Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Deze tekst bevat militaire gegevens over verschillende soldaten uit de 19e eeuw. Hier volgt een samenvatting per persoon:

Manel Voorsanri werd niet goedgekeurd voor militaire dienst wegens onbekende redenen. Hij werd op 22 oktober 1869 ingeschreven. Zijn dossier verwijst naar eerdere documenten uit 17 januari 1865 en 18 juli 1870. Op 23 augustus 1870 vertrok hij uit Batavia (nu Jakarta) met een certificaat van goed gedrag.

Carl Ludwig Drielem (39 jaar) raakte gewond door een schot op 24 april 1871. Hij diende bij de tweede bestorming van Atehin op 9 juli 1870 en ontving soldij. Hij werd op 17 december 1879 ontslagen uit Indië.

De namen, geboorteplaatsen, geboortedata, laatste woonplaatsen en signalementen van enkele soldaten zijn:

Signalementen van de soldaten:

Militaire loopbanen:

Een soldaat raakte gewond aan zijn linkerbeen en diende bij het 1e Regiment Infanterie vanaf 25 april 1558.

Een soldaat kreeg op 5 november 1663 de Bronzen Medaille zonder kwalificatie. Hij was korporaal-schrijver.

Een soldaat, Hruygen Le Amllerilien, werd op 16 september 1688 genoemd. Een andere soldaat, Dontr Jueri Eulr, werd op 15 augustus 1576 genoemd en had 310 jaar gediend.

Een soldaat vertrok op 12 oktober 1878 uit Madura en kwam op 24 november 1878 aan in Nieuwediep. Hij werd overgeplaatst op 7 december 1878.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 150 / 0162  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3800 / 0038  


Elias kleding leveren aan zijn regiment in Oudenaarde.

Plattel, Morseau, Lemmens, Snoukaart, Krusius, Sonnemans, Fretiere, van Lith, Asser, Bodger, vande Pol en Warin, Wisson, Coris, Schoordyck en Vreeswyck, vander Hout en Huybers, Denis, Backhuysen, Huybertsen, Janssen en Santvliet, Terwen, Schemmel, Elin, Suyderend en Patyn, Nebbens, en Versuys reizen naar alle plaatsen (ad omnes Populos).

Lemmens kleding leveren aan de regimenten van Crommelin in Namen, Hirzel in Doornik, Mackay in Mons, Cronstrom in Lier, en een artilleriecompagnie in Sluis (Vlaanderen). De laatste drie vergunningen werden met 3 weken verlengd.

Smits kleding leveren aan de regimenten van Clabbeeck, een artilleriecompagnie in Maastricht, Namen, en Doornik. De levering aan Clabbeeck en de artilleriecompagnie in Maastricht werd met 3 weken verlengd.

Linkers 400 hoeden met veren, kokardes en handschoenen leveren aan het regiment van Heeuft van Oyen in Breda.

van Texel kleding leveren aan de regimenten van Pretorius in Doornik, Guards Dragonders in Lier, Eck van Panthaleon in Doornik, Buys in Mons, Buddenbroek in Brussel, en van Leyden in Namen.

Monnier en Renaud en Griesen kleding leveren aan respectievelijk het regiment van Sandouville in Ath en de regimenten van de Bedarides in Maastricht en de Guy in Ath.

Elin en Zoons kleding leveren aan het regiment van van Dorth in Oudenaarde en tlin en Zoons aan het regiment van van Oyen in Maastricht (beide verlengd met 3 weken).

van Maanen 100 sabel en degen leveren aan het regiment van van Oyen in Maastricht.

Burmania 700 hoeden, 700 paar kousen en ceintuurs (riemen) uitvoeren.

de Brose 600 karabijnen met bajonetten en 733 paren pistolen in- en uitvoeren.

Schmelingh 2 paarden uitvoeren naar Breda.

Eckhard 20 paarden, vander Worve 17 paarden, Bax wagens, paarden en karren, Buys 40 paarden, vander Beeke 26 paarden, Schack 8 paarden, vander Duyn 9 paarden, Roper 16 paarden, Ooms en Isseldyk 20 paarden, Grave 10 paarden, van Outenweerde 6 paarden, Schultz van Hagen 20 paarden, Aeronius 3 paarden, vander Gronden zijn uitrusting (equipagie), de Groot en Compagnie 100 paarden, Cronstrom 21 paarden, Hoolwerf 5 paarden, Buschman en Compagnie 410 paarden, Rumpf 13 paarden, de la Rocque 8 paarden, Coenders 8 paarden, Nassau-Beverweert 8 paarden, du Faget van Assendelft 16 paarden, van Kinschot 300 paarden, Trevor 1000 paarden, de Prince van Hessen-Philipsthal en Graaf van Rechteren 58 paarden, Schwartzenbergh 10 paarden, en Boetzelaar een koets uitvoeren naar Brussel.

Buck 6000 pond koperen platen invoeren.

Podewils postwagens van Keulen naar Kleef laten rijden tijdens de veldtocht.

Holland bommen en andere goederen uit Duitsland invoeren.

de Raad van State 108.000 pond buskruit van 's-Hertogenbosch naar Maastricht transporteren, 18.000 pond buskruit naar Namen, 20.000 pond buskruit van Amsterdam naar Brussel, levensmiddelen naar Namen, en goederen naar Duitsland uitvoeren.

Hoyman zijn goederen uit Antwerpen invoeren.

Schutier zijn meubels naar Namen en Carlen voedsel naar Doornik uitvoeren.

Steinhousen meubels uitvoeren.

de Gravinne van Sintzendorf en Mevrouwe van Steinhaus reizen naar alle plaatsen.

de St. Cil meubels uitvoeren.

Trevor de bagage van de Hertog van Cumberland in- en uitvoeren.

Seinsheim zijn vrouw, bedienden en bagage uitvoeren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3800 / 0040  


Nicolaas van Kampen was op 1 november 1791 in Rotterdam getrouwd met Jan Ouwejan. Op dat moment was de minderjarige pupille (een kind onder toezicht) van de betrokkenen, als enig kind van de overleden Willem van Kampen (een broer van Nicolaas van Kampen), de rechtmatige eigenaar van een kapitaal van 12.000 gulden. De betrokkenen (voogden of vertegenwoordigers) verklaren namens de pupille dat zij van Elisabeth Stertius – de weduwe van Nicolaas van Kampen, die nu hertrouwd is met Jan Ouweran – contant het volledige bedrag van 12.000 gulden hebben ontvangen. Hiervan is alleen 350 gulden, 13 stuivers en 8 penningen ingehouden. Dit bedrag was eerder door Nicolaas van Kampen in 1787 en 1788 besteed aan juridische procedures voor de minderjarige, gerelateerd aan de afhandeling van de erfenis van diens vaderlijke goederen. Daarnaast werd 43 gulden, 11 stuivers en 8 penningen ingehouden voor de rente over dit voorgeschoten bedrag, berekend tegen 3% per jaar tot 31 maart van dat jaar. De betrokkenen beloven namens de pupille dat Elisabeth Stertius, haar huidige man en hun erfgenamen geen verdere claims zullen indienen over dit kapitaal, onder geen enkele voorwaarde. Zij zullen hen ook vrijwaren van eventuele toekomstige vorderingen. Dit wordt bevestigd met afstand van alle mogelijke juridische uitzonderingen of voordelen. Om dit officieel vast te leggen, werd een notariële akte opgemaakt in Haarlem, in aanwezigheid van de getuigen Jan van Proosdij, Willem Arnoldus Haselaar en anderen. De notaris J.V. Proosdij en anderen ondertekenden de akte.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974899 / 503  


Op 30 mei 1792 gingen Jan Willem Hetius (uit Amsterdam), Francois Huurkamp van der Vinne en Lambert Jacob van der Smissen (beide uit Haarlem) samen met Maria Stetius (eerst getrouwd met Willem van Kampen, later met Gijsbert van IJsseldijk) naar notaris Johannes Petrus Kuena in Haarlem. Zij waren de voogden van de nog minderjarige Nicolaas Godfried van Kampen, de enige zoon van Willem van Kampen en Maria Stetius. Zij verklaarden dat Nicolaas van Kampen (een andere persoon) op 22 februari 1788 in Haarlem was overleden. Volgens zijn testament (opgemaakt op 8 april 1785 bij notaris Gerrit Kok Junior) was zijn enige erfgenaam zijn vrouw Elisabeth Stetius, maar onder één voorwaarde: De weduwe Elisabeth Stetius was nu... (de tekst breekt hier af)
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974899 / 502  


Hendrica Jansen kocht twee percelen grond: Hendrica Jansen overleed op 4 maart 1913 in Haarlem. In haar testament (31 oktober 1907) benoemde ze haar man, Josef Baten, als enige erfgenaam. Als ze zonder testament was overleden, hadden haar erfgenamen bestaan uit: Josef Baten overleed op 12 maart 1916 in Haarlem zonder testament. Zijn erfgenamen waren dezelfde als die van Hendrica Jansen. De huidige eigenaars van de onroerende goederen zijn daarom: De volgende personen geven volmacht aan Johannes Petrus Baten en Matthys Baten om twee huizen met schuur, erf en grond in Haarlemmermeer te verkopen aan Willem Elsinga (koopman in Haarlemmermeer):
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351793 / 85  


Op 12 december 1759 werd in Cádiz een wisselbrief getekend voor een bedrag van 650 dukaten en 97 gros (kleine munteenheid) per dukaat. Dit was gelijk aan 650 gulden. De betaling gebeurde in twee termijnen:

Op 2 januari 1708 (mogelijk een fout, bedoeld wordt waarschijnlijk 1760) volgden nog twee betalingen via wisselbrieven:

De wisselbrieven werden steeds doorgegeven (geëndosseerd) aan de volgende ontvanger, zoals hierboven beschreven.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510798 / 520  


De kosten voor het afhandelen van de erfenis, zoals het opstellen van de boedellijst, successiebelasting, deze verdeling en vier volmachten, inclusief uitgaven voor zegels, reiskosten, getuigen en registratie, bedragen samen 115 gulden. De totale kosten (passief) van de gemeenschap zijn: 2815,24 gulden. De totale bezittingen (actief) zijn: 1451,39 gulden. Hierdoor is er een tekort van: 1363,84 gulden. Dit tekort wordt gelijk verdeeld: - De erfgenamen van de overleden vrouw moeten 681,92 gulden betalen. - De erfgenamen van de overleden man moeten ook 681,92 gulden betalen. De begrafeniskosten bedroegen 634,10 gulden, waardoor de nalatenschap van de overleden man uiteindelijk een tekort heeft van 1316,02 gulden. Bij de verdeling van de erfenis wordt het volgende vastgelegd: Aan Egbert van IJsseldyk (de eerste betrokkene): - Een schuldvordering op Cornelis Egbertus van IJsseldyk voor geleend geld: 1055 gulden. - Een schuldvordering op Aart Willem van IJsseldyk voor geleend geld: 291,04 gulden. Totaal: 1451,39 gulden. Tegenover deze vorderingen staan de volgende schulden: - 500 gulden geleend van Egbert van IJsseldyk op 1 maart 1910 (renteloos). - 1800 gulden geleend van Egbert van IJsseldyk op 15 maart 1910 (renteloos). - 281,06 gulden geleend van Egbert van IJsseldyk op verschillende tijdstippen. - 55 gulden aan F.W.G. Nieuwland. - 48,55 gulden aan Arie de Groot. - 5 gulden aan Bloemst van der Tuin. - 10,63 gulden aan taxateurs voor roerende goederen. - Kosten voor het redden van de boedel.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 66  


Margaretha Catharina Scholten maakte op 3 juli 1797 bij notaris Gerrit Cornelis Merens in Haarlem een testament. Daarin benoemde ze haar man, Egbert van IJsseldijk, als haar enige erfgenaam. Volgens de wet en haar testament erfden na haar overlijden: Na haar overlijden stierf hun zoon Hendrik Theodorus van IJsseldijk. Hij was getrouwd met Anna Nyland (de moeder van een van de betrokkenen in deze akte). Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen: Toen Egbert van IJsseldijk later stierf zonder testament, erfden volgens de wet: Op 7 januari van het huidige jaar werd de gemeenschappelijke erfenis officieel vastgelegd bij notaris Koolhoven. Nu willen de erfgenamen de erfenis verdelen. De boedel bestaat uit: De waarde van de spullen wordt berekend vanaf de sterfdag van Egbert van IJsseldijk. Rente of kosten vanaf die datum komen ten goede (of nadele) van de erfgenaam die het item toegewezen krijgt.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 65  


In een notariële akte staan de volgende personen genoemd: Deze personen bevestigen dat: Deze informatie is bevestigd door twee handgeschreven volmachten, die op 7 januari van dat jaar zijn opgesteld bij notaris Johan Koothoven in Haarlem en gratis geregistreerd in Haarlem op 9 januari. Daarnaast treden twee gemachtigden op:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 64  


Op 22 maart 1918 kwamen de volgende personen bij elkaar in Haarlem voor Bernardus Martinus Semé, een notaris in opleiding die inviel voor notaris Johan Koolhoven. Ook aanwezig waren rechter Willem Gijsbert Bel Baere en twee getuigen. De aanwezigen waren: De bijeenkomst had betrekking op een schuldbekentenis en hypotheekakte uit 9 september 1914.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5208928 / 63  


Op 19 februari 1787 om half twaalf ’s middags verscheen voor Vernerus Köhne, een notaris erkend door het Hof van Holland in Haarlem, Mejuffrouw Catharina Geertruid van Senden, weduwe van de overleden Johannes van IJsseldijk. Johannes was predikant in Utrecht, maar Catharina woonde nu in Haarlem, op de Oude Gracht. Zij was gezond en helder van geest en wilde een testament opstellen over haar nalatenschap.

Eerst maakte Catharina alle eerdere testamenten, codicillen (aanvullingen op testamenten) en andere documenten over haar laatste wil ongeldig, of ze nu alleen, met haar overleden man of met anderen waren gemaakt.

Vervolgens bepaalde ze dat haar zoon, Abraham Rudolph van IJsseldijk (die op dat moment in het buitenland was), haar mede-erfgenaam zou zijn. Hij kreeg echter alleen het wettelijke minimum waar hij recht op had: de legitieme portie (het verplichte erfdeel). Daarbij werd rekening gehouden met alles wat hierop in mindering gebracht of bijgeteld moest worden. Dit gold vooral als Abraham Rudolph zijn moeder zou overleven en nog geld aan haar schuldig was.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 621  


De tekst beschrijft de laatste wensen van een vrouw (de Juffrouw Testatrice) in haar testament, opgesteld door notaris N. J.Röhne in Haarlem. Hier de belangrijkste punten:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 624  


Juffrouw Testatrice (een vrouw die een testament opstelt) bepaalt in haar testament het volgende: Juffrouw Testatrice wijst Pieter Roos (wonend in Amsterdam) aan als: Pieter Roos krijgt de volgende bevoegdheden: Het testament eindigt met een groet aan de Weesmeesters (toezichthouders op wezen en erfenissen) van Amsterdam en andere steden waar haar nalatenschap van toepassing is.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 623  


Juffrouw Testa (de vrouw die een testament opstelde) maakte duidelijk dat zij aan elk van haar drie kinderen, waaronder Heer Abraham Rudolph van IJsseldijk, alle schulden kwijtscheldde die zij bij haar overlijden nog aan haar hadden. Dit gold niet voor het geld dat zij eventueel aan haar schoonzoon Pieter Roos verschuldigd was, inclusief rente. Abraham Rudolph van IJsseldijk moest zich hierbij neerleggen en mocht geen extra erfdeel (de "wettelijke erfportie" van zijn vader en moeder) eisen. Als hij dat wel deed, moest hij de kwijtgescholden schulden alsnog terugbetalen. Daarnaast bepaalde Juffrouw Testatrice het volgende: Al haar overige bezittingen (zoals geld, onroerend goed, aandelen, schulden van anderen, rechten en andere zaken) die niet specifiek in het testament waren genoemd, gingen naar haar enige en universele erfgenaam (deze persoon wordt in de tekst niet met naam genoemd).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974608 / 622  


Deze besluiten komen overeen met het eerder genoemde register, ondertekend door W.V. P. Vever.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.02 / 163 / 0097  


  • De West-Indische Compagnie (WIC) had regels voor schepen die van Curaçao naar Nederland voeren. Deze regels stonden in een speciale overeenkomst, de akte van cautie, die door reders en schippers getekend moest worden voor vertrek.
  • Volgens deze overeenkomst moesten particuliere schepen die van Curaçao vertrokken:
    • de tiende last (een soort belasting op vracht) gratis vervoeren óf
    • als dat niet lukte, 30 gulden per last betalen aan de WIC.
  • De WIC ontving klachten dat deze regels niet goed werden nageleefd. Schepen betaalden soms te veel (bijvoorbeeld 60 gulden per last in plaats van 30) of helemaal niets, wat de WIC schade berokkende.
  • De WIC had al eerder, op 3 augustus 1690, een voorbeeld van zo’n akte van cautie gestuurd (ondertekend door schipper Cornelis Pijl van het schip Christina). Toch bleven er problemen bestaan.
  • De WIC herhaalde nu nogmaals de instructies:
    • De regels moeten strikt gevolgd worden.
    • Als schepen de tiende last niet gratis vervoeren, moeten ze 30 gulden per last betalen – niet meer, niet minder.
    • Deze afspraken gelden voor alle particuliere schepen die van Curaçao naar Nederland varen.
  • De WIC wees erop dat de benodigde documenten (zoals de akte van cautie) al in 1686 waren meegegeven aan een zekere Cornelis Iacobsz: Bervoets, schipper van het schip Elias Offerhanden.
  • De WIC eiste dat de lokale bestuurder op Curaçao de regels beter handhaafde en foutieve betalingen (zoals die van schipper Pieter Dircksz) zou corrigeren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 469 / 0095  


Op 13 februari 1698 verklaarde Cornelis Jansz Bervoets voor notaris Cornelis van Vossel in Oosterhout dat hij Michiel Tilbergh, een notaris en procureur in ’s-Heerenberg, machtigde om namens hem een schuld van 36 gulden te innnen van Dingeman Gijsberts uit Raamsdonk. Deze schuld was al in 1678 door de rechtbank van ’s-Heerenberg bevestigd, maar nog niet betaald. Tilbergh mocht ook de reeds gemaakte en toekomstige rechtskosten verhalen. Bervoets beloofde alles wat Tilbergh in deze zaak zou doen te accepteren. Getuigen waren Sebastiaen van Vorssel en Cornelis de Grandt.

Op 11 mei 1698 gaf Adriaen de Bruijn uit Waspik voor dezelfde notaris Cornelis van Vossel volmacht aan Nicolaas Cuypers. Deze mocht namens De Bruijn personen die hem geld schuldig waren, dwingen om te betalen. Cuypers mocht ook schikkingen treffen, geld ontvangen en rechtszaken starten of beëindigen, net als De Bruijn zelf zou doen. Getuigen waren Nicolaas van de Laer en Arnoldus de Bruin.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1911479 / 18  


Op 6 juli 1686 maakte Hermijn van Campen in haar huis in Oosterhout een officiële regeling over haar bezittingen. Ze bepaalde dat deze regeling de enige geldige was en alle eerdere afspraken vervielen. De volgende personen waren hierbij als getuigen aanwezig: Geerit van Rijck, Cornelis Janssen Bervoets, Cornelis Roeffens, Corstiaen Brouw en Cornelis Reet. Hermijn van Campen kon niet schrijven en zette daarom alleen een handtekening-achtig merkteken.

Op 28 juli 1686 stelden Bartholomeus Willem Meeussen en zijn dochter Willemijntje Bartholomens Willemssen (bijgestaan door Margriet Joost Cornelis) in hun huis in Oosterhout een testament op bij notaris Cornelis van Vorssel. Ze waren allebei gezond en helder van geest. Omdat het leven onzeker is, wilden ze vastleggen wat er met hun bezittingen moest gebeuren na hun dood.

Ze benoemden elkaar als enige universele erfgenaam (de langstlevende erft alles). Binnen 6 weken na het eerste overlijden moest de langstlevende een zak rogge geven aan de armen van Oosterhout. De regeling gold als testament, schenking of andere officiële overeenkomst en ging boven eventuele lokale gewoontes of wetten. Getuigen waren Christoffel Willemsz Slegh, Joos de Grooters en Sebrecht Vincent Cocq. Willemijntje kon niet schrijven en zette een handmerkteken.

Op 6 augustus 1686 liet Petronella Jacobs Roevoets, vrouw van Henrick Huijbrechts Bossers en wonende in Slanterbuijten (bij Oosterhout), bij notaris Cornelis van Vossel vastleggen wat er met haar bezittingen moest gebeuren na haar dood. Ze was gezond en helder van geest. Ze bepaalde dat als zij eerder zou overlijden dan haar man, hij de helft van al haar bezittingen (huis, meubels, grond, etc.) zou erven, waar die ook waren. Deze regeling gold als testament of schenking en ging boven lokale gewoontes of wetten. Getuigen waren Sebastiaen van Vossel en Denis Gebrecht Westringhs. Petronella kon niet schrijven; Denis Westringhs zette een handmerkteken voor haar.

Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1911484 / 23  


Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1739692 / 19  


Cornelis Gerlings, een notaris uit Haarlem, ontving op 2 mei 1830 een verklaring van Adriaan de Waal Malefyt Junior, een makelaar uit Haarlem. Deze handelde namens een groep familieleden, op basis van een volmacht die tussen 27 april en 26 mei 1830 was goedgekeurd door de burgemeesters van Bloemendaal, Haarlem, Amsterdam, Leeuwarden, Vollenhove en Nijkerk. De volmacht was geregistreerd in Amsterdam op 11 mei 1830, met een kostenverhoging van 1 gulden en 80 cent (inclusief 1 extra kopie). De ontvanger, Weggelhorst, had dit genoteerd. De volgende familieleden waren betrokken:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6700798 / 524  


De tekst beschrijft een juridische overeenkomst uit Amsterdam met de volgende afspraken:

  • De vertegenwoordigers (de geconstitueerden en gesubstitueerdens) krijgen geen recht om iemand anders in hun plaats te laten optreden in rechtszaken.
  • Als er onverwacht één of meer vertegenwoordigers komen te ontbreken (door overlijden of andere redenen), moeten de opdrachtgevers (constituanten) zelf een oplossing regelen.
  • De vertegenwoordigers beloven alles te accepteren wat volgens deze overeenkomst wordt gedaan.
  • Ze moeten jaarlijks een gedetailleerde financiële verantwoording sturen, inclusief:
    • een lijst van de tot slaaf gemaakte mensen (inventaris der negers) aan het handelshuis;
    • elke 4 maanden een overzicht van de plantage, ondertekend door de directeur(en).
  • Alle eerdere volgmachten (procuraties) voor deze zaak worden ongeldig verklaard.

De overeenkomst is opgesteld en ondertekend in Amsterdam door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0495  


In 1490 werd vastgelegd dat voor het kopen van grond – bijvoorbeeld voor nieuwe gebouwen – of voor andere doelen toestemming moest worden gevraagd aan het huis van negotie (een handelsorganisatie) van Kerkhoren en Coutenho. Dit huis was verantwoordelijk voor het behartigen van de belangen van een bepaalde plantage (landbouwbedrijf in koloniën). De organisatie kreeg de volgende taken en bevoegdheden:
  • De rechten en financiële belangen van de eigenaren (de constituanten) van de plantage verdedigen en bevorderen.
  • Alle goederen, geld en openstaande schulden (vorderingen) die aan de plantage toebehoren, innemen van schuldenaars.
  • Afrekenen met schuldenaars, rekeningen vereffenen en kwijtingen (bewijzen van betaling) geven.
  • Indien nodig, juridische stappen ondernemen tegen mensen die niet willen betalen of bezwaar maken:
    • Rechtzaken starten en doorzetten tot een vonnis.
    • Vonnissen aanvechten (in hoger beroep gaan).
    • Mensen en goederen laten arresteren (in beslag nemen).
    • Beslaggenomen geld vrijgeven of innemen.
    • Borgstellingen regelen en garanties afgeven.
  • Schikkingen treffen (onderhandelingen voeren om conflicten op te lossen) als dat nuttig is.
  • Alle benodigde officiële documenten opstellen, ondertekenen en registreren.
  • Over het algemeen alles doen wat de eigenaren zelf zouden kunnen of moeten doen als ze persoonlijk aanwezig waren – ook als daar normaal gesproken een speciale volmacht voor nodig zou zijn.
Alle verdere instructies of opdrachten die Kerkhoren en Coutenho later aan de vertegenwoordigers van het huis van negotie zou geven (per brief, notitie of anderszins), golden als onderdeel van deze afspraak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0493  


In Suriname woonden 484 eigenaren van de plantage Adrichem (inclusief bijbehorende gronden) die niet aanwezig waren. De heer N. Boo was de enige ter plaatse, gevolgd door Jan Unies Wilkens, J.n Planteau, E. Reijns, E. Thijm en als laatste J. H. Schultz J.Z. Zij werkten steeds met z’n tweeën. Deze mannen kregen de taak om namens de afwezige eigenaren:
  • de plantage Adrichem te beheren, inclusief toezicht, bestuur en administratie;
  • de plantage in goede staat te houden, met voldoende personeel en onderhoud;
  • toezicht te houden op de landbouw, gebouwen en alles wat nodig was voor het welzijn van de plantage;
  • de oogst (van 489 producten) op tijd te plukken, klaar te maken en te verzenden;
  • de producten te leveren aan het handelshuis Van Kerkhoven en Coutinho (of op hun instructie), inclusief het regelen van verzekeringen en transport;
  • alle benodigdheden (zoals voedsel, materialen en medicijnen) bij dit handelshuis te bestellen en niets lokaal in Suriname te kopen, tenzij in noodgevallen of met toestemming;
  • alleen wisselbrieven (voor noodzakelijke kosten) uit te schrijven aan dit handelshuis.
Zij mochten geen extra kosten maken zonder toestemming.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0491  


In 1657 was Anna Catharina Rerkhoven (ook bekend als Snit), de weduwe van George Curtius, samen met vier anderen elk voor een vijfde deel eigenaar van de plantage Adrichem in Suriname. Deze plantage lag aan de Matapica-kreek in een nieuw gebied. Door erfenissen is de eigendom nu veranderd: De betrokkenen geven J. M. Klein en J. C. Fuchs volmacht om namens hen op te treden. Als een van deze twee overlijdt, weigert, afstand doet, Suriname verlaat of om een andere reden stopt, mag de ander alleen verdergaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 926 / 0490  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/