Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Lena en andere weggelopen slaven vonden een smid genaamd Philip die aan het vissen was aan het strand. Ze vermoordden hem, stalen zijn kleren en gooiden hem in zee. December van Boegis gaf hem de laatste messteek. Lena en Philander zagen dit gebeuren vanaf de andere kant van de rivier. Januarij, ook bekend als Jamboe, nam de zilveren knopen van de smid om deze in Kaap te verkopen voor buskruit. Bij aankomst in de Vishoek liet Leander Boegies aan Lena drie vermoorde lichamen zien. Leander had deze mensen met zijn mes vermoord, volgens wat Scipio, een jongen van burger Gijsbert Verweij, aan Lena vertelde. Later doodde Amil van Madagascar deze Scipio met een stok omdat Scipio hem van een klip in zee had geduwd tijdens het vissen. Later ontstond er ruzie tussen de slaven Leander van Boegis en Jochem over een wapen dat Jochem had gekregen van Tilus, een slaaf van landbouwer Ernst Mostert. Deze ruzie liep zo hoog op dat de groep slaven samen Jochem vermoordde, waarbij slaaf Journat de eerste slag gaf met een bijl. Daarna vluchtten Lena en Philander van Ceylon weg omdat Leander Boegis Philander wilde doodschieten. Ze vestigden zich op een plek een halve dag verwijderd van de anderen in de Vishoek. Later voegden zich bij hen: Cara, Casar, Amil, September, Christina en Alexander. Bij hun vlucht hadden ze een geweer, een kruithoorn met kruit, 7 kogels, een jas en 2 hemden gestolen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0431  


Pieter, Philander, Caesar, Lena, Christina, Sara, Jan Swart, Goos en anderen waren betrokken bij een reeks diefstallen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0339  


Een groep slaven is meer dan een jaar geleden weggelopen van hun meesters. Dit waren:

Ze vluchtten richting Stellenbosch en kwamen bij een rivier waar Tanka verdronk. De bekennende slaaf en Juniath gingen door naar de Vishoek, waar ze Lena en Philander ontmoetten. Deze stalen hun kleren maar gaven die later terug. Na een ruzie tussen Juniath en Philander bedreigde Juniath de bekennende slaaf met een mes. Op advies van Lena en Philander doodde de bekennende slaaf Juniath 's nachts met een grote steen. Lena en Philander gooiden ook stenen en sloegen hem met stokken. Philander nam Juniath's kleren en bezittingen.

De bekennende slaaf bleef nog 3 dagen bij Lena en Philander voordat hij terugkeerde naar zijn meester Abraham de Haan. Lena wordt beschuldigd van 6 jaar wegblijven, het aanzetten van andere slaven tot weglopen, diefstal, geweld en betrokkenheid bij de moord. Ze pleegde overvallen op veeboerderijen, waarbij ze gewapend was met een mes en een jongen genaamd Jan Swart heeft aangevallen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0289  


Een groep van 8 mensen was betrokken bij verschillende diefstallen. Ze stalen:

Na deze diefstallen gingen ze samen een huis binnen. Hierbij waren verschillende personen bewapend:

De groep had contact met een slaaf genaamd Augustus die werkte bij de molenaar van de Burgerhoorn windmolen. Deze slaaf leverde hen regelmatig meel. Ze maakten ook plannen om een plaats in de duinen, eigendom van de oude Heufsche, te overvallen en te beroven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0338  


De tekst beschrijft een rechtszaak over een moord. Philip werd vermoord en in zee gegooid. Zijn kleding werd gestolen en de zilveren knopen werden door Januarij (ook wel Jamboe genoemd) meegenomen.

Januarij ontkent echter dat hij ongeveer 3 jaar geleden betrokken was bij de moord. Hij geeft wel toe dat hij met een groep slaven is weggelopen:

Ze vluchtten naar Vishoek. Na 2 weken probeerde Januarij met Philander terug te gaan naar de Kaap. Onderweg werden ze gevangen genomen door een boer. Philander wist te ontsnappen maar Januarij werd opgesloten in de gevangenis van Stellenbosch voor ongeveer een maand.

Lena en Philander verklaren echter dat ze met eigen ogen hebben gezien dat Januarij hielp bij de moord op Philip bij de Palmiet rivier. Ze zeggen ook dat hij gestolen kleding en zilveren knopen meenam om te verkopen in de Kaap. December van Balij bevestigt dit verhaal. Vanwege deze getuigenissen werd besloten Januarij te martelen voor een bekentenis, maar hij bleef ontkennen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0287  


Er wordt verteld over een moordzaak waarbij de slaaf Jochem, die eigendom was van burger Gerrit Victor, het slachtoffer werd. Joumath, een slaaf van raadslid Johannes Cruijwagen, zou het eerste bijlslag hebben toegebracht. De moord werd gepleegd door een groep weggelopen slaven. Na de moord bleven verschillende weggelopen slaven bij elkaar, waaronder:

Deze groep verbleef in de Vishoek, waar ze overleefden door te vissen. Sommigen gingen erop uit om eten en kleding te zoeken. Later bleef Lena, een slavin van de Oost-Indische Compagnie, achter in de Vishoek, ongeveer een halve dag lopen verwijderd van de andere weggelopen slaven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0336  


Een groep weggelopen slaven pleegde een reeks diefstallen en een moord. September en Christina stalen uit hun eigenaar's kamer een geweer, kruit en kogels. Amil stal meel door een raam. Ze namen ook een jas, ketel, pan en 2 hemden mee. Met z'n vieren gingen ze naar Vishoek, waar ze Lena, Philander, Cesar en Pieter ontmoetten. Later voegden Cara en November zich bij hen. Ze leefden van vis en schelpdieren aan het strand. Sara kreeg meel van molenaarszoon Augustus. De groep pleegde verschillende misdaden:

De moord werd gepleegd door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0285  


In de Vishoek werd een groep weggelopen slaven aangetroffen. De slaaf Christina had samen met September verschillende spullen gestolen van hun eigenaar, waaronder:

De ondervraagde persoon was eerst met Anna naar de Vishoek gevlucht, en later nog een keer met Alexander, September en Christina. Ze leefden van gestolen voedsel en van wat ze konden vinden zoals:

In de Vishoek troffen ze andere weggelopen slaven aan:

De ongewapende weglopers hadden stokken en speren. Later kwamen ze ook Lena, Philander, November, Casar (van Jan Olivier) en Pieter (van Swellengrebel) tegen. Philander kreeg een geweer om Leander te doden, maar hield het wapen zonder zijn doel te bereiken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0334  


Amil, een 36-jarige slaaf geboren in Madagascar, werd ondervraagd door de Raad van Justitie. Hij was eigendom van de burger Jochem Scholts. Hij vertelde dat hij ongeveer 2 jaar geleden was weggelopen van zijn vorige eigenaar Gijsbert Verweij, samen met de slavin Anna. Na 6 maanden keerde hij uit zichzelf terug. Daarna werd hij verkocht aan de boer Jochem Scholts. Ongeveer 1 à 2 maanden geleden vluchtte hij opnieuw, dit keer samen met de slaven Christina, Alexander en September. De ondervraging gebeurde op verzoek van Adriaan van Kervel, die tijdelijk het ambt van fiscaal waarnam.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0333  


Een groep slaven ontsnapte samen, waaronder Christina, Amil, September en Alexander. Op aandringen van Amil stalen ze verschillende spullen:

De groep vluchtte naar de Vishoek waar ze Lena, Philander, November, Sara, Cesar, Pieter, Leander van Bougies en een dienstmeid genaamd Anna tegenkwamen. Na een conflict met Leander vluchtten ze de bergen in. Ze leefden van vis, mosselen en schelpdieren.

Op voorstel van Sara en November ging de groep naar de plaats van de oude Heufke in de duinen waar ze diefstallen en geweld pleegden. Daarna gingen ze naar de veeboerderij van meneer Swellengrebel bij Jan Bitsens Kraal waar Pieter, Cesar en Amil 2 schapen stalen. Ze aten deze samen op.

De groep trok vervolgens naar de Tafelberg en Leeuwenkop waar Philander en Pieter 's nachts buskruit stalen. Bij de plaats van meneer Swellengrebel bij het Ronde Bosje werden ze gearresteerd door een knecht, behalve Amil die wist te ontkomen.

Christina verklaarde nooit een levende jongen van Rio de la Goa te hebben gezien, maar wel zijn dode lichaam in een riviertje en later zijn hoofd in de bergen. Ze hoorde dat Sara en November hem hadden vermoord.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0283  


Dit lijkt een afsluitende passage uit een officieel document, ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0330  


Philander van Ceylon, de voormalige slaaf van Anthonij Wagenaar, verklaarde voor de rechtbank het volgende:

Deze verklaringen werden afgelegd op 13 september 1730 en 28 september 1730 in Kaap de Goede Hoop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0328  


In augustus 1730 werd in Kaap de Goede Hoop een ondervraging gehouden over verschillende misdaden. De verdachte verklaarde het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0326  


Philander vertelt dat ze naar de duinen gingen, ongeveer een uur lopen van de oude Houfhe. De volgende dag zagen ze Europeanen aankomen. Ze gingen verder de duinen in, waarbij Sara, November en anderen meegingen om meel te halen. Ze spraken af bij een kloof onder de plaats van Heufke weer samen te komen. Caesar, Amil en Pieter gingen naar de veeplaats, terwijl de anderen bij de zoutpan bleven. Pieter stal kleding uit het wachtershuis, waaronder:

De buit werd verdeeld:

Ze gingen daarna naar de veeplaats van meneer Swellengrebel bij Jan Bitsens Kraal. Alexander ging terug naar huis. Het buskruit van de Compagnie werd door Philander en slaaf Pieter van Swellengrebel gestolen bij de Leeuwenkop. Dit was eerder ook al gebeurd in mei met slaaf Leander. De slaaf Jantje van Gerrit Victor gaf hen toen een bok. November en Cara hebben de jonge Pieter overgehaald om weg te lopen. Uiteindelijk werden Caesar, Pieter, Lena en Christina gevangen genomen door de knecht en slaven van Swellengrebel. Amil wist te ontkomen. Dit verhoor vond plaats in Kaap de Goede Hoop op 16 augustus 1730, ondertekend door J.S. de Grandvreez, J.T. Rhenius en Jan de Wit.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0323  


Cesar en Sara en November gingen naar de Kaap om eten te zoeken. November nam een ijzeren pot en een wachtrok mee terug. Sara had een pijen (wollen) rok aan.

Een jongen genaamd Augustus, een slaaf van de molenaar bij de windmolen van burger Hoorn, liet 's nachts een raam open zodat ze meel konden stelen.

November en Cara stelden voor om de plaats van de oude Heufbie in de duinen te overvallen en te beroven.

Bij een huis hebben ze:

De slavinnen Lena, Cara en Christina hebben een slaaf genaamd Jan Swart:

Amil en Cesar stalen een tabaksdoos en 3 schellingen uit de broekzak van Jan Swart. November en Cara wilden een beest uit de kraal slachten, maar Alexander en de ondervraagde hebben dit verhinderd.

Ze hebben samen gestolen:

Ze hebben slaaf Goos meegenomen, waartoe Jara hem dwong.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0321  


Deze tekst beschrijft een verhoor over het weglopen (drossen) van slaven en een moord in de omgeving van de Kaap. Een groep weggelopen slaven, waaronder Jochem en Leander, verzamelde andere weggelopen slaven:

De groep overleefde door te vissen en schelpdieren te verzamelen. Er ontstond ruzie over een wapen dat Jochem had gekregen van Titus. Op bevel van Leander werd Jochem (slaaf van Gerrit Victor) vermoord. Joumath, slaaf van raadslid Johannes Kruijwagen, gaf de eerste slag met een bijl, waarna de anderen Jochem met stokken doodsloegen.

Later voegden zich bij de groep:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0319  


Pieter verklaart dat op voorstel van Sara en November zij allen naar de schuilplaats van Heufke in de duinen zijn gegaan. Daar hebben ze gestolen en geweld gebruikt. Toen Sara, November, September en Goos van de anderen zijn afgedwaald, stelde Pieter voor om vee te stelen bij de kraal van Jan Bitsens. Lena, Philander, Amil, Cesar en Christina stemden hiermee in, maar Alexander is toen weggegaan.

Pieter en Cesar hebben 2 schapen uit de kraal gestolen. Deze brachten ze naar hun groep bij de zoutpan, waar ze de schapen slachtten en opaten. Daarna hebben ze uit het veewachtershuisje spullen gestolen.

Vervolgens gingen ze naar de Tafelberg en Leeuwenkop. Daar hebben Pieter en Philander 's nachts buskruit van de Compagnie gestolen. Daarna gingen ze naar de plaats van Heer Swellengrebel bij het Rondebosje om de slaven Claas en David over te halen om weg te lopen. Dit mislukte en bijna iedereen werd gevangen genomen, behalve Amil.

September verklaart dat hij met Amil, Alexander en Christina wegliep van zijn meesters plaats bij de Paardeberg. Christina en hij stalen een geweer, kruithoorn met kruit en kogels, die ze aan Amil gaven. Ook namen ze een waakrok mee. Amil stal meel door een raam en Christina stal een theeketel, ijzeren pot en twee hemden.

Met deze gestolen spullen gingen ze naar de Vishoek, waar ze Lena, Philander, Cesar en Pieter aantroffen. Later voegden November en Sara zich bij hen. Ze leefden daar een tijd van vis, mosselen en parelmoer.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0281  


Een groep slaven pleegde een diefstal bij een korenmolen. De slaaf Augustus zou volgens het verhaal een raam hebben opengelaten waardoor November naar binnen klom. Die maakte vervolgens de onderdeur open voor de slaven IJsaat, Cesar en Sara. Ze stalen een volle zak meel en 2 lege zakken. Pieter hielp hen dit naar de rivierkant te brengen. Ze verdeelden de buit in drieën en brachten het naar de duinen en vervolgens naar de Vishoek. Er wordt echter betwijfeld of Augustus betrokken was. Pieter verklaart dat hij door Cesar, November en Sara was opgehaald en dat ze direct naar de duinen gingen zonder Augustus te zien. IJsaac voegde zich bij hen bij de Zoutrivier. Met z'n vijven bleven ze 10 dagen in de duinen om vis en mosselen te vangen. Bij aankomst in de Vishoek troffen ze Lena en Philander. Later kwamen ook September, Alexander en Christina erbij, waarbij September een geweer droeg. Ze leefden van mosselen, 'klipkousen' en vis. Sara probeerde Pieter met een mes te vermoorden vanwege een ijzeren pot. Later gingen November en Sara naar het Rondebosje en kwamen terug met:

November en Sara stalen ook meerdere keren groenten uit de tuin van Swellengrebel. Pieter bekent daar ook een kool te hebben gestolen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0279  


De tekst gaat over een ondervraging van verschillende personen over hun betrokkenheid bij diefstallen en moorden. Cesar, de molenaar bij de rivier, werd gevangen genomen. Hij verklaarde dat hij samen met Sara een overval had gepleegd op het terrein van burger Heufke in de duinen.

Cesar, Sara, September en Goos waren van de groep afgedwaald in de duinen. Goos was 's nachts weggelopen. De ondervraagde ontkent kennis te hebben van:

Hij geeft wel toe dat hij en Sara de 6e verdachte Pieter hebben aangezet tot weglopen. Hij ontkent kennis te hebben van drie vermoorde jongens die door Lena in de Vishoek waren gezien, of van de moord op Schipio of Salomon.

Er wordt ook gesproken over een jongen uit Rio de la Goa die bij Philander en Lena was gezien. Deze jongen zou later zijn vermoord, mogelijk door November, Sara en/of Cesar. Sara, de vrouw van November, zou aan verschillende mensen verteld hebben dat November deze moord alleen had gepleegd.

Tot slot ontkent de verdachte iets te weten van de moord op de smid genaamd Philip of van de beroving van de veeboerderij van burger Floris Brand.

Pieter van Malabaar bekent dat hij enkele maanden eerder van zijn eigenaar's plaats bij het Rodebosje was weggelopen, overgehaald door Cesar, November en Sara. Bij de rivier kwam slaaf IJsaar van Gerrit van Kerken bij hen. Ze verbleven 10 dagen in de duinen waar ze leefden van mosselen en schildpadden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0277  


Victor Bastiaan en de 5e gevangene waren samen ontsnapt door hun kettingen los te vijlen. Ze gingen naar de Vishoek en leefden onderweg van schildpadden, mosselen en parelmoer. Bastiaan werd onderweg gevangen genomen. De 5e gevangene ontmoette later slavin Sara.

In de Vishoek trof hij Lena, Philander en later Cesar aan. De 5e gevangene ging met Cesar en Sara naar de plaats van Swellengrebel bij het Ronde Bosje om Pieter op te halen. Pieter had eerder spullen bij hem in bewaring gegeven:

In de duinen voegde slaaf Isaac (van burger Gerrit van Herbem) zich bij hen. Met z'n vijven gingen ze naar de korenmolen. Daar klom de 5e gevangene via de molenroede naar binnen door een open raam, nadat molenaarsslaaf Augustus dit had open gelaten. Met hulp van Cesar en Pieter stalen ze:

Ze verdeelden het meel in zakken en knapzakken. Ze leefden een tijd van dit meel en later van vis en mosselen. De 5e gevangene ontkende betrokken te zijn bij de moord op Jochem.

Later voegden zich bij hun groep de slaven van landbouwer Jochem Scholts:

De 5e gevangene bekende dat hij in totaal 3 keer meel had gestolen uit de korenmolen:

  1. De eerste keer met Isaac
  2. De tweede keer met Sara
  3. De derde keer met Sara, Cesar en Pieter

Hij stal ook 3 keer groente uit de tuin van Swellengrebel bij het Ronde Bosje. In november stal hij met Sara van burger Maak in de duinen:

Slaaf Augustus, die hij kende als huisjongen bij zijn vorige eigenaar Jan de Heer, hielp hen regelmatig aan meel in ruil voor gedroogde vis. Augustus ontkende dit later volledig tegenover de commissarissen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0275  


Pieter en 6 anderen gingen naar de veeboerderij van Swellengrebel om te stelen. Alexander verliet de groep onderweg. Bij de zoutpan bij Jan Bitsens kraal ging Pieter naar de schaapskooi en gaf 2 schapen aan de vierde verdachte. Deze schapen werden samen met Philander en Amil geslacht en gezamenlijk opgegeten. Daarna:

De vierde verdachte verklaarde dat Sara en November Pieter hadden overgehaald om weg te lopen. Sara en November hadden ook kleren gestolen van Panpie, een slaaf van Swellengrebel. November droeg nog steeds de gestolen pijen jas. De vierde verdachte wist niets van de drie vermoorde jongens in de Vishoek, maar hoorde van Amil dat hij Schipio had doodgeslagen omdat deze hem van een klip in zee had geduwd tijdens het vissen. Een jongen uit Rio de la Goa had even bij hen verbleven en met hen gegeten. Later vonden November en Sara deze jongen dood en November nam zijn pijen jas, die Sara later droeg. De vierde verdachte wist niets van de moord op de Europeaan Smith Philip of van de diefstal bij de boerderij van Brand. De vijfde verdachte, November van Samboue, bekende dat hij enkele maanden eerder was weggelopen van smid Christiaan Nict, waar hij geketend aan een blaasbalg moest werken. Hij nam een slaaf mee.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0273  


Als mensen beter naar de verklaring kijken, wordt duidelijk dat Amil probeert zijn moordneigingen te verbergen. Hij zou moeten bewijzen dat Scipio hem expres in zee had geduwd. Zelfs als dat waar was, gaf dat hem nog geen recht op moord, omdat het gevaar voorbij was toen hij met anderen uit zee was. Hij zocht Scipio daarna op en vermoordde hem.

Amil verklaart niet te weten:

Wel zegt hij één keer aanwezig te zijn geweest toen er buskruit werd gestolen van de Oost-Indische Compagnie bij de Leeuwen Cop.

De 4e verdachte, Cesar van Madagascar, verklaart:

Over de moord op Jochem en het conflict tussen Leander Bougies en de anderen weet hij alleen wat Lena en Philander hem vertelden: Leander Bougies en zijn groep vermoordden Jochem en sloegen Lena. Later voegden zich bij hen: Sara, November, Amil, September, Alexander, Christina en Pieter. Met November en Sara ging hij driemaal naar het ronde bosje bij de windmolen om meel te stelen en naar de tuin van Swellengre voor kool. November klom door het raam naar binnen en stal meel. Hij gaf gedroogde vis aan Augustus, de slaaf van de molenaar. Op voorstel van Sara en November gingen ze naar de boerderij van burger Heufke in de duinen om die te beroven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0271  


De slaaf Jan Swart zou de verteller bedreigen. Sara heeft de jonge Goos overgehaald om met hen weg te lopen. Na de diefstal en het geweld zijn ze naar de duinen gegaan bij de plaats van burger Maasdorp. Daar hebben ze gestolen kippen en groente opgegeten. De volgende dag zagen ze 6 tot 7 Europeanen naderen en vluchtten verder de duinen in. Sara, November, September en Goos gingen toen weg. De eerste drie om meel te halen, Goos om 2 geweren te stelen bij het Rondebosje. Ze waren van plan de plaats van burger Heufke bij het Rondebosje te overvallen. Pieter stelde voor om de veeplaats bij Jan Bitsens Kraal te beroven. Alexander was al vertrokken om Sara te volgen. Met z'n zessen gingen ze erheen. Bij een zoutpan gingen Cesar en Pieter twee schapen stelen. Cesar en Philander sneden de kelen door en slachtten de schapen met hulp van de derde verdachte. Bij een tweede overval sprong Pieter over de omheining en stal kleding uit het wagershuis, die verdeeld werd. Daarna gingen ze naar de Tafelberg en Leeuwenkop, waar Philander en Pieter buskruit stalen. Anderhalve dag later ging de derde verdachte naar de plaats van landbouwer Hendrik Greeff, waar zijn eigenaar hem ophaalde. De derde verdachte bekende ook dat hij zijn medeslaaf Schipio had gedood omdat die hem in zee had geduwd toen hij op een klip stond te vissen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0269  


De tekst beschrijft een criminele gebeurtenis waarbij een aantal slaven betrokken waren. Alexander en een derde gedaagde knipten een touw door van een raam in hun meester's huis en stalen meel. Ze gingen daarna naar de Vishoek, waar ze andere weggelopen slaven ontmoetten:

De ongewapende jongens hadden stokken en speren. Later kwamen September en Christina erbij. De derde gedaagde gaf zijn geweer aan Philander om Leander Bougies te doden, maar dit mislukte. De groep overleefde door vis te vangen. Later besloten ze de plaats van Heufke in de duinen te overvallen. Tijdens deze overval:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0267  


De derde beklaagde ontkende eerst betrokken te zijn bij de moord op de Europese smid Philip, maar gaf later toe dit gezien te hebben. De moord werd gepleegd door de slaven Leander Bougies, Arend van Cornelia, Januari van Noach Bakker, December van Bali en Januari alias Jamboe. Ze zwommen over de Palmiet rivier, vermoordden de smid, trokken zijn kleren uit en gooiden zijn lichaam in zee. Januari alias Jamboe vertrok daarna uit Vishoek om de zilveren knopen van de vermoorde smid te verkopen en buskruit te kopen. Hij liet zijn kleren achter bij Leander Bougies als onderpand. De tweede en eerste beklaagde (Lena) waren in mei van het voorgaande jaar aanwezig toen de twaalfde beklaagde Colon zijn medegevluchte slaaf Jumath (eigendom van burger Harmanus Kriel) vermoordde door een zware steen op zijn hoofd te gooien terwijl deze sliep. Amil, de derde beklaagde, verklaarde dat hij twee jaar eerder voor het eerst was weggelopen van zijn eigenaar Gijsbert Verweij, samen met slavin Anna. Na 6 maanden in Vishoek kwam hij uit zichzelf terug. Later, toen hij eigendom was van landbouwer Jochem Scholts in Paardeberg, vluchtte hij opnieuw met de slaven Christina, September en Alexander. Christina en September stalen toen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10928 / 0265  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/