Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De tekst beschrijft verschillende misdaden:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0262 De volgende mensen liepen weg: Sara en de jongens Salomon en September. De 2e beschuldigde vertelde dat hij heeft geleefd van fazanten en schildpadden die hij in de duinen ving. Sara en de jongens Salomon en September aten met de slaven van Maasdorp.
Ze trokken naar de Vishoek en langs het strand naar de kleine riviervallei. Daar bleven ze 3 à 4 dagen. Toen vertrokken Sara en de jongens Salomon, Fortuijn, Jacob, Andries en Andries Hagel.
De 2e beschuldigde ging met September terug naar de Vishoek. Daar ontmoetten ze de 1e beschuldigde Lena en haar man Jochem, en Leander Bougies. Ze gingen naar de Kaal om slaven op te halen:
Van de boerderij van schipper Jan de Heere haalden ze de slaven Cupido, Simon en Mars. Later voegden zich bij hen: Joumath van raadslid Cruijwagen, Andries van de Oude Bek, de 3e beschuldigde Amil van Madagascar met dienstmeid Anna van Gijsbert Verweij. Ook vonden ze onder de klippen: Arend van Harmanus Smuts, Titus van Ernst Mostaart en Patientie van Adam van Nieuwenbroek.
Ze leefden van vis, mosselen en schelpdieren. Later kregen Leander Bougies en Jochem ruzie over een wapen. Op bevel van Leander Bougies en Jumiath werd Jochem vermoord. Jumiath gaf de eerste slag met een bijl, de 2e beschuldigde Philander hielp met een knuppel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0260 De tekst gaat over een verhoor van ontsnapte slaven in de Kaap. De eerste beklaagde beschrijft hoe een groep slaven werd opgepakt door een knecht van Swellengrebel met enkele andere slaven. Lena, Philander, Cesar, Pieter en Christina werden gevangen genomen, terwijl Amil en Alexander wisten te ontsnappen.
Bij een eerder incident kwam een jongen uit Rio de la Goa bij de groep van tien vluchtelingen in de Vishoek. Deze jongen werd later vermoord door Cesar en November. De moord werd bevestigd doordat November later de jas van de vermoorde jongen droeg.
Philander wordt ook beschuldigd van:
Er wordt ook melding gemaakt van de moord op Francis, een slaaf van de Compagnie, nabij Saldanhabaai. Hoewel November dit ontkent, wordt dit waarschijnlijk geacht omdat Francis sinds oktober 1725 vermist is.
Tot slot wordt beschreven hoe Colon van Ceribon een weggelopen jongen genaamd Jouwath, slaaf van burger Harmanus Kriel, vermoordde bij de Palmietrivier door hem met een grote steen op zijn hoofd te slaan terwijl hij sliep. Het lichaam werd daarna in de rivier gegooid.
Philander van Ceylon bevestigt in zijn verhoor grotendeels deze verklaringen. Hij vertelt dat hij 3 of 4 jaar geleden wegliep met alleen zijn kleren naar de duinen, waar hij Sara (slavin van burger Cornelis Heustre), Salomon (slaaf van burger Roglits) en September (slaaf van burger Hendrik Tomas) ontmoette. Sara probeerde vervolgens andere slaven van burger Christiaan Maasdorp (Fortuijn, Jacob, Andries en Andries Hagel) over te halen om ook weg te lopen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0258 Philander van Ceylon, die de rol van kapitein speelde en een geweer droeg, heeft anderen verhinderd. Toen ze een dier uit de kudde wilden slachten, heeft de slaaf Goos dit tegengehouden. Hij zei dat als ze in het veld waren gebleven in plaats van het huis binnen te gaan, het geen probleem was geweest. De jongen, verwijzend naar Jan Swart, zou hem verraden als ze het nu zouden doen.
Ze hebben samen de volgende spullen gestolen:
De groep, vergezeld door de jonge Goos, kwam aan bij de plaats van burger Christiaan Maasdorp in de duinen. Daar rustten ze uit en aten ze. De dienstmeid Cara hield de wacht op een heuvel. Toen ze Europeanen zagen naderen, vluchtten ze dieper de duinen in.
Later gingen drie jongens samen met dienstmeid Sara weg om meel te halen bij de windmolen. Goos ging naar zijn meester's plaats bij het Rondebosje om wapens te halen. Ze spraken af om de spullen naar een kloof bij de plaats van Heufke te brengen.
Pieter van Malabar stelde voor om ook zijn meester's plaats bij Jan Bitsens Kraal te plunderen. Bij een zoutpan gingen Philander, Cesar en Pieter vooruit. Ze kwamen terug met:
Ze verdeelden de buit: Philander kreeg de pij en blauwe broek, Cesar het blauwe buffeltje en Pieter de pijbroek. De deken gebruikten ze gezamenlijk. Daarna gingen ze naar de Tafelberg en Leeuwenkop, waar Philander en Pieter buskruit stalen dat werd gebruikt voor seinschoten bij naderende schepen. Vervolgens gingen ze naar de plaats van Swellengrebel bij het Rondebosje om de jongens Claas en David over te halen om met hen mee te gaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0256 Een groep mensen pleegde een inbraak bij een windmolen. De verdachten beweerden dat een slaaf genaamd Augustus hen hielp door een raam open te laten. De molenaar ontkende dit en verklaarde dat hij zelf elke avond alles afsloot. De inbreker klom waarschijnlijk via de vang (een houten deel) van de molen naar binnen, omdat er oude kledingstukken aan hingen.
Daarna stelden November en Sara voor om de woning van Johannes Heufke in de duinen te overvallen. De groep van 10 personen ging vanaf de Vishoek naar deze plaats. Ze stalen:
Bij het huis vroeg iemand of ze goede of slechte vrienden waren. Ze antwoordden "slechte vrienden". De eerste verdachte ging gewapend met een mes naar binnen en eiste eten. Een slaaf genaamd Goos gaf wat vlees aan Philander, die het deelde met anderen. Christina van Madagascar zocht door het huis naar voedsel en vond meel waarvan ze pap maakten.
Lena en Christina van Madagascar mishandelden een oude slaaf genaamd Jan Swart. Amil en Cesar bonden hem vast aan een paal in de keuken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0254 Een groep weggelopen slaven hield zich in de Vishoek schuil:
Ze overleefden door vis, mosselen, kreeften en schelpdieren te vangen. Toen ze ontdekten dat Philip, een voortvluchtige smidsgezel van de VOC, zich aan de andere kant van de Palmiet rivier bevond, zwommen enkele slaven ernaartoe:
Ze vermoordden Philip, namen zijn kleren af en gooiden zijn lichaam in zee. Later vermoordde Leander drie jongens met zijn broodmes. De slaaf Schipio, die bij burger Gijsbert Verweij hoorde, werd door Amil van Madagascar gedood en in zee gegooid.
Er ontstond ruzie tussen Leander en Jochem over een wapen dat Jochem had gekregen van Titus, een slaaf van landbouwer Ernst Mostert. Dit leidde tot de moord op Jochem, waarbij Joumath de eerste slag gaf.
Hierna splitste de groep zich op. Een aantal slaven, waaronder Sara, Cesar, Amil, September, Christina, Alexander, Pieter en November, vormden een nieuwe groep van 10 mensen. Cesar, November en Sara zochten voedsel en stalen meel en groente uit de tuin van Swellengrebel bij het Rondebosje.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0252 De officier van justitie heeft de beklaagden verhoord en documenten van de rechtszaak bekeken. Na alles overwogen te hebben, hebben de rechters de gevangenen berecht en veroordeeld tot de volgende straffen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0497 Er wordt gesteld dat in een goed georganiseerde samenleving het essentieel is dat burgers, vooral op het platteland, veilig kunnen leven. Criminelen moeten daarom streng worden vervolgd en bestraft. De tekst gaat specifiek over boosdoeners die:
De tekst noemt specifiek de verdachte Lena van de Caab, die wordt beschuldigd van diefstal, roof en openlijk geweld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0250 De volgende gevangenen werden berecht voor moord, roof en geweld:
De officier van justitie heeft een schriftelijke aanklacht ingediend. Partijen zien af van verdere bewijsvoering.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0496 In Stellenbosch ontstond een conflict tussen slaven. Een slaaf was boos op zijn medeslaaf Anthonij omdat deze een schuld niet wilde betalen. Hij greep Anthonij bij zijn haar en sleepte hem over de grond. Een andere slaaf, Januarij van Tutocorijn, kwam tussenbeide en sloeg met een touw om hen te scheiden. Anthonij ging daarna naar zijn hut. Later zaten de dader, Januarij en Isacq bij het vuur toen Alexander van de Caab (een slaaf van burger Jan Valk) langskwam voor een pijp tabak. Toen Alexander vroeg waarom er ruzie was gemaakt, pakte de dader een mes van een kist en stak Alexander in zijn buik en rechterarm. Dit wordt bevestigd door een verklaring van chirurgijn Jan Christoffel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0016 Op zaterdag 10 december 1729 rond 11 uur 's nachts was de slaaf Moses van Batavia in het slavenhuis op de plaats van zijn meester, de burger Jan Valks, gelegen bij Stellenbosch. De landrechter Pieter Lourensz klaagde Moses aan bij gezaghebber Jan de La Fontaine aan Kaap de Goede Hoop voor verwonding en poging tot moord.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0015 Adriaan Van kervel deed als officier van justitie aanklachten tegen:
De landdrost Pieter Lourensz diende bij de Raad een verzoekschrift in met bijlagen over de zaak tegen Jacobus en Leendert Louw en anderen, met alle documenten die bij het proces hoorden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0012 Een verkoopverslag uit 7 februari 1834 beschrijft de openbare verkoop van beschadigde hennep en vaste goederen. De verkoop vond plaats in opdracht van Anje Lucas Schut, een landgebruikster uit Godlinze. Ze handelde voor zichzelf en haar 6 minderjarige kinderen, na het overlijden van haar man Bene Willems van der Ploeg in november 1831. De verkoop werd begeleid door:
De te verkopen eigendommen in Godlinze waren:
De totale opbrengst van de hennepverkoop bedroeg 1286 gulden en 30 cent.
Bekijk transcriptie NL-GnGRA / 85 / 88 / 0092 Een gevangene heeft een bekentenis afgelegd in het Kasteel Batavia. Deze bekentenis werd voorgelezen op 23 februari 1641 in aanwezigheid van Cornelis Claix en Jan Jansz de Quesnoij. Dit document werd ondertekend door secretaris H. Vlamingh van Outshoors.
Later op dezelfde dag werd de bekentenis nogmaals voorgelezen voor de volledige Raad van Justitie, waarbij de schepenen Dirck Cock en Coert Claess aanwezig waren. De gevangene bevestigde toen opnieuw zijn verklaring. Dit gebeurde in aanwezigheid van Gerrard Herbers en Pieter Anthoonisz.
Het document werd later gekopieerd in Batavia op 15 november 1645 door secretaris Vlamingh van Oudtshoorn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 0687 Poupoet van Tousan, een slaaf van Janneke Martens (weduwe van Hendrick van Balij) uit een dorp in Zali, heeft bij de Raad van Justitie van het kasteel in Batavia het volgende bekend:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 0685 Jannetge Marta van Balij heeft op verzoek van Gerrit Demmer, de officier van justitie van Indië, op 22 februari 1641 het volgende verklaard:
De verklaring werd afgelegd voor de commissarissen Cornls Claix en Jan Jansz de Qualsnoij, en secretaris A Nlamingh van Outshoorn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 0689 Op 1 april 1954 en 2 april 1954 zijn de volgende mensen overleden in Amsterdam:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2447089 / 76 Een slaaf had opdracht gekregen om een smid genaamd Philip te vermoorden. Hij moest daarna de kleding van Philip verkopen en buskruit terugbrengen naar zijn medeplichtigen. Als onderpand voor zijn terugkeer had hij zijn eigen kleding achtergelaten bij Leander Bougies. Een slavin genaamd Lena heeft in eerste instantie verklaard dat de groep die zich in de Vishoek op het gebergte schuilhield, de compagniesmid Philip had vermoord om zijn kleding te stelen. De slaaf Philander was hier volgens haar bij aanwezig. Later herzag Lena haar verklaring en bevestigde ze het verhaal van Philander en December van Bali. Ze zei toen dat ze de moord op Philip met eigen ogen had gezien. De aanklager wijt deze verandering in haar verklaring aan het onstandvastige karakter van slaven, die soms proberen hun misdaden te verbergen en dan weer de waarheid vertellen. December van Bali had de moord openlijk bekend. Ook een slaaf van burger Abraham de Haan, genaamd Colon, was bij deze herziene getuigenis betrokken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0201 Op 18 augustus 1730 vond een ondervraging plaats over drie moorden:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0325 Christina, een slavin van ongeveer 24 à 25 jaar oud uit Madagascar, werd ondervraagd door de rechtbank. Ze was eigendom van de burger Jochem Scholts en woonde bij hem aan de Paardeberg. Ongeveer 2 maanden geleden was ze samen met meeslaven Amil, September en Alexander weggelopen van de woning van haar eigenaar. Amil en Alexander hadden uit de kamer waar hun meester met zijn vrouw sliep een geweer, een kruithoorn met buskruit en kogels gestolen. Amil stal ook twee blauwe hemden van het bleekveld. Christina nam een theeketel en een kamerjas mee. Amil, Alexander en September stalen ook meel door een raam van een andere kamer. De groep was 3 dagen onderweg om van hun eigenaar's plaats naar de Vishoek te gaan. Onderweg aten ze van het gestolen meel. De ondervraging gebeurde op verzoek van Adriaan van Kervel, die hoofdkoopman en plaatsvervangend bestuurder was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0393 Lena van de Caab, een 30-jarige slavin van de Oost-Indische Compagnie, heeft voor de Raad van Justitie een verklaring afgelegd. Dit gebeurde op verzoek van Adriaan van Kervel, die tijdelijk het ambt van fiscaal waarnam. Ze verklaarde dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0305 Uit de getuigenissen blijkt dat Lena van de Caab, een 30-jarige slavin van de Compagnie, samen met anderen had bekend dat ze zich schuldig had gemaakt aan misdaden. De andere betrokkenen waren:
Ze hadden allen vrijwillig bekend, zonder dat ze gemarteld of bedreigd waren. De Raad van Justitie had vernomen dat Lena van de Caab ongeveer 6 jaar geleden was weggelopen met een slavenjongen genaamd Jochem van de Caab, die eigendom was van burger Gerrit Victor. Ze hadden zich ongeveer 2 jaar schuilgehouden in de bergen bij de Houtbaai. In die periode leefden ze van gestolen schapen, die Jochem samen met een andere slaaf genaamd Jan uit de kraal van hun meester stal en naar Lena's schuilplaats bracht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0429 Op 3 december is het volgende gebeurd: De tweede gevangene ontkent:
Amil vertelde aan de andere jongens en meisjes dat hij Schipio vermoordde omdat deze hem eerst van een klip in zee had geduwd. Nadat Amil Schipio half dood had geslagen, heeft hij hem op voorstel van slavin Anna in zee gegooid waar hij verdronk.
De tweede gevangene zegt niet zeker te weten wie de slaaf Salomo (eigendom van burger Rogli) vermoordde. De meid Sara vertelde hem dat zij met Andrie van Maasdorp en Salomo water waren gaan drinken. Sara en Andries keerden terug naar het strand, maar Salomo bleef achter. Ze zochten hem maar vonden hem niet.
De tweede gevangene bekent dat voordat Amil, September, Alexander en Christina aankwamen in de Vishoek, er een jongen van Rio de la Goa 3 of 4 dagen bij hen bleef. Deze jongen vertrok uit angst voor Sara en November. Later werd hij achtervolgd door Sara, Cesar en November. De tweede gevangene weet niet wie van hen de jongen vermoordde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0264 Adriaan van Kervel, die opperkoopmansecretaris en tijdelijk fiscaal was van het bestuur aan Kaap de Goede Hoop onder gouverneur Jan de La Fontaine, deed een aanklacht tegen een groep slaven en lijfeigenen:
Deze gevangenen werden aangeklaagd voor moord.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0249 De gedaagde ging samen met twee onbekende medeplichtigen, die hij zegt niet te kennen omdat hij dronken was, naar het strand. Ze klommen over de muur van het erf van mevrouw ten Damme om te stelen wat ze konden vinden. Ze stalen de kooi van een slavin. Toen slaven van mevrouw ten Damme hierop afkwamen, probeerden ze de gedaagde te pakken. Hij was zo brutaal om zijn mes te trekken en de slaven te bedreigen. Uiteindelijk werd hij door gerechtsdienaars opgepakt en in de gevangenis gezet.
Uit dit alles blijkt dat de gedaagde schuldig is aan diefstal met geweld. Uit zijn daden blijkt dat er weinig hoop op verbetering is. Daarom verdient hij het om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0473 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/