Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Slamath kwam thuis, waarna hem gevraagd werd waarom hij was weggelopen. Hij antwoordde dat dit kwam omdat er gedreigd was met het inschakelen van de politie. Hij had van de slaaf van baas Smith Scheffer gehoord dat Fortuijn van Magelskivi vast zat. De eigenaar vroeg Plumath nogmaals om te vertellen of hij de gestolen goederen had of er iets van wist, en beloofde dit geheim te houden. Plumath bleef echter volhouden dat hij nergens van wist. Hierop liet ze de politie komen om Hamar gevangen te zetten. Een of twee dagen na de diefstal kwam Susanna, de slavin van Hagetski, rond het middaguur langs. Ze toonde een klein zeildoeken zakje met daarin:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0707  


Deze rechtszaak ging over gestolen goederen. Tutocorijn en Susanna van Bengalen werden veroordeeld om bij de paal voor de werf te worden vastgebonden. De beul moest hen op hun blote rug geselen. Daarna moesten ze terug naar hun eigenaar. Ze moesten ook de proceskosten betalen. De onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn liet twee verklaringen voorlezen van:

Ook was er een verklaring van scheepschirurg Tomas Coorten. Deze verklaringen gingen over een persoon genaamd Tomas Coenradsz uit Amsterdam.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0036  


Een persoon heeft van een Chinese handelaar een aantal goederen gekregen om te verkopen:

Hij probeerde deze spullen te verkopen in de herberg de Valk aan de bediende van de tapper. Deze weigerde omdat hij dacht dat het gestolen was. Toen ging hij terug naar de Chinees, maar die was niet thuis. Daarom bracht hij de goederen naar het huis van burger Jochem Daniel Hubener, waar hij ze aan diens slavin Francina gaf om te bewaren.

Fortuijn verklaarde later dat hij niet alleen de tabak maar alle goederen aan Francina had gegeven. Francina zelf zei echter dat ze alleen tabak had ontvangen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0673  


September, een slaaf van burger Nicolaas Brommert, vertelt dat hij op zaterdag 28 juli een slavin Susanna ontmoette. Zij was eigendom van burger Dagetski. De ontmoeting vond plaats bij de herberg de Valk. Susanna had een mand met spullen om te verkopen. Ze verkocht aan September een stuk blauw linnen en 5 hemden voor 3 rijksdaalders. September ging eerst naar huis om het geld te halen en gaf het daarna aan Susanna in ruil voor de goederen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0697  


Op 30 augustus 1742 werd aan Kaap de Goede Hoop een verklaring voorgelezen en goedgekeurd. Bij deze goedkeuring waren aanwezig:

De verklaring werd door alle aanwezigen ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0709  


De onafhankelijk fiscaal (officier van justitie) van de provincie meldt dat er een diefstal is gepleegd bij de weduwe Scheepsdorp. Een deel van de gestolen goederen was al verkocht. De fiscaal heeft direct een onderzoek ingesteld om de daders van dit ernstige misdrijf te vinden. Hij overhandigt 5 officiële verklaringen aan de autoriteiten. Het is moeilijk te achterhalen wat er precies is gebeurd omdat één van de verdachten, een matroos van de werf, is gevlucht. Ook weigert een gevangen slaaf genaamd Plamat een bekentenis af te leggen. Het onderzoek is gericht aan de voorzitter Rijk Tulbagh en de raad van justitie van de provincie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0669  


De 2 aangeklaagde slaven moesten volgens deze rechtszaak van 6 september 1749 gestraft worden met:

Deze straf werd opgelegd door Pieter Reede van Oudshoorn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0667  


Slamath en Semptemb:r werden beschuldigd van leugens en laster. Ze verkochten gestolen goederen waarvan ze wisten dat die op onwettige wijze waren verkregen. Volgens het wetsartikel 4 van 19 maart 1614, vernieuwd op 4 maart 1630, was dit strafbaar.

De wet bepaalde dat mensen die bewust gestolen goederen overnamen van dieven gestraft zouden worden. Dit gold voor:

De straf voor een eerste overtreding was:

De aanklager wilde deze straffen opleggen om dergelijke misdaden te voorkomen, vooral omdat slaven volgens hem een natuurlijke neiging tot deze misdaden hadden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0666  


De matroos die van de werf gevlucht was, heeft begrepen dat er gestolen goederen verborgen werden. De dag nadat hij bij Swijtser was geweest, haalde hij twee rollen tabak op en gaf toe dat deze van hem waren. Het was toen het juiste moment voor de gedaagde om aan Swijtser te vertellen dat het geen gestolen goederen waren zoals hij dacht, maar dat de Chinees hem die rollen had gegeven om te verkopen. In plaats daarvan wikkelde hij de tabak in een oude broek en vertrok meteen.

De gedaagde Susanna is ook schuldig aan het verbergen en verkopen van gestolen goederen. Ze heeft dit toegegeven in haar eerste verklaring en bij de herziening daarvan. Dit wordt bevestigd door de slaaf September, die eerlijk bekent dat hij van haar een stuk blauw linnen en 5 hemden heeft gekocht voor 3 rijksdaalders.

Het is voor de edelachtbare heren dus onbetwistbaar dat beide gedaagden schuldig zijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0665  


De slaven Fortuijn en Susanna hebben waarschijnlijk gelogen toen ze vertelden dat de slaven Slamath en September 's nachts om 4 uur bij hen waren gekomen. Ze verzonnen dit verhaal vermoedelijk om te verklaren hoe ze aan gestolen spullen waren gekomen. Zelfs als dit waar zou zijn geweest (wat als leugen wordt gezien), zijn ze strafbaar omdat ze deze slaven 's nachts in het huis van hun eigenaar hebben gehouden zonder dit te melden. Het hele verhaal dat Fortuijn vertelt over het ontvangen van de goederen van de Chinese gevangene Claas moet ook als verzonnen worden beschouwd. Hoewel Fortuijn zijn leugen geloofwaardig probeerde te maken, blijkt uit de beëdigde verklaring van soldaat Jan Willem Swijtser dat de beschuldigde zich met de gevluchte persoon bezighield.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0664  


De eigenares heeft al haar lijfeigenen ondervraagd onder dreigementen over een gepleegde diefstal. De lijfeigenen hebben gezamenlijk verklaard hier niets van te weten. De slaaf Slamath was 2 dagen afwezig en werd bij terugkomst in de gevangenis gezet.

Het verhaal bevat geen enkel bewijs op basis waarvan iemand verdacht kan worden, behalve de korte afwezigheid van Slamath. Hij verklaart dat hij afwezig was omdat hij bang was voor de dreigementen van zijn eigenares.

Tijdens het officiële verhoor is Slamath, hoewel streng ondervraagd, bij zijn ontkenning gebleven. Omdat er geen enkele aanwijzing is om hem schuldig te kunnen verklaren, moet hij als onschuldig worden beschouwd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0663  


Sanna en Francina hebben verklaard over een diefstal die had plaatsgevonden in het huis van Weede Scheepsdorp. De dames legden uit dat de slaaf Daniel, nadat hij door zijn medeslaaf Slamat was gewaarschuwd, dit had gemeld aan de dochter van Weede Scheepsdorp. Toen de dochter naar boven ging, ontdekte ze dat er twee ruiten van het raam gebroken waren en dat er spullen uit een kist waren gestolen. Toen Weede Scheepsdorp hierover werd geïnformeerd en zelf ging kijken, bevestigde zij wat haar dochter had gezien.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0662  


De gerechtelijke ambtenaar heeft verschillende documenten ingediend, namelijk:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0077  


De onafhankelijke officier van justitie Pieter reede van oudshoorn diende een aanklacht in bij president Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie tegen twee slaven. Het ging om de slaaf Fortuyn en slavin Susanna, die eigendom waren van burger Ian Lodewijk Hagetskie. Ze werden beschuldigd van het verbergen en verkopen van gestolen goederen in september.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0661  


Fortuin, slaaf van Hagetski, werd ondervraagd over gestolen goederen. Hij antwoordde dat hij niets gestolen had en niemand heeft geholpen bij diefstal. Hij ontkende te weten wie het wel had gedaan.

Hij werd ook ondervraagd over zijn contact met Susanna, die gevraagd zou zijn om gestolen goederen te verkopen. Er werd beweerd dat Fortuin 3 rijksdaalders had ontvangen voor blauw textiel en 5 hemden die Susanna voor hem verkocht had.

Verder werd hij gevraagd of hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0716  


Susanna bekende bij haar verklaring dat ze de spullen die Slamath haar in bewaring had gegeven (een stuk blauw linnen en 5 hemden) heeft verkocht aan de slaaf September, die bij burger Nicolaas Brommert hoorde, voor 3 rijksdaalders.

Fortuijn, die bij burger Hagetshi hoorde, verklaarde dat hij 's nachts om 4 uur geklop hoorde op de deur van zijn eigenaar. Toen hij opendeed zag hij niemand en ging weer slapen. Kort daarna zag hij twee jonge slaven in het huis: Slamath (over wie Susanna sprak) en September (aan wie Susanna de goederen had verkocht). Hij vertelde ook dat hij twee dagen later werd aangesproken door een Chinese man genaamd Claas (die nu gevangen zit).

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0672  


Het gaat over een verhoor van iemand die ontkent dat hij:

Ook wordt vermeld dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0715  


Fortuijn van Bengalen werd veroordeeld door de Staten-Generaal. Hij kreeg de volgende straffen:

Ook genoemd in de tekst zijn de slaaf Pieter van Bengalen, eigendom van een vrije zwarte man, en Tomas van Macassar, eveneens een slaaf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0054  


De slavin Christijn van de Caab, eigendom van landbouwer Pieter Venter, verklaarde dat ze de slaaf Fortuijn heeft gesproken bij de pomp op dezelfde avond dat het woonhuis van haar eigenaar in brand vloog. Het huis lag bij Riebeeks Kasteel op de plaats genaamd Klovenburg, eigendom van Pieter van Taak. De soldaat Jan Philip Ploegsteert uit Osnabrück en de matroos Borchart Wenke uit Delmenhorst waren hierbij als betrouwbare getuigen aanwezig. Christijn heeft haar verklaring later nog eens bevestigd voor de heemraden, die hiervoor door de Raad van Justitie waren aangesteld. Ze gaf aan dat ze niets wilde toevoegen of wijzigen aan haar verklaring.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0108  


Ongeveer 2 maanden geleden heeft de jachtopziener Jan in 't Veld tussen de windmolen en de Jonas pan twee slaafjongens ontmoet. Een van hen, Sambaba, eigendom van vaandrig Abraham Lever en verhuurd aan burger Hendrik Paassen, droeg een geladen geweer. De jachtopziener heeft dit geweer afgenomen en later in Kaap aan vaandrig Willem Muijs overhandigd. Gerrit Claasz, die als knecht voor Hendrik Paassen werkt, verklaart ter verdediging dat hij tijdens een transport van hout naar Kaap het geweer aan slaaf Sambaba had gegeven. Hij deed dit omdat hij bang was dat het geweer van de wagen zou vallen door het schudden. Sambaba zou het geweer teruggeven zodra ze op een vlakkere weg zouden komen. Maar toen Gerrit Claasz vooruit reed, kwam Sambaba pas een half uur later met het bericht dat een jachtopziener het geweer had afgenomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0993  


Fortuijn van Ceylon werd veroordeeld door de autoriteiten van de Verenigde Nederlanden. Hij moest naar de plek gebracht worden waar normaal gesproken criminele straffen werden uitgevoerd. Daar zou de beul hem:

Dit vonnis werd uitgesproken in het kasteel van Kaap de Goede Hoop op 29 november 1742 en uitgevoerd op 1 december 1742.

Het document werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0991  


Sara schreeuwde, waarop de man haar bij haar borst greep en op de grond gooide. Hij viel op haar en trok haar kleding deels uit. Terwijl Sara om hulp bleef roepen, kwamen enkele slavinnen van de Oost-Indische Compagnie er aan. Een van hen vroeg wat er aan de hand was. De man stond op en een van de vrouwen zei dat hij een wegloper was. Hij ontkende dit en zei dat ze hem maar naar de gevangenis moesten brengen als ze dat dachten. De slavin Magteld vroeg wat hij met Sara wilde doen, waarop hij zei dat hij voor geld bij haar wilde slapen.

De man werd eerst naar de baas van de Compagnie's tuin gebracht en daarna naar de gevangenis. De Raad van Justitie heeft de zaak behandeld na een aanklacht van de hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Ze hebben de vrijwillige bekentenis van de gevangene gehoord en deden uitspraak namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0990  


Op 22 oktober 1740 moest sluipschutter Jan Brot een verklaring afleggen voor secretaris Daniel Godfried Carnspek van de Raad van Justitie. Dit deed hij op verzoek van fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn. Hij verklaarde dat hij ongeveer een maand eerder, tijdens een jachtrit naar de post Tanbessies Kraal, tussen de windmolen en Jonaspan twee jonge slaven tegenkwam. Een van hen liep achter wat vee aan, terwijl de andere een geweer droeg. Brot vroeg hen hoe ze aan het geweer kwamen en wie hun eigenaar was. De jongen die achter het vee liep antwoordde dat ze bij burger Hendrik Paasen hoorden. Brot nam daarop het geladen geweer in beslag en gaf dit later in Kaap af bij vaandrig Willem Muijs.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0997  


Op de rechtbank van het kasteel de Goede Hoop vond een rechtszitting plaats. Hierbij waren aanwezig de klerken Hendrik Emanuel Blanckenberg en Johannes Casparus Kalp als getuigen. Zij ondertekenden samen met de secretaris D.G. Carmbjesk en Sarnspel het document.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0998  


De tekst gaat over een rechtszaak over verkrachting. De aanklager legt uit waarom bepaalde getuigenissen niet geldig zijn. Slaven mochten namelijk niet onder ede getuigen. De aanklager bespreekt vervolgens welke straf er moet komen. Hij verwijst naar verschillende wetten:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0975  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/