Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Een smidsgezel genaamd Philip, die werkte voor de Oost-Indische Compagnie, had zijn werk verlaten en zwierf rond. In Palmiet rivier werd hij vermoord door een groep weggelopen mensen, waaronder Jamboe (ook bekend als Januarij) en December van Bali (slaaf van Jan de Waal). Ze vermoordden hem om zijn kleren te stelen.

Om de waarheid te achterhalen werden Jamboe en December van Bali opgepakt en ondervraagd. December van Bali bekende dat ongeveer 3 jaar eerder hij samen met:

wegliep van hun eigenaars. Ze gingen samen naar Vishoek en de stranden in de omgeving. Leander Bougies, Aron (van Cornelia) en Januarij (van Noach Bakka) waren hierbij betrokken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0198  


Op donderdag 9 november 1730, 's ochtends, waren aanwezig de gouverneur, alle leden en de burgerraadsleden Johannes Blanckenberg en Johannes Cruijwaagen. De aanklager diende een strafrechtelijke eis in.

De aangeklaagden waren:

De aanklager was Adriaan Van Kervel, opperkoopman en tweede in rang van dit bestuur, die tijdelijk het ambt van fiscaal waarnam.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0495  


De aanklager Adriaan van Hervel, die zowel opperkoopman als tweede persoon in het bestuur was en tijdelijk ook aanklager in Kaap de Goede Hoop, diende een aanklacht in bij gouverneur Jan de La Fontaine en de Raad van Justitie. Deze aanklacht was tegen Januarij (ook Jamboe genoemd) van Bougies, een slaaf van de weduwe van assistent Micker. Januarij werd beschuldigd van het helpen vermoorden van Philip, een Europese smidsknecht in dienst van de Compagnie. De aanklager ondervroeg een groep gevangen zwervers, zowel mannelijke als vrouwelijke slaven, die lange tijd door het land hadden gezworven en zich schuldig hadden gemaakt aan:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0197  


Op 17 februari 1731 in het fort de Goede Hoop heeft Adriaan van Hervel een rechtszaak aangespannen tegen soldaat Jan Schuurman en de slavin Lena van de Kaap. De zaak bevatte:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0013  


De tekst gaat over een ondervragingsverslag over weggelopen slaven. Een van hen ging naar de duinen waar hij de slavin Sara Heufke tegenkwam. Zij was eigendom van burger Cornelis. Ook waren er slaven van burger Roglits en burger Hendrik Thomasz.

De slavin Cara verbleef 5 tot 6 dagen in de duinen. Ze vroeg de slaven van burger Christiaan Maasdorp, genaamd Fortuijn, Jaco Andries en Andries Hagel, om ook weg te lopen. Ze zochten en vingen fazanten en schildpadden om van te leven. Cara en de jongens Salomon en September aten samen met de slaven van Christiaan Maasdorp.

Het gezelschap ging vervolgens naar Vishoek en langs de stranden naar de kleine riviervallei. Daar bleven ze 3 tot 4 dagen. Daarna gingen Sara, Salomon, Fortuijn, Jacob, Andries en Andrie Hagel weg. De ondervraagde persoon keerde met slaaf September terug naar Vishoek.

In Vishoek ontmoetten ze:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0318  


Ongeveer 6 jaar geleden is Lena samen met een slaafgemaakte jongen genaamd Jochem, die bij burger Gerrit Victor hoorde, weggelopen van de Kaap. Ze hebben zich ongeveer 2 jaar verborgen gehouden in het gebergte bij de Houtbaai. Ze leefden daar van gestolen schapen. Deze schapen werden gestolen door Jochem met hulp van een andere slaafgemaakte genaamd Jan uit de kraal van hun meester. Lena ontkent dat ze meehielp met het stelen. Later voelden Lena en Jochem zich niet meer veilig en zijn ze naar de Vishoek gegaan, bij een plaats die Hanglip heet. Daar troffen ze andere weggelopen slaafgemaakten:

Lena is daarna samen met Leander, Jochem, Philander en Aron twee keer vanuit hun schuilplaats naar de Kaap gegaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0251  


In de late 17e eeuw vond er handel plaats door een aantal schepen die heen en weer voeren tussen Curaçao, Amsterdam en Suriname. Hier volgt een aantal belangrijke punten:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 360 / 0015  


Hans Henrik werd door de overheid aangeklaagd omdat hij enkele stukken wit linnen had meegenomen die hij had gevonden. De goederen werden aangetroffen in zijn woning aan de Zoute Rivier. Dit ging in tegen de regels, omdat er een wet was die verbood om aangespoelde spullen van recent gezonken schepen mee te nemen zonder dit aan de overheid te melden. De rechtbank veroordeelde hem tot een boete van 50 eenheden plus proceskosten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0046  


Op 2 juli 1722 werd er een rechtszaak gevoerd tegen een vrije zwarte man genaamd Philip van Bouton. De aanklager was Cornelis van Beaumont, die namens het bestuur optrad. De zaak werd behandeld door de gouverneur en andere bestuurders, waaronder de burgerraadsleden Fredrik Russouw en Johannis Casper Rigter. Johannes Thobias Rhennis was niet aanwezig.

Philip van Bouton werd beschuldigd van strandroverij. Hij had goederen meegenomen van recent gestrande schepen zonder dit te melden bij de overheid. Dit was tegen artikel 18 van het geldende plakkaat (officiële wet).

De aanklager eiste dat de verdachte in het openbaar lijfelijk gestraft zou worden, als afschrikwekkend voorbeeld voor anderen. Ook moest hij zich verantwoorden voor het niet verschijnen bij zijn eerste rechtszaak en de proceskosten betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0045  


Deze tekst werd ondertekend door Hendrik de Gries en Johan Christian Uleruk als getuigen, waarbij Casper Rigter fungeerde als rechter.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0042  


Op een rechtszitting werd een zaak behandeld waarbij de aanklager eiste dat 99 goederen publiekelijk tentoongesteld zouden worden. Ook eiste hij dat de daders door bewakers met kleine dolken gestraft zouden worden. Er was een brief geschreven aan gouverneur Coenrand Brand door vertegenwoordigers van achter Steenbergen, over aangespoelde goederen. Zij meldden dat de verdachte samen met anderen enkele pakken zou hebben opengesneden. De verdachte verklaarde dat hij met vis naar de Kaap was gekomen en daarna naar buiten wilde gaan naar het strand, maar ontkende pakken te hebben opengesneden of iets te hebben gestolen. De verdachte Gerret Ruijter, een kuiper, gaf toe dat hij naar het strand was gegaan om aangespoelde lichamen te bekijken, maar ontkende dat hij pakken had opengesneden of iets had gestolen. De rechtbank heeft de zaak in beraad genomen tot de volgende rechtszitting.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0037  


De rechtbank veroordeelde een verdachte persoon en Jannetje van de Kaap voor het vinden van aangespoelde goederen. Ze moesten met een bord op hun borst te kijk staan met daarop de tekst "vinder van gestrande goederen". Daarna werden ze door soldaten (kaffers) met een zweep gestraft. De verdachten beweerden dat ze de goederen in het water of op de weg hadden gevonden. De rechtbank behandelde ook een zaak tegen Claas van Cochin in verband met goederen van Hendrik Constand.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0036  


Samuel de Veijff klaagde twee personen aan voor diefstal. De eerste verdachte had gestolen spullen op zijn schouder helpen tillen en gekregen. De rechtbank veroordeelde hem om met een bord op zijn borst met de tekst "Bewaarder van gestrande en gestolen goederen" aan de schandpaal te staan. Ook moest hij door matrozen met een zweep worden geslagen en de kosten van de rechtszaak betalen.

In de tweede zaak klaagde Samuel de Veijff een slaaf uit Batavia aan die spullen had gestolen van het strand van de weduwe Martinus Hackerman.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0035  


Op 20 juni 1722 behandelde de heer van Beaumont de rechtszaak tegen Mensie de Vries, de gescheiden vrouw van Hendrik Wendel. Ze werd ervan beschuldigd dat ze goederen van een gestrand Engels schip gestolen had. Ze verdedigde zich door te zeggen dat ze de goederen niet had gestolen en dat ze deze ook niet onder haar rok had verstopt.

De rechtbank veroordeelde haar tot:

Philip van Bouton verzocht om een eerste en tweede dagvaarding tegen deze uitspraak.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0034  


De rechtbank veroordeelde de beklaagde voor het stelen van vlees uit een kist die aan land was gebracht. De beklaagde bekende eerst met zijn voeten de kist gesloten en later geopend te hebben. Het vlees werd daarna door bewakers (Caffers) gevonden. Een matroos-soldaat van het kasteel verkocht stukken vlees voor één rijksdaalder. De zaak speelde in het Kasteel de Goede Hoop. Tweslengrebel was de gouverneur en E. G. Clercq was aangesteld als vervangend secretaris van justitie. De straf was gelijk aan die van twee eerder genoemde veroordeelden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0033  


De rechter veroordeelde een soldaat omdat hij gestolen goederen van het kasteel had meegenomen. De goederen waren door een slaaf weggegooid. De soldaat beweerde dat Jan Hoffman, ook een soldaat, toestemming had gegeven om naar buiten te gaan. Hij werd gestraft door:

Een vergelijkbare zaak betrof Jan Suit, ook een soldaat, die een bundeltje goederen had meegenomen bij het kasteel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0032  


Op hetzelfde moment werd een soldaat Jan Casper Schoeman berecht. Hij werd beschuldigd van diefstal bij het ziekenhuis, maar hij bleef bij zijn verklaring. Hij zei dat hij toestemming had van de portier om naar buiten te gaan. Op het strand kreeg hij van een Engelsman wat spullen in ruil voor een wit broodje. De Engelsman had hem aangeraden om zich voor te doen als Engelsman om vrij te komen.

De aanklager hield vast aan zijn aanklacht. De gedaagde bleef bij zijn verweer. De Raad veroordeelde hem om door de bewakers met de gestolen goederen boven zijn hoofd geslagen te worden. Ook moest hij 3 maanden zonder loon voor de Oost-Indische Compagnie werken, plus de proceskosten betalen.

In een tweede zaak tegen dezelfde Jan Casper Schoeman zei hij dat hij tijdens zijn wachtdienst bij de zeewacht bij het kasteel wat goederen had gevonden en die achter het kasteel om had gedragen. Hij vroeg om genade, maar de aanklager hield vast aan zijn eis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0031  


De sergeant Hendrik Grijs liep met 4 soldaten wacht op het strand. Hij kwam de baas van de vissers en de knecht van Hendrik Plooij tegen. Hij beval hen te vertrekken. Ze hadden niets verdachts bij zich. De mannen gingen naar meneer Feijrabent. De baas van de vissers zei dat hij op zoek was naar kleding.

De houthakker Gerret de Ruijter zei ook dat hij op zoek was naar kleding, omdat het beter was om eerlijk aan spullen te komen dan op een andere manier.

De soldaat Christiaen Uhrig verklaarde dat de slaaf van Hendrik Plooij, genaamd Ari van Bengalen, 14 kleine voorwerpen en een bijl had meegenomen. De slaaf zei dat hij deze achter een bosje had gevonden.

Een tweede slaaf van Hendrik Plooij werd met een zak op zijn schouder gevonden, maar had geen goederen van het strand. Sergeant Hendrik Grijs vond twee slaven van meneer Bussou bij het water die spullen aan het uitspoelen waren. Ze werden gearresteerd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0041  


Op onderzoek van Jan David Feirabent en Olof de Wet bij gestolen goederen van een schipbreuk blijkt dat de volgende personen onschuldig zijn en vrijgelaten moeten worden:

Echter, de slaaf Aron uit Bengalen, eigendom van Hendrik Ploy, is betrapt met 14 gestolen kledingstukken. Hij wordt veroordeeld tot geseling door de Kaffers en moet 3 maanden in ketenen werken, waarna hij naar zijn eigenaar wordt teruggestuurd. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop. De uitspraak is ondertekend door H. Swellengrebel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0040  


Op een rechtszitting verklaarde een knecht van Jacob Loertjes dat hij in dienst van zijn meester Henrik Ploy met een wagen naar Groenekloof was geweest. Na het achterlaten van de wagen kwam hij samen met een slaaf van zijn meester terug langs het strand. Hij zag lijken en een schildwacht stuurde hem naar de wacht, waar hij naartoe ging.

In dezelfde zaak verklaarden Baatje van Makassar en Isaac van Malabar, slaven van raadslid Fredrik Russouw, dat ze langs het strand kwamen maar geen goederen hadden gestolen. Een derde verdachte zei dat hij een paard zocht. Valentijn van Suratte en Aaron van Bengalen, slaven van Henrik Ploy, verklaarden dat ze met de knecht van Groenekloof waren gekomen en geen pakken hadden opengesneden of goederen hadden geroofd.

De zaak werd uitgesteld tot de volgende rechtdag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10920 / 0038  


Op 10 september 1716 kwam de gemeenteraad van Kaapstad bijeen, zonder de gouverneur en kapitein Chavonnes die vanwege familierelaties niet aanwezig mochten zijn. Ook de burgerraadsleden Mulder en Johannes Heucke waren afwezig omdat ze eerder verklaringen hadden afgelegd. Dit was een vervolg op de vergadering van 8 september 1716. De oud-burgerraadsleden Hendrik Donker, Soullier en Gillis waren als vervangers aanwezig. De openbaar aanklager Cornelis van den Beaumont diende een verzoek in dat te maken had met een zaak tegen de gouverneur en burgerraad Hendrik Bouman. Hij vroeg toestemming om Pieter Slacq Scheepers en Bertram Oortmans te arresteren en te verhoren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10917 / 0044  


De rechtbank oordeelde dat de gedaagde moest antwoorden op vragen die hem tijdens een onderzoek gesteld zouden worden. De gedaagde vroeg om een schriftelijke kopie van de vragen om deze binnen 8 dagen te kunnen beantwoorden. De aanklager wees dit verzoek af als onvoldoende en stelde dat hij niet verplicht was om een kopie van de vragen te verstrekken. De rechtbank veroordeelde de gedaagde uiteindelijk om de vragen direct te beantwoorden, waarbij zijn eerdere verklaringen wel behouden zouden blijven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10917 / 0042  


Op 25 oktober 1714 vond er een rechtszaak plaats tussen Pierre Henning Husing en Harmanus van Brahel. De leiding was in handen van onder anderen De Chavonnes, Hotsboo, De La Fontaine en Van Kervel, samen met raadslid Blankenbergh.

De zaak ging over een bedrag van 1000 gulden dat Van Brahel volgens een betalingsopdracht zou moeten betalen aan Catrijn Lavoin (ook genoemd als Lavoir). Van Brahel was niet komen opdagen bij een eerdere zitting vanwege ziekte van zijn vrouw en kind.

Van Brahel beweerde dat hij een algemene kwitantie had waaruit zou blijken dat hij niets meer verschuldigd was. Hij kon deze kwitantie niet meteen tonen omdat de mensen die deze bewaarden niet in Kaap waren. Volgens hem had Catrijn Lavoir gezegd dat ze de betalingsopdracht had verbrand. Hij vroeg 14 dagen uitstel om zijn kwitantie te kunnen laten zien.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0115  


De raad heeft geoordeeld dat er met de slavinnen niet verder kon worden vervolgd totdat er nieuwe bewijzen zouden zijn of de twee moordenaars gevangen waren. Hun meesters konden beslissen of zij de slavinnen wilden terugnemen, met de voorwaarde dat ze moesten garanderen de slavinnen voor het gerecht te laten verschijnen wanneer dat nodig was. Als de meesters dit niet wilden, kon de zaak opnieuw aan de raad worden voorgelegd.

Over de twee slaven van burger Van Vlok, Verlacq en Jan, werd besloten dat de eerstgenoemde terug naar zijn meester kon worden gestuurd omdat er niet genoeg bewijs tegen hem was. De proceskosten werden gereserveerd tot er meer bewijs zou zijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0118  


De tekst gaat over een rechtszaak tegen de gevluchte boer Jan Adam Peugel uit Stellenbosch. Bij de zaak was ook een slaaf genaamd San betrokken. Er werden geen bewijzen tegen de slaaf gevonden. Er werd besloten dat:

De openbare aanklager was Nicolaas van den Heuvel, die de zaak voorlegde aan de raad. De raad heeft alle documenten en bewijsstukken bestudeerd voordat ze tot een oordeel kwamen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0119  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/