Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
-
Op 8 februari 1666 verkopen de meerderjarige kinderen Hendrick, Helena, Maria en Geertruijd Boutius (namens zichzelf en hun minderjarige broer Andries Bontius) drie van de vijf delen in twee huizen aan de Nieuwe Damstraat in Haarlem aan Cornelis van den Ancker, een voormalig kapitein in Brazilië.
- De huizen waren oorspronkelijk van hun overgrootvader Aldert Hendricxsz, een koopman uit Haarlem.
- De andere twee vijfde delen zijn van Elisabeth en Jochem Bontius (oom en tante van de verkopers).
- De verkoop omvat alle rechten en vrijheden die bij de huizen horen, volgens de oude akten.
-
Daarnaast verkopen ze ook alle rechten op de erfenis van hun overleden tante Aefje Boutius (waarvan Elisabeth Bontius tijdens haar leven nog gebruik mag maken, volgens het testament van Aefje).
-
Alles samen (de drie vijfde delen in de huizen én de rechten op de erfenis) wordt verkocht voor 400 carolusguldens, contant te betalen bij levering.
- De overdracht van de drie vijfde delen moet de volgende dag officieel gebeuren bij de rechtbank in Haarlem.
- De verkopers beloven dat de huizen vrij zijn van schulden en claims.
- Ze verbinden zich met hun bezittingen als waarborg.
- Getuigen: Homrius Bortre, Alera Bonsius, Dvan Aneker, Maria Bontius, Eij piesent, Truij bomen. Notaris: Jacob de Winter in Amsterdam.
-
Op 5 februari 1666 staat Ec Anna Jans, vrouw van Marten Ros van Conincxbergen (die in dienst is van de Oost-Indische Compagnie, kamer Delft), een volmacht af aan Geesje Jans (ook bekend als Oudedekroepel).
- Anna Jans woont in de Ridderstraat in Amsterdam.
- Haar man Marten Ros is in december 1665 als bosschieter vertrokken naar Oost-Indië op het schip Dordrecht, onder kapitein Goskes.
- De volmacht is op 10 december 1665 opgemaakt door notaris Hendrick Roosa.
-
Anna Jans draagt alle uitstaande soldij (loon) van haar man over aan Geesje Jans, waaronder:
-
Anna Jans verklaart dat ze volledig is betaald en tevreden is.
- Getuigen: Pieter Snell, Jan Torner, Pieter Dnelt, Jan Cornen, Jorij Gesselt, Terck. Notaris: Jacob de Winter.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 607592 / 150
-
Op 29 maart 1856 werd in Amsterdam een meisje geboren bij Joanna Coersen, die getrouwd was met Pieter Vork (40 jaar, werkman). Het kind kreeg de naam Marrétje en werd geboren om 19:00 uur in hun huis aan de Ridderstraat 284. De geboorte werd de volgende dag officieel vastgelegd. Pieter Vork kon niet schrijven, dus alleen de ambtenaar en de getuigen (Panlus van, 30 jaar, sjouwer en Johannes Vermie, 25 jaar, werkman) tekenden.
-
Op 29 maart 1856 werd om 09:30 uur een meisje geboren bij Margaretha Maria Gosker, getrouwd met Gerardus Johannes Koster (28 jaar, spiegelmaker). Het kind kreeg de naam Anna Geertruida en werd geboren in hun huis aan de Prinsengracht 501 in Amsterdam. De geboorteakte werd op 31 maart 1856 opgemaakt met als getuigen Jan Hendrik Koster (33 jaar, spiegelmaker) en Frederik Koster (30 jaar, vergulder).
-
Op 29 maart 1856 werd om 19:30 uur een meisje geboren bij Joanna Coersen, getrouwd met Pieter (41 jaar, werkman). Het kind kreeg de naam Wilhelmina en werd geboren in hun huis aan de Ridderstraat 284 in Amsterdam. De vader kon niet schrijven, dus alleen de ambtenaar en de getuigen (Paulus Mori, 30 jaar, sjouwer en Johannes Verpie, 25 jaar, werkman) tekenden de akte op 31 maart 1856.
-
Op 28 maart 1856 werd om 11:00 uur een jongen geboren bij Jantie Dirks Welken, getrouwd met Johannes Henricus Weierings (37 jaar, sleepersknecht). Het kind kreeg de naam Johannes Henricus en werd geboren in hun huis aan de Wagenstraat 388 in Amsterdam. De geboorteakte werd op 31 maart 1856 opgemaakt met als getuigen Nicolaas Weetering (34 jaar, werkman) en Franciscus Bauer (30 jaar, sleepersknecht).
-
Op 29 maart 1856 werd om 09:00 uur een meisje geboren bij Margaretha Maria Goster, getrouwd met Gerardus Johannes Rosier (28 jaar, spiegelmaker). Het kind kreeg de naam Johanna Gerardina en werd geboren in hun huis aan de Prinsengracht 501 in Amsterdam. De geboorteakte werd op 31 maart 1856 opgemaakt met als getuigen Jan Hendrik Koster (33 jaar, spiegelmaker) en Frederik Koster (30 jaar, vergulder).
-
Op 29 maart 1856 werd om 18:00 uur een jongen geboren bij Johanna Cornelia Plagman, getrouwd met Franciscus Ziscent (35 jaar, kuiperknecht). Het kind kreeg de naam Franciscus Carolus en werd geboren in hun huis aan de Egelantiersstraat 208 in Amsterdam. De geboorteakte werd op 31 maart 1856 opgemaakt met als getuigen Theodorus Meegers (28 jaar, kuiper) en Johannes Hermanus Tim (64 jaar, opperman).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433305 / 176
-
Op 23 augustus 1930 meldden Jacobus van de Ven (41 jaar, woonachtig in Diemen, beroep: vaandrig) en Gijsbert Toorenburgh (70 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) dat Juliana Mens (29 jaar) op 21 augustus 1930 om 23:00 uur in Amsterdam was overleden. Zij was geboren in Amsterdam, had geen beroep en was getrouwd met Christiaan Cornelis Petrus Honing. Haar ouders waren Jacobus Hens (koopman) en Johanna Elisabeth Dijkman (geen beroep), beiden woonachtig in Amsterdam.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Martinus Uittenbosch (56 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) en Jan Hendrik Bettelingh (73 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspacher) dat Catharina Sibilla Hutter (67 jaar) op 24 augustus 1930 om 5:00 uur in Amsterdam was overleden. Zij was geboren in Amsterdam, had geen beroep en was getrouwd met Willem Johannes van den Broek. Haar ouders waren Jacobus Johannes Hutter en Sibilla Elisabeth Jurgens, beiden overleden.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Cornelis Geuzebroek (58 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) en Gisbert Toorenburgh (70 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspacher) dat Jacobus Petter (1 dag oud) op 23 augustus 1930 om 15:30 uur in Amsterdam was overleden. Hij was geboren in Amsterdam, had geen beroep en was de zoon van Pieter Letter (koopman) en Catharina Johansson (geen beroep), beiden woonachtig in Amsterdam.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Julius Beidner (41 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) en Gijsbert Toorenburgh (70 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) dat Dirk Herter (71 jaar) op 24 augustus 1930 om 18:30 uur in Amsterdam was overleden. Hij was geboren in Amsterdam, had geen beroep en was gescheiden van Cornelia Schulp en getrouwd met Catharina Wilhelmina van Veen. Zijn ouders waren Johan Diedrich Berter en Johanna Catharina Ditjer, beiden overleden.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Antonius van Steinisel (71 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspacher) en Jan van Riel (40 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) dat Jacobus Coenraadus Seger (32 jaar) op 23 augustus 1930 om 14:00 uur in Amsterdam was overleden. Hij was geboren in Baarn, werkte als journalist en was gescheiden van Cornelia Theodora Johanna Wilhelmina van Dooselaar en getrouwd met Maria Jacoba Wilhelmina van Boven. Zijn ouders waren Floris Carolus Zeger (kroegbaas) en Maria Hendrika Vegers (geen beroep), beiden woonachtig in Baarn.
-
Op 25 augustus 1930 meldden Jan Gerardus Steevens (47 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: vaandrig) en Barend Toorenburgh (78 jaar, woonachtig in Amsterdam, beroep: aanspreker) dat Deverdina Maria Jansen (92 jaar) op 23 augustus 1930 om 18:30 uur in Amsterdam was overleden. Zij was geboren in Haarlem, had geen beroep en was weduwe van Antonie Gosker. Haar ouders waren Gerrit Jansen en Bartha Jacoba Anthonijsen, beiden overleden.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344098 / 57
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931675 / 32
-
Op 19 november 1889 meldde Heintje Goskes, een 43-jarige vroedvrouw uit de Jacob van Campenstraat 67 in Amsterdam, dat op 18 november 1889 om 8:00 uur 's ochtends een jongensbaby was geboren in het huis op Gerard Doustraat 129. De moeder was Theodora van Alem, die daar ook woonde. Het kind kreeg de naam Petrus Regardus. Getuigen waren Karel Lucas Golnaar (45, werkman) en Malthuis Meijer (54, werkman).
-
Op 19 november 1889 gaf Jacob van Ogtrop, een 42-jarige sigarenmaker uit de Hart Janjeliersstraat 48, aan dat op 18 november 1889 om 21:00 uur 's avonds een meisje was geboren bij hem en zijn vrouw Johanna Lientz. Het kind kreeg de naam Johanna Maria. Getuigen waren George Siegliet (33, stavenmaker) en Evers Lasteen (26, sigarenmaker). Evers Lasteen kon niet schrijven.
-
Op 19 november 1889 verklaarde Hermanus Jacobus Becker, een 43-jarige werkman uit de Tweede Weteringdwarsstraat 29, dat op 17 november 1889 om 18:00 uur 's avonds een jongen was geboren bij hem en zijn vrouw Riekjen Schroden. Het kind kreeg de naam Willem Frederik Hendrik. Getuigen waren Johannes Vissers (46, blikslager) en Johannes Bijl (46, timmerman).
-
Op 19 november 1889 meldde Abram Verham, een 33-jarige smid uit de Jacob van Lennepstraat 50, dat op 19 november 1889 om 6:00 uur 's ochtends een meisje was geboren bij hem en zijn vrouw Hillegie Atzema. Het kind kreeg de naam Hillegina. Getuigen waren Hendrik Verham (47, metselaar) en Jan Maij (39, werkman).
-
Op 19 november 1889 verklaarde Johannes Christiaan de Haan, een 37-jarige scheepsimmerman uit de Rorenstraat 1, dat op 16 november 1889 om 15:00 uur 's middags een jongen was geboren bij hem en zijn vrouw Geertruida Bijl. Het kind kreeg de naam Johannes Christiaan. Getuigen waren Pieter Adrianus de Vaan (35, boekdrukker) en Christiaan Heer (51, bediende).
-
Op 19 november 1889 meldde Abraham Prins, een 31-jarige werkman uit de Nieuwe Priegelstraat 70, dat op 17 november 1889 om 5:00 uur 's ochtends een jongen was geboren bij hem en zijn vrouw Grietje Maria Kramer. Het kind kreeg de naam Gerardus Marinus. Getuigen waren Willem Antonie Prins (39, winkelier) en Herman Frederik Carstens (44, kleermaker).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433850 / 80
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606871 / 17
Op
23 maart 1666 verscheen
Barent Lucasz van Haarlem voor notaris
Pieter van Buijtene in bijzijn van getuigen. Hij was gezond en helder van geest en tekende een testament voordat hij als matroos zou vertrekken op het schip
Het Wapen van Utrecht, onder leiding van kapitein
Hendrick Goskes. Het schip voer in dienst van de
Gecommitteerde Raden van de Admiraliteit in
Amsterdam.
In zijn testament bepaalde
Barent Lucasz het volgende:
- Hij liet Adrige Jans, de zus van zijn overleden vrouw, aanwijzen als zijn enige en universele erfgenaam (de enige die alles erft).
- Zij erfde alle bezittingen, zowel roerend (spullen die je kunt verplaatsen) als onroerend (zoals grond of huizen).
- Ook kreeg zij recht op zijn loon, buitgemaakte goederen (plunderagie) en achterstallig salaris (maandgelden) dat hij nog zou verdienen of achterlaten.
- Adrige Jans mocht alles wat ze erfde houden en gebruiken.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937086 / 501
-
Op 26 januari 1815 om 13:00 uur werd een geboorteakte opgemaakt voor Hermina Kruijle, geboren op 23 januari 1815 om 23:00 uur. Zij was de dochter van Hermina Kruijle, een vrouw zonder beroep uit Zuidlaren in Drenthe, die tijdelijk verbleef op de Haarlemmerdijk bij De Cincel (huisnummer 5713, kanton 4) in Amsterdam. Het kind werd als meisje erkend. Getuigen waren:
De akte werd op verzoek van Anna Seers (55 jaar), een vroedvrouw uit de Haarlemmerdijk bij de Visserstraat (nummer 300), opgesteld en ondertekend door de vroedvrouw, de getuigen en Jaan Huijdecoper van Naarsseveer, lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam.
-
Op 26 januari 1815 om 13:00 uur werd een geboorteakte opgemaakt voor Cornelia Gosken, geboren op 24 januari 1815 om 04:30 uur. Zij was de dochter van Johannes Gosken (tapijtmaker) en Engeltje Kramer (zonder beroep), een getrouwd stel uit de Lepelgracht (nummer 25, kanton 1). Het kind werd als meisje erkend. Getuigen waren:
De akte werd op verzoek van de vader opgesteld en ondertekend door de vader, de getuigen en Joan Huijdeloper van Maarsteveen, lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam.
-
Op 26 januari 1815 om 13:00 uur werd een geboorteakte opgemaakt voor Jan Pieter Gebhardt, geboren op 24 januari 1815 om 14:00 uur. Hij was de zoon van Jan Caspar Gebhardt (kleermaker) en Jacoba Maria van der Singel (zonder beroep), een getrouwd stel uit de Tweede Weterdwarsstraat (kanton 3). Het kind werd als jongen erkend. Getuigen waren:
De akte werd op verzoek van de vader opgesteld en ondertekend door de vader, de getuigen en Joan Duijdecoper van Waarsteveen, lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam.
-
Op 26 januari 1815 om 13:00 uur werd een geboorteakte opgemaakt voor Harmanus van Vlaanderen, geboren op 25 januari 1815 om 16:00 uur. Hij was de zoon van Harmanus van Vlaanderen (steenkolenwerker) en Viertje Bodens (visverkoopster), die woonden op de Jodenbloemgracht (nummer 42, kanton 6). Het kind werd als jongen erkend. Getuigen waren:
De akte werd op verzoek van de vader opgesteld. Omdat de vader niet kon schrijven, ondertekenden alleen de getuigen en Joan Duijdecoper van Waarsteveen, lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1920503 / 66
Johan Goske had op
15 juli 1725 in
's-Gravenhage tien leningbriefjes (obligaties) op naam staan, die hij via notaris
de Burg aan
Pieter Smit overdroeg. Op
4 juli 1725 verkocht
Smit deze briefjes via notaris
Michiel Lirraas aan de uitvoerders van het testament van
Samuel Levi Zimines (ook bekend als
Samuel Zimenes), voor rekening van
Zimenes zelf.
Deze obligaties waren oorspronkelijk door
Zimenes' voormalige voogden op
2 juli 1738 aan hem overgedragen en op
2 september 1738 door de
Hoge Raad van Holland bevestigd als zijn eigendom.
Nu verklaart
Zimenes dat de leningen, inclusief rente, volledig zijn afbetaald. Hij staat deze obligaties af voor een koop, specifiek ten behoeve van de vier minderjarige kinderen van
Jacob Tereira de Mates en
Rachel de Pinede:
Judith,
Hester,
Rabicca en
de Vier. De voogdij over deze kinderen ligt bij de
Edel Achtbare Heeren Weesmeesters (weeskamer).
De obligaties hebben een totale waarde van
1010 gulden en zijn allemaal uitgegeven door
Holland en West-Friesland, met het
Generaal Comptoir als beheerder. Ze dateren van
1 september 1743 en
29 augustus 1724, met de volgende details:
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40522, geregistreerd onder P 200)
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40523, geregistreerd onder F 200)
- 1 obligatie van ƒ1.348,- (nummer 10524, geregistreerd onder P 208)
- 1 obligatie van ƒ1.348,- (nummer 40525, geregistreerd onder F 208)
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40500, geregistreerd onder F 208)
- 1 obligatie van ƒ1.434,- (nummer 40527, geregistreerd onder Rod)
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40528, geregistreerd onder F 200)
- 1 obligatie van ƒ4.348,- (nummer 40529, geregistreerd onder Fo 208)
- 1 obligatie van ƒ2.434,- (nummer 4050, geregistreerd onder Fo 208)
- 1 obligatie van ƒ4.349,- (nummer 40531, geregistreerd onder F 200)
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510415 / 134
In de periode van 1669 tot 1678 zijn er in Amsterdam notariële akten verzameld die nu bewaard worden onder het nummer 1970. Deze documenten zijn opgesteld door verschillende notarissen die in die tijd in de stad werkten.
De akten bevatten onder andere:
- overdrachten van eigendommen zoals huizen, grond en schepen;
- testamenten en erfeniskwesties;
- huwelijksvoorwaarden en huwelijkse goederenregelingen;
- schuldbekentenissen en leningen;
- volmachten, waarbij iemand toestemming geeft aan een ander om namens hem of haar zaken te regelen;
- verklaringen van getuigen over bepaalde gebeurtenissen;
- overeenkomsten tussen handelaren, bijvoorbeeld over lading of partnerschappen;
- vrijlating van slaven (in enkele gevallen, omdat slavernij toen nog bestond).
Deze akten geven een beeld van het dagelijks leven, de handel en de rechtszaken in Amsterdam tijdens de 17e eeuw. Ze zijn belangrijk voor historici die onderzoek doen naar de economie, samenleving en cultuur van die tijd.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 921531 / 1
In
1663 overlijdt de moeder van
Pieter Ooske (leeftijd onbekend) en
Hendrick Goske (leeftijd onbekend). Voor haar kinderen wijst zij als voogden aan:
De bezittingen van de overledene worden gevonden op de hoek van de
Boomsloot en de
Oude Schans in
Amsterdam. Dit zijn onder andere:
- Meubels: een zolder, een tafel met kleed, een koperen bord, een lessenaar, een kast, een vat, een vleeskast, een balie, een melkzeef, een kledingrek, twee kledinghaken, een kippenhok, een ijzeren haak, een kelderrek, een stek, een ton, een kinderbed, een stoel, een bierrek met bierwieger, een zeiltje en een ijzeren voorwerp bij de stoep.
- Overige spullen: wat rommel in de voorraadkast, 4 bedden met 3 kleine vatjes, een roede voor een bed en wat rommel.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937348 / 4
Nicolaes Hemminck, een notaris, legde op
11 maart 1679 een verklaring vast over een geschil rond de erfenis van de overleden
Dietloff Wolbrantsz. Hier de belangrijkste punten:
- Er was een schuld van Neeltje Jaspers (weduwe van Jode) aan Dietloff Wolbrantsz van 1429 gulden. Deze schuld moest eerst betaald worden voordat de erfenis verdeeld kon worden.
- De erfenis bestond uit een schip genaamd Tactum of Grietje Hendricx. Dit schip moest gemeenschappelijk gehouden worden door:
- De verdeling van de erfenis moest wachten tot de schuld was afbetaald. Het schip mocht niet verkocht of apart gebruikt worden.
- De erfgenamen beloofden dat ze elkaar schadeloos zouden houden voor eventuele kosten of problemen rond de erfenis.
- Er werd ook een ander schip genoemd, Joff Harmen Andriesz, dat toebehoorde aan Adriaen Le Bij en Frans Davidsz. Dit schip was gekocht voor 2200 gulden, met als verkopers onder anderen Hendrick Ryers, Egbert van Voorn, Francoes de Lambre en Pieter Fonteijn.
- De betrokkenen beloofden zich aan de afspraken te houden. Als ze dat niet deden, konden hun bezittingen in beslag genomen worden.
De verklaring werd opgesteld in
Amsterdam en was gebaseerd op een eerder testament uit
5 september 1679, opgemaakt door notaris
Coop van Groen en
Josr. van der Burgh.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937355 / 116
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937316 / 183
Op 3 februari 1858 werden in Amsterdam verschillende overlijdens akten opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hier een overzicht van de overledenen en hun gegevens:
-
Christina Sibilla Charlotta van der Linden, 12 jaar oud, dochter van Jacobus van der Linden (overleden) en Elizabeth Borgstee. Overleden om 16:00 uur in de Goudsbloemstraat 417. Aangifte gedaan door Nicolaas Mulder (schoenmaker, 38 jaar) en Johannes Casper Rademaker (behanger, 34 jaar), beiden bekenden van de overledene.
-
Christiena Geertruij Ietswaart, 47 jaar oud, echtgenote van Cuert Bacharach en weduwe van Johan Jacob Schuh. Overleden om 22:30 uur op 30 januari 1858 in de Bloemgracht 47. Aangifte gedaan door Cuert Bacharach (55 jaar, geen beroep) en Jan Willem Oberman (onderwijzer, 39 jaar), beiden uit het sterfhuis.
-
Ferdinand Matthys Etten, 16 jaar oud, zoon van Jan Jacob en Cornelia Gosken (beide overleden). Overleden om 00:30 uur in de Elandstraat 103. Aangifte gedaan door Adrianus Dekker (suppoost, 50 jaar) en Ludovicus van der Horst (portier, 49 jaar), waarvan de laatste uit het sterfhuis kwam.
-
Albert Biland, 4 jaar oud, geboren in Hoogerheide, zoon van Arend Nijland en Anna Kuiper. Overleden om 11:30 uur in de Koningstraat 276. Aangifte gedaan door Arend Nijland (schoenmaker, 40 jaar, vader) en Jan Hendrik Kersten (kastenmaker, 35 jaar).
-
Sara Smit, 9 jaar oud, dochter van Benjamin Levie Smit en Temmetje van Isaäc Bouman. Overleden om 14:00 uur in de Houtgracht 227. Aangifte gedaan door Amon Levie Mok (diamantslijper, 46 jaar) en Jacob Suasso Snoed (diamantslijper, 28 jaar), beiden bekenden.
-
Dirkje Serdink, 68 jaar oud, geboren in Zeist, echtgenote van Gerrit Joost Haverman. Overleden om 11:30 uur in de Wijde Kaperssteeg 129. Aangifte gedaan door Gerrit Joost Haverman (oonswerker, 64 jaar, echtgenoot) en Wilhelm Herman Fransz (54 jaar, geen beroep).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2341371 / 167
-
Op 9 november 1852 meldden Willem Hendrik Hogesteyn (29 jaar, bediende, wonend in de Kerkstraat 214 in Amsterdam, zoon van de overledene) en Fransiscus ter Meulen (29 jaar, bediende, wonend in de Zeedijk M 26 in Amsterdam, schoonzoon van de overledene) dat Aleidis Bakker (57 jaar, geboren in Utrecht, echtgenote van Dirk Hogesteyn) was overleden op 9 november 1852 om 12:00 uur in haar huis aan het Blijpandaad 30 in Amsterdam.
-
Op 10 november 1852 werd een uittreksel uit het scheepsjournaal van de Nederlandse bark Anjer ingeschreven. Volgens een brief van het Ministerie van Marine (gedateerd 19 oktober 1852 in 's-Hage) was Johannes Franciscus Klohenburg (28 jaar, matroos, geboren in Amsterdam) overleden op 3 mei 1852 om 10:00 uur aan boord van het schip, tijdens een reis van Java naar Amsterdam, op coördinaten 39°28’ noorderbreedte en 23°04’ westerlengte (ten opzichte van Greenwich).
-
Op 19 november 1852 meldden Jarel Hendrik Koch (44 jaar, aannemer, wonend in de Boomdwarsstraat 10 in Amsterdam) en Antonius Franciscus Wilhelm (35 jaar, ambtenaar, wonend in de Leliedwarsstraat 167 in Amsterdam) dat Philippus Wilhelmus Gosker (leeftijd onduidelijk) en Aartje Bijvank (leeftijd onbekend, geboren in Eenhoorn) waren overleden op 19 november 1852 om 17:00 uur in hun huis aan de Elandstraat 26 in Amsterdam. Aartje Bijvank was levenloos aangetroffen.
-
Op 10 november 1852 werd een uittreksel uit het scheepsjournaal van de Nederlandse bark Hemel (onder leiding van kapitein H.L.A. Kayser) ingeschreven. Volgens een brief van het Ministerie van Marine (gedateerd 19 oktober 1852 in 's-Hage) was Jens Andersen (39 jaar, bootsman, geboren in Karlshamn (Zweden)) overleden op 13 januari 1852 om 11:00 uur aan boord, tijdens een reis van Java naar Amsterdam, in de Straat Soenda.
-
Op 10 november 1852 meldden Martinus Antonius Cijlders (47 jaar, sjouwer, wonend in het sterfhuis, echtgenoot van de overledene) en Lodewijk Lodewijks (39 jaar, sjouwer, wonend aan de Goudsbloemgracht 629 in Amsterdam, bekende van de overledene) dat Elisabeth Watro (54 jaar, geboren in Leiden, echtgenote van Martinus Antonius Cijlders) was overleden op 8 november 1852 om 21:00 uur in haar huis aan de Palmdwarsstraat 99 in Amsterdam. Martinus Antonius Cijlders kon niet schrijven.
-
Op 10 november 1852 werd een uittreksel uit het scheepsjournaal van de Nederlandse bark Hemel (onder leiding van kapitein H.L.A. Kayser) ingeschreven. Volgens een brief van het Ministerie van Marine (gedateerd 19 oktober 1852 in 's-Hage) was Jan Pieter Casper Houtman (27 jaar, matroos, geboren in Amsterdam) overleden op 10 januari 1852 om 08:00 uur aan boord, tijdens een reis van Java naar Amsterdam, in de Straat Soenda.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2341099 / 167
-
Op 11 juli 1800 om 10 uur 's ochtends werd in Amsterdam de overlijdensakte opgemaakt van:
Engele Cohen Jacobs, 69 jaar oud, geboren in Amersfoort.
Woonde en overleed op Roeters Eiland nummer 2.
Weduwe van Moses Moresco, zonder kinderen.
Erfgenamen: Zechiel Cohen Jacobs (60 jaar, onderwijzer, broer) en Benjamin Moresco (55 jaar, zwager).
-
Op 11 juli 1800 om 10 uur 's ochtends werd in Amsterdam de overlijdensakte opgemaakt van:
Pieter Lavorne, 75 jaar oud.
Woonde en overleed in de Egelantiersstraat nummer 4.
Weduwnaar van Anthonia Holijarhoek, met kinderen.
Erfgenamen: Petrus Donk (62 jaar, kennis) en Dirk Donk (30 jaar, kennis, touwslagershulp).
-
Op 11 juli 1800 om 10 uur 's ochtends werd in Amsterdam de overlijdensakte opgemaakt van:
Jan Hendrik Drewes, 33 jaar oud.
Woonde en overleed aan de Bloemgracht nummer 20.
Gehuwd met Fenneke Kruimers, zonder kinderen.
Erfgenamen: Tobias Jannink (62 jaar, oom, commissionair) en Arnoldus Lukken (41 jaar, zwager, kantoorbediende).
-
Op 11 juli 1800 om 10 uur 's ochtends werd in Amsterdam de overlijdensakte opgemaakt van:
Carolina Hessels, 28 jaar oud.
Woonde en overleed aan de Hoogte Kadijk nummer 116.
Gehuwd met Hendrik de Goijer, met kinderen.
Erfgenamen: Hendrik de Goijer (28 jaar, echtgenoot, schoenmaker) en Lourens Hessels (25 jaar, broer, kantoorbediende).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2335762 / 46
In 1692 werd in Amsterdam een loterij gehouden voor de verkoop van schulden en leningen (zogeheten 'obligaties') uit verschillende steden, waaronder Sneek, Edam, Harlingen, Groningen en Enkhuizen. Enkele voorbeelden:
- Meijndert Egas uit Sneek had een schuld van 199 gulden en 1 stuiver.
- Jacob van Sanen uit Broeck in Waterland verschuldigde 250 gulden en 59 stuivers.
- Wenter Buckschap uit Pieuwaerden (nu: Purmerend) had een openstaand bedrag van 26 gulden en 52 stuivers.
- Dirck Dircksz uit Harlingen stond voor 9 gulden in het schuldboek.
- Jan Criesendorp uit Eeveniter (mogelijk Ewijk of Eefde) had een schuld van 64 gulden en 32 stuivers.
De totale opbrengst van Lot nummer 2 werd vervolgens via een blinde loting toegewezen aan twee verschillende rekeningen (Compten): Lot nummer 7 ging naar de tweede rekening en Lot nummer 2 naar de eerste rekening. Dit gebeurde onder toezicht van Jonathan Hardenbroeck, Steven van den Marck, Adriaen Hillendoorn en Gerrit van Genni, met David des Pommare en Gerrit van der Groe als getuigen. De akte werd op 28 april 1692 ondertekend en verzegeld.
Op dezelfde dag werd een geschil voorgelegd aan de Commissarissen van de zaken in Amsterdam. Het betrof een conflict tussen:
De partijen hadden hun geschil eerder al aan de Commissarissen overgedragen, zoals bleek uit een uittreksel van 15 januari dat jaar. Ze hadden ook een officiële overeenkomst (compromis) getekend op 8 februari en 11 februari, opgesteld door notaris Francois Tiperandet. De Commissarissen hadden vervolgens beide partijen meerdere keren gehoord, zowel in onderhandelingen als in formele zittingen. Ze onderzochten alle stukken en documenten, maar negeerden stukken die niet verzegeld waren volgens de regels voor het kleine zegel. Na alles te hebben bekeken, bereidden ze een vonnis voor.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606948 / 311
Op 1 januari 1691 gingen Diego Pereira Flores (ook wel Isaak Levij Flores) en Joseph Levij Flores, allebei wonend in Amsterdam, naar notaris Dirck van der Groe. Zij verklaarden dat hun overleden zus, Lea Flores, getrouwd was met Salomon Levij Lminres (ook wel Maniel Lunen), een koopman uit Hamburg.
Volgens het huwelijkscontract (ketuba) dat Lea en Salomon hadden opgesteld, hoefde Salomon niets terug te betalen uit dit contract. De broers gaven aan dat ze hiermee akkoord gingen. Ze stemden er ook mee in dat Salomon alle uitkeringen uit het huwelijksgoed mocht geven aan hun broer Jacob Levij Flores, die eveneens in Hamburg woonde. Jacob had hun zus uitgehuwelijkt en het huwelijksgoed van hun zus ontvangen.
De broers verzaken ook officieel elk recht op de erfenis van hun zus ten gunste van Jacob. Ze lieten een akte opmaken door de notaris, in aanwezigheid van de getuigen Gerrit van der Groe en Lonis van der Groe.
Op dezelfde datum, maar dan in het jaar 1 januari 1662 (waarschijnlijk een fout, moet 1691 zijn), verscheen Carel Goske, wonend in Amsterdam, bij notaris Dirck van der Groe. Hij verklaarde dat Jan Tentsel, een assistent van de Vereenigde Oostindische Compagnie in Cochin (een plaats in India, toen Cataria genoemd), twee schuldbrieven had. Deze waren samen goed voor 800 dukaten (een oude muntsoort). De schuldbrieven waren opgesteld in Cochin op 6 augustus 1690.
Deze 800 dukaten moesten worden betaald uit de erfenis van Pieter de Wit, een voormalig notaris in Amsterdam. Adriaan van de Cruijs, diaken van de Waanse (Waalse) gemeente en executeur van het testament van Pieter de Wit, was verantwoordelijk voor de uitbetaling. Jan Tentsel was voor de helft erfgenaam van Pieter de Wit.
Carel Goske verklaarde dat hij een volmacht had van Jan Tentsel om de schuldbrieven te regelen. Hij stemde ermee in dat Adriaan van de Cruijs en de andere executeurs de schuldbrieven en de erfenis van Jan Tentsel konden overdragen aan Bartholomeus Targier, de gemachtigde van Jan Tentsel.
Carel Goske beloofde dat hij geen verdere claims zou indienen bij Adriaan van de Cruijs, de andere executeurs of de diaken van de Waanse gemeente voor deze schuld van 800 dukaten. Hij zou zich alleen richten tot Bartholomeus Targier of Jan Tentsel zelf.
Deze verklaring werd opgesteld in Amsterdam in aanwezigheid van de getuigen Gerrit van der Groe en Jacobus LePer.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606948 / 113
Cornelis Touw, een notaris, legde op
2 december 1637 in
Amsterdam een verklaring vast in aanwezigheid van getuigen
Claes Boeles en
Gerrit Schouten.
Aaltje Ellerts, weduwe van
Jan Oom Claesz, gaf
Douwe Indse, een schipper, de opdracht om namens haar 396 gulden te innnen. Dit bedrag was verschuldigd door de weduwe en erfgenamen van
Barent van Canckebeer uit
Bremen. De schuld betrof 12 ton zeep die in
14 oktober 1632 was verzonden: 6 ton door schipper
Harman Jansz en 6 ton door schipper
Heyndrick Hartman.
Douwe Indse mocht ook een kwitantie afgeven en, als de betaling uitbleef, naar de rechter stappen.
Op
1 december 1637 liet
Jan Jansz de Jongt (bijnaam:
cleerbesem) via de notaris aan
Jan Heijndricx Admiraelsz weten dat deze eerder juwelen van hem had gekregen om te verkopen. Omdat de verkoop niet lukte, had
Jan Heijndricx van
Jan Coesert 700 gulden geleend, met de juwelen als onderpand. Nu eiste
Jan Coesert het geld terug, inclusief rente. Omdat
Jan Heijndricx niet kon betalen, dreigde
Jan Coesert de juwelen te verkopen.
Jan Jansz de Jongt waarschuwde
Jan Heijndricx via de notaris om snel te betalen, anders zou de verkoop doorgaan en zou
Jan Heijndricx zelf de kosten en schade moeten dragen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510358 / 292
Op 29 maart 1692 kwamen Eva Soulaer, weduwe van Egbert van Hoorn, en Pieter Golkes, beide inwoners van Amsterdam, bij notaris Henrick Outgers. Ze verklaarden dat ze geld hadden ontvangen van Abraham de Lammerend en Jaques de la Fontaine, de voogden van de minderjarige kinderen van François de Lammerend.
Het geld kwam uit een bedrag van 4000 gulden (inclusief rente) dat François de Lammerend volgens een akte van 12 april 1688 had gekregen. Dit was bestemd voor de erfgenamen van Ijtje Hendricx, de overleden vrouw van Marius Magnusz Blond.
Eva Soulaer kreeg 1000 gulden, en Pieter Golkes kreeg 1600 gulden. Dit was hun deel van de 4000 gulden, zoals bepaald in de akte van 12 april 1688.
Omdat het geld deel uitmaakte van een fideicommis (een speciale erfregeling) uit de laatste wil van Ijtje Hendricx (31 augustus 1651), moesten Eva Soulaer en Pieter Golkes beloven dat het geld later zou toevallen aan de familie van Ijtje Hendricx.
Zij ontkenden niet alleen dat ze nog geld verschuldigd waren aan de voogden, maar ze vrijwaarden de voogden ook voor zichzelf en hun eigen erfgenamen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937185 / 159
In een officiële brief aan de minister van Financiën en de minister van Koloniën werd meegedeeld dat Willem Elize Arie Verschoor was overleden op 12 augustus 1864 in Schalongen (een plaats in Nederlands-Indië, het huidige Cilacap, Indonesië).
Verschoor was hofmeester (een soort bediende voor de officieren) aan boord van het Nederlandse fregat Joseph Willem. Hij was 37 jaar oud, geboren in Gouda, en had gewoond in Rotterdam. Zijn ouders waren Evers en Louisa Alster.
Deze informatie kwam uit een officieel, gecertificeerd uittreksel van het overlijdensregister van Schalongen. De brief was gedateerd op 9 september 1864 en verwees naar een regel uit 1849 over het bijhouden van registers voor geboorten, huwelijken en overlijdens.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 1544 / 0077
- Op 22 april 1692 ('s middags om 14:00 uur) kwam Grietie Marcus van der Wal, een ongehuwde vrouw uit Amsterdam, bij notaris Pieter Baes om haar testament op te stellen. Zij was gezond van lichaam en geest en wilde haar bezittingen verdelen.
- Zij maakte alle eerdere testamenten en afspraken over haar erfenis ongeldig.
- In haar nieuwe testament liet zij het volgende na:
- Aan Grietie van den Bergh (haar nicht): haar 2 beste jurken van samaer (een soort stof).
- Aan Grietie Snellaert (ook haar nicht): alle overige jurken van samaer die zij bezat, behalve de 2 beste.
- Aan Geertruyt Dingenans (haar nicht): haar beste rijrok (een soort bovenkleding) en de op één na beste rok van zijde.
- Aan Geertragt van den Bergh Goeke (haar nicht): al haar ondergoed en kledingstukken van rantien (fijn linnen), waaronder:
- 6 linnen onderrokken
- 2 onderrokken van neteldoek (grovere stof)
- 2 linnen onderrokken met parelkant.
- Aan Mettie Arentz, Tryntie Arents, Hendriessie Arensz en Waer Arentz (of diens vrouw, alle vier haar nichten):
- Alle overige wollen kleding die zij naliet, inclusief de wollen kleding en witte hemden die zij van haar oom Christoams Dingsbert had gekregen.
- Deze spullen moesten gelijk verdeeld worden in 4 delen, zonder dat iemand meer recht had op een groter aandeel.
- Aan haar ooms en tantes die op dat moment nog leefden: aan elk een gelijk bedrag (hoofd voor hoofd).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975164 / 402
Op
10 mei 1733 gingen
Anthonij van den Bogaard en
Sara Cardoes, een getrouwd stel uit
Bennebroek (maar op dat moment in
Haarlem), naar notaris
Salomon Krul.
Sara Cardoes werd bijgestaan door haar man en gaf toestemming voor de verkoop.
Zij verkochten en droegen over aan:
de executeurs van het testament van de overleden heer Ysbrand Goske (die earlier gouverneur was van
Kaap de Goede Hoop). Deze executeurs beheerden zijn nagelaten bezittingen voor de erfgenamen.
Het ging om
vier schuldbrieven (leningen), allemaal op naam van
Juda senior Henriques, uitgeschreven door het
Algemeen Kantor van de Verenigde Nederlanden in
Den Haag. De brieven waren gedateerd op
1 januari 1708 en goedgekeurd op
1 juni 1708:
- Een lening van 3000 gulden (folionummer 557, register C, folio 1187, register G, folio 129, nummer 3)
- Een lening van 3000 gulden (folionummer 557, register D, folio 1187, register H, folio 129, nummer 4)
- Een lening van 2000 gulden (register F, folio 130, nummer 27, folio 559, register C)
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974325 / 132
Jan Hendrik van de te Dam, secretaris van de stad
Haarlem, was de enige erfgenaam van zijn overleden vrouw,
Anna Maria Dierkens. Op
maart 1787 gaf hij de notaris
Philip Hendrik Kortbeek uit
's-Gravenhage de opdracht om namens hem twee stukken land te verkopen:
- Het eerste stuk land was een perceel grasland (hooiland) in Eykenduynen, in de West Campspolder (onder 's-Gravenhage).
- Het tweede stuk land was de helft van een perceel van 6 morgen (ongeveer 5 hectare), bestaande uit grasland en hoger gelegen land.
Kortbeek moest deze overdrachten officieel regelen bij de schepenen (rechters) van
's-Gravenhage of andere bevoegde instanties.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974467 / 59
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5843136 / 276
Vorige paginaVolgende pagina