Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Dit is een aanklacht tegen de Hottentot vrouw Juliana die woonachtig was bij de weduwe van oud-raadslid Borchard Brand op haar boerderij aan Joostenberg. De president van het Kasteel de Goede Hoop, Rijk Tulbagh, en de raad van justitie behandelen de zaak. De aanklager is de landdrost Pieter Lourensz. Juliana wordt beschuldigd van een ernstig misdrijf en is nu een gevangene.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1335  


De gevangene vertelde dat ze ongeveer 2 uur voor zonsondergang, toen haar meesteres in de tuin was en er alleen een jongen en een meid in de keuken waren, uit schaamte en angst voor spot haar baby heeft weggebracht. Ze nam het kind uit haar kooigoed en bracht het naar een fontein die 500-600 stappen van het huis lag. Daar heeft ze een gat gegraven in de wal van een sloot en het kind begraven. Daarna gooide ze haar rok in het water en ging terug naar het woonhuis.

De volgende dag rond het middaguur was de gevangene in de keuken bezig met koken voor het personeel. Een slavin genaamd Eva van Rio de Lagoa zag samen met een andere slavin Jannetje van de Caab dat er melk uit de borst van de gevangene druppelde. Eva vroeg: "Juliana, wat druppelt daar uit jouw borst?" Toen Jannetje dichterbij kwam, zag zij ook wat Eva had gezien. De gevangene reageerde op Eva's vraag met: "Loop jij altijd maar wat te praten."

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1376  


Johannes Theophilus Rhenius, de hoofdofficier van de buitengebieden, klaagde de boer Fredrik Boota Jacobusz aan. De aanklacht ging over het opzettelijk neerschieten van de slavin Eva van de Caab. Deze slavin was eigendom van de boer Hermanus Steijn. De aanklacht werd ingediend bij Rijk Tulbagh, de voorzitter, en de rechtbank van het bestuur. Als bewijs werden verklaringen voorgelegd van de slaaf Testa van Batavia en zijn eigenaar Hermanus Steijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0211  


Rut en zijn broer E zijn neven die bij de boer Hermanus Steijn woonden. Ze leggen uit hoe twee slaven genaamd Batavia en Eva van de Caab waren weggelopen van hun eigenaar. Ze werden gevangen door Jurgen Boota, de broer van hun eigenaar. De slaven werden eerst naar het huis van hun ouders gebracht. Daarna moesten ze naar hun eigenaar worden gebracht, die zich op dat moment bevond op het landgoed van raadslid Cornelis van Rooijen. Marthinus hielp bij het overbrengen van de slaven en droeg daarbij een kaars. De reis vanaf het ouderlijk huis naar het landgoed van Van Rooijen duurde ongeveer anderhalf uur.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0272  


Fredrik Boota Jacobusz heeft als boer een brief geschreven aan Rijk Tulbagh, voorzitter van de Raad van Justitie. Hij schrijft over een rechtszaak die de districtsbestuurder Johannes Theophilus Rhenius tegen hem had aangespannen. De zaak ging over het doodschieten van een slavin genaamd Eva van de Kaap, die eigendom was van boer Hermanus Steijn. Op 3 februari werd het vonnis geveld en op 24 februari uitgesproken. Het vonnis bepaalde dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0295  


Deze tekst lijkt te beschadigd of onvolledig om een zinvolle samenvatting van te maken. Er zijn alleen losse letters en fragmenten zichtbaar die geen coherente betekenis vormen, met uitzondering van mogelijk een datum "26 Maij". Zonder een leesbare brontekst kan ik geen betrouwbare samenvatting maken volgens de gevraagde specificaties.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0257  


De volgende dag in de middag was de beschuldigde in de keuken bezig met het maken van koekjes voor het personeel. Daar waren ook 2 slavinnen van weduwe Brand: Eva van Rio de la Goa en Jannetje van de Kaap. Eva ontdekte dat er melk uit de borst van de beschuldigde druppelde en vroeg aan Juliana: "Wat druipt daar uit jouw borst?". Jannetje kwam dichterbij en zag het ook. De beschuldigde antwoordde: "Och, jij weet altijd wat te zeggen."

Weduwe Brand had al eerder gezien dat de buik van de beschuldigde opgezwollen was. Ze vermoedde een zwangerschap en had de beschuldigde er vaak naar gevraagd. Die ontkende steeds en zei dat haar buik al eerder opgezwollen was geweest. De weduwe Brand beweert dit echter nooit eerder gezien te hebben. Toen zij de beschuldigde en de slavinnen luid hoorde praten in de keuken, ging ze vanuit de voorkamer kijken wat er aan de hand was. Ze vroeg de slavinnen waarom ze zo hard praatten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1338  


Een slaaf genaamd Septa van Batavia heeft een verklaring afgelegd aan landdrost Johannes Theophilus Rhenius. Septa was een slaaf van boer Harmanus Steijn. Tijdens het ploegseizoen is Septa samen met slavin Eva van de Kaap weggelopen van zijn meester's boerderij bij de Bruintjes Rivier. Na ongeveer 7 dagen werden ze gevangen genomen door Jurgen Bota, de zoon van oud-heemraad Jacobus Bota, bij de Kooans Kloof. De slaven werden eerst naar de boerderij van Stephanus Becker gebracht en ongeveer 3 dagen later naar het landgoed van Bota. Daarna werden Septa en Eva door twee andere zonen van Bota, Frederick en Marthinus Bota, op bevel van de vrouw van Jacobus Bota op pad gestuurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0227  


De landrechter Johannes Theophilus Rhenius vond dat, omdat er geen rekening gehouden mocht worden met het aanzien van personen, er een zaak moest worden behandeld nadat alle rechters de stukken hadden gelezen. De aanklager moest reageren op het verweer en de tegeneis. Bovendien moest hij de proceskosten betalen.

De zaak ging over Fortuijn van Ternaten, eigendom van landbouwer Ernst Mostert, en Valentijn van Mallabar en Simon van Couchin, die eigendom waren van de weduwe van voormalig raadslid Johannes Cruijwager. Het betrof een zaak over weglopen, samenscholing en verzet.

Na bestudering van alle documenten werd besloten dat de aanklager over 8 dagen zijn belangen moest toelichten op basis van de ingediende verklaring van de gedaagde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0014  


De rechtszaak ging over landbouwer Frederick Bota die de slavin Eva van de Caap had doodgeschoten. De slavin was eigendom van landbouwer Harmanus Steijn. De zaak werd op 13 januari behandeld. De Raad besloot namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden dat Frederick Bota veroordeeld werd tot:

Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop. Op 10 februari 1746 kwam de rechtbank weer bijeen onder leiding van Rijk Tulbagh. Jacobus Moller en Cornelis Celders waren afwezig wegens respectievelijk ziekte en andere bezigheden. Ook werd een zaak behandeld tussen aanklager Pieter Reede van Oudshoorn en burger Abraham Leever.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0015  


Sephta van Batavia en Eva van de Caab, slaven van de landbouwer Hermanus Steijn, waren weggelopen. Ze werden gevangen door Jurgen Boota, de broer van Hermanus Steijn. De slaven werden naar het huis van Boota's ouders gebracht. Ze moesten toen naar hun eigenaar worden gebracht, die zich op dat moment op de plaats van de heemraad Cornelis van Rooijen bevond. De groep nam de gewone weg langs het huis van de vader van E van Rooijen, en deed er een half uur over. De twee slaven gingen met de groep mee naar hun eigenaar, maar het is niet duidelijk of ze dit vrijwillig deden en of ze zich haastten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0260  


Marthinus Bota (zoon van Jacobus Boota) verscheen voor een ondervraging door de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. De ondervraging werd gedaan op verzoek van de landdrost van de verre districten, Johannes Theophilus Rhenius. Marthinus Bota verklaarde dat hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0259  


De gevangene verbleef met 4 kinderen, genaamd Maria Katika (ook bekend als Trijntje Demiaka Noualo) en Massimias. Ook was er een slaaf van Jan Hendrik Debes genaamd Supido, die bij een vrouw Cathrijn hoorde. Er was ook een vrouw van Jan Abraham Meijer, genaamd Sijbilla. Ze lieten hem hout en water halen en het vuur onder de pot stoken.

Na enkele maanden werd hij 's ochtends door slaaf Cupido en vrouw Cathrijn met de kinderen het veld in gestuurd om uitjes te graven. Van een afstand zag hij dat de overgebleven slaven bezig waren een jongen weg te slepen. Sijbilla en Cathrijn riepen hem terug naar huis. Bij terugkomst zag hij een bloedplas bij de hoek van het huis, die bedekt was met zand en as. Sindsdien heeft hij slaaf Constabel nooit meer gezien. Later hoorde hij van Sijbilla dat ze hem hadden gedood.

Enkele maanden na de dood van Constabel werd hij door slaaf September en Sijbilla meegenomen naar de Mosselbasis rivier, bij het land van boer Tobias van Dijk. Sijbilla ging 's avonds alleen naar het land van Van Dijk en kwam terug met een slaaf genaamd Fortúijn. September en Sijbilla vroegen Fortúijn om met hen mee te gaan, wat hij meteen accepteerde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1020  


Een groepje weggelopen slaven had een huis gebouwd in het gebergte bij Roodezand. Het ging om de volgende personen:

Augustus van de Caab werd ongeveer 2 jaar geleden bij Groene Berg opgepakt door twee weggelopen slaven: Constapel en September (slaaf van Jan Abraham Meijer). Ze dwongen hem mee te gaan naar hun schuilplaats in het gebergte. Daar trof hij aan:

Augustus van de Caab moest water en hout halen en het vuur onderhouden. Na enkele maanden werd hij samen met Cupido, Cathrijn en haar kinderen het veld in gestuurd om uien te verzamelen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1063  


Bij het Rode Lands gebergte werd de beklaagde samen met zijn medeplichtigen omsingeld door enkele Europese mannen. Augustus van Hoppe, die buiten was, werd neergeschoten door Hendrik Hoppe. Daarna werden de beklaagde en zijn kompaan Anthonij, samen met 3 kinderen van de dienstmeid Cathrijn, opgepakt en naar de gevangenis in Stellenbosch gebracht. De slaaf September en dienstmeid Sibilla pleegden later zelfmoord door zich op te hangen met een riem. De beklaagde verklaarde verder dat toen ze met z'n vieren dienstmeid Cathrijn gebonden wegbrachten, Sibilla het kind Maria achterna joeg met een speer. Nadat Cathrijn dood was, hebben ze op aandringen van Sibilla besloten om ook Maria te doden, wat ze direct uitvoerden met hun stokken.

Dit is in het Portugees opgetekend aan de Kaap de Goede Hoop op 18 augustus 1746 voor de heren Detillij en Cloppenburg, leden van de Raad. Het document is ondertekend door de beklaagde en de secretaris J.F. Temmendorff.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1046  


De slaaf Augustus verklaart dat hij samen met een aantal anderen op één dag naar een huis was gegaan. Iedereen kwam terug behalve Cathrijn met haar kinderen. De volgende dag hoorde hij van de dienstmeid Sibilla dat zij waren omgebracht.

Hij bekent ook dat hij op een nacht met Cupido, Anthonij, Fortuijn en September 12 schapen uit een kraal had gestolen en naar hun schuilplaats had gebracht.

Toen hij probeerde te vluchten naar zijn meester, werd hij gevangen door de slaven September, Cupido en de dienstmeid Sibilla. Ze sloegen hem met takken en dreigden hem te vermoorden als hij weer zou weglopen.

Ongeveer 6 weken geleden werd hun schuilplaats door Europeanen omsingeld. Toen Augustus naar buiten probeerde te vluchten, werd hij neergeschoten. Hij werd samen met Anthonij, Augustus en 3 kinderen gevangen genomen. De slaaf September en dienstmeid Sibilla hebben zichzelf opgehangen.

Dit werd bekend aan de Kaap de Goede Hoop op 18 augustus 1746 voor de heren Detillij en Cloppenburg, raadsleden, die het document hebben ondertekend samen met de bekennende slaaf en de secretaris.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1058  


Augustus, de 15-jarige slaaf van boer Hendrik Hoppe, heeft voor het stadsbestuur van de Kaap een verklaring afgelegd. Hij vertelde aan landdrost Pieter Lourensz wat er ongeveer 2 jaar geleden was gebeurd. Op een regenachtige avond, toen Augustus de koeien zocht, werd hij ontvoerd door 2 weggelopen slaven: Constabel (van Hoppe) en September (van Jan Abraham Meijer). Ze dreigden hem te vermoorden als hij zou schreeuwen.

Ze brachten hem naar een huis bij het Rode Zandgebergte, dat andere weggelopen slaven hadden gebouwd. Daar woonden:

Augustus moest hout en water halen en het vuur onder de kookpot onderhouden. Na enkele maanden stuurden Cupido en Cathrijn hem met de kinderen het veld in om uien te verzamelen. Hij zag toen dat de anderen bezig waren een jongen weg te slepen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1055  


Na het schieten op een jonge slaaf is de mevrouw Eva weggevloeid. Fredrik, een van de twee broers, achtervolgde de vluchtende jongen en schoot op hem. Ze zochten samen met hun paarden naar de gevluchte slaaf Tephta, maar konden hem niet vinden. Terwijl ze hem zochten, riep Fredrik drie keer "Sta!" naar de mevrouw.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0266  


Op het eerste blad staat dat hij en zijn broeder van hun paarden waren afgestapt om een weggelopen slaaf te achtervolgen en op te pakken. Ze hadden hun paarden aan een slavin in bewaring gegeven. De broer van de verdachte verklaarde dat ze samen wel 200 keer naar de slaaf Testa hadden gezocht nadat deze was neergeschoten. Toen ze hem niet konden vinden, gingen ze terug naar hun paarden. Bij hun terugkomst probeerde de slavin die bij de paarden stond pas te vluchten.

Dit klopt volgens de aanklager niet. Als de slavin echt had willen vluchten, had ze dat al kunnen doen in de tijd dat de twee broers de slaaf Tephta achtervolgden. Ze had ruim de tijd gehad om weg te lopen en de paarden achter te laten voordat de mannen terugkwamen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0219  


De slaaf Jephta vertelde dat zijn vrouw, de slavin Eva, hem had gemeld dat de aangeklaagde haar tegen haar wil tot seks had gedwongen. Jephta voegde toe dat toen ze bij het 'holle gat' kwamen, de aangeklaagde van zijn paard stapte en zijn broeder Marthinus aanmoedigde om ook seks te hebben met de slavin. Marthinus wilde dit alleen doen als Jephta eerst zou zweren dit geheim te houden. Daarna gingen de twee broers even apart zitten om een pijp tabak te roken en spraken ze in het 'Hottentots'. Ze riepen slavin Eva bij zich, die kwam opdagen. Ondertussen had Jephta zijn handen weten los te maken en riep naar de twee broers.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0214  


De beschuldigde ging samen met Juliana naar de fontein waar het kind begraven was om water te halen. Juliana zei tegen de beschuldigde dat ze het kind tevoorschijn moest brengen en dat ze niet bang hoefde te zijn. De beschuldigde antwoordde dat ze haar rok bij de fontein had uitgespoeld en dat er bloed in had gezeten.

De slavin Jannetje suggereerde dat het bloed van het kind kon zijn en stelde voor ernaar te zoeken. De beschuldigde weigerde dit ondanks herhaaldelijk aandringen van Jannetje. Nadat Jannetje wat had rondgezocht, gingen ze samen terug naar het woonhuis van weduwe Brand.

Toen slavin Eva het antwoord van de beschuldigde hoorde, moest ze tegen de beschuldigde zeggen dat ze datgene wat tevoorschijn was gekomen moest ophalen. Eva ging daarna naar het huis. Toen ze hoorde dat de beschuldigde al was vertrokken om iets op te halen, gaf ze direct opdracht om de beschuldigde te volgen om te zien waar ze naartoe ging.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1340  


De landbouwer Marthinus Christoffel Jaco Bota verscheen voor de Raad van Justitie in het kasteel van Kaap de Goede Hoop. Na het voorlezen van eerdere vragen en antwoorden, gaf hij aan dat hij bij zijn verklaringen bleef. Hij wilde alleen bij artikel 31 toevoegen dat zijn broer Frederik Bota niet tegen hem had gezegd dat de slavin Eva aan de linkerkant van haar buik was geraakt. Zijn broer had alleen verteld dat de slavin direct na het schot was neergevallen. Hij verklaarde dat dit de waarheid was.

Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 22 november 1745 voor de raadsleden A. Decker en P.H. Blanckenberg. Het document werd ondertekend door de ondervraagde en de beëdigde klerk A.V. Schoor.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0270  


In 1746 werden in Kaap de Goede Hoop verschillende mensen veroordeeld:

Ook werd besloten dat drie kinderen, geboren tijdens de omzwervingen van een slavin van boer Jan Overholster, aan hem werden overgedragen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0075  


De slavin Jannetje van de Kaap verscheen voor de rechters van het kasteel de Goede Hoop. Haar eerdere verklaring werd aan haar voorgelezen. Ze bevestigde dat alles klopte en wilde niets toevoegen of weghalen. In aanwezigheid van de Hottentot Juliana verklaarde ze dat alles de waarheid was. Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop op 30 november 1746.

De oorspronkelijke verklaring werd afgelegd in Stellenbosch op 9 november 1746, in aanwezigheid van de burgers Pieter Wion en Gerrit Kemp als getuigen. De secretaris A. Schephausen ondertekende het document samen met de anderen.

Het document werd ook ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1374  


In 1746 gebeurden de volgende rechtszaken in het kasteel de Kaap de Goede Hoop:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 0077  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/