Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Toen zijn broeder Frederik op de vlucht ging, schoot de broer van de gevangene zijn geweer (dat met hagel geladen was) af op de slavin. Daarna vertelde de broer van de gevangene hem dat hij de genoemde meid had neergeschoten.

Er zijn maar twee schoten gelost op de slaven:

Ze hadden allebei een geweer bij zich, maar geen extra kruit of kogels, alleen wat er al in de geweren zat. Frederik had tegen de slavin geroepen dat ze moest blijven staan. Ze antwoordde daarop "schiet maar toe". Toen heeft hij zijn geweer afgeschoten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0267  


De rechtbank heeft namens de Staten-Generaal van de Republiek der Nederlanden op 25 mei 1747 uitspraak gedaan in Het Kasteel de Goede Hoop. Pieter Janssen werd veroordeeld tot:

Bij de rechtszaak waren aanwezig:

De uitspraak werd ondertekend door secretaris J.F. Tiemmendorf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10946 / 0031  


Op donderdag 8 juni 1747 werd in het Kasteel De Goede Hoop een vonnis uitgesproken door de Staten-Generaal. Deze rechtszaak werd voorgezeten door majoor Isack Meinertshagen. Rijk Tulbagh was afwezig wegens ziekte.

De aangeklaagde Alphasie van Madagascar werd veroordeeld tot:

De fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn presenteerde ook documenten betreffende de slaven Toumath (eigendom van burger Steeven ten Holder), Westcust en Maccassar (beiden van wijlen raadslid Hendrick Oostwald Ecksteen), en Februarij.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10946 / 0032  


Dit is een lijst van rechtszaken bij het kasteel de Goede Hoop in 1747. De aangeklaagden waren:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10946 / 0071  


Anna van der Bijl, weduwe van oud-heemraad Borchard Brand, gaf een verklaring aan drost Pieter Lourensz over het volgende: Een Hottentotse vrouw genaamd Juliana die bij haar woonde op de plaats aan Joostenberg had een aantal maanden een dikke buik. Anna dacht dat ze zwanger was en vroeg dit meerdere keren aan haar. Juliana ontkende dit steeds en zei dat haar buik eerder ook wel eens dik was geweest, hoewel Anna dit nooit had gezien. Ongeveer 5 weken geleden zat Anna in het voorhuis toen ze Juliana en haar slavin Eva hard hoorde praten in de keuken. Toen Anna ging kijken wat er aan de hand was, vertelde Eva dat er melk uit Juliana's borst kwam.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1363  


De slavin Eva van Rio de Lagoa verscheen voor de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Haar verklaring werd aan haar voorgelezen. Ze ging akkoord met deze verklaring en wilde niets toevoegen behalve dat toen de Hottentotse vrouw Juliana terugkwam, het kind nog niet van de nageboorte was gescheiden. In aanwezigheid van Juliana verklaarde ze dat alles de waarheid was. Dit werd vastgelegd aan de Kaap de Goede Hoop op 30 november 1746. De slavin Eva zette haar merkteken als handtekening. Het document werd ondertekend door de secretaris J.J. Temmendorf en de gecommitteerden H. Decker en A. Cloppenburg. De klerk A.D. Schoor heeft bevestigd dat dit een ware kopie is.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1370  


Aart Manshart van Papendregt was betrokken bij een rechtszaak over een incident met Jan Marinus Lamberts. Manshart ontkende geld te hebben gezien of afgenomen van Lamberts, die matroos was op het retourschip Ida. Hij verklaarde Lamberts alleen op straat te hebben ontmoet omdat ze eerder samen gedronken hadden. Manshart vroeg om een milde straf. De Hoge Raad deed uitspraak namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden en veroordeelde Manshart.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10943 / 0021  


Tarkat van Timor werd veroordeeld om naar een vaste plaats gebracht te worden waar strafvonnissen werden uitgevoerd. Daar werd hij aan een kruis vastgebonden en levend geradbraakt. Zijn dode lichaam werd naar het galgenveld gesleept en op een rad tentoongesteld als prooi voor de vogels. Hij moest ook de gerechtskosten betalen. De rechtbankvoorzitter gaf aan dat de ter dood veroordeelde slaaf Parkat van Timor deze straf volgens de wet verdiend had vanwege de mishandeling van zijn eigenaar, die hij eerder had bekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10943 / 0018  


De raad in de Kaap besloot om 2 raadsleden met de secretaris naar Abraham Cloppenburgh te sturen. Dit omdat zijn slaaf wanhopig was geworden door zijn harde en driftige behandeling. Ze moesten hem waarschuwen voor de slechte gevolgen van zijn ruwe omgang met zijn slaven en hem aanmanen om voortaan zachter met hen om te gaan. De raad stemde hier unaniem mee in.

Vervolgens leverde de aanklager Pieter Rheede van Oudshoorn een bekentenis in van een gevangene genaamd Clavin Fora uit de Kaap. Deze slaaf was eigendom van landbouwer Mattijs Greeff.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10943 / 0019  


De gevangene Pagie van Trancqueba werd veroordeeld tot de doodstraf door ledebraken (een wrede doodstraf waarbij iemands botten werden gebroken). De Hoge Heren Staten Generaal bepaalden dat hij op de gebruikelijke executieplaats aan een kruis moest worden vastgebonden. Na zijn dood moest zijn lichaam naar een buitenplaats worden gesleept, op een rad worden gelegd en daar blijven liggen voor de vogels. Pieter Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke fiscaal (belastingambtenaar), was bij dit vonnis aanwezig. De veroordeelde moest ook de gerechtskosten betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10943 / 0008  


Op 16 januari 1744 kwam de raad bijeen in Kaapstad. Aanwezig waren voorzitter Rijk Tulbagh en alle leden, behalve:

Als vervangers waren aanwezig de burgerraadsleden Henning Joachim en Jan Lourensz Besttier. Alleman nam niet deel aan de beraadslaging.

De openbaar aanklager deed aangifte tegen F Pagie uit Trancquebaar, een slaaf van kapitein Rudolf Sigfried Alleman. Pagie werd beschuldigd van moord op een medeslavin. De verdachte zei onschuldig te zijn aan de moord. De raad las de aanklacht en zou hierover oordelen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10943 / 0007  


Op donderdag 16 januari 1744 in de ochtend kwam het bestuur bij elkaar. Aanwezig waren de voorzitter, de edele hooggeachte heer Rijk Tulbagh, en alle leden behalve Jacobus Möller, Cornelis Belders en Abraham Decker. De eersten waren verhinderd en de laatste door ziekte. Als vervanging waren aanwezig de burgerraadsleden Henning Joachim Prehn en Jan Lourensz Bestbier. De zaak betrof kapitein Rudolf Sigfried Alleman's slaaf Sagie uit Trancquebaar, die gevangen zat in het kasteel. Hij werd beschuldigd van moord op een medeslavin. De fiscaal deed een voorstel voor de straf en de raad heeft deze aanklacht en conclusie zorgvuldig doorgenomen en overwogen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10943 / 0005  


Deze rechtszaak uit Kaap de Goede Hoop gaat over verschillende beschuldigden:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10943 / 0100  


Het gaat over een slavin genaamd Flora uit Kaap de Goede Hoop. Ze haalde brandende kolen in een hoorn uit het slavenhuis om vuur te maken in de keuken van haar eigenaar. Ze zette de hoorn met vuur naast wat stro dat ze uit een graanopslag had gehaald bij de stal. Daarna ging ze naar de schuur naast de stal om voer voor de kippen te halen. Door de sterke zuidoostenwind verspreidde het vuur zich en brandden de stal en schuur af.

Haar eigenaar verklaarde dat er geen bewijs was dat Flora de brand met opzet had gesticht. Hij vroeg om haar vrijlating uit gevangenschap. De Raad besloot om Flora vrij te laten en terug te sturen naar haar eigenaar. De eigenaar moest de kosten van de rechtszaak betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10943 / 0020  


November, een slaaf van de naar Nederland teruggekeerde hoofdarts Carelier, die nu bij raadslid Daniel Pfeil woonde en ongeveer 23 jaar oud was, legde een verklaring af. Dit deed hij op verzoek van de hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Hij verklaarde dat ongeveer 3 weken geleden een slavin genaamd Amaril, die eigendom was van Pfeil, hem rond 2 uur 's middags bij de achterpoort had aangesproken. Ze vertelde hem dat ze die avond een schrijflade uit het raam van de grote achterkamer zou laten zakken met een touw. Hij moest deze opvangen en doorgeven aan een Javaan die op dat moment bij de achterpoort op het strand stond. Amaril beloofde dat ze de inhoud van de schrijflade met z'n drieën zouden delen. November stemde hiermee in en kwam rond 9 uur 's avonds terug.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0803  


Claas kreeg voor zijn hut een klap in het gezicht van de dronken Annappa. Abraham ontkent dat hij Annappa twee slagen heeft gegeven zoals Moeta beweerde. Moeta zei dat Pieter van Angora Annappa volgde toen die de hut in vluchtte. Dit wordt bevestigd door Abraham.

Het verhaal van Moeta over hoe Pieter Annappa met een stuk hout sloeg, hem bij zijn haar greep en op de grond gooide, wordt ondersteund door de verklaring van Casper. Hoewel Casper niet precies weet waar Pieter van Angora Annappa raakte.

Anna van Rio de La Goa bevestigt dat Annappa bloedde uit neus en mond, zijn tanden op elkaar geklemd waren en niet kon praten. Casper spreekt dit laatste deels tegen, want hij zegt dat toen de vrouw van Annappa kwam, deze wel kon praten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0855  


De getuige vertelt dat zijn medeslaaf Bastiaan bij het raam van de timmermanswerkplaats kwam om een stok te vragen. De getuige stond op van zijn stoel waar hij sokken zat te stoppen en keek op de schaafbank. Hij vond geen stok en vertelde dit aan Bastiaan, die zonder iets te zeggen wegliep. Dit verhaal is heel anders dan wat Bastiaan eerder vertelde. Bastiaan zegt dat hij de getuige iets verkeerds zag doen en hem vroeg wat hij aan het doen was. Daarna ging Bastiaan weg om dit te melden aan de knecht van zijn eigenaar, genaamd Frans. De getuige vertelt verder dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 1112  


De sjambok (een zweep) van Van der Spuij was kwijtgeraakt toen hij wilde wegrijden. Een slavin van de weduwe Kries heeft met een brandende kaars buiten naar de sjambok gezocht, maar kon deze in het donker niet vinden. De volgende ochtend werd de sjambok gevonden door een jonge slaaf van weduwe Kries bij het huis. De verteller heeft toen de sjambok afgenomen en heeft deze nog steeds in bezit. Over deze sjambok had hij eerder woorden gehad met Van der Spuij. Die avond op 16 augustus is de verteller kort na het vertrek van Van der Spuij samen met burger Dirk Coetse en diens zoontje Jurgen in Coetse's paardenwagen naar de plaats van Coetse gereden. Coetse bestuurde zelf de wagen zonder hulp van de verteller. Deze verklaring werd afgelegd in Stellenbosch in aanwezigheid van de heemraden Pieter Loubser en Kriel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0543  


Een slaaf bekende dat hij op diezelfde ochtend volgde wat zijn eigenaar hem opdroeg. Rond 4 uur 's middags hoorde hij van een slavin genaamd Rosetta, die hem water bracht terwijl hij op zijn slaapplaats in het slavenhuis lag, dat de slaaf Bastiaan hem ervan beschuldigde seks te hebben gehad met een hond. Hij ging meteen naar Bastiaan, die ook in het slavenhuis lag te slapen. Na hem wakker te hebben gemaakt, confronteerde hij hem met de beschuldiging en stelde voor samen naar hun eigenaar te gaan om het uit te praten. Bastiaan reageerde afwijzend. De beschuldigde slaaf ging toen naar zijn eigenaar om te vertellen wat Bastiaan over hem had gezegd. De eigenaar liet Bastiaan direct komen en vroeg hem of het waar was dat de beschuldigde slaaf seks had gehad met een hond. Bastiaan bevestigde dit. De eigenaar zei daarop dat ze allemaal vastgebonden moesten worden en naar de hoofdaanklager gebracht moesten worden om de zaak daar op te lossen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 1136  


De slaaf Annappa lag stervend op zolder. Hij kon zelfs geen water drinken, ook al probeerde de zogenaamde vrouw van Annappa en Moeta hem met een lepel water te geven. Hij bleef roerloos op zijn rug liggen tot de volgende middag, 2 mei rond 1 uur, toen hij overleed. Na de klappen met de stok van de dronken slaaf Pieter van Angora had hij geen woord meer kunnen spreken.

Verschillende getuigen hebben verklaringen afgelegd over deze zaak:

Zij bevestigden dat Pieter van Angora Annappa met zijn vuist op de borst had geslagen en gestompt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0854  


Kapitein Leendert Jonge broer, die logeerde bij meneer Sdeil, liet zich met een touw uit het slaapkamerraam zakken. Hij stal een schrijflade met geld en sieraden. Het meeste is teruggevonden:

De verdachte bekende dat hij tot deze diefstal was aangezet door de slavin Amaril, die eigendom was van meneer Heil. Ze hadden afgesproken dat hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0796  


Op een zondagavond vond er een incident plaats waarbij een schrijfkastje werd overhandigd. November, een slaaf, en Amaril, een slavin, waren betrokken bij een gesprek over een muur. Er werd hen gevraagd of ze samen over de muur hebben gesproken en of November iets heeft overhandigd. Het verhoor betreft ook een gesloten schrijfkastje dat op een late avond zou zijn overhandigd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0821  


Soedja van Java werd ondervraagd voor de Raad van Justitie van het gouvernement. Het verhoor werd afgenomen in opdracht van de onafhankelijke officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn.

De volgende zaken kwamen aan het licht:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0819  


De aanklager heeft de eerder genoemde slaven en de Javaan laten oppakken op basis van beschuldigingen. Ze werden ondervraagd door aangewezen leden van de raad. De documenten hiervan zijn bijgevoegd als bijlage C en D. Er werd echter geen bewijs tegen hen gevonden. De aanklager heeft alleen de verklaring van de gevangene, maar dat is niet genoeg om de slavin en de Javaan schuldig te verklaren. Daarom vraagt hij om hun vrijlating uit gevangenschap, tenzij de raad anders oordeelt. De gevangene heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal, specifiek huisdiefstal. Dit wordt zwaarder bestraft dan gewone diefstal omdat men geen angst zou moeten hebben voor huisgenoten die men vertrouwt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0798  


De slavin Lea uit Malabar verscheen voor het gerecht in het bestuur van het land. Zij hoorde haar verklaring voorgelezen en bevestigde alles wat erin stond. Ze zei dat Ian, die ook een slaaf was, dezelfde persoon was als die eerder genoemd werd. Ze legde in het Portugees een verklaring af die vertaald werd naar het Nederlands. Dit gebeurde op 21 mei 1743 aan de Kaap de Goede Hoop. De verklaring werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10942 / 0781  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/