Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De raad heeft geoordeeld dat er met de slavinnen niet verder kon worden vervolgd totdat er nieuwe bewijzen zouden zijn of de twee moordenaars gevangen waren. Hun meesters konden beslissen of zij de slavinnen wilden terugnemen, met de voorwaarde dat ze moesten garanderen de slavinnen voor het gerecht te laten verschijnen wanneer dat nodig was. Als de meesters dit niet wilden, kon de zaak opnieuw aan de raad worden voorgelegd.
Over de twee slaven van burger Van Vlok, Verlacq en Jan, werd besloten dat de eerstgenoemde terug naar zijn meester kon worden gestuurd omdat er niet genoeg bewijs tegen hem was. De proceskosten werden gereserveerd tot er meer bewijs zou zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0118 De tekst gaat over een rechtszaak tegen de gevluchte boer Jan Adam Peugel uit Stellenbosch. Bij de zaak was ook een slaaf genaamd San betrokken. Er werden geen bewijzen tegen de slaaf gevonden. Er werd besloten dat:
De openbare aanklager was Nicolaas van den Heuvel, die de zaak voorlegde aan de raad. De raad heeft alle documenten en bewijsstukken bestudeerd voordat ze tot een oordeel kwamen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0119 Op 22 november 1714 werd in Batavia een rechtszaak gehouden. De heer P. De Chavonnes was aanwezig met andere leden, waaronder de burgerraadsleden Hendrik Donker en J. Blankenbergh.
Cornelis van Beaumond trad op als aanklager tegen Gerrit, een vrije zwarte man uit Batavia. Gerrit had bekend dat hij de kleding van Adriaan had gescheurd, maar beweerde dat dit niet met opzet was gebeurd.
De rechtbank besloot tot het volgende vonnis:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0125 De rechtbank verklaarde de voortvluchtige beklaagde schuldig. Hij werd voor de rest van zijn leven verbannen uit het gebied. Als hij ooit in handen van justitie zou vallen, mocht de aanklager nog verdere stappen ondernemen. Al zijn bezittingen werden in beslag genomen, waarbij de helft naar de rechtbank ging en de andere helft naar de aanklager, inclusief de proceskosten. De aanklager toonde twee beëdigde verklaringen waaruit bleek dat de beklaagde Evert Walraven Cocheus zonder reden had aangevallen. Hij vroeg om de beklaagde door bewakers te laten straffen en boetes op te leggen die pasten bij zijn wangedrag. Ook verzocht hij toestemming van de gouverneur en de raad om de beklaagde als soldaat weg te sturen. De beklaagde, landbouwer Dirk Ruijter, gaf toe dat hij Cocheus in dronken toestand had aangevallen en verwond, maar zei zich niet te herinneren dat hij beledigende woorden had gebruikt. Hij vroeg om vergeving.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0120 Op dezelfde dag verzocht de eiser, vertegenwoordigd door de assistent Francois Contra, een kopie van het schriftelijke antwoord van de gemachtigden van de overleden oud-gouverneur Simon van der Stel. De Raad keurde dit verzoek goed en gaf 14 dagen uitstel om te reageren.
De weduwe van de burger verscheen niet als eiseres. Pieter Louw vroeg om een verklaring van niet-verschijning, met bijbehorende rekeningen en bewijzen, tegen de gerechtsbode Simon Witmont als gedaagde.
De Raad gaf de gedaagde een verklaring van niet-verschijning, beschouwde de rekening als gezien en veroordeelde de eiseres tot het betalen van de proceskosten.
Dezelfde zaak kwam uit Makassar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0077 In een brief die de vrijburgers op 13 september 1684 vanaf Banda Neira schreven, bedankten ze voor eerder ontvangen voordelen via een brief van Banda van 15 september 1684. Ze hoopten deze voordelen te behouden en beloofden de orders na te leven, vooral wat betreft het planten van jonge notenbomen.
De brief werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 7963 / 0706 De officier van justitie Cornelis van Beaumont presenteert op 1 november 1714 aan de rechtbank een dossier over enkele slaven die betrokken waren bij een moord:
Deze personen werden vastgehouden vanwege hun kennis over een moord op de knecht van Henrik Bouman. De moord werd gepleegd door de slaven Salomon en Aarm, die eigendom waren van Henrik Bouman en van Vlok. De twee slavinnen bekenden informatie te hebben over de moord, maar ontkenden zelf betrokken te zijn geweest. Ze verklaarden dat de slaaf Isaac hen van eten en onderdak had voorzien, maar Isaac ontkende dit in zijn bekentenis.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0117 Op 8 november 1714 werd een rechtszaak behandeld door rechter De Chavonnes samen met andere rechters en burgerraadsleden Een en Johannes Blankenberg. De zaak ging tussen matroos Hendrik Meyer als aanklager en oud-heemraad van Stellenbosch Harmanus van Brakel als verdachte.
Van Brakel toonde een kwitantie ondertekend door de vrouw van de aanklager, Catrijn La Foor. Deze kwitantie bewees dat Van Brakel alles had betaald wat hij verschuldigd was.
De rechter oordeelde dat de aanklacht ongegrond was en besloot:
Deze uitspraak werd gedaan omdat de aanklager niet eerst geprobeerd had om het geschil in der minne op te lossen en omdat hij de rechtszaak niet op de juiste manier was begonnen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0122 De rechter heeft een man veroordeeld tot een boete van 50 rijksdaalders. De helft van dit bedrag moest naar de rechtbank en de andere helft naar de aanklager. De veroordeelde moest ook de proceskosten betalen. Met toestemming van de gouverneur en de politieke raad zou de man als matroos weggestuurd worden, omdat hij slecht gedrag vertoonde.
De burger Philip Morkel had een rechtszaak aangespannen tegen een andere burger, Pieter Christiaantz. Het ging over een schuld van 14 rijksdaalders aan de veilingmeester Pieter de Meijer. De rechtbank bepaalde dat de aanklacht terecht was en dat de gedaagde de proceskosten moest betalen.
Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop, in aanwezigheid van secretaris D. Thibault.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0121 Op donderdag 26 juli 1714 werd er een rechtszaak gehouden. Aanwezig waren Dominicus Marius Pasques de Chavonnes en alle raadsleden, behalve Fontaine en De Meijer. De openbaar aanklager Cornelis van Beaumont deed zijn aanklacht tegen Thomas Andriesz van Arendaal, kwartiermeester van het vertrokken schip Rijxdorf.
Thomas Andriesz bekende dat hij de diefstallen had gepleegd onder invloed van drank en smeekte om genade. De aanklager accepteerde zijn bekentenis en bleef bij zijn eis.
De Raad veroordeelde de beklaagde tot de volgende straffen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10916 / 0079 De raad heeft na het horen van alle partijen besloten dat de gedaagde een bedrag van 2.816 gulden moet betalen, plus de proceskosten. De rechter heeft wel bepaald dat de gedaagde later nog in beroep kan gaan.
De onafhankelijke openbaar aanklager Cornelis van Berumont werd door de voorzitter gevraagd of hij een zaak wilde beginnen tegen Maurits Berlocher vanwege diens frauduleuze handelingen. Van Berumont antwoordde dat dit niet mogelijk was omdat er geen bewijs of bekentenis was. Daarop werd besloten dat Berlocher, die tot dan toe onder huisarrest stond, zich vrij mocht bewegen binnen de vesting tot zijn vertrek naar Europa.
Pieter de Meijer en Hendrik Bouman rapporteerden samen met secretaris Daniel Thibault en gerechtsbode Simon Witmont over de uitvoering van het vonnis van 9 maart tegen de weduwe Rutgertgen en haar zoon brouwer Willem Meussink in de Tafelvalleij. Ze waren langs gegaan om beslag te leggen op goederen voor de betaling van de schuld. De weduwe werkte niet mee en vroeg 24 uur bedenktijd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0038 Er was een rechtszaak waarbij Willem Helot optrad tegen boekhouder Pieter van den Berg. De rechtbank verplichtte Van den Berg om te getuigen over wat hem bekend was.
Ook werd er een zaak behandeld waarbij burgers Jacobus van der Heyden en Jacob Louw betrokken waren. Het ging over een beslag op geld dat zij tegoed hadden van de Compagnie voor leveranties. Van der Heyden beschuldigde de procureur van het gebruiken van leugens.
Bij deze zaken waren aanwezig:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0016 De zaak draaide om een verzoek tot uitstel. De persoon die gedaagd werd zei dat W hem nooit over deze zaak had aangesproken. Hij was bereid te betalen volgens de schuldbrief, maar vroeg 6 weken uitstel. De raad hield de zaak aan voor 8 dagen en droeg de eiser op te bewijzen dat de gedaagden eerder vriendelijk waren benaderd door zijn opdrachtgever. De proceskosten zouden later worden bepaald. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 8 februari 1713. De oud-burgerraad Henning Husing vroeg aan de gezaghebber en de raad via een verzoekschrift 14 of 3 weken uitstel voor zijn proces tegen burger Jacobus van der Heyden, dat op de 2e februari had gediend. Dit werd goedgekeurd nadat de secretaris het had rondgevraagd bij de raadsleden, omdat er die dag en de volgende dag geen vergadering zou zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0017 De volgende mensen kwamen voor de rechtbank in Stellenbosch:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0096 De rechter veroordeelt een alleenstaande persoon tot de betaling van een schuld. Er wordt een persoonlijk arrestatiebevel op deze persoon wordt uitgevaardigd en de landrechter moet hem laten opzoeken om hem in hechtenis te nemen op het kasteel.
François Poulle, als vervanger van gezaghebber Willem Helot, vraagt toestemming om beslag te leggen op de bezittingen van de weduwe Rutgert en haar zoon Willem Menssink, omdat ze een eerder vonnis niet hebben betaald. Na overleg wordt dit toegestaan en vastgelegd door de secretaris Daniel Kibault op kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0032 De hoofdpunten uit deze rechtbankzitting waren:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0086
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0087 De secretaris van de Weeskamer, Van Hervel, toont een schuldbewijs aan de Weesmeesters. Hij zegt dat na het overlijden van Hendrik Meindert Kruiwagen en Jan Bronkhorst er nieuwe borgen moesten komen, maar dat is niet gebeurd. Hij eist betaling van 4009 gulden plus rente. Kruiwagen geeft toe schuldig te zijn maar vraagt uitstel omdat hij geen andere borgen kon vinden. De Raad veroordeelt hem tot betaling van 4000 gulden plus rente en kosten. De secretaris Van Hervel toont ook een document en vraagt om een arrestbevel. Dit gaat tegen gezaghebber Willem en assistent François Poulle Helot. Het betreft een arrest op geld van de weduwe Rutgert voor haar zoon Willem Menssink, voor een bedrag van 8000 gulden bij de Weeskamer. De Raad verklaart het arrest geldig en houdt de kosten in beraad tot het einde van het proces.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0083 Er volgt geen tekst om samen te vatten. De invoer "p e do" bevat geen betekenisvolle historische Nederlandse tekst die samengevat kan worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0105 De gemeenteraad verklaart de uitspraak als juist gedaan en veroordeelt de gedaagde tot het betalen van de kosten. Dit vond plaats in het Kasteel de Goede Hoop. De secretaris Thibault was aanwezig en heeft dit ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0104 De boer Harmen Palmer werd aangeklaagd omdat hij niet was komen opdagen voor een rechtszaak tegen Wouter de Vos in Stellenbosch. De aanklager vroeg om een kleine boete voor de rechtbank en eiste dat Palmer binnen 14 dagen moest verschijnen met bewijsmateriaal, anders zou hij bij verstek worden veroordeeld. De raad besloot dat Palmer opnieuw gedagvaard moest worden. In een andere zaak werd de weduwe van Arij van Eede gedagvaard om de grond over te nemen die haar overleden man op 9 november vorig jaar had gekocht. Als ze dat niet deed, moest ze binnen 14 dagen 7,5 mud tarwe (wat op het land stond) leveren en 40 rijksdaalders betalen volgens een handgeschreven overeenkomst. De raad stemde in met een eerste aanmaning en een tweede dagvaarding.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0081 De beklaagde geeft toe dat hij van zijn post weg was en die hele dag zijn werk niet had gedaan. Hij vraagt om vergeeflijkheid omdat het de eerste keer is. De aanklager blijft bij zijn aanklacht. De beklaagde vraagt om een milde straf. De raad beslist dat de beklaagde:
Een tweede zaak betreft Leendert Berkrela uit Amsterdam, een matroos in dienst van de Compagnie. Hij heeft zijn schip verlaten en 14 dagen rondgezworven. De beklaagde geeft toe zijn schip te hebben verlaten, maar dacht dat het nog wel een paar dagen zou blijven liggen. Hij vraagt om genade. De raad veroordeelt hem tot:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0080
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0079 Op die dag diende de assistent François Poulle namens zijn werkgever een schriftelijke eis in tegen landbouwer Harmen Palmer. De zaak ging over een verwijzing van burger Wouter uit Stellenbosch naar het bestuur. De gedaagde vroeg uitstel om bewijs te kunnen verzamelen tegen de beschuldigingen. De raad gaf uitstel tot de volgende vergadering, waarbij hij dan beëdigde bewijzen moet tonen. Assistent Hendrik Frappe verzocht namens burger Pieter Murgen van der Lij vanwege niet verschijnen een eerste aanmaning en tweede dagvaarding tegen medeburger Abraham Hartog over een schuld van 938 gulden Kaaps geld. Maria Engebregt, echtgenote van gezaghebber Willem Helrt, moest nog reageren op de rechtszaak van 26 oktober laatstleden tegen Elisabeth Lingelbag. Er werd een derde dagvaarding verzocht via assistent François Poulle.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0076 Op 19 oktober werd er een zaak behandeld over de nalatenschap van de overleden burger-luitenant Hendrik Muller. Zijn weduwe Jurriaan diende een verzoek in bij de weesmeesters over een mondelinge laatste wil die bij hen was vastgelegd. Bij deze zaak waren verschillende personen betrokken:
Er werd besloten dat de eisers aan de weesmeesters een behoorlijke boedelinventaris moesten overleggen. Daarna moest het wettelijk erfdeel worden bepaald voor zowel de afwezige meerderjarige als minderjarige erfgenamen, en voor degenen die ter plaatse waren. Ze mochten de boedel behouden mits ze voldoende borgstelling zouden geven voor het bewijs, inclusief de kosten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0077 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/