Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Misele Beittman werd opgeroepen om te verschijnen voor de functionaris onder de naam atiaeltdt fflocsip te gortanyeder, opdat hij op Boompjes kon worden gehoord over een zaak. Hiervoor werden 25 werkdagen gesteld zodat dit geregeld kon worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 2411 / 0099 De doorhaling van een woord is goedgekeurd. Er werd een volmacht gegeven met verschillende rechten en taken, waaronder:
Dit alles met de macht van vervanging en onder belofte van goedkeuring en bekrachtiging. De akte werd in origineel uitgegeven.
De akte werd gedaan en gepasseerd te Soerakarta op de eerder genoemde dag en datum, in aanwezigheid van Adriaan Loppé, klerk, en Adriannus Bernardus Charles Dourdson Eduard Leonard Ertzinger, zonder beroep, beiden wonende te Soerakarta en bekend bij de notaris, als getuigen. De verschijner, de getuigen en de notaris tekenden de akte onmiddellijk na voorlezing.
De akte werd verleden met 1 doorhaling, zonder invoegingen of toevoegingen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 520 / 0094 9 april 1827 meldde Michel Ertzinger, afkomstig uit Eletheim in het kanton Schaffhausen maar op dat moment verblijvend in 's-Gravenhage, het volgende. Zijn oom Leonard Ortzinger uit Schaffhausen was in het jaar 1707 met het schip Dofsliet vanuit de voormalige kamer van Rotterdam naar Oost-Indië vertrokken. Deze oom was later luitenant der dragonders geworden in dienst van de Edele Compagnie. Zijn Majesteit de Koning der Nederlanden Prins van Oranje Nassau Groothertog van Luxemburg enzovoort enzovoort.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 564 / 0255 25 januari 1827 werd door Michael Ertzinger uit Schafhausen in Heilheim, een verzoek ingediend bij Zijne Excellentie de Minister van Marine en Koloniën in 's-Gravenhage. Michael Ertzinger woonde aan het huis van mevrouw De den Hoek bij de Wagenbrueg.
Hij liet weten dat zijn oom Leonard Ertzinger als commandant was vertrokken op het schip Hoffliet naar de koloniën en daar was overleden. Michael Ertzinger verklaarde dat hij de enige erfgenaam was en dat er geen andere familie was die aanspraak kon maken op de nalatenschap.
Hij verzocht eerbiedig of Zijne Excellentie hem de nodige informatie en hulp wilde verlenen om de nalatenschap van zijn overleden oud-oom te kunnen ontvangen.
Het verzoek werd ingediend via solliciteur S'H van Munster.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 542 / 0020 Op 20 augustus 1640 werd het volgende besloten: de resident van Soerakarta kreeg te horen dat de regering kennis had genomen van de bezwaren van verschillende ondernemers tegen de opvolging van het reglement dat was aangenomen bij besluit van 4 november 1778. Deze bezwaren waren vooral gebaseerd op het feit dat deze ondernemers toestemming hadden gekregen om land te huren op basis van eerdere regeringsbesluiten en onder toen geldende bepalingen.
De regering wees hen erop dat bij die bepalingen ook artikel 1 paragraaf 53 van de resolutie van 2 april 1636 hoorde. Hierin stond dat de start van de huur in elk geval afhankelijk was van goedkeuring van de contracten door de regering. Deze goedkeuring kon daarom niet worden verleend, tenzij de belanghebbenden zich - net zoals in Wonosobo was gebeurd - onderwierpen aan het bovengenoemde reglement.
De resident werd er ook op gewezen dat het opvallend was dat de bezwaren bijna allemaal dezelfde bewoordingen hadden. Dit zou kunnen wijzen op onderling overleg. Hierover werd een rapport van de resident gevraagd.
Een afschrift werd gestuurd naar de Raad van Indië ter informatie, en een uittreksel werd verleend aan de directeur over de cultuur en de resident van Soerakarta.
Verder werden de volgende verzoeken behandeld van personen die land wilden huren in de residentie Soerakarta:
Over deze verzoeken waren adviezen ingewonnen bij de resident van Soerakarta (op 23 maart, 7 mei, 13 juni en 25 juni) en bij de directeur over de culturen (op 7 april, 26 mei, 29 mei, 30 juni en 10 juli). Zij adviseerden de verzoeken in te willigen omdat deze in overeenstemming waren met de bepalingen uit het voorlopige reglement
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 2609 / 0178 1 juli: De doorhaling en bijschrijving van 2 naar 3 en 90 cent werd goedgekeurd voor:
Er werd medegedeeld dat iemand, om geen opschorting in de betaling van zijn pensioen te ondervinden, aan het departement een verklaring moest insturen volgens bijgevoegd voorbeeld, waaruit blijkt dat door hem in Nederland een woonadres is gekozen. Na ontvangst van deze verklaring zou het pensioen betaalbaar worden gesteld.
J. van Hokhorst meldde namens een gepensioneerde van het Departement van Koloniën dat hij tot en met juni de bijdrage aan het Indisch militair weduwen- en wezenfonds heeft voldaan. Hij had de volgende particuliere schulden waarvoor korting op zijn pensioen was verleend:
Seissiis Adolphe Boad, gepensioneerd kapitein bij de Oost-Indische artillerie, meldde Zijne Excellentie de Minister van Koloniën dat hij de eer had zijn opwachting te maken. Hij deelde mee dat hem in Marseille in het hotel 700 francs waren ontstolen. Als gevolg daarvan had hij zich tot de consul der Nederlanden gewend, die hem met 100 francs had geholpen. Hij verzocht eerbiedig zijn pensioen over de maanden juli en augustus te laten uitbetalen te Brussel, na aftrek van de 100 gulden die de consul te Parijs hem had gegeven, zodat na aftrek van de korting over die 2 maanden nog 110 gulden zou resteren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 3437 / 0545 1714 werd over de militie en andere zaken het volgende beslist: de Samarangse fiscaal Jacob Spiegel werd benoemd tot resident in Paccalongang. De onderkoopman Abraham Casimir Comans, die dienst deed als administrateur in Sourabaija, werd opgevolgd door de mede-onderkoopman Jan Hendrik Domis. De onderkoopman Jacobus Nicolaas van Putkamer was inmiddels vertrokken om op een betrekking te wachten.
Bij de militie werd in plaats van de overleden kapitein-militair Hogewits tot commandant in Passourouang aangesteld de luitenant van de dragonders te Samarang Caspar Lodewijk Troponegro, maar zonder bevordering, omdat daar voortaan volgens besluit bij geheime resolutie van 11 maart 1762 het gezag door een luitenant moest worden uitgeoefend. Door deze regeling werd het korps dragonders in Samarang ook meteen op de vastgestelde sterkte gebracht, omdat in plaats van genoemde Troponegro tot kornet onder hetzelfde korps bevorderd werd de sergeant Marinus Robbert Althuijzen.
Tot luitenant der dragonders in Souracarta lieten zij ter vervanging van de overleden van Weinerman optreden Leonard Ertzinger, tot sous-luitenant Jan Ulrich Borgers, en tot kornet de oudste wachtmeester Sebastiaan Weber. Verder werd het salaris van de kapitein van de infanterij Jan Christoffel Klette verhoogd tot 100 gulden per maand, en tot luitenant werd in plaats van de hierheen overgekomen Croese bevorderd August Jan Caster.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3128 / 0594 Een contract werd gesloten voor de levering van boter in het Preanger-gebied.
Het werd geweigerd om het stallen van paarden en ossen voor 3.000 per jaar te verpachten.
Eigenhugen, kapitein ter zee Verhogen, werd een verhoging van zijn salaris geweigerd.
De gouverneur en resident Beugt werd gevraagd waarom op Sumatra's Westkust niet meer kopergeld werd aangemaakt.
Engel Suucker, koopman, werd een voorschot geweigerd.
Het schip uit Nederland bracht goederen voor de Handelsmaatschappij aan in Emden.
Een contract werd gesloten voor de levering van suiker.
Elias de Ruijter werd toegevoegd aan de inspecteur der culturen op Probolinggo.
Aan een ambtenaar moest naaktgeld worden verleend.
Aan Emens werd een woning in Indië verleend.
Een rapport werd opgesteld over een onderzoek aangaande een beschuldiging over staatsgevangenen.
Wijlen Everaart werd vervangen als waarnemend commissaris te Indramayo.
Ellingheuzen, gouverneur der Molukken, werd verlof naar Batavia verleend en van der Eb, hoofdadministrateur, werd belast met de waarneming van zijn taken.
Ertzinger, procureur, en weduwe Tichborn, ontslagen chirurgijn, werd vrijwel gratis vervoer naar Nederland verleend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 2887 / 0102 9 juli 1837 werd er in 's-Gravenhage een besluit genomen. Er was een verzoek ingediend door Mickel Eitzinge uit Zwitserland. Hij vroeg of er in Indië onderzoek gedaan kon worden naar de nalatenschap van zijn oom Leonard Ertzinger, die daar in 1777 in dienst van de voormalige Compagnie was overleden. De Minister voor de Marineverdediging liet weten dat hij niet kon helpen met dit onderzoek. Eitzinge werd doorverwezen naar:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 564 / 0253 Jacob Ortzingen werd geregistreerd als burger. Hij kwam uit Soerabaya op 25 februari 1825 en overleed als burger.
Leonard Ertzinger was afkomstig uit Soerabaya en werd eveneens geregistreerd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 3132 / 0023 19 en 28: Van Djeroh gedeeltelijk over de rivier Ngudie met paard naar Aec Merso en dan langs de grens via het voetpad bij Logong.
29: Van Doemewvouw naar Nedesch.
31: Van Ranten naar Ngoho.
Er werden verschillende beekjes overgestoken, waaronder Ro, Wringin, Ballal, Radiwa, Vendik en Proepoh. Het voetpad was in het begin geschikt voor paarden, daarna alleen voetpad. Ook werden de beekjes Panct, Siia en Loyang overgestoken, evenals bij Mingor en vele andere beekjes.
Afstanden in palen:
Afleesbaar.
20: Over de rivier Gemrele in de vallei van de rivier Bahal, vervolgens langs de voet van het Dambresche gebergte. Op en neer door de berg Sawas, door vlakten en valleien langs Vetas, Bendo, Paijong. Vanaf Dapoe naar het westen tot 16 naar boven bergachtig gebied.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 1395 / 0335 Op 8 oktober 1665 werd besloten dat de heer Wilhelm Surs, geheimschrijver en raadsheer, op grond van de capitulatie van de krijgslieden die werden aangesteld voor de verdediging en bescherming van het Buurmandshuus en omliggende dorpen, geld mocht uitgeven. De tractaten waren opgesteld op 25 oktober, behalve de capitulatievoorwaarden van Hubans, die op een andere datum in oktober waren vastgesteld. Deze uitgaven waren nodig voor de verdediging. Het ging om verschillende kosten:
Het totale bedrag dat via betalingsbewijzen uitgegeven mocht worden was 80 pond Schots.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 9169 / 0059 22 juni 1858. N. de Gije heeft ermee ingestemd om het contract dat wijlen G. S. Servatius met het land had afgesloten voor het maken en leveren van thee uit Toembseloen over te nemen. Dit gebeurde nadat zijn erfgenamen en rechthebbenden dit hadden overgedragen.
23 augustus 1862. Er is kennis genomen van de beslissing over de theeaanplantingen die horen bij de onderneming Esatie Mingor aan M. N. H. Baud.
Aan de Gije zijn de opmerkingen daarop ook meegedeeld.
30 juli 1861. Er zijn inlichtingen gevraagd over de aanstaande regeling van de theecontracten. Deze inlichtingen zijn gegeven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 9204 / 0166 Wat betreft de kerk die onder het bevel van Gale valt: deze werd bediend door de eerwaarde Johan Philip Smit en Andreas Frederik Schultse. Van de Nederlandstalige gemeente aldaar werd gemeld dat deze in verhouding tot het aantal inwoners niet zo bloeiend en talrijk was als men zou wensen. De gemeente bestond slechts uit:
Onder hen waren er echter maar weinig die de plichten van het christendom met ernst naleefden.
Over de Nederlandstalige scholen aldaar werd bericht dat:
Het inlandse christendom aldaar was in een zeer slechte en beklagenswaardige toestand bevonden door de eerwaarde Schultze, die dit jaar de schoolinspectie had gedaan. Hij verklaarde dat het onkundig en blind was in de leer van de waarheid, traag en lusteloos in de godsdienst, en helemaal geen geneigdheid of liefde had om lid te worden van de ware kerk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2772 / 0640 21 april 1747 werd besloten dat aan de minister van de Staten-Generaal, Seure Buys, op zijn verzoek een afschrift werd gegeven van het verhoor dat 7 april op de hoofdwacht was afgenomen van de Hollandse onderofficier Johan Ludwig Voigt.
Getekend door W Schede, secretaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 8777 / 0217 17 februari werd aan L. A. Schultre, schoenmaker te Bremen, medegedeeld dat de nalatenschap van militair G. A. Schultze, ter waarde van 104,20, via een betalingsbewijs aan zijn gemachtigde Ober F. C. de Roode is uitbetaald.
16 januari 1877 richtte de ondergetekende Johan Chris. Kiaan de Hooele, advocaat wonend in 's-Gravenhage, zich tot de minister. Hij legde de volgende stukken over:
Op basis van deze documenten verzocht de ondergetekende dat de nalatenschap van G. A. Schultze aan hem zou worden uitbetaald.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 2953 / 0333 Dit is een lijst met namen van soldaten met informatie over wat er met hen gebeurde. De lijst bevat twee delen uit verschillende jaren.
Eerste deel uit 1695-1747:
Tweede deel uit 1719-1798:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 319 / 0167 Jan Arnout Bleumer, vaandrig, kreeg 480 gulden betaald die hij nog te goed had, welk bedrag uitbetaald moest worden aan Pideman en Silo, kooplieden in Amsterdam.
Johan Andries Schultz, vaandrig, verdiende 480 gulden op een rekening, welk bedrag opgehaald moest worden door dezelfde Tideman en Silo in Amsterdam.
Johan David Warnik, vaandrig, had 337 gulden, 14 stuivers en 10 penningen tegoed op een rekening. Dit bedrag moest uitbetaald worden aan Aaltje Swart, weduwe van wijlen Lambertus Swaan, en Steven Swart, wonend in Amsterdam.
Carel Fredrik Brink, vaandrig, kreeg 480 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10621 / 0466 Er werd een lijst opgesteld van burgers die in Soerakarta woonden. De lijst bevatte 16 namen:
De lijst werd opgesteld in Soerakarta op 30 april 1791. Het document werd ondertekend door J. F. B. van Reede tot de Parkeler en bekrachtigd door J. P. V. Reede tot de Carkeler.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3968 / 0201 Jehan Daniel, 52 jaar oud, geboren in Segal, werkzaam als korporaal, gepensioneerd soldaat. Hij woonde vanaf 27 december 1818 op deze plek.
Jan Jehant, 30 jaar oud, geboren in Sammang, burger en gepensioneerd sergeant. Hij woonde vanaf 9 juli 1797 op deze plek.
Frederik, 62 jaar oud, geboren in Saparas, burger zonder beroep. Hij woonde vanaf 10 juli 1776 op deze plek.
Johan Barend, 59 jaar oud, geboren in Tocrahaita, burger. Hij woonde vanaf 10 oktober 1797 op deze plek.
Schans Andries, 46 jaar oud, geboren in Socratarta, zonder beroep. Hij woonde vanaf 8 januari 1811 op deze plek.
Johan Bernard, 17 jaar oud, geboren in Socratarta, burger. Hij woonde vanaf 20 december 1800 op deze plek.
Johan August, 23 jaar oud, geboren in Soana, zonder beroep. Hij woonde vanaf augustus 1789 op deze plek.
Er werd opgemerkt dat dit allemaal zonder toestemming van het gouvernement was. In januari zijn zij naar Oost vertrokken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 3125 / 0041 Een overzicht van het aantal inwoners op verschillende locaties:
Het totaal aantal Europeanen bedroeg 81, verder waren er 48 personen, 54 personen, 27 personen, 35 personen, 26 personen en 44 personen op de verschillende locaties.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3355 / 1174 Fremin Laurens uit Artois en Jozijne van der Cruijssen uit Meent waren getrouwde mensen die in Haarlem woonden. Fremin Laurens was ziek en lag op bed, Jozijne was helder van geest en gezond. Ze maakten samen hun testament bekend op 5 oktober 1609 rond 1 uur 's middags.
Ze hadden afgesproken dat:
Dit gebeurde in Haarlem in het huis van de testamentmakers in de Kerkstraat. De getuigen waren Andries Palinck uit Beveren en Adriaen Manau uit Leuven, beide poorters van Haarlem. De notaris was Adriaen Willemsz.
Op 9 oktober 1609 rond 7 uur 's avonds kwam Jacobmijntgen Jacobs, dochter en echtgenote van Jan Pietersz Linnenbeener, poorter van Haarlem, persoonlijk. Ze was helder van geest en gezond.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975129 / 179 Gerryt Præs, een schoenmaker uit Haarlem van ongeveer 18 jaar oud, verklaarde op verzoek van Fremijn Laurens en Pieter Janssen Hors het volgende. Op 28 maart 1590 voer hij van Leiden naar Haarlem in de schuit. Er was geschikt vaarweer met een matige wind zonder storm, zodat de schipper zijn jongen opdracht kon geven te gaan slapen. Rond 2 uur in de middag kwamen ze in de Haarlemmermeer tussen Vennep en de ton bij de monding van het Spaarne. Daar kwam een groot schip dat ballast had ingenomen vanaf de Zandsloot bij Hillegom zeilen. Dit schip zeilde van de zijkant op de schuit af waar hij met Fremijn in zat en dreef hen bijna aan de grond. Hierdoor kwamen ze in groot gevaar voor hun leven, maar konden ze zich redden met hulp van andere schippers.
Jan Folpertsz, een koopmansschipper en poorter van Haarlem van ongeveer 47 jaar oud, verklaarde dat hij diezelfde middag met zijn schuit van Amsterdam naar Haarlem voer en geen storm of ongeschikt weer merkte waardoor een schuit of schip in gevaar zou kunnen komen. Hij was bereid dit met een eed te verklaren indien nodig.
Dit werd gedaan op 4 juli 1590, in aanwezigheid van de getuigen Jan Bont en Jan Lambertsen.
Jan Cornelisz Corff, als man en voogd van Hillegont Symons (de enige dochter en erfgename van Symon Cornelisz), kwam tot een akkoord met Jan Willemsz en Jacob Cornelisz in de Basterdpijp. Zij handelden namens de nagelaten weeskinderen van wijlen Jan Matheusz Wapensteen. Jan Cornelisz Corff was tevreden dat 312 gulden aan achterstallig loon uit 1572 betaald zou worden in 6 termijnen op meye-dagen in de jaren 1590, 1591, 1592, 1593, 1594 en 1595, elk een zesde deel. De eerste termijn van mei 1590 was al verschenen en zou direct betaald worden. Jan Willemsz en Jacob Cornelisz beloofden deze bedragen op elke termijn eerlijk te betalen en verbonden hiertoe hun persoonlijke, roerende en onroerende goederen, zowel huidige als toekomstige, waar deze ook gelegen waren, zonder uitzondering.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975189 / 324 16 april 1609 verklaarde Gabriel Bloemaert, weduwnaar uit Brugge en zijdewerker wonend in Haarlem, voor notaris dat hij met Janneken, dochter van Fremijn Laurens (zijdekramer), met toestemming van haar ouders was overeengekomen te trouwen onder de volgende voorwaarde: als Gabriel voor Janneken zou overlijden zonder kinderen bij haar te hebben, zou Janneken de volledige inboedel en huisraad mogen behouden. De onroerende goederen zouden dan verdeeld worden tussen Janneken en Gabriels kinderen uit een eerder huwelijk volgens de wet. Louwijs Fremijn, broer van Janneken, accepteerde deze voorwaarden namens zijn zus. Dit werd vastgelegd in Haarlem in de Sint Jansstraat, met als getuigen Lucas Andries (kleermaker) en Benjamin Caerlsz (horologe- of uurwerkmaker).
23 april 1609 maakte Willem Gerrits (ook wel Willem Gich genoemd), poorter van Haarlem, zijn testament. Hij was gezond en bij zijn volle verstand. Hij verklaarde alle eerdere testamenten nietig. Hij legateerde aan Maritgen Thijmans de som van 500 Carolus guldens van 40 groot per stuk, naast haar erfdeel in zijn overige bezittingen. Zij werd mede-erfgenaam van al zijn roerende en onroerende goederen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975152 / 67 3 september 1811 om half 11 's ochtends verscheen Dirk Matthijes Munnik, wonende op de Roozengracht nummer 5 Canton nummer 5, van beroep verlakkerknecht, voor Gerrit ten Sande, plaatsvervangend burgemeester van de stad Amsterdam als ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij werd bijgestaan door 2 getuigen:
Dirk Matthijes Munnik verklaarde dat zijn vrouw Dorothaa Edeleman, wonende in het huis van haar man en zonder beroep, op 1 september 's ochtends om half 10 was bevallen van een zoon. De zoon kreeg de voornaam Theodorus Everhardus Matthijs. De vader tekende de akte na voorlezing. De 2 getuigen verklaarden niet te kunnen schrijven.
3 september 1811 om 11 uur 's ochtends verscheen Jan Lodewijk Guij Bloys van Treslong, wonende in de Koestraat nummer 11 Canton nummer 2, betaalmeester van de marine, voor Gerrit ten Sande, plaatsvervangend burgemeester van de stad Amsterdam als ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij werd bijgestaan door 2 getuigen:
Jan Lodewijk Guij Bloys van Treslong verklaarde dat zijn vrouw Anne Caroline Madelaine Willet, wonende in het huis van haar man en zonder beroep, op 14 augustus 's middags om 4 uur was bevallen van een zoon. De zoon kreeg de voornaam Louis Caterinus. De vader en de 2 getuigen tekenden de akte na voorlezing.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1928467 / 12 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/