Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op 14 oktober 1624 werd in een vergadering van de Heren Bewindhebbers (de bestuurders) een klacht besproken over de verdeling van de winst. De aanwezigen zeiden dat ze dit probleem vaker hadden gezien en er al over hadden nagedacht. Ze vonden dat er niets hoefde te veranderen, maar wilden er later nog eens goed naar kijken. Er werd gediscussieerd, maar er kwam geen directe beslissing.
Later in oktober 1624 kwam de groep Hoofdparticipanten (grote investeerders) bijeen. Ze kregen een overzicht van de verdeling van de binnengekomen indigo (een blauwe verfstof) en bespraken of ze hier een besluit over konden nemen. Ze besloten om de kwestie uit te stellen tot een volgende, grotere vergadering. Ook lazen ze brieven die op 22 juli 1624 uit Batavia (het huidige Jakarta) waren gekomen.
De Recessie-Commissarissen (een speciale onderzoekscommissie) rapporteerden opnieuw over hun bijeenkomst met de Bewindhebbers op 14 oktober. De Bewindhebbers hielden vast aan hun eerdere beslissing. Uiteindelijk stemde de meerderheid van de Hoofdparticipanten ermee in om drie afgevaardigden te sturen: Jonathan Bamee Poele, Michiel Cop en een zekere Eersaeme (voornaam onduidelijk). Deze drie moesten samen met een redelijke commissie in gesprek gaan met de Bewindhebbers. Doel was om:
- de brieven uit Indië te bekijken,
- de afhandeling van de boekhouding te versnellen,
- en verder te onderhandelen over de verdeling van het kapitaal.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.01 / 34 / 0045
Renier Reynen, wonend in
Borneer (nu:
Boxmeer), handelt namens notaris
Gysbert van Crimpen (ook uit
Boxmeer). Op
21 mei 1828 kreeg hij een handgeschreven volmacht, die dezelfde dag in
Borneer werd geregistreerd.
Hij verklaart dat
Gysbert van Crimpen op
22 augustus 1829 om 15:00 uur een openbare veiling houdt. Deze vindt plaats in het huis van de weduwe
Willem Buyl in
Borneer. Er worden alleen roerende goederen (spullen, geen geld of zilver) geveild die aan
Renier Reynen toebehoren. De verklaring is ondertekend door
Renier Reynen en bevestigd door de ontvanger
van Lande van Meurs.
De veiling wordt gehouden door
Gysbert van Crimpen, notaris in
Borneer (hoofdplaats van het kanton
Borneer, arrondissement
Eindhoven, provincie
Noord-Brabant). Er zijn ook getuigen aanwezig.
Bekijk transcriptie NL-HtBHIC / 7048 / 26 / 0164
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 704 / 0131
Op
16 november 1832 verscheen
Adrianus Jacobus Borsje, winkelier uit
Schiedam, voor notaris
Jacob Dykmans. Hij was helder van geest, wat de notaris en twee getuigen bevestigden.
Borsje dicteerde zijn testament en trok hiermee alle eerdere testamenten in.
In zijn nieuwe testament liet hij het volgende na:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 5570513 / 299
Janneken Rogies (ook wel
Hetteyken van Insbaens of
Heijndrichter Deseringh genoemd) maakte op
27 oktober (vermeld als "Toircond 27") een testamentaire regeling met haar man. Hierin stond het volgende:
- Als Janneken en haar man zonder kinderen zouden komen te overlijden en haar schoonmoeder, Aeffgen Ijsbrants, dan nog leefde, moest de weduwe van Janneken aan Aeffgen een eenvoudige, wettelijk vastgestelde erfenis (een "legitieme portie") uitbetalen.
- Deze afspraak gold als een officieel testament, codicil (aanvulling op een testament), schenking bij overlijden of andere juridische regeling – zelfs als niet alle formele vereisten waren nageleefd.
- Alles wat tegen deze afspraak in kon gaan, werd hiermee ongeldig verklaard.
- Het document werd opgesteld in hun huis in de Soetemelick en Witte Broetenstraat (in Haarlem), in aanwezigheid van de getuigen Hendrick Hamer en Paack Isaack Hart.
Op
28 mei 1665 kwamen
Johanna van Bredenhoff (namens de overleden
Otto van Flodorp),
Reijer Jacobsz en
Willem Theunisz (beide kooplieden in
Haarlem) voor een notaris. Zij gaven
François van Beaumont (een advocaat) volmacht om:
- Namens hen in 's-Hertogenbosch en omgeving openstaande schulden te innnen van hun schuldenaars, waar die ook woonden.
- Geld en bewijsstukken (zoals rekeningen) in ontvangst te nemen.
- Bij weigering van betaling rechtszaken te starten, te verdedigen en door te zetten – inclusief hoger beroep, schikkingen of arbitrage (conflictoplossing buiten de rechter).
- Kwitanties (bewijzen van betaling) en andere benodigde documenten te tekenen.
- Een vervanger aan te wijzen voor deze taken als dat nodig was.
De volmacht gold voor alles wat nodig was in deze zaken, alsof
Van Bredenhoff,
Jacobsz en
Theunisz zelf aanwezig waren.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842737 / 200
-
Grietgen Eijmberts, weduwe van IJsbrant Jansz, stelt in haar testament dat haar kleinkinderen (kinderen van haar dochter Aelffgenijs Brants en Barent Deteringh) de rente en het geld dat zij van haar erven, onderling moeten verdelen. Als een kind jong overlijdt, gaat diens deel naar de andere kinderen.
-
Aelffgenijs Brants krijgt als vervanging voor haar wettelijke erfdeel de goederen en het geld dat Grietgen haar al heeft gegeven, behalve een schuldbrief van 950 gulden uit 1645. Dit bedrag is hoger dan haar wettelijke erfdeel, dus Grietgen en haar schuldeisers zijn hiermee tevreden.
-
Grietgen benoemt Aelbert Harmansz van Dingster Buiger als voogd over de kinderen en hun erfenis. Hiermee sluit ze de weesmeesters van Haarlem uit.
-
Het document is opgesteld in Haarlem op 25 mei 1742 door notaris Wolterman, met Jacobus des Watmes en Johannes Beijaert als getuigen.
-
In een tweede akte (30 oktober 1648) schenkt Grietgen Eijmberts de schuldbrief van 950 gulden (uit 1645) en meubels (beschreven in een aparte inventaris) aan haar kleinkinderen. Deze spullen liet ze eerder door Barent Deteringh gebruiken, maar doet er nu volledig afstand van.
-
Deze schenking is definitief en kan niet ongedaan worden gemaakt. De akte is opgemaakt door notaris Colterman, met dezelfde getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 11983603 / 263
Op 12 juni 1812 sloten Abe Jans de Graaf (graver en bakker uit Sint Anna Parochie) en Tjalling Klasen de Vries met zijn vrouw Syke Pieters de Kuur (landbouwers uit Vrouwenparochie) een huurovereenkomst af bij notaris Everhardus van Loon in Sint Anneparochie.
De Graaf verhuurde aan De Vries en zijn vrouw:
- 3,5 hectare land in Vrouwenparochie (waarvan 3 hectare in Vierx en 0,5 hectare in Nouveau Bild).
- De huurprijs was 107 gulden per jaar.
- De huurperiode liep van 12 november 1812 tot 12 november 1818 (6 jaar).
Afspraken voor De Vries:
- Hij moest het land zelf bewerken: ploegen, zaaien, bemesten, schoonmaken en onderhouden.
- Bij het verlaten van het land moest hij 2 hectare in Vierx hebben omgeploegd en 1,5 hectare bezaaid met bonen.
- Als de sloot rond het perceel Kierks Morgen schoongemaakt moest worden, betaalde De Graaf hiervoor 43 gulden en 6 stuivers.
Bij de overeenkomst hoorde ook een lijst met meubels en landbouwgereedschappen (waarde: 898 gulden en 89 cent), waaronder spullen van een zekere Syberens.
Bekijk transcriptie NL-0400410000 / 26 / 004003 / 000378
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510551 / 64
Geuyt Thomasz uit
's-Hertogenbosch en
Aeffgen IJsbrantsdochter, weduwe uit
Amstelredamme (vergezeld door
Jan Wouters, korendrager en poorter van
Haarlem als haar ondersteuner), tekenden op
1 februari 1590 een huwelijksovereenkomst bij notaris
Adriaen Willemssen in
Haarlem.
- Zij gingen trouwen, maar spraken af dat er geen gemeenschap van goederen zou zijn, zelfs niet als ze kinderen kregen. Hollandse gewoontes of andere regels hierover deden er niet toe.
- Geuyt Thomasz hield al zijn bezittingen (waaronder 134 gulden aan kleding en persoonlijke spullen) voor zichzelf. Deze konden niet worden gebruikt om schulden van Aeffgen of haar overleden man af te betalen. Haar schulden bleven buiten het huwelijk.
- Aeffgen kreeg niets van Geuyt als het huwelijk eindigde, of ze nu kinderen kregen of niet. Alles wat zij inbracht of later verkreeg, bleef haar eigendom.
- Alles wat Geuyt tijdens het huwelijk verkreeg (bijv. via erfenis), bleef zijn eigendom.
De overeenkomst werd opgesteld in het huis van de notaris aan de
Spaarne in
Haarlem, met
Pieter Willemssen (brouwer) en
Lentiert Lenaertsz (korendrager, beide poorters van
Haarlem) als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975062 / 135
De tekst is een lijst met namen uit een register van
januari tot juni 1666. Hierin staan onder andere:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842742 / 25
In deze historische akte staan namen van mensen uit Amsterdam, samen met bedragen die zij mogelijk verschuldigd waren of betaalden. De lijst bevat onder andere:
- Ahabets: 8
- Effanwitsen en Antronis Willemsz Bontekod (afkomstig uit Antwerpen): bedragen niet gespecificeerd
- Agnetgen Bruijs, Apolonia Christiaens, Ammana Admirens van Reijgensbetg, Abraham Comman: bedragen niet gespecificeerd
- Aeltgen Hendrix (weduwe), Ael Cornelis (weduwe), Jan Hendrixsz: 110
- Aeltgen Claes: 122
- Aeffgen Ijsbrants: 126 en 1
- Aeltgen Hendrix: 105 en 199
- Anna Willems van Hoegaerden: bedrag niet gespecificeerd
- Adriaen Boeckaert (boekverkoper): 201 en 223
- Annetje Cornelis (weduwe), Cornelis Jacobsz (stuurman), Annetgen Trinssen (weduwe): bedragen niet gespecificeerd
- Bij notaris Bruijn: 232
- Annetgen Cornelis: 240
- Driaentgen Dircx: 336
- Adriaen Geurtsz Bogaert (schildersgilde): 256
- Annete Jans: 28
- Abraham Claesz en Aeffgen Cornelis: 294
- Aeffgen Harmans, Albert Pietersz Scvolmu, Aeltgen Vreduix: 320
- Anna Gerrits: 352
- Albert Jansz Branderijnkoper: 856
- Annetge Otter: 36
- Aeltgen Elberts (weduwe van Cornelis Cornelisz Baers): 372
- Apolomia Cheustaens (vrouw van Jan Willemsz), Adriaentgen Gijsberts (weduwe), Laurens Jansz: bedragen niet gespecificeerd
- Annetgen Ebertsz: 312 en 566
De akte vermeldt dat, ondanks dat niet alle vereiste officiële formaliteiten zijn nageleefd, de betrokkenen de notaris verzoeken om één of meerdere nodige documenten in de juiste vorm op te stellen.
De akte is opgemaakt op een onbekende datum in Amsterdam, in het huis van de notaris aan de Molensteeg. Als getuigen zijn aanwezig: Thomas Kuijpe (een bekende van de betrokkenen) en Sijmo Jansz, beide poorters (burgers) van Amsterdam. De kosten voor deze akte bedragen 3 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510459 / 387
Op 2 augustus 1661 verscheen in Amsterdam bij notaris Pieter van Buijtene een groep vrouwen die een verklaring aflegden. Aanwezig waren de getuigen:
Op verzoek van schipper Pieter Aertsz uit Ackersloot vertelden de vrouwen het volgende:
Zij waren van plan om met z’n allen naar Ackersloot te varen. Toen ze bij de Nieuwendijk een haringzakkerstoorn (een soort visnet) zagen, vroegen ze Pieter Aertsz of hij ook naar Ackersloot voer. Ze wilden graag met hem meereizen. Pieter Aertsz antwoordde dat ze mee mochten, maar dat hij er niets voor vroeg. De vrouwen stapten in zijn schip, maar toen ze wilden vertrekken, hield een onbekende groep het schip tegen en trok het terug naar de kant.
De verklaring werd opgesteld in Amsterdam, in aanwezigheid van Steven Gelre en Adriaen van Santen als extra getuigen. De vrouwen ondertekenden met hun merk (een soort handtekening voor wie niet kon schrijven):
Ook Steven Pelre was als getuige aanwezig.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937058 / 171
Grietgen Rymberts, de weduwe van
IJsbrant Janssz, woonachtig in
Haarlem, stelde op
30 oktober 1648 rond
19:00 uur een testament op bij notaris
Johan Colterman. Ze was helder van geest en wilde haar bezittingen regelen, wetende dat de dood onvermijdelijk is.
In dit testament maakte ze alle eerdere testamenten en aanwijzingen ongeldig,
behalve het testament dat ze op
1 januari 1639 had laten opmaken bij notaris
Cornelis van Kittesteijn. Dat testament bleef geldig, tenzij ze er in dit nieuwe testament iets in veranderd had.
Als erfgenamen wees ze aan:
Aeffgen IJsbrants (de moeder van deze kinderen) kreeg het recht om het derde deel van de erfenis te beheren. Ze mocht de opbrengsten (zoals rente of huur) hiervan gebruiken voor het onderhoud en de verzorging van de kinderen. Schuldeisers van
Aeffgen of haar man mochten
geen aanspraak maken op dit deel van de erfenis. Als ze dat toch probeerden, zou
Aeffgen het recht verliezen om de opbrengsten te gebruiken.
Het document werd ondertekend in
Haarlem op
31 oktober 1648, in aanwezigheid van de getuigen
Jacobus des Watines en
Johannes Beijaert.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 11983603 / 262
Op 4 juni 1725 werd een akte van overdracht opgesteld door notaris Michiel Servaas en enkele getuigen in Amsterdam. Hiermee werden 10 obligaties (schuldbrieven) overgedragen aan de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). De totale kosten, inclusief rente, bedroegen 10.587 gulden en 10 stuivers.
Deze 10 obligaties waren:
- 6 obligaties van elk 1000 pond, uitgeschreven op naam van de erfgenamen van Samuel Levy Rimenes (voor rekening van David Seven Rimenel). Deze waren gedateerd tussen 29 juni 1725 en 13 juli 1725 en goedgekeurd op 15 of 22 februari 1726.
- 5 obligaties van elk 1000 pond, op naam van Hendrick Kisjes, gedateerd 15 oktober 1703 en goedgekeurd op 16 januari 1764.
Deze obligaties waren gekocht tegen een prijs van 103,5 procent van de nominale waarde. De totale kosten voor deze 5 obligaties, inclusief rente, bedroegen 6.257 gulden en 10 stuivers.
Op 8 mei 1724 was er al een eerdere akte van overdracht opgesteld door notaris Pieter Schabaalje voor 11 andere obligaties, die ook aan de VOC werden overgedragen. De totale kosten hiervoor, inclusief rente en extra kosten, waren 11.852 gulden. Deze obligaties stonden op naam van Adriaen de Graaff en waren gedateerd 28 maart 1725 en goedgekeurd op 15 februari 1726.
Op 4 juni 1725 werd nog een akte van overdracht opgesteld door Michiel Servaas voor 10 andere obligaties, die oorspronkelijk op naam stonden van Johan Goske. Deze obligaties waren gedateerd 1 september 1723 en goedgekeurd op 20 januari 1724. De totale kosten voor deze overdracht, inclusief rente en extra kosten, waren 3.102 gulden en 11 stuivers.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1511054 / 20
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937378 / 187
Op 19 augustus 1699 verklaarden zes bemanningsleden voor notaris Simon van Sevenhoven in Amsterdam dat zij tussen maart en juli 1699 in Tétouan (Tienten) en Cádiz (Mallagom) hadden gelegen met het schip De Juffrouw Johanne Maria. De schipper was Jacob Bans uit Hoorn. Zij hadden het schip geladen met:
- zand, pijpen, wijn en brandewijn;
- balen wol, balen zeep;
- kisten tabak, zwavel, raten (rietmatten);
- korfrosijnen (rozijnen in manden), indigo, consilje (een verfstof), caberikje (een textielsoort);
- andere goederen.
De bemanning had de pijpen wijn en brandewijn in de onderste twee lagen in zout begraven. De rest van de lading, inclusief vaten en korfrosijnen, was met koltjes (houten steunen) en streeven (dwarsbalken) stevig vastgezet. Het schip was van onder tot boven goed afgedicht met teer (gecalefat) en zeewaardig verklaard. Bovenop was het luik dichtgemaakt met zeildoek (presenning) en extra bescherming tegen zeewater. De schutpoort (een opening in het dek) was afgedekt met zeildoek.
Een bemanningslid, Pieter Elias, was overleden en begraven volgens de akte van de doodgraver (begraafplaatsbeheerder). Omdat de bemanning hoge kosten had gemaakt voor Pieter Elias en hij weinig bezittingen achterliet, gaven zij Pieter Kerkhoor (een bode uit Zeeland) volmacht om namens hen:
- de nog openstaande rekeningen van Pieter Elias (zoals loon en geleverde goederen) op te eisen bij de Kamer van Zeeland;
- kwitanties (bewijzen van betaling) te geven;
- indien nodig een borg te stellen;
- de nalatenschap van Pieter Elias (zijn kist met persoonlijke spullen) in ontvangst te nemen, alsof de bemanning zelf aanwezig was.
De verklaring werd ondertekend in Amsterdam in aanwezigheid van de getuigen Wienzly Jansen, Carel Goske en Toningh (volledige naam: Carel Goske Tabias de Caningh). Notaris Simon van Sevenhoven bevestigde de akte.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510895 / 240
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937316 / 184
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606786 / 342
Op 19 oktober 1713 kwamen een aantal kooplieden in Amsterdam bijeen bij notaris Dirck van der Groe, in aanwezigheid van getuigen Jan Fontainer en Casparus Raket. Deze kooplieden waren:
Zij waren allemaal betrokken bij de handel in 54 lasten Rijgs as (een soort as uit Riga), die in 1712 waren geladen op het schip De Hendragt, onder leiding van schipper Willem Claesz Blocker. De as was in beslag genomen door de Koninklijke Admiraliteit in Karlskrona (destijds Carels Croon), maar was later gekocht door de erfgenamen van Theodorus Christoffers. Hiervoor hadden Jacob en Mathys Christoffers al 1500 rijksdaalders betaald aan Blanckenhagen.
De kooplieden spraken met elkaar af:
- De as zou samen naar Amsterdam worden gebracht en hier openbaar verkocht.
- De kosten (zoals transport, opslag en eventuele boetes) zouden gelijk verdeeld worden, afhankelijk van hoeveel ieder had geïnvesteerd.
- Als er later nog extra kosten kwamen, zouden die ook samen betaald worden.
- Iedereen zou eerst een voorschot betalen, gebaseerd op hun aandeel in de lading.
- Na de verkoop zou de winst (of het verlies) eerlijk verdeeld worden, afhankelijk van hoeveel ieders as had opgeleverd.
- Alle afspraken waren bindend, met hun persoonlijke bezittingen als waarborg.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606926 / 218
Op
13 januari 1680 verscheen
Dirck van der Groe, notaris, in aanwezigheid van de ondergetekende nachtburen en
Jan Kuper, die in
Schiedam woonde.
Van der Groe verklaarde dat hij een blanco transport (een soort eigendomsbewijs) had ontvangen van
Isbrant Goske, opgemaakt door notaris
Gijsbert de Cretser in
Schrospenhagen op
12 februari 1683. Dit document stond geregistreerd op folio 2129 verso en betrof een lening van 45.000 gulden.
Hij verklaarde vervolgens dat hij deze lening, inclusief de bijbehorende rechten, had verkocht en overgedragen aan
Jan Codde en
Pieter Cornelisz. Molenaer. Zij waren de voogden (wettelijke vertegenwoordigers) van de kinderen van
Claes Jacobsz Ketel.
De lening bestond uit een obligatie (schuldbrief) van 6000 pond (groot) aan het
Noorderkwartier van het gewest
Holland en West-Friesland. Deze obligatie was uitgegeven op naam van
Maertje van Winden en was gedateerd op
2 november 1674. De rente en aflossing moesten worden betaald bij
Laurens Schagen, de ontvanger in
Alkmaar. De obligatie was goedgekeurd door de
Gecommitteerde Raden (een bestuurlijk orgaan) en was ingeschreven in het register.
Van der Groe bevestigde dat hij de obligatie, inclusief alle rente en aflossingen, volledig had overgedragen aan de voogden. Hij verklaarde dat de voogden nu het volledige recht hadden om zowel het geleende bedrag als de rente te innen, zowel de reeds openstaande als toekomstige bedragen.
Van der Groe gaf hiermee alle rechten op de obligatie uit handen en behield geen enkele claim meer.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606835 / 125
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606778 / 280
Op 28 november 1691 verklaarde George Barons, een Engelse koopman uit Amsterdam, voor notaris Henricus Outgers dat hij op 30 januari 1691 een klein vrachtschip (een "fluijtscheepje" genaamd t Wille Paert) had gekocht van J & Flouter, ook Engelse kooplieden. Hij rustte het schip uit en stelde Thomas White, een Engelsman, aan als schipper. Het schip voer van Amsterdam naar Dublin in Ierland, maar werd bij het Eiland Mul in Zeeland tegengehouden door een vloot (vloot). Kort daarna maakte een koninklijk Engels fregat het schip weer vrij. Barons benadrukte dat hij de enige eigenaar van het schip was en dat geen Fransman of ander buitenlander aandeel in het schip had. Hij was bereid dit onder ede te bevestigen. Getuigen waren Philippe des Marolles en Jacob Reijersz.
Op 29 november 1691 kwamen Abraham Lambre, Jacob de La Fontaine en Pieter Gofkes als voogden van de minderjarige kinderen van François de Lambre voor notaris Henricus Outgers. Zij gaven Cornelis Leenaerts, de houder van deze akte, volmacht om namens hen alle rechtszaken te voeren. Dit omvatte het indienen en intrekken van arrestbevelen, dagvaardingen, vonnissen aanvragen, in hoger beroep gaan en geldzaken afhandelen, inclusief het betalen en terugvorderen van bedragen. Leenaerts mocht ook een advocaat inschakelen of een schikking treffen via arbiters. Getuigen waren Jacob Faes en Jacob Reijersz.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937184 / 313
Op 12 maart 1665 kwam Bavent Jansz, een inwoner van Amsterdam, bij notaris Johannes Oli. Hij stond op het punt om als bootsgezel te vertrekken op het schip De Vrede, onder leiding van kapitein Goskes, in dienst van het Collegie ter Admiraliteit van Amsterdam. Omdat hij gezond en helder van geest was, maar zich bewust van de onzekerheid van het leven, maakte hij zijn testament.
Bavent Jansz verklaarde:
Hij vroeg om dit testament na zijn dood precies zo uit te voeren, ook als er juridische formaliteiten ontbraken. Als getuigen waren aanwezig: Albert Miller (letterzetter, woonachtig in de Pieter Jacobs Dwarsstraat) en Jacob Maeckom (kammenmaker, woonachtig aan de Sint Antoniesbreestraat bij de Zuiderkerk). Zij bevestigden dat Bavent Jansz de persoon was die het testament opstelde.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937202 / 33
- Op 13 december 1673 maakte Margareta Visschers, weduwe van Hendrick Goskes (een voormalig zeekapitein uit Amsterdam), haar testament bekend bij notaris Nicolaes Brouwer. Ze was ziek maar nog helder genoeg om haar wil vast te leggen.
- Ze droeg haar ziel op aan God en wenste een christelijke begrafenis, in de hoop op een opstanding op de Dag des Oordeels.
- Ze trok alle eerdere testamenten en codicillen (aanvullingen op testamenten) in en benoemde haar twee kinderen, Pieter Coske en Gend. Goskes, als enige erfgenamen. Als een van hen eerder zou overlijden, zouden hun nakomelingen in hun plaats treden.
- De kinderen erven alle bezittingen: roerend (zoals meubels, kleding, linnen) en onroerend goed (zoals huizen, grond), schulden, rechten en geld dat zij bij haar overlijden achterlaat. Ze mogen hiermee doen wat ze willen.
- Als haar kinderen of hun nakomelingen bij haar overlijden nog minderjarig zijn, benoemt zij voogden (niet genoemd in dit stuk).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1175176 / 257
- Op 20 augustus 1663, rond 17:00 uur in Amsterdam, maken Laurens Schouten (de aanstaande bruidegom) en Cornelia Schellinger (de aanstaande bruid) een huwelijksovereenkomst op.
- Beide partijen worden bijgestaan door familie:
- De afspraken in de huwelijksvoorwaarden zijn:
- Beide partijen brengen goederen in voor het huwelijk. Hiervan worden twee aparte lijsten gemaakt, die later door een notaris worden bevestigd.
- Bij overlijden (van een van de echtelieden of hun kinderen) blijven alle ingebrachte goederen, geërfde goederen, kleding, sieraden en juwelen altijd binnen de familie van degene die ze heeft ingebracht of geërfd. Ze gaan niet naar de familie van de andere partner.
- Als de echtelieden scheiden en er zijn kinderen, erven de kinderen de goederen van de eerst overleden ouder. De goederen gaan van het ene kind naar het andere, tot het laatste kind. Als het laatste kind zonder nakomelingen sterft, gaan de goederen terug naar de familie van de overleden ouder.
- Als er tijdens het huwelijk winst of verlies is, delen beide partners dit gelijk (50/50). Erfenissen tellen hierbij niet als winst.
- De bruidegom, Laurens Schouten, krijgt een eenmalig bedrag van 4000 gulden uit de goederen van de bruid.
- De overeenkomst is opgesteld in aanwezigheid van notaris David Doornick en getuigen, waaronder Susanna Marcus, Nicolaus Haring, Jan Marcos d'oode, Claes Albertsz van de Dirck, Aertsz Jan Marcus de Jonge, Oostheen Jan Tillij en Samuel Gerincx.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965067 / 136
Vorige paginaVolgende pagina