Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De aanklager zegt dat de verdachte enkele weken geleden een gouden fluitje of kinderbel met een gouden kettinkje heeft gestolen van de onderkoopman Gillis Nonnemans en een slaaf Jacob van Paliacatta. Na zijn vlucht is dit weer van hem afgenomen. Op 24 december 1654 werd de dief veroordeeld tot geseling met roeden achter het stadhuis. Vervolgens beschuldigt de aanklager op 29 december 1654 twee matrozen, Anthonij Dircksz van Culenburgh en Pieter Pietersz van Maldegom, omdat ze hun plicht verzaakten door:

Ze worden veroordeeld om met een ketting aan hun been op een schip naar Banda te worden gestuurd om daar de Compagnie te dienen. Tot slot wordt een zaak genoemd met Mr. Harman Clencke van Odessen als aanklager tegen Matijs Duchene en Cornelis Willemsz van Beest, die gemachtigd zijn door Francoes Caron en Juffrouw Silver Nagels.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9287 / 0026  


De leiders van 3 schepen kwamen bij elkaar omdat ze zich zorgen maakten dat ze elkaar door mistig weer kwijt zouden raken bij /Kaap de Goede Hoop/. Ze waren bang dat sommige schepen naar /Sint Helena/ of andere havens zouden varen. Dit zou schadelijk zijn voor de VOC. Ze verwijzen naar een vergadering van 27 maart.

Het document is ondertekend op 1 april 1662 op het schip de Vogel Phoenix, voor anker in de baai van /Kaap de Goede Hoop/ door:

De aankomst van Zacharias Wagenaar met het jacht de Angelier en het fluitschip de Ojevaar op 2 april verhinderde hun vertrek. De dag erna kwamen de leiders van 5 schepen bijeen voor het welzijn van het vaderland.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1262 / 0357  


In maart 1662 overleed in fort de Goede Hoop de matroos Jan Evertsz van Emmerick, van het schip Malacca. Op 12 maart was het mooi weer, maar te stil voor de vloot. Op 13 en 14 maart werden 2 schepen gezien, waarvan de Phoenix met schipper Corn. Stamper binnenkwam.

De vloot stond onder leiding van schout-bij-nacht Joan van der Laen en admiraal Arnold de Vlamingh van Outshoorn. De vloot bestond uit:

De vloot vertrok op 23 december 1661 uit Batavia en bereikte op 9 januari de Straat Sunda. Op 11 februari raakten de schepen door storm uit elkaar bij St. Brandon. Op 15 maart was het mistig met noordwestenwind. De schepen Maersseveen en Princes Royael werden nog gezien bij het Robbeneiland en het Dasseneiland. Men hoopte dat de hele vloot de volgende dag zou binnenkomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3996 / 0377  


Maria Pieters, de vrouw van Reijnier Axeel, heeft een rechtszaak tegen Willem Alma. De rechters sturen hen door naar commissarissen. Carel Ringelaer, burger van deze stad, vraagt een vierde dagvaarding aan tegen Jan de Vinck, een soldaat in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Robbert Silliart, burger, toont documenten in een rechtszaak tegen Cornelis Speelman en Pieter Cnol. Cnol vertegenwoordigt Gillis Nonnemans. Holst stelt dat de eiser eerst proceskosten had moeten betalen toen de zaak voor het eerst diende. Tad-ou, een Chinese arrakverkoper en inwoner van deze stad, eist betaling van 20,25 rijksdaalders (van 60 stuivers per stuk) van Adriaen Redon, een metselaar in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Dit bedrag is voor geleverde arrak, brood en andere zaken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9234 / 0331  


De hoogmogende heren van de Staten-Generaal van Nederland bepaalden dat:

Dit werd vastgesteld op 13 januari 1657 en uitgesproken op 20 januari 1657. De aanklager stelt dat Herman Klencke van Deur, advocaat-fiscaal van India, toezicht hield op het magazijn van de Compagnie. Leonard van Sorgen en Gillis Nonnemans verkochten onrechtmatig 30 potten kokosolie uit het magazijn aan Chinese handelaren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9288 / 0080  


De rechtszaak speelde zich af in het kasteel van Batavia waarbij Herman Pno klencke van odessen, advocaat van de VOC, de aanklager was tegen Pieter Jans de vries van suckhuijsen, schipper op het schip de Winthout.

Op 1 september 1655 zou de schipper tijdens een reis van Batavia via Mallacka naar Pera 20 baren tin hebben gekocht voor ongeveer 30 rijksdaalders per stuk, plus twee grote olifantstanden. Hij zou deze goederen naar Persia hebben vervoerd om ze daar te verkopen.

De aanklager eiste dat de beschuldigde:

De verdediging werd gevoerd door advocaat Adriaen pauw. De beschuldigde gaf toe dat hij 7 of 8 baren tin had geruild met Jan van groenewegen voor brandewijn, suiker, vlees en rozijnen. De olifantstanden zouden een geschenk zijn geweest. Hij ontkende alle andere beschuldigingen.

Na mondelinge behandeling en het indienen van bewijsstukken werd de zaak voorgelegd aan de Raad van Justitie voor een uitspraak.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9288 / 0078  


Op 30 augustus 1635 verklaarde Joan Cau, lid van de VOC in Zeeland en momenteel in Amsterdam, dat hij de volgende schuldbrieven overdroeg aan Jan Warnaer en Jan Brughman: Aan Warnaer:

Aan Johan Brughman:

Joan Cau verklaarde dat hij hiervoor volledig betaald was door Jan Warnaer en Johan Brughman. De overdracht gebeurde in Amsterdam in aanwezigheid van Arnout Meerhout en Jan Gerard ter Borgh als getuigen.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510523 / 637  


Op 1 oktober 1643 werd in het kantoor in Nangasaki een zending goederen geregistreerd voor verscheping naar Taijouan. De zending werd georganiseerd door opperhoofd Johan van Elseracq en verscheept met het schip de Swaen onder leiding van opperkoopman Pieter Nonnemans en schipper Jan Roelefssen. De goederen waren bestemd voor president Maximiliaen Le Mair.

De lading bestond uit:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1145 / 0231  


Er speelt een rechtszaak tussen Robbert Siljaart, burger van de stad, en Pieter Knol, handelaar en kassier van het kasteel. Daarbij is ook Cornelis Speelman betrokken. Gillis Nonnemans, eerst burger en later handelaar, wordt ook genoemd.

De zaak gaat over een hoger beroep dat is ingesteld door Siljaart. Hij vraagt om goedkeuring van een vonnis. Pieter Knol is hierin de gedaagde partij. De zaak werd behandeld door de schepenen.

Holst, de vertegenwoordiger van een van de partijen, vraagt om de zaak niet verder te behandelen. Hij wil dat de aanklager meteen antwoord geeft volgens de stadsverordening. De raad besluit de zaak in beraad te nemen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9233 / 0222  


Op zaterdag 10 december 1661 kwamen de heren Andries Bogaert, Jacob Keijser, Adriaan van Groenesteijn en P. Pauw terug van hun missies. Ze hadden die uitgevoerd in:

Ze namen hun oude plaatsen in de raad weer in.

Pauw diende namens Robbert Gilljaart een verzoek in voor hoger beroep. De raad accepteerde dit verzoek met alle bijbehorende voorwaarden.

Gerrit Crynen, timmerman bij de VOC, spande een rechtszaak aan tegen Jacob Gruijs, die beheerder was van de bezittingen van overleden VOC-dienaren, waaronder die van wijlen Jochum Pauwlusz, ook een timmerman.

Albertus Morel, burger van de stad, eiste van Dundein, beheerder van de bezittingen van wijlen Dirck Dircksz van Emden (bootsman), een betaling van 38⅝ rijksdaalders voor maaltijdkosten en begrafeniskosten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9233 / 0127  


De provisie op het schip bestond uit 24 vaten vlees en 2 vaten spek. Er moesten 148 mensen gevoed worden in plaats van de verwachte 120. Er werd besloten om twee vlees- of spekdagen per week te houden.

De handelaar Pieter Nonnemans werd teruggestuurd naar Amboijna omdat er geen vrije functies waren. Op 5 maart vroeg koopman Gerrit van Luijnenburch toestemming om te trouwen met Machtelt Joostes. Hij moest kiezen tussen zijn baan opgeven of niet trouwen. Hij koos ervoor zijn baan op te geven om te kunnen trouwen.

De instructies werden goed doorgelezen en begrepen. De scholen en godsdienst werden ijverig onderhouden. Er werd drie keer per jaar een kerkelijke vergadering gehouden waar Sr Sijmons en koopman Weijns, beiden lid van de gereformeerde kerk, bij aanwezig waren. Deze vergaderingen verliepen vreedzaam, net als het leven in heel Banda onder zowel dienaren als burgers.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1147 / 0917  


Dit is een personeelslijst uit het Den Haag met details over aankomst en salaris van werknemers. De volgende mensen worden genoemd:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1196 / 0890  


Henrick Schaeff, als notaris, bezocht op 28 september 1663 op verzoek van Pieter de Backer (bierbezorger in Amsterdam) de brouwerij De Posthoorn waar Jan Dingmansz Halling (bierbrouwer uit Rotterdam) was.

De zaak ging over een verbod dat in Rotterdam was opgelegd aan brouwers. Dit verbod was ingesteld voordat er een afrekening was gemaakt over geleverde bieren. Dit had De Backer ernstig geschaad in zijn werk en goede naam.

Op 16 oktober 1663 ging dezelfde notaris op verzoek van koopman Cornelis Clock naar het huis van koopman Niclaes Ooms. Deze was niet thuis, maar zijn zuster en neef waren er wel.

De zaak ging over een eerder protest van 27 september door notaris Jacob van Swieten. Het ging over een conflict over een levering waarbij partijen hadden afgesproken dit voor te leggen aan bemiddelaars:

Ze zouden elkaar ontmoeten in het Hof van Holland. Wie niet zou komen, zou zijn rechten verliezen en de kosten moeten betalen. Een van de partijen kwam niet opdagen.

Op 23 oktober 1662 bezocht notaris Henrick Schaeff namens makelaar Hulcke Douwes (die optrad voor houthandelaar Gerrit Rouwenburch uit Zierikzee) de zeilmaker Pieter Adriaensz. Dit ging over het transport van een lading hout en masten voor 90 gulden, dat niet was uitgevoerd.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 565728 / 6  


Tussen 1639 en 1653 kwamen de volgende personen aan in Indië met verschillende schepen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1196 / 0894  


De tekst betreft een personeelsregister bij een handelspost in 1639. Verschillende mensen werkten daar, met hun functies en wanneer ze begonnen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1196 / 0893  


Op 1 december wordt in Batavia geld overgedragen van verschillende mensen:

Op 20 december in Tayoan:

Het jacht De Dolfijn komt in de avond aan, vertrokken op 22 november uit Tayoan. Het brengt brieven van gouverneur Copot en commandeur Jacob Cauw die bevestigen dat Tayoan en het eiland Formosa in slechte staat verkeren. Chinese vijanden hebben voordeel behaald door het fort Provincia bij Saccan en de stad Seelandia op Tayoan in te nemen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1234 / 0305  


De tekst gaat over een aantal financiële zaken en een verzoek om verlof van een gouverneur.

Catharina Sicquera, weduwe van schipper Harmen Meijnderts, moet worden betaald voor het werk van Jacob Sickera. Er moeten betalingen worden gedaan aan de weesmeesters in Batavia.

De tekst vermeldt ook dat een gouverneur ongeveer 2 jaar aan verschillende ziektes heeft geleden. Hij heeft last van verzwakte handen en vraagt om verlof om terug te keren voor behandeling. Hij wil na zijn herstel een nieuw contract aangaan met de Compagnie.

Leonard van Sorgen wordt genoemd als een bekwame tweede persoon die tijdelijk de taken kan overnemen. Hij vraagt om salarisverhoging omdat alles in het gebied erg duur is.

De brief is ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1225 / 0837  


Dit is een personeelslijst met verschillende werknemers in functie van 1640-1652. De volgende personen zijn aangesteld:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1189 / 0635  


In India kwamen de volgende mensen werken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1202 / 0399  


In het midden van de 17e eeuw waren er verschillende personen werkzaam voor de VOC. Enkele belangrijke functionarissen waren:

Deze personen hadden verschillende rangen zoals adelborst, bootsman, koopman, soldaat en jongen (scheepsjongen). Hun maandelijkse betaling varieerde van 4 tot 90 gulden, afhankelijk van hun rang en functie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1202 / 0401  


In het schip Batavia Transport waren verschillende bedragen verschuldigd:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1238 / 0525  


In deze aantekeningen over betalingen staan de volgende transacties vermeld:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1233 / 0627  


Het document beschrijft verschillende geldelijke transacties tussen diverse personen. Belangrijke personen die genoemd worden zijn:

De betalingen werden gedaan in verschillende muntsoorten zoals dubbele stuivers, schellingen, kronen, kruisdaalders en provinciedaalders.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1229 / 0275  


Op zaterdag 6 mei 1656 verschenen voor de rechtbank:

De zaak ging over een schuld van 148 rijksdaalders à 51 stuivers per stuk. De rechter besloot dat de gedaagde dit bedrag plus de proceskosten moest betalen.

Thomas de Lieffde trad op als adviseur voor de gedaagde. Hij meldde dat het betwiste land eerder op een veiling was gekocht door Dillis en de weesmeesters en Joss Nonnemans. Anna Catharina verwierf het later op een tweede veiling. Dit kwam door dubbele documenten die gevonden waren in het sterfhuis van wijlen Hendrick van Zeelst, die opperkoopman was in Batavia, en door verkeerde informatie die aan de weesmeesters was gegeven door hun dienaar Hendrick Varroijg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9230 / 0268  


Op 6 mei 1662 werd er een vergadering gehouden van 5 schepen voor de kust van Sint Helena. De schepen waren de Vogel Phoenix, Princes Royal, Marceveen, Angelier en het vrachtschip de Ooievaar. Jan van der Laan, die de leiding had over de terugkerende vloot, overlegde met zijn raad over de te volgen koers.

Ze besloten samen dat ze tot 8 graden zuiderbreedte noordwestelijk zouden varen, en daarna noordnoordwestelijk. Ook werd afgesproken dat ze zich precies zouden houden aan de seinbrief (instructies) die was opgesteld door commandeur Arnoldus de Vlaming van Oudtshoorn.

Het document werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1262 / 0351  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/