Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 14 oktober 1624 werd in een vergadering van de Heren Bewindhebbers (de bestuurders) een klacht besproken over de verdeling van de winst. De aanwezigen zeiden dat ze dit probleem vaker hadden gezien en er al over hadden nagedacht. Ze vonden dat er niets hoefde te veranderen, maar wilden er later nog eens goed naar kijken. Er werd gediscussieerd, maar er kwam geen directe beslissing.

Later in oktober 1624 kwam de groep Hoofdparticipanten (grote investeerders) bijeen. Ze kregen een overzicht van de verdeling van de binnengekomen indigo (een blauwe verfstof) en bespraken of ze hier een besluit over konden nemen. Ze besloten om de kwestie uit te stellen tot een volgende, grotere vergadering. Ook lazen ze brieven die op 22 juli 1624 uit Batavia (het huidige Jakarta) waren gekomen.

De Recessie-Commissarissen (een speciale onderzoekscommissie) rapporteerden opnieuw over hun bijeenkomst met de Bewindhebbers op 14 oktober. De Bewindhebbers hielden vast aan hun eerdere beslissing. Uiteindelijk stemde de meerderheid van de Hoofdparticipanten ermee in om drie afgevaardigden te sturen: Jonathan Bamee Poele, Michiel Cop en een zekere Eersaeme (voornaam onduidelijk). Deze drie moesten samen met een redelijke commissie in gesprek gaan met de Bewindhebbers. Doel was om:

Bekijk transcriptie 


Renier Reynen, wonend in Borneer (nu: Boxmeer), handelt namens notaris Gysbert van Crimpen (ook uit Boxmeer). Op 21 mei 1828 kreeg hij een handgeschreven volmacht, die dezelfde dag in Borneer werd geregistreerd. Hij verklaart dat Gysbert van Crimpen op 22 augustus 1829 om 15:00 uur een openbare veiling houdt. Deze vindt plaats in het huis van de weduwe Willem Buyl in Borneer. Er worden alleen roerende goederen (spullen, geen geld of zilver) geveild die aan Renier Reynen toebehoren. De verklaring is ondertekend door Renier Reynen en bevestigd door de ontvanger van Lande van Meurs. De veiling wordt gehouden door Gysbert van Crimpen, notaris in Borneer (hoofdplaats van het kanton Borneer, arrondissement Eindhoven, provincie Noord-Brabant). Er zijn ook getuigen aanwezig.
Bekijk transcriptie 


Op 14 juli 1710 ontvingen de Staten-Generaal een brief van heer Hamel Bruijninx, de vertegenwoordiger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan het hof van de keizer in Wenen. De brief was gedateerd 2 juli 1710 en gericht aan griffier Fagel. In de brief schreef Hamel Bruijninx het volgende: Na overleg besloten de Staten-Generaal dat:
Bekijk transcriptie 


Op 16 november 1832 verscheen Adrianus Jacobus Borsje, winkelier uit Schiedam, voor notaris Jacob Dykmans. Hij was helder van geest, wat de notaris en twee getuigen bevestigden. Borsje dicteerde zijn testament en trok hiermee alle eerdere testamenten in. In zijn nieuwe testament liet hij het volgende na:
Bekijk transcriptie 


Janneken Rogies (ook wel Hetteyken van Insbaens of Heijndrichter Deseringh genoemd) maakte op 27 oktober (vermeld als "Toircond 27") een testamentaire regeling met haar man. Hierin stond het volgende: Op 28 mei 1665 kwamen Johanna van Bredenhoff (namens de overleden Otto van Flodorp), Reijer Jacobsz en Willem Theunisz (beide kooplieden in Haarlem) voor een notaris. Zij gaven François van Beaumont (een advocaat) volmacht om: De volmacht gold voor alles wat nodig was in deze zaken, alsof Van Bredenhoff, Jacobsz en Theunisz zelf aanwezig waren.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 12 juni 1812 sloten Abe Jans de Graaf (graver en bakker uit Sint Anna Parochie) en Tjalling Klasen de Vries met zijn vrouw Syke Pieters de Kuur (landbouwers uit Vrouwenparochie) een huurovereenkomst af bij notaris Everhardus van Loon in Sint Anneparochie.

De Graaf verhuurde aan De Vries en zijn vrouw:

Afspraken voor De Vries:

Bij de overeenkomst hoorde ook een lijst met meubels en landbouwgereedschappen (waarde: 898 gulden en 89 cent), waaronder spullen van een zekere Syberens.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Geuyt Thomasz uit 's-Hertogenbosch en Aeffgen IJsbrantsdochter, weduwe uit Amstelredamme (vergezeld door Jan Wouters, korendrager en poorter van Haarlem als haar ondersteuner), tekenden op 1 februari 1590 een huwelijksovereenkomst bij notaris Adriaen Willemssen in Haarlem. De overeenkomst werd opgesteld in het huis van de notaris aan de Spaarne in Haarlem, met Pieter Willemssen (brouwer) en Lentiert Lenaertsz (korendrager, beide poorters van Haarlem) als getuigen.
Bekijk transcriptie 


De tekst is een lijst met namen uit een register van januari tot juni 1666. Hierin staan onder andere:
Bekijk transcriptie 


In deze historische akte staan namen van mensen uit Amsterdam, samen met bedragen die zij mogelijk verschuldigd waren of betaalden. De lijst bevat onder andere:

De akte vermeldt dat, ondanks dat niet alle vereiste officiële formaliteiten zijn nageleefd, de betrokkenen de notaris verzoeken om één of meerdere nodige documenten in de juiste vorm op te stellen.

De akte is opgemaakt op een onbekende datum in Amsterdam, in het huis van de notaris aan de Molensteeg. Als getuigen zijn aanwezig: Thomas Kuijpe (een bekende van de betrokkenen) en Sijmo Jansz, beide poorters (burgers) van Amsterdam. De kosten voor deze akte bedragen 3 gulden.

Bekijk transcriptie 


Op 2 augustus 1661 verscheen in Amsterdam bij notaris Pieter van Buijtene een groep vrouwen die een verklaring aflegden. Aanwezig waren de getuigen:

Op verzoek van schipper Pieter Aertsz uit Ackersloot vertelden de vrouwen het volgende:

Zij waren van plan om met z’n allen naar Ackersloot te varen. Toen ze bij de Nieuwendijk een haringzakkerstoorn (een soort visnet) zagen, vroegen ze Pieter Aertsz of hij ook naar Ackersloot voer. Ze wilden graag met hem meereizen. Pieter Aertsz antwoordde dat ze mee mochten, maar dat hij er niets voor vroeg. De vrouwen stapten in zijn schip, maar toen ze wilden vertrekken, hield een onbekende groep het schip tegen en trok het terug naar de kant.

De verklaring werd opgesteld in Amsterdam, in aanwezigheid van Steven Gelre en Adriaen van Santen als extra getuigen. De vrouwen ondertekenden met hun merk (een soort handtekening voor wie niet kon schrijven):

Ook Steven Pelre was als getuige aanwezig.

Bekijk transcriptie 


Grietgen Rymberts, de weduwe van IJsbrant Janssz, woonachtig in Haarlem, stelde op 30 oktober 1648 rond 19:00 uur een testament op bij notaris Johan Colterman. Ze was helder van geest en wilde haar bezittingen regelen, wetende dat de dood onvermijdelijk is. In dit testament maakte ze alle eerdere testamenten en aanwijzingen ongeldig, behalve het testament dat ze op 1 januari 1639 had laten opmaken bij notaris Cornelis van Kittesteijn. Dat testament bleef geldig, tenzij ze er in dit nieuwe testament iets in veranderd had. Als erfgenamen wees ze aan: Aeffgen IJsbrants (de moeder van deze kinderen) kreeg het recht om het derde deel van de erfenis te beheren. Ze mocht de opbrengsten (zoals rente of huur) hiervan gebruiken voor het onderhoud en de verzorging van de kinderen. Schuldeisers van Aeffgen of haar man mochten geen aanspraak maken op dit deel van de erfenis. Als ze dat toch probeerden, zou Aeffgen het recht verliezen om de opbrengsten te gebruiken. Het document werd ondertekend in Haarlem op 31 oktober 1648, in aanwezigheid van de getuigen Jacobus des Watines en Johannes Beijaert.
Bekijk transcriptie 


Op 4 juni 1725 werd een akte van overdracht opgesteld door notaris Michiel Servaas en enkele getuigen in Amsterdam. Hiermee werden 10 obligaties (schuldbrieven) overgedragen aan de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). De totale kosten, inclusief rente, bedroegen 10.587 gulden en 10 stuivers.

Deze 10 obligaties waren:

Deze obligaties waren gekocht tegen een prijs van 103,5 procent van de nominale waarde. De totale kosten voor deze 5 obligaties, inclusief rente, bedroegen 6.257 gulden en 10 stuivers.

Op 8 mei 1724 was er al een eerdere akte van overdracht opgesteld door notaris Pieter Schabaalje voor 11 andere obligaties, die ook aan de VOC werden overgedragen. De totale kosten hiervoor, inclusief rente en extra kosten, waren 11.852 gulden. Deze obligaties stonden op naam van Adriaen de Graaff en waren gedateerd 28 maart 1725 en goedgekeurd op 15 februari 1726.

Op 4 juni 1725 werd nog een akte van overdracht opgesteld door Michiel Servaas voor 10 andere obligaties, die oorspronkelijk op naam stonden van Johan Goske. Deze obligaties waren gedateerd 1 september 1723 en goedgekeurd op 20 januari 1724. De totale kosten voor deze overdracht, inclusief rente en extra kosten, waren 3.102 gulden en 11 stuivers.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 19 augustus 1699 verklaarden zes bemanningsleden voor notaris Simon van Sevenhoven in Amsterdam dat zij tussen maart en juli 1699 in Tétouan (Tienten) en Cádiz (Mallagom) hadden gelegen met het schip De Juffrouw Johanne Maria. De schipper was Jacob Bans uit Hoorn. Zij hadden het schip geladen met:

De bemanning had de pijpen wijn en brandewijn in de onderste twee lagen in zout begraven. De rest van de lading, inclusief vaten en korfrosijnen, was met koltjes (houten steunen) en streeven (dwarsbalken) stevig vastgezet. Het schip was van onder tot boven goed afgedicht met teer (gecalefat) en zeewaardig verklaard. Bovenop was het luik dichtgemaakt met zeildoek (presenning) en extra bescherming tegen zeewater. De schutpoort (een opening in het dek) was afgedekt met zeildoek.

Een bemanningslid, Pieter Elias, was overleden en begraven volgens de akte van de doodgraver (begraafplaatsbeheerder). Omdat de bemanning hoge kosten had gemaakt voor Pieter Elias en hij weinig bezittingen achterliet, gaven zij Pieter Kerkhoor (een bode uit Zeeland) volmacht om namens hen:

De verklaring werd ondertekend in Amsterdam in aanwezigheid van de getuigen Wienzly Jansen, Carel Goske en Toningh (volledige naam: Carel Goske Tabias de Caningh). Notaris Simon van Sevenhoven bevestigde de akte.

Bekijk transcriptie 


Op 19 september 1671 verscheen Adriaen van de Velde voor notaris Nicolaes Hemminck in Amsterdam, samen met de getuigen Willem van Loon (oud-schepen en koopman) en Goske Braber (afkomstig uit Oldenburg).

Adriaen van de Velde verklaarde dat hij zijn vrouw Sosija Roeloffs volmacht had gegeven om in Oost-Indië namens hem op te treden. Zij mocht:

Sosija Roeloffs mocht alles doen wat nodig was om deze zaken af te handelen, alsof Adriaen van de Velde zelf aanwezig was. Ze mocht ook iemand anders machtigen om haar te vervangen. Adriaen beloofde dat hij deze volmacht zou respecteren en alle afspraken zou nakomen. Als hij dat niet deed, kon zijn hele vermogen als zekerheid dienen.

De akte werd opgesteld in Amsterdam, met als getuigen Dirck Blome, Evert Ackerlaecken en Nicolaes van de Joerre (allen burgers van Amsterdam).

Bekijk transcriptie 


Op 29 september 1700 gingen Pieter Goekens, Jan de Lammer(e) en Margareta de Lammer(e) (een ongehuwde, volwassen dochter) naar notaris Dirck van der Groe in Hulst. Ze verklaarden dat ze geld hadden ontvangen van Jacques de la Fontaine (zoon van Jan) en Joan Teengs, die de uitvoerders waren van het testament van Eva Sollaert, de weduwe van Egbert van Hoorn. De bedragen die ze kregen, waren: Dit geld was aan hen nagelaten volgens het testament van Eva Sollaert, dat was opgesteld op 11 december 1699. Ze bevestigden dat ze niets meer te vorderen hadden van de uitvoerders of de erfgenamen van Eva Sollaert, onder voorbehoud van de wettelijke regels. Margareta de Lammer(e) verklaarde daarnaast dat ze de helft van de kleding (van linnen, wol en andere stoffen) had gekregen die bij Egbert van Hoorn hoorden. Ze had deze kleding verdeeld met de erfgenamen van Egbert van Hoorn. Ze hield echter haar recht voor op de andere helft van de kleding (of de waarde daarvan), omdat ze volgens haar het volledige recht op deze kleding had gekregen.
Bekijk transcriptie 


Op 19 oktober 1713 kwamen een aantal kooplieden in Amsterdam bijeen bij notaris Dirck van der Groe, in aanwezigheid van getuigen Jan Fontainer en Casparus Raket. Deze kooplieden waren:

Zij waren allemaal betrokken bij de handel in 54 lasten Rijgs as (een soort as uit Riga), die in 1712 waren geladen op het schip De Hendragt, onder leiding van schipper Willem Claesz Blocker. De as was in beslag genomen door de Koninklijke Admiraliteit in Karlskrona (destijds Carels Croon), maar was later gekocht door de erfgenamen van Theodorus Christoffers. Hiervoor hadden Jacob en Mathys Christoffers al 1500 rijksdaalders betaald aan Blanckenhagen.

De kooplieden spraken met elkaar af:

Bekijk transcriptie 


Op 13 januari 1680 verscheen Dirck van der Groe, notaris, in aanwezigheid van de ondergetekende nachtburen en Jan Kuper, die in Schiedam woonde. Van der Groe verklaarde dat hij een blanco transport (een soort eigendomsbewijs) had ontvangen van Isbrant Goske, opgemaakt door notaris Gijsbert de Cretser in Schrospenhagen op 12 februari 1683. Dit document stond geregistreerd op folio 2129 verso en betrof een lening van 45.000 gulden. Hij verklaarde vervolgens dat hij deze lening, inclusief de bijbehorende rechten, had verkocht en overgedragen aan Jan Codde en Pieter Cornelisz. Molenaer. Zij waren de voogden (wettelijke vertegenwoordigers) van de kinderen van Claes Jacobsz Ketel. De lening bestond uit een obligatie (schuldbrief) van 6000 pond (groot) aan het Noorderkwartier van het gewest Holland en West-Friesland. Deze obligatie was uitgegeven op naam van Maertje van Winden en was gedateerd op 2 november 1674. De rente en aflossing moesten worden betaald bij Laurens Schagen, de ontvanger in Alkmaar. De obligatie was goedgekeurd door de Gecommitteerde Raden (een bestuurlijk orgaan) en was ingeschreven in het register. Van der Groe bevestigde dat hij de obligatie, inclusief alle rente en aflossingen, volledig had overgedragen aan de voogden. Hij verklaarde dat de voogden nu het volledige recht hadden om zowel het geleende bedrag als de rente te innen, zowel de reeds openstaande als toekomstige bedragen. Van der Groe gaf hiermee alle rechten op de obligatie uit handen en behield geen enkele claim meer.
Bekijk transcriptie 


Op 1 mei 1682 verscheen voor notaris Dirck van der Voort in Den Haag, in aanwezigheid van de buurtgetuigen Hendrick Reyersz Visscher en kapitein Pieter Fouteijn, de testamentair executeurs en Jacob de la Fontaine (namens Johan Zijnslager, die door de schepenen was benoemd als voogd over de kinderen van Maria Visscher, weduwe van kapitein Hendrick Goskens). De executeurs verklaarden dat Maria Visscher (de weduwe van Johan Zijnslager) hen een goede, eerlijke en correcte verantwoording had gegeven over het beheer van de goederen en bezittingen van de kinderen. Zij bevestigden alle posten en onderdelen van deze rekening en beloofden er nooit meer iets over te zullen zeggen of juridische stappen te zullen ondernemen. Daarnaast gaven de executeurs toe dat zij van Maria Visscher alle goederen en bezittingen hadden ontvangen die haar overleden man voor de kinderen had beheerd, plus de bijbehorende documenten. Dit bestond uit:
Bekijk transcriptie 


Op 28 november 1691 verklaarde George Barons, een Engelse koopman uit Amsterdam, voor notaris Henricus Outgers dat hij op 30 januari 1691 een klein vrachtschip (een "fluijtscheepje" genaamd t Wille Paert) had gekocht van J & Flouter, ook Engelse kooplieden. Hij rustte het schip uit en stelde Thomas White, een Engelsman, aan als schipper. Het schip voer van Amsterdam naar Dublin in Ierland, maar werd bij het Eiland Mul in Zeeland tegengehouden door een vloot (vloot). Kort daarna maakte een koninklijk Engels fregat het schip weer vrij. Barons benadrukte dat hij de enige eigenaar van het schip was en dat geen Fransman of ander buitenlander aandeel in het schip had. Hij was bereid dit onder ede te bevestigen. Getuigen waren Philippe des Marolles en Jacob Reijersz.

Op 29 november 1691 kwamen Abraham Lambre, Jacob de La Fontaine en Pieter Gofkes als voogden van de minderjarige kinderen van François de Lambre voor notaris Henricus Outgers. Zij gaven Cornelis Leenaerts, de houder van deze akte, volmacht om namens hen alle rechtszaken te voeren. Dit omvatte het indienen en intrekken van arrestbevelen, dagvaardingen, vonnissen aanvragen, in hoger beroep gaan en geldzaken afhandelen, inclusief het betalen en terugvorderen van bedragen. Leenaerts mocht ook een advocaat inschakelen of een schikking treffen via arbiters. Getuigen waren Jacob Faes en Jacob Reijersz.

Bekijk transcriptie 


Op 12 maart 1665 kwam Bavent Jansz, een inwoner van Amsterdam, bij notaris Johannes Oli. Hij stond op het punt om als bootsgezel te vertrekken op het schip De Vrede, onder leiding van kapitein Goskes, in dienst van het Collegie ter Admiraliteit van Amsterdam. Omdat hij gezond en helder van geest was, maar zich bewust van de onzekerheid van het leven, maakte hij zijn testament.

Bavent Jansz verklaarde:

Hij vroeg om dit testament na zijn dood precies zo uit te voeren, ook als er juridische formaliteiten ontbraken. Als getuigen waren aanwezig: Albert Miller (letterzetter, woonachtig in de Pieter Jacobs Dwarsstraat) en Jacob Maeckom (kammenmaker, woonachtig aan de Sint Antoniesbreestraat bij de Zuiderkerk). Zij bevestigden dat Bavent Jansz de persoon was die het testament opstelde.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/