Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Jan Ganjefles Gerrit Isseldyk en
Teunis Veenhuizen, beide dagloners uit
Twello, kochten op een veiling een huis in
Terwolde voor
424 gulden.
De veiling werd gehouden onder toezicht van:
Het document werd geregistreerd in
Apeldoorn op
15 juli 1842 in register
25, blad
31, vak
6. De registratie kostte:
De totale kosten, inclusief 3,8% belasting, kwamen uit op
7,35 gulden. Dit bedrag werd betaald aan de ontvanger.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1395 / 0268
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1376 / 0365
Op 4 oktober 1811 werd een openbare veiling gehouden voor onverkocht land. De regels voor de veiling waren:
- Wat gekocht werd, was meteen eigendom van de koper, maar er was 1 uur bedenktijd na afloop van de hele veiling.
- Het geld moest contant betaald worden aan notaris Meester Pannberaarn Branrs in Rwetto of uiterlijk op 1 november 1811. Wie te laat betaalde, moest extra 10% betalen.
- Kopers moesten twee betrouwbare borgstellers vinden die garant stonden voor de betaling. Als dat niet lukte, werd het land opnieuw geveild.
- Alle ruzies over de veiling werden beslist door de notaris, zonder hoger beroep.
- Het hout op het land moest voor 20 juni 1812 gekapt zijn.
De volgende stukken land werden verkocht (met kopers, borgstellers en prijzen in guldens):
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1385 / 0238
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1385 / 0237
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 366 / 0737
Op
31 maart 1771 verscheen
I.P.H. Muzelius, die woonde in
Paramaribo maar op dat moment op zijn plantage
Pabriam verbleef, voor
Daniel Godeob Schlick, een ambtenaar van de kolonie
Suriname.
Muzelius verklaarde dat hij zijn vrouw,
Susanna Muzelius-Nepveu, volmacht gaf om:
- alle zaken, zowel juridisch als zakelijk, namens hem te regelen, zowel aanvallend als verdedigend;
- de gezamenlijke bezittingen (vastgoed, losse goederen en geld) te beheren;
- indien nodig wissels (schuldbrieven) te ondertekenen;
- alles te doen wat Muzelius zelf zou kunnen als hij aanwezig was.
Muzelius gaf haar dezelfde bevoegdheden als een officiële beheerder volgens de lokale wetten en gewoonten. Hij beloofde ook alles wat zijn vrouw in deze hoedanigheid deed te zullen goedkeuren en te erkennen.
Als
Muzelius later zou besluiten om naar het vaderland of elders te verhuizen en zijn vrouw zou kiezen om hem niet te volgen, mocht zij:
- iemand anders aanwijzen om hun gezamenlijke bezittingen te beheren;
- een eerder opgestelde en ondertekende overeenkomst (opgesteld door Schlick en bewaard bij de kolonie) openen, 2 dagen voor haar vertrek.
Muzelius gaf haar hiermee de nodige toestemming. Dit alles werd vastgelegd in
Paramaribo op de genoemde datum.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 558 / 0363
Johannes Dolyh van Claveren Berkhoff en
Hermanus Willem Kerkhoven waren getuigen toen iemand (de
comparant) beloofde om zichzelf en zijn bezittingen verantwoordelijk te houden voor beslissingen van de rechtbank.
Deze afspraak gold speciaal voor het
Hof van Civiele Justitie (een rechtbank voor burgerlijke zaken). Het document werd ondertekend op dezelfde datum en plaats als hierboven genoemd (
9 [datum onvolledig] in
Paramaribo).
De getuigen bevestigden dit met hun handtekening, en
S.S.G. Schuck, een beëdigd ambtenaar, maakte het officieel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 364 / 0394
Op
14 juli 1710 verscheen
Pieters Hailhoff, een beëdigd klerk van de secretarie van de kolonie
Suriname (inclusief de rivieren en omliggende gebieden), voor notaris. Bij hem was
P. Berkhoff, die in het bijzijn van getuigen een verklaring aflegde.
Berkhoff verklaarde dat hij, volgens het vonnis van het
Hof van Civiele Justitie in
Suriname van dezelfde maand, zich borg stelde voor
C.F. Georgie. Dit was ter zekerheid van
J.D. Dutrij, die een rechtszaak tegen
Georgie had aangespannen.
Berkhoff gaf hierbij alle mogelijke juridische bezwaarprocedures op.
De borgstelling betrof twee wisselbrieven, ondertekend door
Js Wourques en
C.F. Georgie op
25 augustus 1766. De bedragen waren:
- ƒ 6.278,16
- ƒ 6.562,01 (en 4 penningen)
Deze wissels waren getrokken op naam van
J.o. De Dutrij als betaling voor drie achtste deel van de koopsom van plantage
Marias Lust. De kosten waren voor rekening van
Herman van de Poll in
Amsterdam.
Berkhoff beloofde dat, als de wissels bij vervaldatum niet betaald zouden worden en met protest terugkwamen, hij
Dutrij zou vrijwaren van alle schade en claims die hieruit konden voortvloeien. Dit gold specifiek voor
Dutrij zijn handtekening (endossement) op de wissels.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 364 / 0393
Op 161 werd er grond verkocht op de heide Hader Kamp bij Twello:
Het totale bedrag dat met deze verkopen werd verdiend, was 2204 gulden.
Daarnaast:
Het totale transportbedrag (totaal van alle verkopen) was 2530 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1370 / 0522
Op
15 augustus 1786 verscheen voor
Johannes Jacobus Wohljahre, beëdigd secretaris van de kolonie
Suriname en de omliggende rivieren en districten, in aanwezigheid van twee genoemde getuigen:
De betrokkenen, die allemaal in
Paramaribo woonden, verklaarden het volgende:
Toen
M.E. Trey de plantages en grond eerder had overgedragen aan
J.R. Morin (die toen zaakwaarnemer was van
Dirk Luden en
Jacob Speciaal), had zij als voorwaarde gesteld – en ook onder ede bevestigd – dat:
- De slavin Abba (die toen nog geen kinderen had) niet bij de overdracht hoorde, maar in ruil daarvoor de slavin Constantia werd overgedragen. Constantia was eigendom van M.E. Trey en stond niet op de inventaris van de plantage, dus hoorde zij ook niet bij de plantage.
- Met toestemming van J.P. Morin behield M.E. Trey ook de slavin Maria en haar twee kinderen. Dit kwam doordat Maria de min was geweest van het kind van de overleden N.O. Pelichet (uit zijn huwelijk met M.E. Trey).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 133 / 0245
Op 13 februari 1771 werd een overeenkomst gesloten voor het Hof van Civiele Justitie in de kolonie Suriname. Deze overeenkomst werd goedgekeurd door het hof en betrof een hypotheek die geregistreerd stond in het hypotheekregister van Suriname (register nummer 3, pagina 382 en volgende).
De betrokkenen waren:
In de overeenkomst van 13 februari 1771 stond dat Pieter Wilkes zijn helft van de plantage Onverwagt afstond aan Nicolaas Olivier Pelichet. Vanaf dat moment werd Pelichet beschouwd als de enige eigenaar van de hele plantage, alsof hij deze vanaf het begin alleen had gekocht. Pieter Wilkes had vanaf dat moment geen rechten meer op de plantage.
Pelichet werd gemachtigd om de helft die oorspronkelijk van Wilkes was, op zijn eigen naam te zetten of over te dragen. Hij beloofde ook dat de erven van Pieter Wilkes geen aanspraak meer konden maken op de plantage.
De overeenkomst werd opgesteld in Amsterdam en later, op 17 maart 1773, bevestigd door notaris Isaac Pool. Op 12 juni 1786 werd de akte geregistreerd in Suriname door J.J. Fallmann, een beëdigd griffier.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 740 / 0032
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 730 / 0540
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 545 / 0305
4 oktober 1827 om 12:00 uur trouwden in
Amsterdam:
De ambtenaar las voor:
- De huwelijksaankondigingen van 23 en 30 september 1827.
- Geboorteakten van het paar.
- Overlijdensakte van Hendriks moeder.
- Verklaring over de afwezigheid van Hendriks vader.
- Overlijdensakte van Johanna’s moeder.
- Notariële akte van Johanna’s vader.
Na toestemming ("ja") verklaarde de ambtenaar hen volgens de wet getrouwd. Getuigen:
---
18 oktober 1827 om 11:00 uur trouwden in
Amsterdam:
De ambtenaar las voor:
- De huwelijksaankondigingen van 7 en 14 oktober 1827.
- Geboorteakten van het paar.
- Overlijdensakte van Eeonores vader.
Na toestemming ("ja") verklaarde de ambtenaar hen volgens de wet getrouwd. Getuigen:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433155 / 217
De Procureur Generaal merkte op dat de slechte staat van schoenen bij gevangenen kwam doordat ze niet werden onderhouden. Hij vroeg daarom om bij de maandelijkse uitdeling van spullen ook schoensmeer te mogen geven aan vrije gevangenen.
Hij stelde voor om de volgende kleding uit te delen aan mannelijke gevangenen:
Daarnaast kreeg:
Voor van Heeren werden extra spullen voorgesteld, zoals:
De Procureur Generaal wachtte op een beslissing van de Minister van Koloniën over een eerder voorstel (25 juni 1865), maar stelde voor om alvast toestemming te geven voor de uitdeling van kleding, schoenen en schoensmeer. Ook mochten er 3 paren schoenen gemaakt worden. De kosten hiervoor kwamen uit het budget van 1865.
De overheid ging akkoord met dit voorstel. De Procureur Generaal en de Administrateur van Financiën kregen een kopie van deze beslissing (23 juli 1865).
Op 2 juli 1865 vroeg Salomon Soesman, beheerder van plantage Adrichem (in de rivier Beneden-Cottica), toestemming om de slaaf Isack (geboren in 1831, zoon van Maria) over te schrijven op naam van D. S. Lanches. Isack was namelijk door Soesman verkocht aan Lanches voor zijn vrijheid. Omdat er geen bezwaar was gemaakt tegen dit verzoek, werd de overdracht goedgekeurd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 6847 / 0074
Op 31 oktober 1878 werd een officiële brief geschreven over een verzoek om een schuld af te lossen. De brief verwijst naar een lening met nummer Loed. 8 450, 1483 3 en benadrukt dat alle gegevens precies moeten worden overgenomen.
De gouverneur had het volgende gelezen:
Met verwijzing naar eerdere besluiten van de overheid (18 mei 1871 en 12 december 1872) werd besloten:
Het recht op beslag (vanwege niet-betaling) wordt opgeheven voor de verkoop van de plantage Adrichem (aan de Malapicakreek) aan N. S. Schouten voor een bedrag van ƒ5200.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 6914 / 0183
Louis Cilbert, directeur van plantage
Adrichem V in
Paramaribo, bezocht op
20 juli 1809 een notaris. Hij was helder van geest en bevestigde dat zijn testament van
6 augustus 1807 (opgesteld voor dezelfde notaris en getuigen) nog steeds volledig geldig was.
Wél trok hij een eerdere clausule in: die over het uitsluiten van onbekerde (niet-christelijke) familieleden van zijn erfenis. Deze beslissing schrapte hij nu.
Vervolgens benoemde hij twee
executeurs (personen die zijn testament moeten uitvoeren en zijn bezittingen afhandelen):
Deze executeurs kregen volmacht om alles te doen wat nodig is voor een goede afwikkeling, inclusief het inschakelen van de rechtbank als dat nodig mocht zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 93 / 0043
In
1543 vaardigde keizer
Karel de Vijfde een nieuwe wet uit voor de
Nederlanden. Deze wet verenigde 17 verschillende gebieden, zoals
Holland,
Zeeland en
Vlaanderen, onder één bestuur. Hierdoor hoefden de gebieden niet langer apart belasting te betalen aan de keizer, maar konden ze samen beslissen over geldzaken.
De wet had drie belangrijke regels:
- De gebieden mochten hun eigen lokale wetten en gewoontes houden.
- Er kwam één centrale raad, de Geheime Raad, die de keizer adviseerde over bestuur en rechtspraak.
- Er werden drie centrale instellingen opgericht:
De gebieden behielden wel hun eigen bestuurders, zoals de
Staten van Holland of de
Staten van Vlaanderen. De keizer wilde met deze wet de
Nederlanden sterker maken en makkelijker besturen. Ook hoopte hij zo meer steun te krijgen in de strijd tegen
Frankrijk en de opstandige Duitse vorsten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 262 / 0071
Op 8 en 9 juni 1784 werd op de plantages Onverwagt en Klein Onverwagt een inventaris opgemaakt. Hierin stond dat:
- Er later nog dingen aan de inventaris toegevoegd of verwijderd konden worden, als Sequa (de eigenaar) dat wilde.
- De plantages onder leiding van Roeters bleven doordraaien, en hij moest hierover verantwoording afleggen aan Sequa.
- Sequa nam de plantages en de bijbehorende grond officieel over onder toezicht van een bestuur (zijn "Wel Edele Achtbaare Administratie"). Hij beloofde hierover later verantwoording af te leggen waar dat nodig was.
Aanwezig als getuigen waren:
Jan Cornelis de Carenabe, Solan Brandet, H. Pollender, Johs Brandt (als gezworen klerk van de provincie).
De inventaris werd ondertekend door:
B. m. Roeters, A. D. de Graaff, S. F. Steevens en C. Lind (van Geenerenoue, als nieuwe pachter).
De Carenabe bevestigde als getuige dat alles correct was verlopen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 262 / 0069
Jan Nagel en zijn vrouw (de
comparanten) beloven in deze overeenkomst het volgende:
- Zij zullen Jan Frederik Fusscher, heer van Hunderen (de vader van de vrouw), vertegenwoordigen in alle zaken, ongeacht of deze gaan over:
- zaken en onderhandelingen;
- familieaangelegenheden;
- bezittingen die zij al hebben in het vaderland;
- toekomstige bezittingen die zij krijgen via koop, erfenis of op een andere manier.
- Specifiek zullen zij de belangen behartigen bij het overlijden van Jan Frederik Fusscher, die nu getrouwd is met Sara Couisa Charlotia van Overmeer en weduwnaar is van Cornelia Buijs (de moeder van de vrouw).
- Jan Nagel (de man) wijst ook zijn twee broers, Jan Nagel Sunn en Pieter Nagel, aan als zijn vertegenwoordigers bij zijn overlijden.
- Bij overlijden van een van de drie broers zal de langstlevende optreden als:
- uitvoerder van de laatste wil (testament);
- beheerder van de erfenis;
- voogd (indien nodig);
- erfgenaam.
- De langstlevende moet zorgen voor:
- het openen en uitvoeren van het testament of codicil (aanvulling op een testament);
- het opmaken van een lijst met bezittingen (inventaris) van de overledene;
- het bijhouden van de administratie en financiële afhandeling;
- het controleren en goedkeuren van alle inkomsten, uitgaven en beheer van de erfenis;
- het afgeven van een kwijting (bewijs dat alles correct is afgehandeld) en vrijwaring voor verdere claims.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 566 / 0338
Op 5 februari 1821 om 5 uur trouwden in Amsterdam twee stellen:
-
Urbanus Heiger, 26 jaar, handelaar uit Amsterdam, wonend in Amsterdam, minderjarige zoon van de overleden Clamer Adolf Helger en Catharina Maria Bakhuysen (winkelierster, ook wonend in Amsterdam),
met
Henrica Petronella de Wolff, 27 jaar, dienstmeid uit Amsterdam, wonend in Amsterdam, meerderjarige dochter van de overleden Jan de Wolff en Maria Loentjes (zonder beroep, ook wonend in Amsterdam).
Catharina Maria Bakhuysen (moeder van de bruidegom) en Maria Loentjes (moeder van de bruid) gaven toestemming.
Getuigen: Merrit Meuwsen (44, winkelier), Pieter Arins (27, dienstknecht), Pieter Hendriks Peperboom (26, papiermaker) en Jacob van de Trampel Junior (37, zonder beroep), allen wonend in Amsterdam.
-
Egbert van Isseldijk, 53 jaar, zonder beroep, weduwnaar van Adriana Sakperom, wonend in Nieuwkoop (district 's-Gravenhage, provincie Zuid-Holland), meerderjarige zoon van de overleden Egbert van Isseldijk en Cornelia Wolsink,
met
Johanna Judith Zeelt, 70 jaar, zonder beroep uit Amsterdam, wonend in Amsterdam, meerderjarige dochter van de overleden Willem Zeelt en Catharina Bongaardt.
Getuigen: Arie van Berkel (62, timmerman, broer van de bruidegom), David Hendrik Kok (37, fabrikant), Gerrit Plantin (62, voormalig ambtenaar van de burgerlijke stand) en Jan Balke (30, tuinman uit Zaanbrugge).
Bij beide huwelijken werden eerst de vereiste documenten voorgelezen, zoals uittreksels uit registers, doop- en overlijdensaktes van de ouders. Daarna vroeg de ambtenaar M.V. Bieker de Sonse (lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam) of de partners elkaar als man en vrouw aannamen. Na hun "ja" verklaarde hij hen volgens de wet van 20 Ventôse jaar 11 (Franse republikeinse kalender) tot echtpaar.
Op 14 maart 1821 om 12 uur herhaalde Cornelis van Isseldijk (53, zonder beroep, weduwnaar van Adriana Sakperom, wonend in Nieuwkoop) en Johanna Judith Zeelt (70, zonder beroep, wonend in Amsterdam) hetzelfde ritueel voor ambtenaar H.J. Backer de Sonse. Ook hier werden de vereiste akten voorgelezen, waaronder een uittreksel uit het register van Rijswijk (4 en 11 maart 1821) en overlijdensaktes van hun ouders. Getuigen waren opnieuw Arie van Berkel, David Hendrik Kok, Jan Balke en Gerrit Plantin.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931696 / 99
Jacob Koppel, de ontvanger van
Apeldoorn, handelde namens notaris
C.L. Araars uit
Twello. Op
6 februari 1841 meldde hij dat er een openbare verkoop zou plaatsvinden op
16 februari 1841 om 10 uur 's ochtends. Deze verkoop was in opdracht van boer
Jan Tol uit
Twello en betrof landbouwgoederen (geen goud of zilver).
Bij de verkoop werden de volgende zaken verkocht aan verschillende kopers, soms met borgstelling door anderen:
- Hendrik Isseldyk (boer uit Swello) kocht hout voor 3,20 gulden (geen borg, direct betaald).
- Hendrik Wieckers (boer uit Deventer) kocht hout voor 4,60 gulden.
- Jan Kolkman (boer uit Deventer) kocht hout voor 4,60 gulden.
- Jan Willem van den Bolt (daghuurder uit Twello) kocht wilgenhout voor 4 gulden.
- Willem Vol (boer uit Twello) kocht wilgenhout voor 2 gulden.
- Lalof Beunier (boer uit Twello) kocht wilgenhout voor 2,60 gulden.
- Jan Vorderman kocht wilgenhout voor 2,40 gulden en later nog een perceel voor 4,60 gulden.
- Bonestokken werden verkocht voor 1,50 gulden en 1,70 gulden.
- Stoelen werden verkocht voor 0,70, 0,60 en 0,40 gulden (twee stoelen per bedrag).
- Een broodkastje ging voor 2,80 gulden naar Gerrit Diks (daghuurder uit Wilp), met Jan Roest en Heemerik van den Brink (beide daghuurders uit Wilp) als borg.
- Een kleerkast werd verkocht voor 6,20 gulden aan Gerrit Diks.
- Bedden werden verkocht aan:
De totale opbrengst van de verkoop was
1829,10 gulden, plus extra kosten. De verkoop werd vastgelegd in het register van openbare verkopen.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1394 / 0699
-
Op 28 augustus 1800 werd om 14:00 uur de overlijdensakte opgemaakt van Derk van Isseldyk. Hij was overleden op 27 augustus 1800 om 23:00 uur in Amsterdam, op 36-jarige leeftijd. Hij woonde aan de Lauwiergracht 30 en was kantoorbediende. Hij was ongehuwd en de zoon van Derk van Isseldyk en Cornelia Adriana van Leendt, die beide al overleden waren. Hij liet geen onroerende goederen of kinderen na. De verklaring werd afgelegd door zijn broer Hendrik van Isseldijk (33 jaar, zelfde adres) en Hendrik Lamperendrikszoon (46 jaar, Middelstoot 683), een bekende. De akte werd ondertekend door de getuigen en bevestigd door H. Van Ysseltijke Ab van Meuz, lid van de burgerlijke stand van Amsterdam.
-
Op 31 augustus 1800 werd om 10:00 uur de overlijdensakte opgemaakt van Jan Putting. Hij was overleden op 29 augustus 1800 om 17:00 uur in Amsterdam, op 3,5 jaar. Hij woonde aan de Rozengracht 130 en was geboren in Amsterdam als zoon van Jan Hendrik Putting en Geertruida Maria de Graaf. Hij liet geen onroerende goederen of kinderen na. De verklaring werd afgelegd door zijn vader (42 jaar, zelfde adres) en Hendrik Bleekstijn (32 jaar, Handboogstraat 12, schoenmaker). De akte werd ondertekend door de getuigen en bevestigd door J. H. Putting C. Backer en Hk. Bleekstyn de Wyf Gezole doorons groat H. Telman F. Klerk J. A. J. Wilsterman, leden van de burgerlijke stand.
-
Op 28 augustus 1800 werd om 14:00 uur de overlijdensakte opgemaakt van Johannes Willebrordus Bouvy. Hij was overleden op 19 november 1800 (vermoedelijk een fout in de datumnotatie) door een schipbreuk van het schip Vigilantie, gevoerd door Eins Federsen Hollm, bij Strahholm. Hij was zoon van Paulus Anthonius Bouvy en Petronella Catharina Jansen en liet geen onroerende goederen of kinderen na. De akte werd bevestigd op basis van een autorisatie van de rechtbank van eerste aanleg in Amsterdam (31 juli 1800).
-
Op 31 augustus 1800 werd om 10:00 uur de overlijdensakte opgemaakt van Jacob Joseph Achtienribben. Hij was overleden op 30 augustus 1800 om 06:00 uur in Amsterdam, op 59-jarige leeftijd. Hij woonde aan de Jodenbreestraat 77 en was visboer, getrouwd met Sara Moses de Metz. Hij liet geen onroerende goederen of kinderen na. De verklaring werd afgelegd door Pieter Nicolaas Struwer (61 jaar, Jodenbreestraat 59, winkelier) en Johannes Beuwer Junnien (40 jaar, Eengehoutstraat 34, schoenmaker). De akte werd ondertekend door de getuigen en bevestigd door P. N. Struwer Barker S. Beumen d Sinb, lid van de burgerlijke stand.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2447158 / 193
De tekst gaat over uitkeringen van pensioenen en eenmalige beloningen (gratificaties) in de 18e eeuw. Hier volgt een overzicht van de betalingen en verzoeken:
-
Janneke en de kinderen van Lijda Keuijnder ontvingen 25 gulden (afkorting: Atbil.). De weduwe C. Smeefs kreeg 24 dukaten als laatste betaling.
-
S. Martheile kreeg jaarlijks een pensioen van de Raad van Nijmegen (afgekort als R. V. N.). Op 4 juli en 4 februari werden betalingen gedaan aan Ettsr. en de 4 Assistenten-boden (elk 25 gulden).
-
Op 1 augustus ontvingen 6 Ambachtsdienaren geld vanwege sneeuwruimen. Op 8 maart werd 124 gulden uitgekeerd voor de bedelaars.
-
L. L. Goertner, weduwe van Redt de Rochemons, kreeg 150 onsor (een oude munteenheid) voor een schuld, toegevoegd aan het orgel op 11 maart.
-
J. Sablerolle kreeg een pensioen dat eerst aan D. Armengand toekwam (15 mei). Op 15 mei werd 1315 rijksdaalders betaald voor het planten van de Meytor (een boom of plantsoen).
-
S. Boijer, S. G. en St. Middelhorp, en S. J. van Dusseldorp dienden verzoeken in voor gratificaties (21 mei).
-
D. L. Hateij (voormalig ambtenaar) en de weduwe Sophia Gock van E. Resini dienden verzoeken in (23 mei en 20 december). Resini kreeg 1300 rijksdaalders voor een eerder gegeven lening.
-
14 Molenaars ontvingen een gratificatie vanwege de "Turkse Papieren" (obligaties of schuldbrieven, 3 april).
-
A. van Isseldyk, weduwe van W. Nevels, kreeg 150 gulden (30 mei). De kinderen van de overleden griffier van Hoge en Lage Mark kregen 2 jaar belastingvrijstelling als genadegeld.
-
F. d' Aigence en J. D. la Villotte dienden verzoeken in voor gratificaties (4 en 6 juni).
-
De Gereformeerde Gemeente in Gemert kreeg een pensioen voor een dominee en schoolmeester goedgekeurd (14 augustus).
-
J. Jaaren kreeg een pensioen van 1500 gulden goedgekeurd (4 april).
-
C. B. Henegouw, weduwe uit Rosmalen, en J. L. Vos, weduwe van Sutherland, dienden verzoeken in (18 april).
-
De postkoetsier D. van Oossendorp kreeg 150 gulden (17 juli) en later 100 gulden (15 oktober).
-
E. H. Sas, S. A. S. Sittig, en C. Heuselaar (weduwe van Willemsen) dienden verzoeken in voor gratificaties (11 juni, 8 juli).
-
A. C. van Eip, J. J. en M. L. Heijder, en de Gebroeders de Heijder ontvingen gratificaties (tussen 6 en 11 dukaten per persoon, 11 juni).
-
Molaquin (weduwe) en de weduwe Burggraaf dienden verzoeken in voor jaarlijkse gratificaties (12 en 19 juni).
-
C. Gottiak kreeg 6 dukaten (15 juli), E. Sahsa diende een verzoek in (21 juni), en de Condij en Boden in Raalt ontvingen 200 gulden (21 juni).
-
G. Spouw (weduwe van de Riemer), S. Henselaar, en A. C. van Erp dienden verzoeken in voor gratificaties (21, 27 juni, en 2 juli).
-
D. de la Pecoline vroeg toestemming om enkele jaren buiten de Republiek (Nederland) te verblijven en zijn pensioen te laten uitbetalen aan zijn huisvrouw (18 juli, goedgekeurd voor 4 jaar).
-
Op 8 juli werden gratificaties uitgekeerd aan diverse personen, waaronder S. A. en J. Ravens (110 gulden), C. W. en S. G. Frenk (100 gulden), en Luitenant Janson (weduwe van Gainend, 60 gulden).
-
Andere uitkeringen gingen naar d'Argence (50 gulden), Hen L. Touljes (150 gulden), Attneus (100 gulden), Wt Itembaar (50 gulden), Aedae Hoop (150 gulden), J. en W. van Dedem (150 gulden), Burghoven en Burggraaf (75 gulden), D. van Tol (100 gulden), de Voogd (weduwe Moraquin, 75 gulden), de Riemer (50 gulden), en de Ontvanger van Goor (15 gulden).
-
L. Vos, weduwe van Sutherland, kreeg 4 dukaten (24 december), en de postiljon A. Smits kreeg 10 dukaten (6 december).
-
S. D. Ginne, weduwe van Consul Paravicini, kreeg 6 maanden belastingvrijstelling als genadegeld (21 november).
-
D. van Tol kreeg 130 gulden voor het onderhouden van brandweermateriaal (22 oktober), en Capitein Spada kreeg 10 dukaten (1 oktober).
-
4 Assistenten-boden en H. dirok dienden verzoeken in voor jaarlijkse gratificaties (3 augustus en 12 september).
-
P. de Boode kreeg 10 dukaten uit de raming (begroting, 1 oktober).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3585 / 0143
Op 11 januari 1873 werden in Amsterdam verschillende geboortes officieel geregistreerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand, Driessen:
- Losses Levie Bendien, 36 jaar en werkzaam als handelaar (commissionair), woonachtig aan de Lange Houtstraat 312, meldde de geboorte van een meisje op 10 januari 1873 om 11:00 uur. Het kind heet Clara en is geboren uit Vrouwtje Matteman, zijn echtgenote. Getuigen waren Siac Bendien (onderwijzer, 40 jaar) en Barend Mattesman (arbeider, 47 jaar). Omdat het op een sabbat was, konden Bendien en de getuigen niet schrijven, maar gingen ze akkoord met de doorhalingen in de akte.
- Pieter Bergmejer, 28 jaar en pakhuisknecht, woonachtig aan de Haarlemmerhouttuinen Buurt Y4, nr. 140, meldde de geboorte van een meisje op 9 januari 1873 om 21:00 uur. Het kind heet Saria Christina en is geboren uit Maria Christina Dibo, zijn echtgenote. Getuigen waren Hendrik Makthyt (bediende, 26 jaar) en Bertus Stergmeyer (slager, 26 jaar).
- Arnoldus Wilhelmus Marianus Hendrikus Isseldyk, 33 jaar en lijstenmaker, woonachtig aan de Voetboogstraat Buurt D, nr. 277, meldde de geboorte van een meisje op 10 januari 1873 om 6:00 uur. Het kind heet Berendina Alijda en is geboren uit Hendrika Vrielink, zijn echtgenote. Getuigen waren Hendrik Alexander Michael Heillot (winkelier, 43 jaar) en Jan Hendrik Kather (bediende, 49 jaar).
- Elisabeth Aletta Kröber, 41 jaar en vroedvrouw, woonachtig aan de Boomstraat Buurt Z4, nr. 543, meldde de geboorte van een meisje op 10 januari 1873 om 16:00 uur in het huis aan de Anjeliersstraat 494. Het kind heet Johanna Hendrika Jacoba en is geboren uit Catharina Slijst, huisvrouw van Johannes Rodenberg (winkelier), die op dat moment afwezig was. Getuigen waren Stephanus van Kinderen (kleermaker, 44 jaar) en Simon Hutten (64 jaar, zonder beroep).
- Hernardus Reindert Kapelle, 35 jaar en timmerman, woonachtig aan de Binnen Visschersstraat Buurt S, nr. 1343, meldde de geboorte van een jongen op 10 januari 1873 om 14:00 uur. Het kind heet Cornelis en is geboren uit Cornelia van der Pelas, zijn echtgenote. Getuigen waren Bernardus Starink (timmerman, 33 jaar) en Abraham Benist (timmerman, 43 jaar).
- Adriaan Willem Weissman, 29 jaar en bediende, woonachtig aan de OZ Armsteeg Buurt M1, nr. 300, meldde de geboorte van een jongen op 10 januari 1873 om 13:00 uur. Het kind heet Gerrit en is geboren uit Elisabeth Cornelia Oostindien, zijn echtgenote. Getuigen waren Stephanus Oostendigen (kleermaker, 44 jaar) en Simon Hutten (64 jaar, zonder beroep).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931704 / 56
Vorige paginaVolgende pagina