Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op een avond rond 7 uur liep Lea van Mallebaar, een slavin van de Chinees Oeijlimko, langs het huis van Christoffel Brand. Daar kwam ze Jantje van de Kaap tegen, een slaaf van de burger Barend van der Bhijff. Jantje vroeg of hij bij haar mocht slapen. Toen ze weigerde, pakte hij een steen van de grond en sloeg haar twee keer op haar buik. Daarna schopte hij haar ook nog. Lea vluchtte naar het huis van de Chinees Pantonko. Voor de deur van zijn huis greep Jantje haar bij haar haren en gooide haar op de grond. Toen ze om hulp riep, kwamen Pantonko en de Chinees Oeijoeko naar buiten, waarop Jantje wegvluchtte. Lea ging daarna naar het huis van haar eigenaar om dit te melden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0779  


Caesar van Malabar, een slaaf van burger Antony Visser, ongeveer 36 jaar oud, verscheen voor de rechtbank. Dit gebeurde op verzoek van rechter Pieter Reede van Oudshoorn. Caesar verklaarde het volgende:

Op vrijdag 31 mei rond 1 uur 's middags bezocht hij het huis van weduwe Henneberg, waar een meisje genaamd Silvia woonde. Hij had een relatie met Silvia. Hij vroeg haar of ze die dag hout zou gaan halen. Toen ze ja zei, bood hij aan haar hout te geven. Ze weigerde dit en zei dat ze zelf hout zou gaan halen. Daarop ging hij terug naar het huis van zijn meester.

Rond 2 uur kwam een jongen genaamd Absalom, die bij weduwe Smit hoorde, hem waarschuwen. Absalom vertelde dat hij Silvia achter het kasteel had gezien en haar het beloofde hout had aangeboden, maar dat ze dit had geweigerd. Caesar dacht toen dat Silvia een relatie met iemand anders moest hebben en volgde haar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0767  


Bij de rode bloem kwam de beklaagde Silvia tegen. Regina de slavin was beneden. Hij vroeg Silvia om bij hem te komen zitten omdat hij haar iets wilde vertellen. Hij pakte haar bij haar jurk. Nadat ze twee keer weigerde te gaan zitten zei hij "Wij zijn toch man en vrouw". Toen ze bleef weigeren stond hij op en gaf haar twee klappen met zijn hand. Silvia pakte hem bij zijn haar, waarop hij zijn mes trok en haar drie keer stak. Na de tweede steek viel ze op de grond terwijl ze "och, och" riep. De slavin Regina kwam toen aanrennen, waarop de beklaagde vluchtte richting de Zoutrivier. De schaapherder van meneer Alleman achtervolgde hem. Toen hij over de Zoutrivier was gekomen, verwondde hij zichzelf uit angst voor gevangenneming met het mes in zijn buik en verstopte zich in de bosjes.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0768  


Deze historische tekst gaat over de juridische verklaring en ondertekening van een document in Kaap de Goede Hoop op 5 juni 1743. De bevestiging werd gegeven door raadsleden Willem van Kerkhoff en Daniel de Hillij. D.G. Carnspek ondertekende als secretaris. Later werd dit document nog bevestigd door secretaris Jan van Tiemmendor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0777  


Op gisteravond om 7 uur kwam Jan van de Kaap, een 17-jarige slaaf van burger Barend van der Schijf, uit de herberg naast het huis van burger Barend Smit. Bij de herberg, waar Elias drank schonk, ontmoette hij een slavin genaamd Lea van Mallebaar. Zij was eigendom van de Chinees Oeijlimko (ook bekend als Kee Babi). Lea vroeg aan Jan waar haar man Johannes was, ook een slaaf van Oeijlimko. Toen Jan ontkennend antwoordde, schold Lea hem uit. Ze liepen samen tot bij het huis van smid Jacob Scheffer. Daar vroeg Jan of hij bij haar mocht slapen. Toen zij weigerde:

Lea vluchtte naar het huis van een Chinees, maar Jan greep haar bij haar haar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0775  


Deze tekst lijkt onvolledig of beschadigd te zijn en bevat geen betekenisvolle woorden of zinnen die samengevat kunnen worden in hedendaags Nederlands. Er zijn alleen losse letters en tekenfragmenten zichtbaar die geen coherente historische Nederlandse tekst vormen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0773  


Toen Silvia dood bleek te liggen met een wond in haar rechterborst waar bloed uit liep, zagen ze dat Caesar met een mes in zijn hand vluchtte richting de zoutrivier. De getuigen gingen meteen naar de Kaap om deze moord aan Hennenberg bekend te maken.

Dit getuigenverslag is opgemaakt op 3 juni 1743 aan de Kaap de Goede Hoop voor de leden van de rechtbank Willem van Kerkhoff en Pieter de Hennion. Het document werd ondertekend door de getuigen en secretaris Carnepek. De kopie werd bevestigd door secretaris Van Diemmendorf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0772  


Op 3 juni 1743 legde een gevangene een bekentenis af bij de Kaap de Goede Hoop. De bekentenis werd vertaald van het Portugees naar het Nederlands. De verdachte had zich verstopt achter steenbergen, waar hij werd gearresteerd door de opzichter van zijn meesters plantage. Hij werd naar de Kaap gebracht en aan het gerecht overgedragen. De bekentenis werd afgenomen door twee leden van de Raad van Justitie: Willem van Kerkhoff en Jacob de Hennion. Het document werd ondertekend door de verdachte, de raadsleden en secretaris D.G. Carnspek, en later geverifieerd door secretaris Diemmendorf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0769  


Dirk de Grebber kwam in Lodewijk van Beyeren's huis met meerdere gewapende mannen vanuit Haarlem op 22 maart 1351. Ze waren op zoek naar Willem van der Woude, die ervan beschuldigd werd familieleden van De Grebber te hebben gedood. Willem van der Woude was echter gevlucht voordat ze hem konden vinden. De Grebber en zijn mannen stichtten daarop brand in het huis en gingen terug naar Haarlem.

Op 21 februari 1352 kreeg Dirk de Grebber gratie van graaf Willem V. Voor deze vergiffenis moest hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0770  


Een slaaf genaamd Jantje probeerde een vrouw te slaan in de buurt van het huis van de weduwe Paling in Kaap de Goede Hoop. De Chinese man Oeijonko en een slavin genaamd Regina uit Maccassar probeerden Jantje te vangen, maar hij vluchtte. De vrouw klaagde over de slaaf bij Van der Schijff, maar die vertelde dat de jongen niet thuis was. Van der Schijff beloofde hem te straffen zodra hij thuis zou komen. Deze verklaring werd afgelegd op 20 mei 1743 voor de raadsleden A. Dekker en Jacob de Hennion.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0780  


Jan van de Caab verklaarde op 20 mei 1743 aan Kaap de Goede Hoop dat hij enigszins dronken was toen er een onbekende Chinees bij de deur kwam. Hij vluchtte naar het huis van boekhouder Eckard, waar hij de slavin Lea, de slavin Regina en nog een Chinees aantrof. Ze hadden een lantaarn bij zich en zeiden dat ze naar zijn baas gingen om over hem te klagen. Daarna ging hij naar huis. Deze verklaring werd afgelegd voor de raadsleden A. Descker en I. de Hennion van de Raad van Justitie. Jan van de Caab bevestigde later dat deze verklaring juist was en wilde er niets aan toevoegen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0776  


Op vrijdag 31 mei kwam de slaaf Cesar (eigendom van burger Anthonij Visser) naar het huis van weduwe Henneberg. Hij vroeg aan de slavin Silvia of ze die middag hout ging halen. Silvia gaf geen antwoord en Cesar vertrok meteen. Rond 1 uur 's middags gingen Regina van de Caab (14 jaar oud en eigendom van oudheemraad Daniel van der Lith) samen met Silvia hout halen. Bij de Roode Blom zei Silvia tegen Regina dat zij naar boven zou gaan terwijl Regina beneden dunne takjes moest zoeken. Even later hoorde Regina iemand "Oh Here God help mij" schreeuwen, waarop ze naar boven ging.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0771  


Op 21 mei 1743 legde de Chinese man Oeijonko, die woonde in de slavenverblijven van de VOC in Kaap de Goede Hoop, een verklaring af. Dit deed hij voor Petrus Jesse Slotsboo, eerste klerk bij het bestuur, op verzoek van hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Oeijonko verklaarde dat op 19 mei rond 7 uur 's avonds het volgende gebeurde:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0787  


Op 21 mei 1743 deed Regina van Maccasser, slavin van de Chinese man Oeijtimko, een verklaring voor klerk Petrus Iesse Rotsboo in Kaap de Goede Hoop. Ze deed dit op verzoek van belastingambtenaar Pieter Reede van Oudshoorn. Ze verklaarde dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0783  


Kapitein Leendert Jongebroer, die in het huis van Pfeil logeerde, zou zijn schrijflade met geld en sieraden uit zijn slaapkamer hebben laten stelen. De dief liet de schrijflade met een touw door het raam naar beneden zakken. Het meeste is teruggevonden - een deel in de stal en een deel in de schrijflade zelf. Jongebroer vond de schrijflade de volgende ochtend achter het woonhuis van Pfeil op een mesthoop, met een open deksel. De verdachte bekende dat hij tot deze diefstal was aangezet door de slavin Amaril, die eigendom was van Pfeil. Ze hadden afgesproken dat hij 's avonds onder het raam zou staan om de schrijflade in ontvangst te nemen en deze door te geven aan een Javaan die zich bij de achterpoort op het strand zou bevinden. Wat ze in de schrijflade zouden vinden, zou voor hen drieën zijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0794  


De onafhankelijk aanklager Pieter Steede van Oudshoorn diende een aanklacht in bij rechter Rijk Sulbagh en de rechtbank tegen de slaaf November uit Batavia. November was eigendom van oppermeester Carelier, die naar Nederland was teruggekeerd. November verbleef in het huis van oud-raadslid Daniel Pfeil. Op een zondagavond eind maart had November, samen met slavin Amaril (eigendom van Pfeil), een schrijflade gestolen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0793  


De onafhankelijke officier van justitie Pieter Rteede van Oudshoorn diende een aanklacht in bij president Rijk Tulbagh en de rechtbank tegen de slaaf November van Batavia, die eigendom was van de naar Nederland teruggekeerde hoofdarts Carelier. Dit betrof een diefstalzaak.

November van Batavia, die verbleef in het huis van oud-raadslid P. Daniel Pfeil in Batavia, had op een zondagavond eind maart samen met de slavin Amaril (eigendom van Pfeil) een schrijfkistje van kapitein Carelier gestolen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0791  


De getuige gaf aan dat zijn verklaring waar is. Hij gaf aan dat hij die later nog kan bevestigen als dat nodig is. Dit gebeurde op het kantoor van justitie in het kasteel De Goede Hoop. De klerken Johannes Casparus Basp en Oloff Christoff Karnspek waren als getuigen aanwezig. Zij ondertekenden samen met de getuige en de eerste beëdigde klerk S. Plotsboo het document. J. van Tiemmen bevestigde als secretaris dat dit een juist afschrift is.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0788  


Het lijkt erop dat de aangeleverde historische tekst onvolledig of beschadigd is. De tekst bestaat alleen uit losse lettergrepen of fragmenten die geen betekenisvolle zin vormen. Zonder een volledige, leesbare tekst kan ik geen zinvolle samenvatting maken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0789  


De gevangene ging terug naar huis, maar kort daarna maakte een Javaanse man geluid bij de achterpoort. De gevangene en de slavin Amaril gingen er samen naartoe. De gevangene zag toen dat de Javaanse man een zak met geld over de muur aan Amaril gaf, die het in haar kist opborg. De Javaanse man had een schrijflade kapot geslagen maar vond daar niets in. De gevangene zegt dat hij niets van het gestolen geld heeft gekregen.

De gevangene wil graag zijn medegevangenen en de Javaanse man, die een relatie heeft met de dienstmeid, voor het gerecht brengen. De aanklager denkt dat hij zo zijn straf probeert te verlichten door te zeggen dat hij alleen maar heeft geholpen bij de diefstal en er zelf niets aan heeft verdiend. Dit excuus helpt hem echter niet. De aanklager heeft wel uitgezocht of Amaril en de Javaanse man Soedja medeplichtig waren, omdat de gevangene dat suggereert in zijn bekentenis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0795  


Een gevangene vertelt dat hij naar huis ging, maar dat kort daarna een Javaan bij de achterpoort geluid maakte. De gevangene ging samen met de slavin Amaril daarnaartoe. Hij zag dat de Javaan een zakje met geld over de muur aan Amaril gaf, die het in haar kist opborg. De Javaan had een schrijflade kapot geslagen. De gevangene beweert dat hij niets van het gestolen geld heeft gekregen.

De gevangene wil zijn medegevangenen en de Javaan, die een relatie heeft met de dienstmeid, laten getuigen. Hij hoopt zo zijn straf te verlichten door te zeggen dat hij alleen maar heeft geholpen bij de diefstal. Deze uitvlucht helpt hem echter niet.

De aanklager heeft onderzocht of de slavin Amaril en de Javaan Soedja medeplichtig waren, omdat de gevangene aanwijzingen gaf dat dit mogelijk was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0797  


De gevangene verklaart dat ze niet aanwezig was op de genoemde plaats. Er wordt gevraagd wie er destijds bij haar was, of ze alleen was of dat de slaaf November daar was, die in het huis van haar eigenaar woonde en eigendom was van de oppermeester Carelier. Ook werd er gevraagd of deze slaaf bij het strand bij de achterpoort was.

Er wordt onderzocht of zij bij haar eigenaar thuis samenleeft met een man, en zo niet, of ze dan buiten het huis met iemand anders samenleeft. Ook wordt gevraagd of ze contact heeft met Ant de Caab en de bandiet of Javaan Soedja, en of ze met hem samenleeft als man en vrouw.

Ze antwoordt dat ze niet bij de poort is geweest en de Javaan Soedja die hele dag niet heeft gezien of gesproken. Ze bevestigt wel dat ze samenleeft met een Javaan genaamd Soedja.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0812  


De slavin Amaril verscheen voor het gerecht. Ze werd ondervraagd door de afgevaardigden van de Raad van Justitie. Dit gebeurde op verzoek van officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn. Amaril was eigendom van oud-raadslid Daniel Pfeil.

Amaril vertelde dat ze:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0811  


Een afwezige matroos heeft 2 rollen tabak uit de kroeg gehaald en die later bij Francina bewaard. De slaaf September vertelt dat hij op 28 juli de slavin Susanna op straat bij de Valk heeft ontmoet. Zij had een bak met spullen bij zich. Hij kocht van haar:

De verhalen over deze diefstal zijn verwarrend en tegenstrijdig. Het is onduidelijk wie schuldig is en wie medeplichtig. Ook is niet duidelijk hoe de diefstal precies is gepleegd. Omdat de matroos, bij wie gestolen spullen zijn gevonden, gevlucht is, kan de zaak niet goed worden onderzocht. Er zal nog wel gekeken worden naar de slaven die de gestolen goederen hebben verkocht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0675  


Susanna van Bengalen heeft op 16 augustus 1742 een verklaring afgelegd aan de rechtbank van de Kaap de Goede Hoop. Ze vertelde dat Ramat via het gangetje naar huis ging nadat hij spullen bij haar had achtergelaten. Ook verklaarde ze dat ze op verzoek van Ramat enkele kledingstukken had verkocht aan de slaaf September, die eigendom was van burger Nicolaas Brommert. Het ging om:

Deze spullen verkocht ze voor 3 rijksdaalders. Het geld gaf ze aan Ramat toen hij voor de tweede keer langskwam. De verklaring werd afgenomen door de raadsleden Van Decker en La Febre.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0683  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/