaanenbrug (gemeente
Haarlemmermeer).
Dake mag namens de vennootschap:
- De verkoopakte ondertekenen.
- Het geld ontvangen en een kwitantie geven.
- Het land overdragen aan de koper.
- Garanderen dat het land vrij is van schulden of claims.
- Alles regelen wat nodig is voor de verkoop.
- Iemand anders machtigen om deze taken uit te voeren (machtiging doorgeven).
Volgens de statuten van
EIGEL HUIS en TUIN moet de directieraad altijd met ten minste twee leden documenten ondertekenen die met deze verkoop te maken hebben.
Het document is ondertekend in
Haarlem op
16 mei 1925.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209410 / 61
- De schrijvers vinden de klacht van de Requestrant (iemand die een verzoek indient) onterecht. Ze noemen zijn opmerking dat koetsiers uit Dordrecht te lang wachten op passagiers uit Antwerpen "kinderachtig".
- Ze leggen uit dat paarden die 's ochtends al hard hebben gewerkt (bijvoorbeeld door vertraging van de Amsterdamse schuit), niet dezelfde snelheid kunnen halen als uitgeruste paarden die 's avonds passagiers uit Antwerpen vervoeren.
- De schrijvers ontkennen dat deze afspraken schadelijk zijn voor de Requestrant of in strijd met artikel 8 van het reglement van 27 maart 1798.
- De Requestrant verwijst naar een artikel uit een verordening over het huren van rijtuigen, maar de schrijvers vinden dit niet relevant en negeren dit.
- Ten slotte gaat het over het vervoer van expresses (spoedzendingen). De Requestrant claimt dat dit in strijd is met artikel 13 van hetzelfde reglement.
- De schrijvers stellen dat de Requestrant dit artikel verkeerd begrijpt: expresses mogen wel buiten de normale postrit worden vervoerd, maar niet buiten de postbeurt (vaste dienstregeling). Voermannen in de postrit moeten deze expresses meenemen, ook als ze 's nachts aankomen en de paarden eigenlijk op stal zouden moeten staan.
- Als ze dit niet doen, riskeren ze straf in plaats van geld te verdienen.
- Expresses of rijtuigen buiten de postrit worden alleen vervoerd als ze gelijk verdeeld zijn onder de voermannen.
Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 277 / Requestboek / 1804-1807 / Gda / 0013
12 juli 1790 verschenen voor notaris Jan Schouten in Haarlem: enerzijds burger Ruth van de Pol, wonend op het plein buiten de Grote Houtpoort onder de vrijdom van de stad, en anderzijds Dirk de Bruyn en Jan Westrik, beiden wonend in de stad, in hun hoedanigheid als voogden over Klaas de Bruyn en Jan de Bruyn en beheerders van hun goederen.
Zij verklaarden dat wijlen Rutgert de Bruyn en Dirkje Janse Disseldorp getrouwd waren geweest in gemeenschap van goederen. Dit echtpaar had 6 december 1781 bij notaris Gerrit Kok Junior een testament laten opmaken waarbij zij elkaar over en weer tot erfgenaam hadden benoemd, zodat de langstlevende alles zou erven. Hun kinderen zouden alleen hun legitieme portie krijgen.
Rutgert de Bruyn overleed. Dirkje Janse Disseldorp wilde hertrouwen met Ruth van Pol. Voordat dit huwelijk werd voltrokken, had zij 27 en 28 mei 1782 bij notaris Schouten aan haar 2 minderjarige kinderen Klaas en Jan de Bruijn, uit haar huwelijk met wijlen Rutgert de Bruyn, een bewijs verstrekt voor elk een bedrag van 50 gulden.
Ruth van Pol en Dirkje Janse Disseldorp maakten 17 april 1796 een testament bij notaris Johannes Petrus Kuenen. Hierin benoemde hij als testateur zijn echtgenote Dirkje Janse Disseldorp tot zijn enige erfgename. Zij als testatrice benoemde tot haar erfgenamen: haar man Ruth van Pol, haar 2 kinderen uit haar eerdere huwelijk met wijlen Rutgert de Bruyn, namelijk Klaas en Jan de Bruyn, en eventuele kinderen die zij met Ruth van Pol zou krijgen, allen in gelijke delen. De testateurs benoemden elkaar over en weer tot voogd over hun minderjarige kinderen. Zij benoemde alleen Dirk de Bruyn en Jan Westrik tot voogden over haar voorkinderen en beheerders van de goederen die zij van haar zouden erven, met uitsluiting van de weeskamer van de stad.
Dirkje Janse Disseldorp overleed. Ruth van Pol had op grond van de gemeenschap van goederen recht op de helft van de gemeenschappelijke boedel, en op grond van het testament op 1/3 van de andere helft, omdat Dirkje Janse Disseldorp zonder kinderen bij hem was overleden. De pupillen van de andere verschenen personen hadden recht op de overige 2/3 van die andere helft van de gemeenschappelijke boedel.
Om de gemeenschappelijke boedel en nalatenschap te regelen zou alles verkocht of door Ruth van Pol overgenomen moeten worden tegen een taxatiewaarde, waarna alle schulden en lasten betaald zouden worden. Omdat onzeker was hoe de boedel er
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 152
Johannes Windthorst, drogist te Bloemendaal, had een schuld van 2.600 gulden, ingeschreven op 7 november 1919 deel 421 nummer 127.
Frans Enseler, metselaar te Haarlem, had een restschuld van 800 gulden, ingeschreven op 18 december 1919 deel 427 nummer 121.
Jacobus Johannes Smolenaars, koopman te 's-Gravenhage, had een restschuld van 4.750 gulden, ingeschreven ten hypotheekkantore te 's-Gravenhage op 5 april 1920 deel 789 nummer 69. Voor deze schuld was Hendricus Smolenaars, koopman te Haarlem, borg gebleven.
Martinus Molenkamp, logementhouder te Haarlem, had een schuld van 1.000 gulden, ingeschreven op 9 april 1920 deel 438 nummer 3.
Jacobus de Wilde, landbouwer te Wijk aan Zee en Duin, had een schuld van 3.100 gulden, ingeschreven op 19 april 1920 deel 440 nummer 34.
Cornelis Karel van Beaumont, kantoor bediende te Haarlem, had een schuld van 5.000 gulden, ingeschreven op 3 mei 1920 deel 437 nummer 125. Voor deze schuld waren Homme Oudman, inspecteur van politie, en Karel Willem van Beaumont, particulier, beiden te Haarlem, borg gebleven.
Abraham Koebrugge, bloemist te Bloemendaal, had een schuld ingeschreven in 1919 deel 405 nummer 89.
Johannes Heyboer, lichtdrukker te Haarlem, had een restschuld van 800 gulden, ingeschreven op 17 februari 1919 deel 102 nummer 126.
Hermanus Willem Oldenburg, boekhouder te Haarlem, had een schuld van 500 gulden, ingeschreven op 4 februari 1919 deel 403 nummer 82.
Engelina van Duin, zonder beroep te Haarlem, weduwe van Cornelis Nouwland, had een schuld van 885 gulden, ingeschreven op 5 april 1919 deel 108 nummer 38.
Engel Koning junior, meester schilder te Zandvoort, had een restschuld van 1.800 gulden, ingeschreven op 16 april 1919 deel 104 nummer 171.
Willem Frederik Kuit, zonder beroep te Haarlem, had een schuld van 225 gulden, ingeschreven op 24 april 1919 deel 107 nummer 131.
Johannes Cornelis Schradere, kapper te Schoten, had een restschuld van 350 gulden, ingeschreven op 6 mei 1919 deel 405 nummer 160.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209098 / 15
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/