Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Dit is een lijst van schuldeisers met hun vorderingen. De belangrijkste namen zijn:

Bij elke naam staat een bedrag vermeld in guldens, stuivers en penningen. De totale schuld bedraagt vele duizenden guldens.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1244 / 0167  


Deze lijst bevat financiële gegevens van diverse personen in de late 17e eeuw. Enkele belangrijke vermeldingen zijn:

De genoemde plaatsen zijn Breskes en Waerden. De bedragen zijn uitgedrukt in guldens, stuivers en penningen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1363 / 0020  


In deze tekst uit December 1654 gebeurt het volgende: Een kapitein uit Annemabo had een brief gekregen van een Zweed. Harman Wustum werd als assistent naar Acra gestuurd. De kapitein van de Accamisten uit Annemabo, genaamd Jubo, kwam samen met Accanet Amm uit Sabocors. Ze meldden dat de Zweedse directeur Joost Cramer had betaald met verschillende stoffen en dekens. Heeremans schreef dat:

Heeremans liet ook weten dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.01 / 47 / 0062  


Dit is een lijst van schuldeisers (mensen die geld tegoed hadden) met hun bedragen. De belangrijkste personen en bedragen waren:

De lijst bevat ook diverse bestuurders en geestelijken, zoals Cornelis de Jong (heer van Elmiets), Louwijs de Geer (heer van Oosterbuij), Petrus Becude (predikant) en Cornelis Wertden (vice-admiraal).

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1244 / 0528  


Dit is een lijst van obligaties (schuldbrieven) in Amsterdam. De lijst bevat de volgende mensen met hun bijbehorende bedragen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1250 / 0203  


Een lijst met namen, schulden en bedragen. Het was een financiële administratie uit de 17e/18e eeuw met:

De bedragen zijn uitgedrukt in guldens, stuivers en penningen (toenmalig Nederlands geldsysteem).

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1244 / 0514  


Dit lijkt op een boekhouding uit de late 17e/vroege 18e eeuw. De belangrijkste transacties zijn:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1238 / 0269  


Op 26 oktober 1635 werd een brief naar Hitton gestuurd om te waarschuwen voor twee gezonden gilalise. Op 27 oktober kwam de orang kaya van Ahousen met een weggelopen slaaf van de negorij bij Hittoe. Op dezelfde dag kwam Hurnins namens Vertrecht verzoeken om het conflict tussen hem en Mattijs Cruijt vriendschappelijk op te lossen.

Op 28 oktober kwamen twee gezonden galalisen terug van Hittou met twee gevangenen, waaronder een belangrijke opstandeling uit Ourien. Ze kregen 40 rijksdaalders voor de gevangenen. De gevangenen vertelden dat mensen van Combelle en Bonoa op 20 oktober 1635 Nederlandse soldaten hadden gedood.

Een brief uit Hittou meldde dat Nederlandse orang baai's een boot van Seram hadden veroverd en twee personen hadden gedood. Op 29 oktober schreef Abel Jansz Tasman dat de sloep de Sterre op 25 oktober een orang baai uit Encella had veroverd met:

Op 16 oktober was een grote maholie veroverd waar Paty Wauijm op zou zijn geweest. De gevangen priester uit Ourien vertelde dat iedereen in Hittoe nagelen naar Seram smokkelde. Het garnizoen in Hittoelamma werd met 25 man versterkt vanwege geruchten over de kimelaha. Op 30 oktober dreef een verlaten champan (boot) aan bij Tiel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1124 / 0411  


Op 2 januari 1673 schrijft iemand uit Den Haag een brief. Er is geen post uit Duitsland ontvangen, de laatste brief was van 17 december. De schrijver vertelt over twee zorgen:

Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 162744 / 1  


Josias de Moor, die luitenant was onder kapitein Ghijsbrecht van Bijanen op Makian en later kapitein werd op Batchian, heeft zich ernstig misdragen. Hij beschuldigde Cornelis Coomans, de lokale koopman, valselijk van het aanzetten van officieren tot muiterij. Ook behandelde hij zijn luitenant Dirck Banssz onredelijk door hem op te sluiten in een klein huisje. Door een ernstige ziekte moest Banssz zijn gevangenschap ontvluchten. De gouverneur en raad hebben besloten dat De Moor op 4 februari 1618 wordt:

In een tweede zaak werd luitenant Dirck Jansen, die onder kapitein Pieter Thijsen diende, in 1613 tijdens een aanval op Tidore bestraft omdat hij:

Op 4 februari 1618 werd Jansen van zijn functie ontheven en gedegradeerd tot adelborst.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1060 / 0408  


Op de Westkust van Sumatra leidde een arbeidsconflict in maart 1684 tot een reeks problemen. De persoon Coomans werkte niet goed mee met de instructies van de Commandeur, die waren doorgegeven via de administrateur Hofman en secretaris Laps. De kern van het conflict ging over:

Daarnaast was er onduidelijkheid over de administratie van olie-voorraden. Op 29 december 1682 waren er 20 vaten klapperolie vanuit Velsen naar Batavia verstuurd die Coomans nog moest verantwoorden. Er was ook verwarring over 20 vaten die op 29 juli 1682 waren gered op Poulou Chrico. Bij de inventarisatie in oktober 1682 klopten de getallen niet: er waren 22 vaten aanwezig terwijl er maar 2 in de boeken stonden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1403 / 0932  


Gerard Verpoorten was gemachtigd door Jacobus de Jager uit Málaga en Laurens de Jager. Zij waren broers en de enige erfgenamen van hun overleden broer Abraham de Jager. Abraham was opzichter geweest voor de West-Indische Compagnie op de kust van Guinea. Op 27 april 1688 had Jacobus de Jager voor een notaris in Málaga een machtiging getekend voor Gerard Verpoorten. Ze wilden van de West-Indische Compagnie Abraham's achterstallige loon en andere tegoeden ontvangen.

Verder wordt er gesproken over Van Hagen die in Suriname had gewerkt voor de West-Indische Compagnie, en over Joannes Clermont die ook een verzoek had ingediend. Clermont's verzoek zou worden doorgestuurd naar de Vergadering van Tienen. Van Beeck en andere rekenmeeesters hadden op 9 november van dat jaar het verzoek onderzocht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 343 / 0388  


Dit is een pagina uit een kasboek van de West-Indische Compagnie uit september en oktober 1692. De boekhouding toont een overzicht van schuldenaren (debit) en schuldeisers (credit). De bedragen zijn uitgedrukt in guldens, stuivers en penningen. Aan de debet-zijde staan veel personen genoemd waaronder:

Aan de credit-zijde staan betalingen van onder andere:

Het totaalbedrag aan de debet-zijde is 11.102 gulden. Aan de credit-zijde staat 25.531 gulden genoteerd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1253 / 0016  


2 mannen zijn naar Batavia gestuurd als straf om nooit meer naar Amboina terug te keren. Ze mogen hun familie, bezit en slaven meenemen zodat ze daar kunnen werken samen met de andere verbannen Ambonese leiders. Het wegsturen van deze twee mensen wordt als positief gezien omdat Amboina hierdoor van twee slechte mensen af is. Er wordt onderzoek gedaan naar wie de eigenaren zijn van de plaatsen waar jonge kruidnagelbomen zijn gevonden. Een schip uit Mindanao is teruggekeerd naar huis. De boten "de Terboede" en "de Zuylen" gaan naar Batavia met de laatste groep soldaten. Het schip "de Mees" wordt geladen met rijst voor Banda, maar er is weinig rijst beschikbaar door koortsepidemieën. Enkele Ambonezen zijn teruggekeerd van Oost-Ceram met hun schepen en melden dat ze hun lading in goede verstandhouding hebben verkregen. Er zijn betalingen gedaan die in Batavia terugbetaald moeten worden:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1236 / 0473  


Brechge Harmens, weduwe van Teunis Juriaensz, verklaarde in bijzijn van een notaris dat ze haar schulden en rechten overdroeg aan Nicolaes Matheusz van Hulten, een koopman uit Amsterdam. Dit betrof een schuld van Balthas Heijndrickxz, een stadsbode. Ze verklaarde dat ze volledig betaald was voor deze overdracht. Van Hulten kreeg hiermee het volledige recht om de schuld te innen. Brechge verklaarde geen rechten meer te hebben op deze schuld en beloofde dat ze de zaak tegen Balthas onder haar eigen naam zou voortzetten. Getuigen waren Juriaen Teunisz en Cornelis van Campen. Op 13 februari 1640 ging notaris Jacob van Swieten op verzoek van koopman Heijndrick Verburch naar het huis van Isaack Becu. Verburch had op 11 februari via makelaar Mathewes Nonnemans acht balen goederen gekocht van Becu.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937422 / 42  


De hoofdeiser volhardt in zijn eis tegen Jacob de koopman, burger van deze stad, voor de inbeslagname van 8 zakken komijn. De gedaagde probeerde deze samen met koraalstenen zonder aangifte voorbij de controlepost te brengen. Ook het vaartuig en de kosten zijn in het geding. De gedaagde zegt dat:

De Raad besluit:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9288 / 0082  


De Chinezen kregen olie geleverd uit Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) vaten voor 185 realen. Later werden er groenten geleverd door 3 Chinezen aan de VOC, waarvoor zij 100 realen ontvingen als betaling voor deze olie.

De eiser eiste de volgende straffen:

Gillic Nonnemans verklaarde dat zijn broer Cornelis Nonnemans 30 potten kokosolie uit Siam had gestuurd voor hun moeder. Deze olie stond 1 of 2 dagen in het VOC pakhuis en werd daarna aan 3 Chinezen geleverd. Hij ontkende dat er VOC-olie was bijgemengd en verklaarde geen aandeel in deze olie te hebben. Van Sorgen verklaarde ook dat hij niets met deze olie te maken had.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9288 / 0081  


Dit is een lijst van verkochte voorwerpen op een veiling in het Kasteel Batavia op 9 augustus 1656. De items werden verkocht aan verschillende kopers:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1262 / 0495  


De tekst beschrijft een juridische zaak in een oude stad. Jan van Wesen Hage, een koopman, is in beroep gegaan tegen een eerder vonnis. Bij de zaak zijn ook betrokken:

De zaak draait om een beroep tegen een eerder vonnis. Er wordt verzocht om kopieën van documenten en er moet een getuigenverklaring worden afgelegd. Omdat sommige opgeroepen personen niet zijn verschenen, wordt er gevraagd om een veroordeling bij verstek.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9233 / 0180  


Caspar Pietersz van Roesem, matroos bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie, start een rechtszaak over de erfenis van Barent Roeloffsen van Maasterlant, ook een matroos van de VOC. Het gaat over een testament dat op 4 september is opgesteld voor boekhouder Jan van Schrick en getuigen. De verdediging zegt dat de overledene het testament niet heeft getekend. De rechtbank keurt het testament toch goed en oordeelt dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9233 / 0126  


Jacob Meerhout, notaris uit Amsterdam, heeft op 13 juli twee verklaringen opgenomen van Cornelis van Jochorst (64 jaar) en Geertgen Pieters (60 jaar), beiden uit Utrecht. Zij verklaren dat ongeveer 30 jaar geleden Susanna Pieters met Coenraet Jacobsz trouwde in de Sint-Jacobskerk in Utrecht. Het echtpaar woonde aan de Oude Gracht tussen de Sint-Jacobsbrug en de Viebrug, naast het huis van burgemeester Dirck Goijer. Ze kregen 4 kinderen:

Het hele gezin is later naar Dansick (Danzig) verhuisd.

Op 12 juli 1611 legde Maria de Carpentiers, weduwe van Aert Boudewijns, een verklaring af over haar overleden dochter Jaquemijntgen. Ze verklaart dat ze niets heeft ontvangen van de verkochte meubels en sieraden van haar dochter. De kleding is verdeeld onder de 6 kinderen.

Ook verklaart ze op verzoek van Isabelle Sthuliium, weduwe van Jacques de Cordes, en Louis del Becke dat Jacques de Cordes meerdere keren zei geld te hebben geleend aan Franchoijs van Hove, die dit later ontkende.

Op 19 juli 1605 werd een overeenkomst gesloten over de verkoop van een tuin op Henninghesvat, met getuigen Daniel de Coninck en Abraham Beeck. De koopsom was 1190 gulden, waarvan 500 gulden als hypotheek bleef staan tegen 6,25% rente. De rest werd betaald in contanten en met tapijten en kussens.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510999 / 343  


Op 22 december 1659 werd een rechtszaak behandeld tegen enkele dieven. Een groep matrozen in dienst van de VOC had verschillende goederen gestolen in de stad:

Ze hadden onder andere gestolen:

De gestolen spullen hadden ze in bewaring gegeven bij Joan Paas van Palliacatte. De rechtbank besloot dat Van der Bockhorst, Cristiaen en Jan Willemsz achter het stadhuis met stokken gegeseld moesten worden. Daarna moesten ze met een ketting aan hun been terug naar hun schip worden gestuurd. Joan Paas moest 6 maanden dwangarbeid verrichten in de kettingen voor de VOC. Ze moesten allemaal de proceskosten betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9287 / 0025  


In het Fort de Goede Hoope werd op 11 februari 1662 het volgende geregistreerd:

Gillis Nonnemans bestelde voor de maaltijden van commandant van der Laen en de andere leiders van de retourvloot gedurende 4 weken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3997 / 1554  


Nij Ondergesz, opperkoopman en schipper van het schip 'Het Spaans Galjoes', verklaart dat hij in opdracht van Cornelis Wits, buitengewoon raad van Indië en gouverneur van de eilanden van Banda, van opperkoopman Jan Sijmons de volgende specerijen en oliën heeft ontvangen:

Hij belooft deze goederen af te leveren in Batavia aan gouverneur-generaal Antonio van Diemen of zijn vertegenwoordigers, als God hen een behouden vaart verleent. Dit document is in tweevoud opgemaakt in kasteel Nassau op 5 april 1644, ondertekend door Pieter Nonnemans, Lucas Albertsen en Luytsch.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1147 / 0895  


Op de schepen werd besloten om naar het eiland St. Helena te varen. Jan van der Laan was bezorgd over de verloren reistijd. De leiding op Batavia had echter vastgelegd dat ze op elkaar moesten wachten. Ze moesten beslissen hoelang ze wilden blijven en nagaan of de andere 4 schepen op St. Helena waren. Het schip de Prinses Royaal had problemen. Volgens hoofdman Gillis Nonnemans was tijdens een storm:

Ze konden nauwelijks de reis afmaken met de overgebleven voorraden. De andere schepen Phoenix en Marceveen konden geen voedsel missen omdat ze zelf ook voorraden hadden verloren in de storm. Wel konden ze buskruit delen:

Het natte buskruit zou naar de commandant van het fort bij Kaap de Goede Hoop gebracht worden, die het naar Batavia zou sturen om opnieuw te maken. Dit besluit werd genomen op het schip Phoenix voor de kust van Kaap de Goede Hoop en ondertekend door Jan van der Laan, Cornelis Stamper, Gillis Nonnemans en Gent Hamersz.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1262 / 0346  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/