Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
De tekst gaat over een aantal handelszaken en verzoeken in de periode rond 1625. Hierin komen de volgende zaken aan bod:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3185 / 0195 Dr. Pynacker werd benaderd over de kwestie in Algiers, zonder hem te vertellen dat hij daar naartoe zou gaan. Hij maakte een begroting voor de kosten en benodigde gevolg van 12 personen. Er werd besloten dat hij met 4 anderen over land naar Marseille zou reizen en vandaar naar Algiers zou varen. Hij moest ervoor zorgen dat de mensen in Algiers geen toestemming zouden geven aan Nederlandse burgers om te plunderen.
Op 26 december kwam er een brief van de Admiraliteit van Rotterdam over Jan Vanden Broeck. Hij vroeg om vergiffenis voor een fout die meer per ongeluk dan met opzet was gemaakt. De brief werd ondersteund door bestuurders uit Nijmegen. Er werd nog geen besluit over genomen.
Cornelis Claessen Brouwer, oud-burgemeester van Monnickendam, werd benoemd in het bestuur van de Admiraliteit in het Noorderkwartier. Hij heeft direct de eed afgelegd.
Er werd besloten om 12 vissersschepen of 3 à 4 vrachtschepen in te zetten om mensen te vervoeren.
Jacob van Mierop, controleur van de rekeningen van Holland, vroeg om 612 gulden te betalen aan kapitein Hillebrant Quast. Dit was voor kosten gemaakt in december 1622 toen Hugo van Myerop en trompettist Jacob de Ricter in Sandwich werden vastgehouden door een misverstand tussen Nederlandse soldaten en iemand uit Oostende.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3184 / 0013 De tekst gaat over een aantal besluiten van de Staten-Generaal. Ze behandelden de volgende zaken:
Bij de laatste beslissing was ook Eustacius Suermont, rechtsgeleerde uit Breda, betrokken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3181 / 0219 Op 3 januari 1617 werd er een brief ontvangen en gelezen van scheepskapitein Hillebrant Gerbrantssen Quast. Deze was geschreven bij Santen nabij Constantinopel op 15 november. Hij meldde dat ze op 10 november daar waren aangekomen en voor anker waren gegaan om een loods aan boord te nemen en voorraden in te slaan. De bemanning, die 5 maanden niet aan land was geweest, leed aan scheurbuik. Ze wachtten op gunstige wind om naar Constantinopel te varen.
Agent Bilderbeecke uit Keulen kreeg:
Teylingen en Voogt rapporteerden over het verzoekschrift van de heer van Gottem tegen de uitspraken van de Geheime Raad van de aartshertogen en de Hoge Raad van Mechelen. Er werd besloten dat de heer van Gottem eerst moest bewijzen dat de rentmeesters van de koning van Spanje zijn goederen officieel in beslag hadden genomen.
Teylingen en Magnus rapporteerden over de onkosten van Abraham Abin, tolk van ambassadeur Haga in Constantinopel, voor zijn reis van Algiers naar Den Haag voor de vrijlating van gevangenen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3176 / 0008 Hillebrand Gerrits Burga, een zeeman uit Nes op Ameland, geeft toestemming aan zijn vrouw Maamke Minnes Swart om samen met andere erfgenamen de volgende zaken te regelen na het overlijden van Anthe Jans Swart (overleden op 2 februari 1834):
Dit document is ondertekend op 6 mei 1834 te Nes op Ameland door Hillebrand G. Burga. De handtekening is gelegaliseerd door de Grietman (bestuurder) van Ameland, J. Van Terkeren. Het document is geregistreerd in Dokkum op 10 mei 1834.
Bekijk transcriptie NL-0400410000 / 26 / 002001 / 000037 Dit is een lijst met schulden (geldelijke aanspraken) van diverse personen. Deze lijst is samengesteld door Jan Willem Vos, die op dat moment de fabriek en boekhouding beheerde. De bedragen zijn uitgedrukt in guldens, stuivers en penningen. Enkele van de belangrijkste schuldenaren waren:
Er worden ook buitenlandse schuldenaren genoemd, zoals Heinikin te Philadelphia met 408 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974624 / 371 Dit is een inventarislijst van rechtbankdocumenten over een rechtszaak. De officier van justitie trad op tegen verschillende bemanningsleden van het schip de Neptunus:
De documenten bevatten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9342 / 0273 Joan de Lange heeft van wijlen commandeur Quast nooit meer dan 3000 realen aan goud ontvangen. Dit goud kwam van de goederen die per schip Cappelle en Orange waren verzonden. Adriaen vander Meijde en Wijbrandt vander Kost bevestigen dit.
Joan de Lange had aan wijlen commandeur Quast 12 corges (bundels) tapijten geschonken. Dit was een derde deel van de 31 corges tapijten die per schip Cappelle en Orangenboom waren verzonden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9345 / 1085 Op 22 werd er onderzoek gedaan naar wat er gebeurd was met de aanbeveling van commandeur Quast. Het ging over de personen Jan de Lange, Adriaen van der Meyde en Wybrant van der Cost die naar Coromandel zouden gaan. Er werd gevraagd om geen problemen te maken bij het vertrek van Mathys.
Er werd ook verzocht om tevreden te zijn met de levering van verschillende stoffen zoals:
De ondervraagde persoon zegt dat hij niet meer dan 2 gestreepte flesjes naar de vrouw van commandeur Quast heeft gestuurd, volgens een brief van 6.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9345 / 0817 Op 24 juli 1659 werd in Haarlem een document opgesteld waarin Margarita Coijmans (weduwe van Sebastiaen Keun) en Bastiaen Pieraert (getrouwd met Constantia Coijmans) het volgende regelden:
Het document werd ondertekend in Haarlem op 26 juli 1659 in aanwezigheid van Reijnder Salden en Willem de Ruijter als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975065 / 211 Er werd vergaderd over meerdere zaken:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1912816 / 183 Op 11 december 1650 werd in de vergadering van burgemeesters en raadsleden een brief besproken van de prinses, weduwe van de prins van Oranje, geschreven op 20 november 1650. Willem Nieupoort deed verslag van wat er besproken was bij de Staten van Holland en West-Friesland.
Er werd besloten dat:
Op 19 december 1650 deed Willem Nieupoort verslag over de nieuwe regels voor het kiezen van bestuurders. Er zouden 14 schepenen en 3 raadsleden worden gekozen. De kandidaten met de meeste stemmen zouden worden beëdigd door de baljuw.
Op 30 december 1650 werd besloten dat zeepziederijen en zoutziederijen geen belasting hoefden te betalen over hun brandstof (turf en kolen). Ook werd besloten dat bepaalde soorten hennep en garen geen weeg- en kraangeld hoefden te betalen.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1912816 / 184 Op 12 augustus 1634 verscheen Jacob Heijnricxsz Bolleman, een handelaar uit Schiedam, voor notaris Adriaen Cornelisz Molswijck. Bolleman vertegenwoordigde Tis heindrixsz Quast, een scheepswerker die op dat moment in Oost-Indië was. Hij moest een bedrag van 1172 gulden, 14 stuivers en 10 penningen ontvangen van de bestuurders van de Oost-Indische Compagnie in Amsterdam.
Bolleman gaf deze taak door aan Jacob Jansz patacka, die in 1633 als commandeur uit Oost-Indië was teruggekeerd. Patacka kreeg toestemming om het geld te ontvangen en een ontvangstbewijs te tekenen.
Ook verscheen Trijntgen Henrix, moeder van Tis heindrixsz Quast en inwoonster van Schiedam. Zij gaf Patacka dezelfde toestemming voor het ontvangen van het geld.
De akte werd opgesteld in het notariskantoor in de Kruisstraat in aanwezigheid van getuigen Pieter Cornelisz van Enckel en Jan Cornelisz.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1506601 / 187 Er is een lijst met betalingen en toekenningen van geldbedragen aan verschillende mensen in het verleden. Enkele vermelde personen zijn:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1528468 / 187 Op 25 maart 1694 verscheen voor notaris Maerten Kouwen in Schiedam Jannetje Cornelis, weduwe van Arijen Ariensz Rodenburgh uit Woerden. Ze was gezond van lichaam en geest. In haar testament bepaalde ze het volgende:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1528463 / 411 In Schiedam en Vlaardingen werd in 1644 een lijst opgesteld van openstaande schulden. Deze lijst bevat de volgende personen en bedragen:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1528468 / 186 Op 26 februari 1654 is voor notaris Jacob Bollaert in Schiedam verschenen Mathijs Heindricxsz Quast, zoon van wijlen Hendrick Jansz, ongeveer 16 jaar oud, wonend in Maessluijs. Hij was gezond van lichaam en geest. Hij wilde zijn laatste wil vastleggen en deed de volgende schenkingen:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1529317 / 289 Op 16 oktober 1656 verschenen voor notaris Jacob Bollaert:
Ze verklaarden schuldig te zijn aan Johan Heindricxsz de Wijs, raadslid en vroedschap, die voogd was samen met Sebastiaen Pessen over het weeskind van wijlen commandeur Matthijs Quast. Het ging om een bedrag van 509 gulden en 10 stuivers. Dit bedrag kwam voort uit de afrekening van februari 1656 voor het weeskind, waarbij eerder gemaakte onkosten waren afgetrokken. Het totaalbedrag was 5716 gulden, 9 stuivers en 6 penningen. De drie mannen beloofden het bedrag van 509 gulden en 10 stuivers binnen een jaar te betalen.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1529198 / 89 Op 3 februari 1651 verscheen voor Maerten Kouwenhove, een notaris in Schiedam, Aeltge Wijbrecht, weduwe van Jan Jansz Lisse. Ze verklaarde dat ze een schuldbrief overdroeg aan Machtelt Heijndricx Quast, weduwe van haar overleden zoon Heijndrick Jansz Lidtse.
De schuldbrief betrof:
De eerste rentebetaling voor Machtelt Heijndricx zou verschijnen op 1 september 1651. Aeltge Wijbrecht verklaarde dat ze de volledige betaling voor deze overdracht had ontvangen.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1500597 / 352 Op 20 oktober 1655 verscheen voor notaris Dirck van der Mast in Schiedam de scheepstimmerman Matijs Meessz Quast. Hij gaf volmacht aan Claes Hendricksz Semelaer om:
Al wat de gevolmachtigde zou doen, zou Quast als geldig beschouwen.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1513310 / 132 De voogden betaalden diverse kosten voor de kinderen:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1526186 / 157 Op 4 oktober 1650 verschenen voor notaris Maerten Kouwenhove in Schiedam:
De laatste twee waren op 13 december 1649 aangesteld als voogden over het weeskind van Heijndrick Lietse. Samen gaven zij toestemming aan koopman Adriaen Banck uit Amsterdam om namens hen bij de VOC twee bedragen te innen:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1500597 / 297 Op 23 augustus 1634 kwam Jacob Heijnricxsz Bolle, een koopman uit Schiedam, naar de notaris. Hij had een machtiging van schipper Tijs Heijnricxsz Quast, die op dat moment in Oost-Indië was. De machtiging was getekend op 27 september 1633 op het schip Breda.
Het ging om twee rekeningen die de schipper nog tegoed had van de bestuurders van de Oost-Indische Compagnie in Middelburg:
Jacob Heijnricxsz Bolle gaf op zijn beurt machtiging aan twee andere mensen om het geld in Middelburg op te halen:
Zij kregen toestemming om een ontvangstbewijs te tekenen en garant te staan dat er niet nog een keer om het geld gevraagd zou worden.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1506601 / 189 Marten Heijndricx Quast verklaart dat zijn overleden man Heijndrick Lutse in zijn testament heeft bepaald dat Aeltge Gijsemoeder jaarlijks rente zou krijgen over 1000 gulden, zolang zij leeft. Machtelt heeft aan haar schoonmoeder toestemming gegeven om deze rente te ontvangen op basis van een schuldbrief ter waarde van 600 gulden. Ze belooft de betalingen aan Aeltge Gijse te erkennen zolang deze leeft.
Dit document is opgesteld op het kantoor van de notaris, in aanwezigheid van:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1500597 / 353 Op 4 oktober 1646 kwam Sara Heindrixsz Quast bij notaris Jan Wessels in Schiedam. Ze was ziek maar helder van geest en wilde haar testament opmaken.
Ze verdeelde haar bezittingen als volgt:
Ze verklaarde dat dit haar laatste wil was en dat deze op alle mogelijke manieren rechtsgeldig moest zijn.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1501251 / 359 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/