Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


12 december 1874 werd een besluit genomen door de Gouverneur van Rotterdam. Er was een verzoek ingediend op 5 december door mr. W. A. van Lemden namens Anna Cornelia Adneij, de echtgenote van Gpreeve. Het Hof van Justitie had hierover advies uitgebracht op 10 december 1877. De Gouverneur besloot dat de doodstraf waartoe Anna Cornelia Adneij op 5 december door het Hof van Justitie was veroordeeld, werd veranderd in dwangarbeid voor de tijd van 12 jaren.

Bekijk transcriptie 


25 april 1848 werd Hanur gestraft met 8 dagen politiekamer door kapitein Solem. Hij moest te mankeren op het avondappel en 9 uur daarna binnen te komen.

28 september 1848 werd Solem gestraft met 14 dagen politiekamer door kapitein Poleny met toestemming van korporaal ermolh. Hij had 2 dagen te laat van verlof terug te keeren.

10 oktober 1848 werd Poleny gestraft met 8 dagen militair arrest door kapitein Bute. De omtrek van zijn nachtleger was niet schoon bevonden.

28 oktober 1848 werd Holem gestraft met 10 dagen politiekamer door kapitein van Moerlincpaels met toestemming van luitenant Dijks. Toen hij voor rapportmededeling werd geroepen, gaf hij als antwoord: ik meld mij ziek, maar de volgende morgen werd hij door de dokter niet ziek bevonden.

1 mei 1849 werd Zolem gestraft met 8 dagen militair arrest door kapitein Gund met toestemming van korporaal ernels en luitenant-kolonel Epnevers. Hij moest 35 uur in de kazerne te Lisan blijven.

8 mei 1849 werd iemand gestraft met te mankeren op het avondappel en 9 uur daarna binnen te komen door kapitein van Loekhoral met toestemming van de eenheidcommandant.

7 juli 1849 werd een verpleger in de ziekenkamer gestraft omdat hij door het doen van een verlooning voor een open venster dat uitzicht gaf op de openbare weg, de rust verstoorde.

28 juli 1849 werd iemand gestraft omdat hij op sluwe wijze de kazerne verliet en anderhalf uur daarna terugkeerde.

7 augustus 1849 werd iemand gestraft met 8 dagen kwartierdienst omdat hij te mankeren op het avondappel op 5 augustus en 1 uur 28 minuten daarna binnen te komen, en de volgende dag wederom te mankeren op het avondappel en 2 uur 40 minuten daarna binnen te komen.

11 augustus 1849 werd een schildwacht gestraft met 4 dagen kwartierdienst omdat hij ongepast bij het schilderhuis door de commandant van de wacht werd aangetroffen, pratend met een vrouw.

12 september 1849 werd iemand gestraft met 8 dagen voorarrest omdat hij te mankeren bij het appel.

10 oktober 1849 werd iemand gestraft met 14 dagen voorarrest door kapitein van Marlinopvelck. Hij had op 9 september te mankeren op het avondappel en 1 uur 15 minuten daarna binnen te komen, op 10 september te mankeren op het avondappel en 2 uur 20 minuten daarna binnen te komen, en op 11 september te mankeren op het rapport bij de compagniescommandant, het middag- en avondappel en 6 uur daarna binnen te

Bekijk transcriptie 


Nunes was eigenaar van de slaaf Rebé, 40 jaar oud, die 8 april 1855 werd aangegeven wegens brutaliteit en 25 slagen kreeg.

Oppenheimer was eigenaar van:

Oosterend was eigenaar van Prins, 30 jaar, aangegeven 15 maart 1855 wegens brutaliteit, 25 slagen.

Oppenheimer was ook eigenaar van Pruijti, 25 jaar, aangegeven 2 mei 1855 wegens brutaliteit, 15 slagen.

Paag was eigenaar van Retsij, 25 jaar, aangegeven 10 juni 1855 wegens plichtverzuim, 25 slagen.

Pohl was eigenaar van Jacob, 30 jaar, aangegeven 16 maart 1855 wegens desertie, 20 slagen.

Paccotton was eigenaar van Joseph, 18 jaar, aangegeven 7 april 1855 wegens desertie, 30 slagen.

Peperpot plantage was eigenaar van Genera, 36 jaar, aangegeven 18 februari 1855 wegens brutaliteit, 25 slagen.

Planteau was eigenaar van L. Jacob, 37 jaar, aangegeven 17 maart 1855 wegens brutaliteit, 15 slagen.

Occ appi60 plantage was eigenaar van Christiaan, 16 jaar, aangegeven 26 maart 1855 wegens plichtverzuim, 15 slagen.

Pd.m. was eigenaar van Lucia, 21 jaar, aangegeven 5 maart 1855 wegens brutaliteit, 5 slagen.

Van Rhee was eigenaar van Flans, 20 jaar, aangegeven 19 maart 1855 wegens brutaliteit, 15 slagen.

G. M. de Riddet was eigenaar van Elisa, 27 jaar, aangegeven 26 maart 1855 wegens desertie, 25 slagen.

Robl was eigenaar van Spadille,

Bekijk transcriptie 


17 januari 1853: De gouverneur van Suriname vroeg toestemming om af te wijken van de regels uit het scheepvaartreglement van 1831 (nummer 3). Hij wilde door middel van een algemene verordening toestaan dat schepen de Nickerie rivier op mochten varen en dat daar lading gelost en ingenomen mocht worden bij plantages. Dit mocht alleen als de eigenaren of beheerders van die plantages zorgden voor goede woningen of onderdak voor de bemanningen van de schepen.

Het bestuur gaf de gouverneur van Suriname te kennen dat men zich kon vinden in zijn overwegingen over de regeling van de vaart op de Nickerie rivier. Hij mocht zelf beslissen welke maatregelen hij hiervoor nodig achtte.

De gouverneur stuurde ook zijn verslag van 18 september waarin hij stukken overlegde over klachten van een zekere J. Sarqui tegen procureur-generaal Mr. J. M. Lisman. De klachten gingen over een huiszoeking in zijn woning om te zoeken naar degene die schuldig was aan de moord op een pasgeboren kind. Een van Sarqui's dochters werd verdacht van dit misdrijf. Dit werd gedeponeerd.

1 januari 1853: Jan van der Rees, gewezen gouverneur van Suriname, stuurde zijn declaratie van reiskosten en kwam terug op zijn verzoek om militair en civiel pensioen als gouverneur van Suriname.

De gouverneur van Suriname gaf kennis dat hij naar de militaire buitenposten in de divisie Noord boven Suriname zou gaan. Tijdens zijn afwezigheid droeg hij de behandeling van dagelijkse zaken op aan het oudste lid van de koloniale raad.

Hij stuurde zijn maandverslag over de toestand en bijzondere gebeurtenissen in de kolonie.

Hij stuurde een afschrift van zijn resolutie van die dag waarbij het toezicht over de koloniale schoners en het beheer van betonningen en loodswezen werd opgedragen aan de havenmeester aldaar.

13 september 1852: Hij stuurde een afschrift van zijn resolutie van die dag waarbij R. J. Gollenstede was benoemd tot beëdigd klerk in de kolonie.

Afgedaan op 16 februari 1853 (nummer 58). Geheim, zie verder verwijzingen.

Bekijk transcriptie 


De ondertekenaars, burgers en inwoners van Paramaribo, dienden op 8 augustus 1864 een verzoek in bij de gouverneur. Ze klaagden dat de gouverneur aan de officieren van gezondheid (militaire artsen) had verboden om burgers te behandelen.

De verzoekende burgers voerden aan dat:

De burgers verzochten de gouverneur om de officieren van gezondheid toe te staan burgers te behandelen, voor zover dit verenigbaar was met hun militaire dienst. Als alternatief vroegen zij om, in afwachting van een beslissing van de koning, deze toestemming tijdelijk te verlenen. Ze vroegen om een snelle beslissing omdat veel zieken zonder medische hulp zaten.

Het verzoek was ondertekend door C. Conradi, A. M. C. f. Twinkels, E. J. Rouy, H. D. Brunings en S. Sarqui.

Bekijk transcriptie 


Er werden verschillende zaken behandeld waarbij diverse personen optrokken tegen anderen. Het ging om zaken van S. Bruyning tegen Mor. Niese, Nienes Nabaro en Sarah Dias Motta (geboren Baandon) tegen Massy Van den Helven, en verder tegen Ht Kespelmansen de Ule, Bakker en Ht e. Hluemke tegen de Ehijs Caessuijn.

Ook waren er zaken van Pouisa van Matthys en Van Lobbrecht, January van Louisa en Van Lobbrecht, en J. J. Persdorff tegen S. Voldeng over de plantage Picardie. Verder waren er zaken van C. Gollonstade tegen Johanna van Aiden, S. D. Perholat tegen Simon Hbo over het stuk grond Wygevall, en S. L de Bise tegen C. Desmontiers.

Ook kwamen aan bod: S. S. Pario tegen N. Vraamsop over de plantage Schaoederschap, Jaunaij Es. tegen A. W. de Myg over de plantage heerdigt, Paunay tegen D. Sichot, Aoms de Lion tegen Saae Ho. Solat, Padsen tegen Ho. Van den Tramp over de helft van de plantage Rensfort, Nadsen tegen S. D. P. espelker, Van UValue tegen Paunag over de plantage Des Sombesburg, D. H. Sanchus tegen S. S. Gassulhen, en Nl. Pael tegen S. e. Linck.

Na beraadslaging werd besloten een bijeenkomst voor bemiddeling te bevelen op 16 december voor de commissarissen, met het verzoek om verslagen in te dienen zonder uitstel.

Er werden verschillende verzoeken ingediend om een gerechtelijk bevel tot uitvoering, namelijk:

Bekijk transcriptie 


Op een niet genoemde datum werd besloten om dagvaardingen te verlenen aan verschillende personen en boedels. De volgende zaken werden behandeld:

Bekijk transcriptie 


In november 1855 werden 24 personen gestraft op het Piket van Justitie in de kolonie Suriname. Het betrof 23 stads- en 1 plantageslaaf.

De volgende personen werden gestraft:

  • Jacobus, 30 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor slecht gedrag, aangebracht door C. H. Boschman
  • Alexander, 22 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor diefstal, aangebracht door N. Benjamins
  • Edoard, 22 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor brutaliteit, aangebracht door J. J. G. L. Blokker
  • August, 30 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor desertie, aangebracht door G. J. A. Boschkarip
  • Monkie, 50 jaar, kreeg 15 zweepslagen op 15 november 1855 voor brutaliteit, aangebracht door P. G. Caupain
  • Vriendeijk, 24 jaar, kreeg 15 zweepslagen op 15 november 1855 voor desertie, aangebracht door A. S. van Coerland
  • Johannes, 28 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor diefstal, aangebracht door Ph. Green
  • Antije, 26 jaar, kreeg 15 zweepslagen op 15 november 1855 voor hetzelfde vergrijp, aangebracht door dezelfde persoon
  • Adriaan, 25 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor hetzelfde vergrijp, aangebracht door E. Floth
  • William, 20 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor brutaliteit, aangebracht door S. M. Palfhid
  • George, 28 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor bedrog, aangebracht door J. Juda
  • Kiessie, 35 jaar, kreeg 20 zweepslagen op 20 november 1855 voor desertie, aangebracht door A. Wildeboer
  • Lodewijk, 25 jaar, kreeg 25 zweepslagen op 25 november 1855 voor lichtverzuim, aangebracht door A. Firion
  • Sina, 31 jaar, kreeg 15 zweepslagen op 15 november 1855 voor desertie, aangebracht door E. MacIntosh
  • Courteintje, 25 jaar, kreeg 15 zweepslagen op 15 november 1855 voor brutaliteit, aangebracht door E. J. C. Nassij
  • Adolphina, 20 jaar, kreeg 15 zwe
Bekijk transcriptie 


21 en 22 januari 1821 vond er een brand plaats. Verschillende mensen vroegen daarom om financiële steun. Het ging om leden van de Portugees-Israëlitische gemeente, zoals Abraham del Piado, Sara Abraham Sarqui (62 jaar), Mores Oliveira, Anna du Silva Solis, Rosa Pereyra (90 jaar), Hannah del Prado Lea, Deues Moress Voendanon, Mores Jacob de era en Mozes Tessurun de Oliveira.

De aanvragers gaven de volgende verliezen op:

  • 10.000 gulden aan een huis, meubels, etc.
  • 1.000 gulden aan meubels, kleding, etc.
  • 25.000 gulden aan een huis
  • 35.000 gulden aan een huis, medicijnen, etc.
  • 1.000 gulden aan meubels, kleding
  • 5.000 gulden aan een ingestort huis, meubels etc.
  • 35.290 gulden aan een huis, meubels, zilverwerk etc.
  • 15.000 gulden aan een huis

Het Hof van Politie schatte de verliezen in geld als volgt in:

  • 4.000 gulden
  • 1.000 gulden
  • 15.000 gulden
  • 10.000 gulden
  • 1.000 gulden
  • 2.000 gulden
  • 20.000 gulden
  • 10.000 gulden

Er werd een algemene staat van uitdelingen en onderstand aan de noodlijdenden opgesteld. Door liefdegaven werden bedragen bijeen gebracht. Aan de aanvragers werden de volgende sommen verstrekt:

  • 257 gulden, 2 stuivers, 8 penningen
  • 64 gulden, 5 stuivers, 10 penningen
  • 964 gulden, 4 stuivers, 16 penningen
  • 642 gulden, 16 stuivers, 4 penningen
  • 64 gulden, 5 stuivers, 10 penningen
  • 128 gulden, 11 stuivers, 4 penningen
  • 1.285 gulden, 12 stuivers, 6 penningen
  • 385 gulden, 13 stuivers, 14 penningen

In totaal werd 5.335 gulden, 6 stuivers en 14 penningen uitbetaald. Voor het ontvangen van de toegekende bedragen werden kwitanties opgesteld en werden opdrachten gegeven aan de heer Controleur Generaal.

Bekijk transcriptie 


15 december 1817 werd een notificatie gehouden. Er was geen overeenstemming bereikt over bepaalde commissarissen. Er werd voorgesteld om een dagvaarding te verlenen aan de volgende personen en instanties:

Na het beluisteren van het rapport van de weesmeesters werd goedgekeurd om de gevraagde dagvaardingen te verlenen in de gebruikelijke vorm.

Er werd geluisterd naar het rapport van de commissie voor zaken van curatele en beslaglegging. Op 77 december werd ter overweging en advies het verzoekschrift van S. Bruyning gg behandeld, die benoemd wilde worden tot medebestuurder samen met S. Hlofs als beheerder van de plantages Ornamibo en Pagersburg. Het werd goedgekeurd om het verzoek af te wijzen en te verwijzen naar de regels.

Woensdag 25 december 1818 waren aanwezig: de heer raad en president ad interim Lamm

Bekijk transcriptie 


33 februari 1723 (mogelijk februari 1823). Er waren problemen met het verzoek van een heer om kwijtschelding van de aan hem opgelegde kosten.

Publicatie waarbij de Pruisische schepen en die van de overige staten van het Duitse tolverbond in de koloniën van het rijk met de Nederlandse schepen verder gelijk werden gesteld.

Kwijtschelding van geldboetes verleend aan S. Sanqui, S. Polo, R. Saqui en C. Sarqui.

Toestemming verleend om de slaaf Poino van de naam van de plaats St. Germain af te schrijven en over te schrijven op die van F. A. J. le Cruvreus.

Uitstel van boetes verleend aan H. H. Braansen en luitenant M. (naam onduidelijk) en vermindering van boetes voor S. S. (naam onduidelijk) en D. van der Mey.

Er waren problemen met het verzoek van S. de Song, een heer bij de Europese kolonisatie, om het vervallen mandaat van opvolger van de bestuurder der kolonisatie door een eervol ontslag als plaatsvervanger van de wetgever te mogen worden achterhaald.

25 (datum onvolledig). Bepaald dat het door de weduwe van wijlen 2e luitenant S. Schorrenberg verstrekte voorschot van 100 gulden teruggevraagd moest worden aan officier van gezondheid 1e klasse H. Schorrenberg.

De staatsraad en vroedmeester S. Weyl werd gekwalificeerd om bij afwezigheid van de staatsraad en heelmeester M. el. of Coupyn diens betrekking tijdelijk waar te nemen.

25 februari (jaar onduidelijk). Er waren problemen met het verzoek van S. et Salomons, 2e luitenant en opzichter, om de korting voor het pensioenfonds over zijn inkomsten te laten plaatsvinden naar rede van 1200 gulden in plaats van (bedrag onduidelijk) per jaar.

Afstelling van hoofdgeld verleend aan de gebroeders H. H. G. Lo en S. Keldermans.

Idem aan Van Hobles, M. de Meya, R. Hernandes en L. P. Abad.

Toewijzing van een alimentatie ten behoeve van de kinderen van M. Liens.

Korting verleend op het traktement van 7e luitenant W. Stolk ten behoeve van de pensioenkas van Curaçao.

17 (maand onduidelijk) 26 (datum mogelijk onvolledig). Verzonden aan het ministerie afschriften van het geneeskundig rapport over 1650 (mogelijk 1850) betreffende het ziekenhuis van de officier van gezondheid 1e klasse Schorberg, met aanbeveling van die heer tot salarisverhoging en vermeerdering van traktement.

Bekijk transcriptie 


Lico Arti verklaarde dat hij in 1726 op het eiland was aangekomen in de functie van onderkoopman. Hij werd onder het bestuur van Joannes Hertenberg aangesteld als winkelier. Hij vervolgde deze functie in 1727 tot de datum waarop hij werd aangesteld, gedurende de hele periode van het bestuur van de raad van Indië en gouverneur Petrus Vuijst.

Maanden achter elkaar, vooral in december en januari van het afgelopen jaar, werden aan alle wachtposten binnen het kasteel uitdrukkelijke bevelen gegeven. Deze bevelen hielden in dat de lijst waarop de namen van de daar aanwezige soldaten stonden, 's nachts meerdere keren op onvaste tijdstippen moest worden voorgelezen. De soldaten moesten dan hun naam noemen ter verantwoording.

De gevraagde persoon zei dat hij dit wel gehoord had. Sinds 31 maart was hij resident van Calpettij. Op een vraag antwoordde de gevraagde persoon met nee.

Bekijk transcriptie 


29 december 1729 verscheen voor de aangewezen leden uit de Raad van Justitie van het kasteel Colombo de ondervraagde Regnault. De ondervraging gebeurde op verzoek van de koopman en fiscaal Ioan de Mau. De vragen werden artikel voor artikel aan Regnault voorgelezen en hij gaf antwoord. Zijn antwoorden werden in de kantlijn genoteerd. Leendert Overschil was aangewezen als opperhoofd van Calpettij en was vroeger lid geweest van de krijgsraad. Hij was op 6 september door de krijgsraad veroordeeld om naar waarheid uitleg te geven op punten die de officier van justitie hem zou voorleggen. Dit gebeurde volgens de uitdrukkelijke opdracht die was gegeven om onderzoeken uit te voeren. Deze opdracht kwam van de gouverneur van het eiland Slephanus Versluijs, die Raad Extra-ordinair van Indië was. Hij had hiervoor een speciale instructie gekregen van de Hoge Regering van Nederlands-Indië.

Bekijk transcriptie 


4 dezer werd het rapport gehoord van de heren commissieleden over de zaken van voogdij en beslag. Zij bespraken een verzoekschrift van de deurwaarder van diezelfde datum, waarin hij vroeg om de benoeming van beheerders over de plantage Smithsfield. Deze plantage behoorde toe aan de weduwe Johan Philip Sander, geboren Douro Touro, en Johan Fredrik Charles Sander, die getrouwd was met Johanna Sander, geboren Watson.

Er werd een conceptbrief besproken aan Zijne Excellentie de Gouverneur-Generaal over de vernieuwing van het meubilair van het hof.

Besloten werd om als beheerders over de plantage Smithsfield te benoemen:

De benoemde personen moesten zich houden aan de instructies en regels voor beheerders die door dit hof waren vastgesteld en aan andere bestaande besluiten hierover. De beheerders moesten voordat zij hun taak aanvaardden de daarvoor geldende eed afleggen.

Bekijk transcriptie 


De gevangene zegt te geloven dat alle leden naast hem met veel medelijden aanwezig zijn geweest. Hij zegt dat het kan zijn dat sommigen van hen zich tegenover de edelachtbare heer Vuyst hebben uitgesproken over de slachtoffers die gemarteld werden en die daarbij Gods naam aanriepen en hun onschuld verklaarden. Hierop antwoordde de heer dat het schurken waren. Vervolgens werd er van overheidswege hevig gescholden en beschuldigd.

De gevangene zegt te hebben gehoord dat de heer tijdens het eten heeft gezegd dat er onlangs in Engeland verraad was gepleegd. Hij verwees daarbij naar de Engelse manier van martelen bij het misdrijf van majesteitsschennis. Hij bedoelde dat men slachtoffers op de grond zou neerleggen en hen aldus met een plank of zwaar gewicht op hun lichaam zou platdrukken. De gevangene zegt hierover te hebben gediscussieerd zonder de bedoeling te hebben dit hier in praktijk te brengen, maar alleen als een gesprek.

De gevangene zegt dat hij hierover heeft gesproken. De ondervraagde heeft in de krijgsraad verklaard dat zo'n manier van martelen in Europa gebruikelijk was. Hierop werd gezegd: "Het is waardig dat ik jou hier ter raadkamer in duivelsgewaad laat uitschilderen ter gedachtenis van onze kindskinderen."

Bekijk transcriptie 


Den gevangene zegt verder niets meer te weten. Den gevangene zegt niet te weten dat deze manier van pijnigen zoals door de Engelsen wordt gebruikt, algemeen gebruikelijk is onder het gebied van christelijke vorsten, omdat zij anders niet gewoon zijn te martelen dan bij hoogverraad of landverraad. In Turkije of Barbarije gebeurt dit wel. Den gevangene zegt dit niet te begrijpen.

Er wordt gevraagd of den geïnterrogeerde ook in de krijgsraad niet heeft gehoord dat de edele heer Vuijst voornoemd, terwijl de mensen op de pijnbank streng werden gegeseld, dikwijls bij wijze van aanmoediging heeft gezegd: "Zo zo, leg er de roede op, dan wordt haar de memorie wakker". Den gevangene zegt zulk gedrag aan de edele heer Vuijst nooit te hebben bespeurd, maar altijd met oplettendheid aanwezig te zijn geweest om de zaken naar zijn beste kennis en wetenschap in rechte te behandelen.

Nu wordt den geïnterrogeerde gevraagd waarom hij op al deze zaken als lid in de krijgsraad geen behoorlijke aandacht heeft genomen en behandelingen van zijn edelheid, welke geenszins naar die van een eerlijke rechter, maar wel naar de gedragingen van een aartstiran leken, niet heeft gesuspecteerd, maar ter contrarie diens bloeddorst de ruime teugel heeft gevierd en daardoor zovele mensen heeft helpen mishandelen.

Bekijk transcriptie 


Barend Schuurman werd enige dagen als vrijgelatene behandeld: de ene dag kreeg hij voldoende eten en de andere dag alleen drinken. De ondervraagde verklaarde niet te weten hoelang Barend Schuurman honger en dorst had geleden. De soldaat Hans Andries Grijs en burger Anthonij de Cauw waren bij uitstek voorbeelden hiervan: nadat zij ongeveer 3 dagen geen water hadden gekregen, kregen ze vervolgens 3 dagen helemaal geen eten.

Bekijk transcriptie 


Den geer zegt dat alle besluiten die hierbij of dat dit alles is behandeld met een krijgsraad, behoorlijk genomen zijn door het uitdrukkelijke besluit van de krijgsraad en dat deze in de akten zijn opgenomen. Verder vraagt hij of dit met de raad is gebeurd, of slechts met een eenvoudige mededeling aan alle leden. Zo ja, hoe de ondervraagde persoon zijn toestemming daartoe heeft kunnen verlenen.

Dit moet te vinden zijn in de akten van de krijgsraad. De ondervraagde moet bekennen dat dit is nagelaten, alleen uit schaamte, zodat dergelijke onchristelijke manieren van behandeling niet bekend zouden worden bij het nageslacht.

Den geer zegt dat alles wat is gebeurd - of de ondervraagde niet - den geer verklaart dit niet te weten. In dat opzicht wordt de ondervraagde gevraagd wie dit voor het eerst in de krijgsraad heeft voorgedragen.

Of het hem niet bekend was dat - en waarom dit bij de documenten of akten van de krijgsraad, speciaal omtrent de laatstgenoemde persoon, helemaal niet is aangetekend.

Bekijk transcriptie 


De gevangene zei dat hij helemaal niet wist hoe het met de weeskinderen was, en dat hun honger en dorst anders als een nieuwe formele marteling beschouwd had kunnen worden. De rechter verklaarde dat alle rechtsprocedures niet duidelijk waren voor de ondervraagde persoon, en dat hij niet wist of hij had gehoord dat zulke rechtsprocedures bij enige christelijke regering in gebruik waren, vooral niet voor mensen die al zoveel ondraaglijke martelingen hadden ondergaan. De gevangene zei dat hij niet wist dat het de taak van de fiscaal was om daarop toe te zien. Alle mensen die vanwege verraad in de boeien of ketenen bij de wachten en in het materiaalhuis hadden gezeten, waren zeer slecht behandeld tijdens hun gevangenis. Ze hadden als beesten gedeeltelijk op de blote aarde gelegen en sommigen slechts op een bloedmat met een stuk brandhout als hoofdkussen. De rechter zei niet te weten of er een bevel was geweest om dagelijks verslag te doen aan iemand van de krijgsraad, maar dat hij wel had gezien dat de heer Vuijst zich meerdere keren had teruggetrokken en dat de fiscaal geen verslag aan de krijgsraad had gedaan.

Bekijk transcriptie 


Benjamins Vepleend vroeg om een bevel tot executie. Dit werd verleend.

8 september 1819: Er kwamen verschillende verzoeken binnen:

Verschillende personen vroegen om bevelen tot strenge beslaglegging:

Al deze verzoeken werden verleend volgens de gebruikelijke regels.

9 september 1819: Ho. Paerle vroeg om een bevel tot strenge beslaglegging tegen S. Sarqui. Dit werd verleend volgens de gebruikelijke regels.

10 september 1819: De eerste deurwaarder vroeg om toestemming om beslag te leggen op een huis aan de Steenbakkersgracht, dat toebehoorde aan S. Me. Hake. Dit werd doorverwezen naar de commissie voor executieverkopen voor verdere behandeling.

Er kwamen verzoeken binnen om beslag te leggen op een derde van het loon:

Het verzoek om beslag op een derde van het loon werd verleend.

Bekijk transcriptie 


Bierens moest een rapport uitbrengen, maar kon niet met zekerheid zeggen wat daarin was gebeurd of wat zij hadden verricht. De ondervraagde zegt dat hij dit niet met zekerheid kan zeggen omdat hij er nooit bij is geweest. Bierens had geklaagd dat de behandeling van de krijgsraad in zijn afwezigheid veel te slap was en zou hierover klagen bij de hooggeplaatste personen.

De ondervraagde wordt gevraagd of hij weet dat Bierens zich in het openbaar heeft uitgelaten dat hij een soldaat genaamd Godfried Beuker, die tijdens zijn dronkenschap losjes had gesproken over roofovervallen, absoluut aan de galg wilde hebben. De ondervraagde zegt hiervan niet op de hoogte te zijn.

Ook wordt gevraagd of de ondervraagde niet vaak onder vele bittere en scherpe uitdrukkingen het misnoegen van Bierens heeft meegemaakt, omdat verdachten volgens hem niet scherp genoeg werden gemarteld en daardoor niet tot een bekentenis werden gebracht. De ondervraagde verklaart hier niets van te weten.

Bekijk transcriptie 


De getuige zei dat hij zich niet met zekerheid kon herinneren wie van de leden zich in zulke bewoordingen had uitgelaten. Hij meende van heer Kapitein Pyselaar daarover te hebben horen spreken of dit te hebben horen aanvoeren.

De getuige verklaarde ja, dat zo'n soortgelijk voorstel niet in de krijgsraad maar in de raad was gedaan.

Vervolgens was bovengenoemde soldaat Godfried Beuker hierheen geroepen. Na een onderzoek van zijn zaak was hij veroordeeld om gedegradeerd te worden tot matroos en van dit eiland weggestuurd te worden.

Het was de ondervraagde bekend dat de Edele Heer Vuijst over deze uitspraak buitenmate ontevreden was geweest en veel moeite had gemaakt om daarvoor zijn goedkeuring te verlenen.

Bekijk transcriptie 


Den gevangeene zegt dat hij niet aanwezig is geweest bij het eerder genoemde incident en dat hij heeft geantwoord wat hij heeft geantwoord, en dat hij heeft uitgelegd welke bewoordingen gebruikt zijn.

Aan de geïnterrogateerde wordt gevraagd waarom hij een verzoek heeft ingediend over het gevelde vonnis tegen een ontdekte beuker, terwijl dat vonnis geen doodstraf maar alleen een simpele verbanning en gradatie bevatte.

De gevangeene zegt dat dit is gebeurd op last van de krijgsraad en na goedkeuring van diezelfde raad, volgens zijn herinnering.

Vervolgens wordt de geïnterrogateerde gevraagd of hij op verschillende manieren 19 personen ter dood heeft laten executeren, namelijk:

Er wordt gevraagd of hij bij al die vonnissen aanwezig is geweest.

Bekijk transcriptie 


Iosephus Standaart en Ian dengevr zeiden dat van de echte gebeurtenissen slechts één van deze mensen, Barend Schuurman, vrijwillig zonder marteling en dwang een bekentenis had afgelegd over het vermeende misdrijf. Hij had bekend over 19 mensen die ter dood waren gebracht.

Zij vroegen of de ondervraagde ooit zo'n verschrikkelijk voorval had gehoord: dat er bij een rechtbank in zo'n klein gebied als Colombo zo'n groot aantal personen was gestraft, waarbij niemand een bekentenis had afgelegd zonder daartoe eerst door foltering gedwongen te zijn, zoals nooit eerder was voorgekomen.

De ondervraagde zei dat hij op het kastje in de raadkamer wel een witte doek had zien liggen, waaruit later het touw was gehaald, zonder met zekerheid te kunnen zeggen door wie het daar was gebracht.

Er werd gevraagd of er 4 personen geëxecuteerd zouden worden. De edele heer had uit handen van zijn hofmeester Pieter van Zoon in een servet het trommelkoord ontvangen, dat gebruikt zou worden om strikken te maken.

Bekijk transcriptie 


Jan zei dat zij allemaal overeenkwamen over een voorgenomen afschuwelijk verraad, maar dat er over sommige details verschil was. De ondervraagde zei dat dit niet met zekerheid gezegd kon worden. De ondervraagde zei dat uit de bekentenissen bleek dat de beschuldigde zaken misschien niet duidelijk had kunnen zien en begrijpen, omdat de gevangenen die als laatste waren gefolterd op een stuksgewijze manier hadden bekend. Ze hadden alleen bekendgemaakt wat nodig was over de punten die aan hen waren gevraagd, en wat andere gevangenen gedwongen waren in de gevangenis te vertellen.

Verder werd aan de ondervraagde gevraagd of hij niet duidelijk had gezien en ervaren dat de bekentenissen van alle beschuldigden op de pijnbank niet met elkaar overeenkwamen en in alle delen klopten, ook al spraken ze over gebeurtenissen die al door anderen waren bekend.

Ook werd gevraagd of Zijn Edelheid deze niet eigenhandig had overhandigd aan de Javaanse scherprechters om daarmee de veroordeelden ter dood te brengen.

Bekijk transcriptie 



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/