Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Deze tekst bevat militaire gegevens over verschillende soldaten uit de 19e eeuw. Hier volgt een samenvatting per persoon:
Manel Voorsanri werd niet goedgekeurd voor militaire dienst wegens onbekende redenen. Hij werd op 22 oktober 1869 ingeschreven. Zijn dossier verwijst naar eerdere documenten uit 17 januari 1865 en 18 juli 1870. Op 23 augustus 1870 vertrok hij uit Batavia (nu Jakarta) met een certificaat van goed gedrag.
Carl Ludwig Drielem (39 jaar) raakte gewond door een schot op 24 april 1871. Hij diende bij de tweede bestorming van Atehin op 9 juli 1870 en ontving soldij. Hij werd op 17 december 1879 ontslagen uit Indië.
De namen, geboorteplaatsen, geboortedata, laatste woonplaatsen en signalementen van enkele soldaten zijn:
- Vader Arceclreech en moeder Civilonta Boyer, geboren in Bummelsburg, Pruisen op 12 oktober 1530, woonde laatst in Bemelt. Bij aankomst bij het korps: lengte 1 el, 6 palmen, 4 duimen.
- Vader Hlette en moeder Eselbrgje Gerela, geboren in Lemmer, Friesland op 14 juli 1556, woonde laatst in Utrecht. Bij aankomst bij het korps: lengte 1 el, 4 palmen, 5 duimen.
- Vader Hervrceus en moeder Gesina Isseldyk, geboren in Heelphen, Gelderland op 12 december 1439, woonde laatst in Vteenderen. Bij aankomst bij het korps: lengte 1 el, 5 palmen, 11 duimen.
Signalementen van de soldaten:
- Rond gezicht, grijze ogen, gewone neus, gewone mond en kin, donkerbruine wenkbrauwen, donker haar, geen bijzondere kenmerken.
- Ovaal gezicht, blauwe ogen, gewone neus, gewone mond en kin, blond haar, geen bijzondere kenmerken.
- Ovaal gezicht, blauwe ogen, gewone neus, gewone mond en kin, blond haar, voorhoofd met strepen, geen bijzondere kenmerken.
Militaire loopbanen:
- Een soldaat diende in het 3e Dragonder Regiment in Pruisen voor 3 jaar vanaf 24 september 1655.
- Een andere soldaat meldde zich vrijwillig bij het Koloniaal Wervingsdepot op 13 juli 1557 voor 6 jaar dienst in de overzeese bezittingen, met een vertrekpremie van 150 gulden. Hij vertrok op 15 september 1557 uit Nieuwediep en kwam aan in Batavia op 30 december 1557. Hij diende bij de Generale Staf en later bij de Artillerie vanaf 1 februari 1558.
- Een soldaat kreeg op 30 november 1565 toestemming om naar Nederland terug te keren en vertrok met het schip Hewicette. Hij werd opnieuw geworven op 15 maart 1571.
- Een soldaat werd op 31 augustus 1544 vrijwillig geworven voor 6 jaar dienst in Indië met een vertrekpremie van 150 gulden.
- Een soldaat uit Sneek, Friesland werd op 30 april 1655 ingedeeld bij het Vestingsregiment voor 5 jaar. Hij ging op 31 mei 1555 vrijwillig voor 6 jaar dienst met een premie van 20 gulden.
- Een soldaat werd op 12 december 1657 overgeplaatst naar het Algemeen Wervingsdepot en werd op 1 januari 1559 bevorderd tot Fourier (beheerder van voedsel en kleding).
- Een soldaat werd op 19 februari 1642 overgeplaatst en op 2 mei 1563 ontslagen wegens "expiratie van dienst" (einde diensttijd).
- Een soldaat werd op 2 juli 1563 ingedeeld als militair boekhouder voor 5 jaar als plaatsvervanger voor Hamers.
- Een soldaat uit Amersfoort, Utrecht werd op 1 juni 1565 ingeschreven bij het 2e Regiment Oost-Indië en ging op 3 juli 1565 vrijwillig voor 6 jaar dienst met een premie van 30 gulden.
- Een soldaat werd op 6 juni 1541 overgeplaatst naar het Koloniaal Wervingsdepot voor 6 jaar dienst in Indië met een premie van 158 gulden.
Een soldaat raakte gewond aan zijn linkerbeen en diende bij het 1e Regiment Infanterie vanaf 25 april 1558.
Een soldaat kreeg op 5 november 1663 de Bronzen Medaille zonder kwalificatie. Hij was korporaal-schrijver.
Een soldaat, Hruygen Le Amllerilien, werd op 16 september 1688 genoemd. Een andere soldaat, Dontr Jueri Eulr, werd op 15 augustus 1576 genoemd en had 310 jaar gediend.
Een soldaat vertrok op 12 oktober 1878 uit Madura en kwam op 24 november 1878 aan in Nieuwediep. Hij werd overgeplaatst op 7 december 1878.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 150 / 0162
- Mowat en anderen eisten in 1745 het schip Good Intention terug, dat door Zeeland was ingenomen. De Admiraliteit van Zeeland moest hierover bericht krijgen. Een civiele aanvraag van Mogge werd ingewilligd.
- Mutilen vroeg om behoud van zijn rang en moest hierover ondervraagd worden. Een rapport hierover werd naar de Raad van State gestuurd.
- Er werd gemeld dat het derde regiment van Waldek in Breda in garnizoen was gekomen en het commando had overgenomen.
- Moller vroeg om goedkeuring van een benoeming. De Ontvanger van 's-Gravenhage moest hierover advies geven. De Generaliteits Rekenkamer werd geïnformeerd en keurde het goed.
- Munix had een vraag over de erfenis van Heres. Commissarissen-Instructeurs moesten dit onderzoeken.
- De regering van Münster vroeg om betaling voor doormars. De Raad van State moest hierover advies geven.
- Diverse personen kregen een paspoort voor het importeren of exporteren van goederen:
- Muysman kreeg een antwoord van Van Hoey op zijn verzoek, dat door Holland was overgenomen.
- Van Nassau plaatste meerdere advertenties. Een paspoort werd verleend voor het uitvoeren van proviand en bagage naar Engeland.
- De Raad van State moest beslissen over het transport van zeven compagnieën uit Brakel met Engelse troepen. Later werd bevolen dat de troepen moesten terugkeren.
- De Nay de Richecourt kreeg ontslag en nieuwe aanbevelingsbrieven. La Rocque en zijn regiment werden zonder vergunning binnengelaten en later vertrokken zij.
- Het commando over Zas van Gent werd overgedragen aan kapitein Burmania.
- De erfgenamen van Nyeveen kregen een half jaar uitstel.
- Ockers moest uitleggen waarom hij generaal Molck met 400 mannen de toegang had geweigerd. Gouverneur en commandeurs kregen hierover instructies voor de toekomst.
- Diverse betalingen werden gedaan:
- 4 dukaten aan straatmakers.
- 6 gulden aan timmansknechten en leiddekkersknechten.
- 18 gulden aan Van den Bergh.
- 25 gulden aan Van der Linden.
- Ockers kreeg een pensioen van 100 gulden per jaar, met een gereguleerde ingangsdatum.
- Van Nispen had een vraag over het plaatsen van grenspalen.
- Er waren betalingen voor postmeesters, postknechten en boden.
- Valentin had een nieuwe uitvinding voor sluitstukken (snaphanen). De Raad van State moest hierover beslissen.
- Nimphius vroeg om een pensioen. De Raad van State moest hierover advies geven.
- Er was een rechtszaak tussen Neale en Ruylenburgh.
- Neaume vroeg eerst om een gratificatie, wat werd afgewezen, maar kreeg later 150 gulden.
- Er werden verschillende octrooien (vergunningen) verleend, onder andere aan:
- De Vries, Maria Faas, Jacob Faas, Huyssen, Geelhart, Van Belle, Ens & Fabritius, Vryen & Veere, Malphe & Soeters, Schultens & Van der Beecke, Andriessen & Klis, Cotshuysen, Uyttewilligen.
- Onderwater werd door Holland afgevaardigd naar de Admiraliteit op de Maas. Hij wilde zijn rang boven kolonel Van Oyen behouden en werd benoemd tot majoor de brigade. Hij kreeg ook een paspoort om 16 paarden uit te voeren.
- De Oostindische Compagnie in Zeeland moest bericht krijgen over klachten van de Deense Oostindische Compagnie over de behandeling van hun schip. Ook waren er berichten over de aankoop van drie Franse schepen door de gouverneur van Batavia en over het schip Hercules.
- Er was een kredietbrief voor La Riviere als resident van Oost-Friesland. Burgemeesters van Emden vroegen om steun voor hun kooplieden.
- Er waren diverse verzoeken om kwijtschelding van belastingen of schulden uit Overkwartier van Gelderland (bijv. Venlo, Roosteren, Vlodrop, Offenbach, Belfeld). De Raad van State moest hierover advies geven.
- Van der Meer, heer van Osen, vroeg om verlenging van kwijtschelding. Dit werd verleend aan regenten van Venlo, Stevensweert, Obbicht en Papenhove en Laak.
- Er was een proces tussen Compers en Van Gink. De Landsadvocaat moest hierover advies geven.
- Er waren declaraties voor Oosterdijk en Overduyn.
- Nichot werd door Stad en Landen afgevaardigd naar de Generaliteits Rekenkamer.
- Er was een proces tussen Ockers en Stamborst. Ockers legde een eed van geheimhouding af.
- Weel kreeg brieven voor aanbeveling aan het hof van Engeland.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3800 / 0038
-
In 1745 werden verschillende vergunningen afgegeven voor het vervoer van goederen, paarden en militaire uitrusting. Zo mocht:
Elias kleding leveren aan zijn regiment in Oudenaarde.
Plattel, Morseau, Lemmens, Snoukaart, Krusius, Sonnemans, Fretiere, van Lith, Asser, Bodger, vande Pol en Warin, Wisson, Coris, Schoordyck en Vreeswyck, vander Hout en Huybers, Denis, Backhuysen, Huybertsen, Janssen en Santvliet, Terwen, Schemmel, Elin, Suyderend en Patyn, Nebbens, en Versuys reizen naar alle plaatsen (ad omnes Populos).
Lemmens kleding leveren aan de regimenten van Crommelin in Namen, Hirzel in Doornik, Mackay in Mons, Cronstrom in Lier, en een artilleriecompagnie in Sluis (Vlaanderen). De laatste drie vergunningen werden met 3 weken verlengd.
Smits kleding leveren aan de regimenten van Clabbeeck, een artilleriecompagnie in Maastricht, Namen, en Doornik. De levering aan Clabbeeck en de artilleriecompagnie in Maastricht werd met 3 weken verlengd.
Linkers 400 hoeden met veren, kokardes en handschoenen leveren aan het regiment van Heeuft van Oyen in Breda.
van Texel kleding leveren aan de regimenten van Pretorius in Doornik, Guards Dragonders in Lier, Eck van Panthaleon in Doornik, Buys in Mons, Buddenbroek in Brussel, en van Leyden in Namen.
Monnier en Renaud en Griesen kleding leveren aan respectievelijk het regiment van Sandouville in Ath en de regimenten van de Bedarides in Maastricht en de Guy in Ath.
Elin en Zoons kleding leveren aan het regiment van van Dorth in Oudenaarde en tlin en Zoons aan het regiment van van Oyen in Maastricht (beide verlengd met 3 weken).
van Maanen 100 sabel en degen leveren aan het regiment van van Oyen in Maastricht.
Burmania 700 hoeden, 700 paar kousen en ceintuurs (riemen) uitvoeren.
de Brose 600 karabijnen met bajonetten en 733 paren pistolen in- en uitvoeren.
Schmelingh 2 paarden uitvoeren naar Breda.
Eckhard 20 paarden, vander Worve 17 paarden, Bax wagens, paarden en karren, Buys 40 paarden, vander Beeke 26 paarden, Schack 8 paarden, vander Duyn 9 paarden, Roper 16 paarden, Ooms en Isseldyk 20 paarden, Grave 10 paarden, van Outenweerde 6 paarden, Schultz van Hagen 20 paarden, Aeronius 3 paarden, vander Gronden zijn uitrusting (equipagie), de Groot en Compagnie 100 paarden, Cronstrom 21 paarden, Hoolwerf 5 paarden, Buschman en Compagnie 410 paarden, Rumpf 13 paarden, de la Rocque 8 paarden, Coenders 8 paarden, Nassau-Beverweert 8 paarden, du Faget van Assendelft 16 paarden, van Kinschot 300 paarden, Trevor 1000 paarden, de Prince van Hessen-Philipsthal en Graaf van Rechteren 58 paarden, Schwartzenbergh 10 paarden, en Boetzelaar een koets uitvoeren naar Brussel.
Buck 6000 pond koperen platen invoeren.
Podewils postwagens van Keulen naar Kleef laten rijden tijdens de veldtocht.
Holland bommen en andere goederen uit Duitsland invoeren.
de Raad van State 108.000 pond buskruit van 's-Hertogenbosch naar Maastricht transporteren, 18.000 pond buskruit naar Namen, 20.000 pond buskruit van Amsterdam naar Brussel, levensmiddelen naar Namen, en goederen naar Duitsland uitvoeren.
Hoyman zijn goederen uit Antwerpen invoeren.
Schutier zijn meubels naar Namen en Carlen voedsel naar Doornik uitvoeren.
Steinhousen meubels uitvoeren.
de Gravinne van Sintzendorf en Mevrouwe van Steinhaus reizen naar alle plaatsen.
de St. Cil meubels uitvoeren.
Trevor de bagage van de Hertog van Cumberland in- en uitvoeren.
Seinsheim zijn vrouw, bedienden en bagage uitvoeren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3800 / 0040
Nicolaas van Kampen was op
1 november 1791 in
Rotterdam getrouwd met
Jan Ouwejan. Op dat moment was de minderjarige pupille (een kind onder toezicht) van de betrokkenen, als enig kind van de overleden
Willem van Kampen (een broer van
Nicolaas van Kampen), de rechtmatige eigenaar van een kapitaal van 12.000 gulden.
De betrokkenen (voogden of vertegenwoordigers) verklaren namens de pupille dat zij van
Elisabeth Stertius – de weduwe van
Nicolaas van Kampen, die nu hertrouwd is met
Jan Ouweran – contant het volledige bedrag van 12.000 gulden hebben ontvangen. Hiervan is alleen 350 gulden, 13 stuivers en 8 penningen ingehouden. Dit bedrag was eerder door
Nicolaas van Kampen in
1787 en
1788 besteed aan juridische procedures voor de minderjarige, gerelateerd aan de afhandeling van de erfenis van diens vaderlijke goederen. Daarnaast werd 43 gulden, 11 stuivers en 8 penningen ingehouden voor de rente over dit voorgeschoten bedrag, berekend tegen 3% per jaar tot
31 maart van dat jaar.
De betrokkenen beloven namens de pupille dat
Elisabeth Stertius, haar huidige man en hun erfgenamen geen verdere claims zullen indienen over dit kapitaal, onder geen enkele voorwaarde. Zij zullen hen ook vrijwaren van eventuele toekomstige vorderingen. Dit wordt bevestigd met afstand van alle mogelijke juridische uitzonderingen of voordelen.
Om dit officieel vast te leggen, werd een notariële akte opgemaakt in
Haarlem, in aanwezigheid van de getuigen
Jan van Proosdij,
Willem Arnoldus Haselaar en anderen. De notaris
J.V. Proosdij en anderen ondertekenden de akte.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974899 / 503
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974899 / 502
Hendrica Jansen kocht twee percelen grond:
- Percelen met nummers 2856 en 2857 op 28 september 1903 (via notaris Jan Samson in Haarlemmermeer). Dit werd geregistreerd in Haarlem op 29 september 1903.
- Percelen met nummer 2926 op 24 maart 1910 (via een andere notaris). Dit werd geregistreerd in Haarlem op 18 april 1910.
Hendrica Jansen overleed op
4 maart 1913 in
Haarlem. In haar testament (
31 oktober 1907) benoemde ze haar man,
Josef Baten, als enige erfgenaam. Als ze
zonder testament was overleden, hadden haar erfgenamen bestaan uit:
Josef Baten overleed op
12 maart 1916 in
Haarlem zonder testament. Zijn erfgenamen waren dezelfde als die van
Hendrica Jansen.
De huidige eigenaars van de onroerende goederen zijn daarom:
De volgende personen geven volmacht aan
Johannes Petrus Baten en
Matthys Baten om twee huizen met schuur, erf en grond in
Haarlemmermeer te verkopen aan
Willem Elsinga (koopman in
Haarlemmermeer):
- Jacobus de Vos (expediteur, getrouwd met Geertruida Baten, Haarlem).
- Johannes Petrus Baten (vrachtrijder, Haarlem).
- Karel van Balen (bakker, getrouwd met Maria Baten, Haarlem).
- Gerrit Hazebroek (werkman, getrouwd met Elizabeth Baten, Haarlem).
- Gysbertus Kerste (smidsknecht, vader en wettelijk voogd van Hendrika en Gerardus Kerste, Haarlem).
- Matthys Baten (vrachtrijder en timmerman, ook als toeziend voogd over de minderjarige kinderen, Haarlem).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351793 / 85
Op 12 december 1759 werd in Cádiz een wisselbrief getekend voor een bedrag van 650 dukaten en 97 gros (kleine munteenheid) per dukaat. Dit was gelijk aan 650 gulden. De betaling gebeurde in twee termijnen:
Op 2 januari 1708 (mogelijk een fout, bedoeld wordt waarschijnlijk 1760) volgden nog twee betalingen via wisselbrieven:
De wisselbrieven werden steeds doorgegeven (geëndosseerd) aan de volgende ontvanger, zoals hierboven beschreven.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510798 / 520
De kosten voor het afhandelen van de erfenis, zoals het opstellen van de boedellijst, successiebelasting, deze verdeling en vier volmachten, inclusief uitgaven voor zegels, reiskosten, getuigen en registratie, bedragen samen
115 gulden.
De totale kosten (passief) van de gemeenschap zijn:
2815,24 gulden.
De totale bezittingen (actief) zijn:
1451,39 gulden.
Hierdoor is er een tekort van:
1363,84 gulden.
Dit tekort wordt gelijk verdeeld:
- De erfgenamen van de overleden vrouw moeten
681,92 gulden betalen.
- De erfgenamen van de overleden man moeten ook
681,92 gulden betalen.
De begrafeniskosten bedroegen
634,10 gulden, waardoor de nalatenschap van de overleden man uiteindelijk een tekort heeft van
1316,02 gulden.
Bij de verdeling van de erfenis wordt het volgende vastgelegd:
Aan Egbert van IJsseldyk (de eerste betrokkene):
- Een schuldvordering op
Cornelis Egbertus van IJsseldyk voor geleend geld:
1055 gulden.
- Een schuldvordering op
Aart Willem van IJsseldyk voor geleend geld:
291,04 gulden.
Totaal:
1451,39 gulden.
Tegenover deze vorderingen staan de volgende schulden:
-
500 gulden geleend van
Egbert van IJsseldyk op
1 maart 1910 (renteloos).
-
1800 gulden geleend van
Egbert van IJsseldyk op
15 maart 1910 (renteloos).
-
281,06 gulden geleend van
Egbert van IJsseldyk op verschillende tijdstippen.
-
55 gulden aan
F.W.G. Nieuwland.
-
48,55 gulden aan
Arie de Groot.
-
5 gulden aan
Bloemst van der Tuin.
-
10,63 gulden aan taxateurs voor roerende goederen.
- Kosten voor het redden van de boedel.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 66
Margaretha Catharina Scholten maakte op
3 juli 1797 bij notaris
Gerrit Cornelis Merens in
Haarlem een testament. Daarin benoemde ze haar man,
Egbert van IJsseldijk, als haar enige erfgenaam. Volgens de wet en haar testament erfden na haar overlijden:
- haar man voor ¼ deel,
- haar 8 kinderen elk voor 3/24 (oftewel 1/8) deel.
Na haar overlijden stierf hun zoon
Hendrik Theodorus van IJsseldijk. Hij was getrouwd met
Anna Nyland (de moeder van een van de betrokkenen in deze akte). Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen:
Toen
Egbert van IJsseldijk later stierf zonder testament, erfden volgens de wet:
- zijn 7 levende kinderen elk 1/8 deel,
- de 3 kinderen van zijn overleden zoon Hendrik Theodorus elk 1/24 deel.
Op
7 januari van het huidige jaar werd de gemeenschappelijke erfenis officieel vastgelegd bij notaris
Koolhoven. Nu willen de erfgenamen de erfenis verdelen. De boedel bestaat uit:
De waarde van de spullen wordt berekend vanaf de sterfdag van
Egbert van IJsseldijk. Rente of kosten vanaf die datum komen ten goede (of nadele) van de erfgenaam die het item toegewezen krijgt.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 65
In een notariële akte staan de volgende personen genoemd:
Deze personen bevestigen dat:
Deze informatie is bevestigd door twee handgeschreven volmachten, die op
7 januari van dat jaar zijn opgesteld bij notaris
Johan Koothoven in
Haarlem en gratis geregistreerd in
Haarlem op
9 januari.
Daarnaast treden twee gemachtigden op:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 64
Op
22 maart 1918 kwamen de volgende personen bij elkaar in
Haarlem voor
Bernardus Martinus Semé, een notaris in opleiding die inviel voor notaris
Johan Koolhoven. Ook aanwezig waren rechter
Willem Gijsbert Bel Baere en twee getuigen.
De aanwezigen waren:
De bijeenkomst had betrekking op een schuldbekentenis en hypotheekakte uit
9 september 1914.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 63
Op 19 februari 1787 om half twaalf ’s middags verscheen voor Vernerus Köhne, een notaris erkend door het Hof van Holland in Haarlem, Mejuffrouw Catharina Geertruid van Senden, weduwe van de overleden Johannes van IJsseldijk. Johannes was predikant in Utrecht, maar Catharina woonde nu in Haarlem, op de Oude Gracht. Zij was gezond en helder van geest en wilde een testament opstellen over haar nalatenschap.
Eerst maakte Catharina alle eerdere testamenten, codicillen (aanvullingen op testamenten) en andere documenten over haar laatste wil ongeldig, of ze nu alleen, met haar overleden man of met anderen waren gemaakt.
Vervolgens bepaalde ze dat haar zoon, Abraham Rudolph van IJsseldijk (die op dat moment in het buitenland was), haar mede-erfgenaam zou zijn. Hij kreeg echter alleen het wettelijke minimum waar hij recht op had: de legitieme portie (het verplichte erfdeel). Daarbij werd rekening gehouden met alles wat hierop in mindering gebracht of bijgeteld moest worden. Dit gold vooral als Abraham Rudolph zijn moeder zou overleven en nog geld aan haar schuldig was.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 621
De tekst beschrijft de laatste wensen van een vrouw (de
Juffrouw Testatrice) in haar testament, opgesteld door notaris
N. J.Röhne in
Haarlem. Hier de belangrijkste punten:
- De vrouw houdt het recht om haar testament altijd te veranderen, aan te vullen of in te korten, zonder beperkingen. Ze mag ook nieuwe erfstellingen (legaten) of voorrechten (prælegaten) toevoegen of intrekken.
- Dit kan op elke manier: via een notaris, een handgeschreven brief, of zelfs met alleen een handtekening. Al haar wijzigingen blijven geldig, alsof ze in dit originele testament stonden.
- De notaris leest het testament voor, en de vrouw bevestigt dat ze het goed begrijpt en dat het haar eigen vrije wil is, zonder druk van anderen.
- Na haar dood moet het testament worden uitgevoerd als een officieel testament (of in ieder geval als een aanvulling daarop, een codicil).
- Aanwezig als getuigen: Jan Bosch Junior, Jacob Scholting en G. van Senden (weduwe van IJsseldijk).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 624
Juffrouw Testatrice (een vrouw die een testament opstelt) bepaalt in haar testament het volgende:
Juffrouw Testatrice wijst
Pieter Roos (wonend in
Amsterdam) aan als:
- Uitvoerder van het testament.
- Verantwoordelijke voor haar begrafenis.
- Beheerder van de erfenis voor minderjarigen of erfgenamen in het buitenland.
Pieter Roos krijgt de volgende bevoegdheden:
- Goederen en bezittingen verkopen (openbaar of privé), inclusief het regelen van transport en betalingen.
- Geld verdelen onder de erfgenamen, ook voor minderjarigen of buitenlandse erfgenamen.
- Namens hen onderhandelen en afspraken maken met schuldeisers en schuldenaren.
- Rechtsgeldige documenten opstellen zonder tussenkomst van een rechter of anderen.
Het testament eindigt met een groet aan de
Weesmeesters (toezichthouders op wezen en erfenissen) van
Amsterdam en andere steden waar haar nalatenschap van toepassing is.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 623
Juffrouw Testa (de vrouw die een testament opstelde) maakte duidelijk dat zij aan elk van haar drie kinderen, waaronder
Heer Abraham Rudolph van IJsseldijk, alle schulden kwijtscheldde die zij bij haar overlijden nog aan haar hadden. Dit gold niet voor het geld dat zij eventueel aan haar schoonzoon
Pieter Roos verschuldigd was, inclusief rente.
Abraham Rudolph van IJsseldijk moest zich hierbij neerleggen en mocht geen extra erfdeel (de "wettelijke erfportie" van zijn vader en moeder) eisen. Als hij dat wel deed, moest hij de kwijtgescholden schulden alsnog terugbetalen.
Daarnaast bepaalde
Juffrouw Testatrice het volgende:
Al haar overige bezittingen (zoals geld, onroerend goed, aandelen, schulden van anderen, rechten en andere zaken) die niet specifiek in het testament waren genoemd, gingen naar haar
enige en universele erfgenaam (deze persoon wordt in de tekst niet met naam genoemd).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 622
- De heer Johan Valentijn Sprenger, ontvanger-generaal van de provincie, wordt opdracht gegeven om een bedrag in te wisselen.
- Bij elke nieuwe benoeming van een commissaris (bijvoorbeeld als er een plek vrijkomt) moet deze betalen:
- een provinciale erkenningssom van 100 Vlaamse pond (contant)
- nog eens 100 Vlaamse pond in de 4 jaren daarna
- de kosten voor de ambtsuitrusting (zoals bepaald in de resolutie van 30 mei 1791).
- Alle commissarissen in het departement moeten een ambtsgeld betalen van 4 Vlaamse pond, zoals tot nu toe gebruikelijk was.
- Om deze functies aantrekkelijk te houden, besluiten Hunner Edelen Mogenden (de bestuurders) dat elk van de 6 leden van het collegie jaarlijks een bedrag van 200 gulden ontvangt. Dit bedrag gaat in op de dag dat ze de eed als commissaris afleggen.
- De commissarissen mogen dit bedrag zelf verdelen onder de huidige leden, totdat het collegie uit 6 personen bestaat.
- De Gecommitteerde Raden krijgen de opdracht om jaarlijks, via de ontvanger-generaal, een betalingsopdracht af te geven voor dit bedrag ten behoeve van de 6 commissarissen.
- Een afschrift van deze resolutie wordt gestuurd naar:
- de Provinciale Rekenkamer
- de ontvanger-generaal
- de betrokken commissarissen (als informatie).
Deze besluiten komen overeen met het eerder genoemde register, ondertekend door W.V. P. Vever.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.02 / 163 / 0097
- De West-Indische Compagnie (WIC) had regels voor schepen die van Curaçao naar Nederland voeren. Deze regels stonden in een speciale overeenkomst, de akte van cautie, die door reders en schippers getekend moest worden voor vertrek.
- Volgens deze overeenkomst moesten particuliere schepen die van Curaçao vertrokken:
- de tiende last (een soort belasting op vracht) gratis vervoeren óf
- als dat niet lukte, 30 gulden per last betalen aan de WIC.
- De WIC ontving klachten dat deze regels niet goed werden nageleefd. Schepen betaalden soms te veel (bijvoorbeeld 60 gulden per last in plaats van 30) of helemaal niets, wat de WIC schade berokkende.
- De WIC had al eerder, op 3 augustus 1690, een voorbeeld van zo’n akte van cautie gestuurd (ondertekend door schipper Cornelis Pijl van het schip Christina). Toch bleven er problemen bestaan.
- De WIC herhaalde nu nogmaals de instructies:
- De regels moeten strikt gevolgd worden.
- Als schepen de tiende last niet gratis vervoeren, moeten ze 30 gulden per last betalen – niet meer, niet minder.
- Deze afspraken gelden voor alle particuliere schepen die van Curaçao naar Nederland varen.
- De WIC wees erop dat de benodigde documenten (zoals de akte van cautie) al in 1686 waren meegegeven aan een zekere Cornelis Iacobsz: Bervoets, schipper van het schip Elias Offerhanden.
- De WIC eiste dat de lokale bestuurder op Curaçao de regels beter handhaafde en foutieve betalingen (zoals die van schipper Pieter Dircksz) zou corrigeren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 469 / 0095
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1911479 / 18
Op 6 juli 1686 maakte Hermijn van Campen in haar huis in Oosterhout een officiële regeling over haar bezittingen. Ze bepaalde dat deze regeling de enige geldige was en alle eerdere afspraken vervielen. De volgende personen waren hierbij als getuigen aanwezig: Geerit van Rijck, Cornelis Janssen Bervoets, Cornelis Roeffens, Corstiaen Brouw en Cornelis Reet. Hermijn van Campen kon niet schrijven en zette daarom alleen een handtekening-achtig merkteken.
Op 28 juli 1686 stelden Bartholomeus Willem Meeussen en zijn dochter Willemijntje Bartholomens Willemssen (bijgestaan door Margriet Joost Cornelis) in hun huis in Oosterhout een testament op bij notaris Cornelis van Vorssel. Ze waren allebei gezond en helder van geest. Omdat het leven onzeker is, wilden ze vastleggen wat er met hun bezittingen moest gebeuren na hun dood.
- Als Bartholomeus als eerste overlijdt, erft Willemijntje al zijn bezittingen (huis, meubels, grond, geld, goud, zilver, etc.), waar die ook zijn. Zijn drie kinderen uit zijn eerste huwelijk met Jenneken Adriaenssen krijgen wel hun wettelijke erfdeel (het deel waar ze volgens de wet recht op hebben) en moeten meehelpen met het betalen van eventuele schulden.
- Als Willemijntje als eerste overlijdt, erft Bartholomeus al haar bezittingen.
- Als Willemijntje na Bartholomeus overlijdt zonder wettige erfgenamen, gaan de bezittingen die ze van haar vader had geërfd naar zijn drie kinderen uit zijn eerste huwelijk.
Ze benoemden elkaar als enige universele erfgenaam (de langstlevende erft alles). Binnen 6 weken na het eerste overlijden moest de langstlevende een zak rogge geven aan de armen van Oosterhout. De regeling gold als testament, schenking of andere officiële overeenkomst en ging boven eventuele lokale gewoontes of wetten. Getuigen waren Christoffel Willemsz Slegh, Joos de Grooters en Sebrecht Vincent Cocq. Willemijntje kon niet schrijven en zette een handmerkteken.
Op 6 augustus 1686 liet Petronella Jacobs Roevoets, vrouw van Henrick Huijbrechts Bossers en wonende in Slanterbuijten (bij Oosterhout), bij notaris Cornelis van Vossel vastleggen wat er met haar bezittingen moest gebeuren na haar dood. Ze was gezond en helder van geest. Ze bepaalde dat als zij eerder zou overlijden dan haar man, hij de helft van al haar bezittingen (huis, meubels, grond, etc.) zou erven, waar die ook waren. Deze regeling gold als testament of schenking en ging boven lokale gewoontes of wetten. Getuigen waren Sebastiaen van Vossel en Denis Gebrecht Westringhs. Petronella kon niet schrijven; Denis Westringhs zette een handmerkteken voor haar.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1911484 / 23
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1739692 / 19
Cornelis Gerlings, een notaris uit
Haarlem, ontving op
2 mei 1830 een verklaring van
Adriaan de Waal Malefyt Junior, een makelaar uit
Haarlem. Deze handelde namens een groep familieleden, op basis van een volmacht die tussen
27 april en
26 mei 1830 was goedgekeurd door de burgemeesters van
Bloemendaal,
Haarlem,
Amsterdam,
Leeuwarden,
Vollenhove en
Nijkerk.
De volmacht was geregistreerd in
Amsterdam op
11 mei 1830, met een kostenverhoging van 1 gulden en 80 cent (inclusief 1 extra kopie). De ontvanger,
Weggelhorst, had dit genoteerd.
De volgende familieleden waren betrokken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6700798 / 524
De tekst beschrijft een juridische overeenkomst uit Amsterdam met de volgende afspraken:
- De vertegenwoordigers (de geconstitueerden en gesubstitueerdens) krijgen geen recht om iemand anders in hun plaats te laten optreden in rechtszaken.
- Als er onverwacht één of meer vertegenwoordigers komen te ontbreken (door overlijden of andere redenen), moeten de opdrachtgevers (constituanten) zelf een oplossing regelen.
- De vertegenwoordigers beloven alles te accepteren wat volgens deze overeenkomst wordt gedaan.
- Ze moeten jaarlijks een gedetailleerde financiële verantwoording sturen, inclusief:
- een lijst van de tot slaaf gemaakte mensen (inventaris der negers) aan het handelshuis;
- elke 4 maanden een overzicht van de plantage, ondertekend door de directeur(en).
- Alle eerdere volgmachten (procuraties) voor deze zaak worden ongeldig verklaard.
De overeenkomst is opgesteld en ondertekend in Amsterdam door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0495
In
1490 werd vastgelegd dat voor het kopen van grond – bijvoorbeeld voor nieuwe gebouwen – of voor andere doelen
toestemming moest worden gevraagd aan het
huis van negotie (een handelsorganisatie) van
Kerkhoren en Coutenho. Dit huis was verantwoordelijk voor het behartigen van de belangen van een bepaalde
plantage (landbouwbedrijf in koloniën).
De organisatie kreeg de volgende taken en bevoegdheden:
- De rechten en financiële belangen van de eigenaren (de constituanten) van de plantage verdedigen en bevorderen.
- Alle goederen, geld en openstaande schulden (vorderingen) die aan de plantage toebehoren, innemen van schuldenaars.
- Afrekenen met schuldenaars, rekeningen vereffenen en kwijtingen (bewijzen van betaling) geven.
- Indien nodig, juridische stappen ondernemen tegen mensen die niet willen betalen of bezwaar maken:
- Rechtzaken starten en doorzetten tot een vonnis.
- Vonnissen aanvechten (in hoger beroep gaan).
- Mensen en goederen laten arresteren (in beslag nemen).
- Beslaggenomen geld vrijgeven of innemen.
- Borgstellingen regelen en garanties afgeven.
- Schikkingen treffen (onderhandelingen voeren om conflicten op te lossen) als dat nuttig is.
- Alle benodigde officiële documenten opstellen, ondertekenen en registreren.
- Over het algemeen alles doen wat de eigenaren zelf zouden kunnen of moeten doen als ze persoonlijk aanwezig waren – ook als daar normaal gesproken een speciale volmacht voor nodig zou zijn.
Alle verdere instructies of opdrachten die
Kerkhoren en Coutenho later aan de vertegenwoordigers van het
huis van negotie zou geven (per brief, notitie of anderszins), golden als onderdeel van deze afspraak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0493
In
Suriname woonden
484 eigenaren van de plantage
Adrichem (inclusief bijbehorende gronden) die niet aanwezig waren. De heer
N. Boo was de enige ter plaatse, gevolgd door
Jan Unies Wilkens,
J.n Planteau,
E. Reijns,
E. Thijm en als laatste
J. H. Schultz J.Z. Zij werkten steeds met z’n tweeën.
Deze mannen kregen de taak om namens de afwezige eigenaren:
- de plantage Adrichem te beheren, inclusief toezicht, bestuur en administratie;
- de plantage in goede staat te houden, met voldoende personeel en onderhoud;
- toezicht te houden op de landbouw, gebouwen en alles wat nodig was voor het welzijn van de plantage;
- de oogst (van 489 producten) op tijd te plukken, klaar te maken en te verzenden;
- de producten te leveren aan het handelshuis Van Kerkhoven en Coutinho (of op hun instructie), inclusief het regelen van verzekeringen en transport;
- alle benodigdheden (zoals voedsel, materialen en medicijnen) bij dit handelshuis te bestellen en niets lokaal in Suriname te kopen, tenzij in noodgevallen of met toestemming;
- alleen wisselbrieven (voor noodzakelijke kosten) uit te schrijven aan dit handelshuis.
Zij mochten
geen extra kosten maken zonder toestemming.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0491
In
1657 was
Anna Catharina Rerkhoven (ook bekend als
Snit), de weduwe van
George Curtius, samen met vier anderen elk voor een vijfde deel eigenaar van de plantage
Adrichem in
Suriname. Deze plantage lag aan de
Matapica-kreek in een nieuw gebied.
Door erfenissen is de eigendom nu veranderd:
De betrokkenen geven
J. M. Klein en
J. C. Fuchs volmacht om namens hen op te treden. Als een van deze twee overlijdt, weigert, afstand doet,
Suriname verlaat of om een andere reden stopt, mag de ander alleen verdergaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0490
Vorige paginaVolgende pagina