Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De onafhankelijke aanklager Pieter Rheede van Oudshoorn diende een aanklacht in bij rechtbankvoorzitter Rijk Tulbagh en de raad van justitie. De aanklacht was tegen Arend van den Velde uit Kaap, een slaaf van boer Jacobus Kruger de Jonge. Van den Velde werd verdacht van moord op medeslaaf Cupido uit Bengalen. Kruger had op 24 oktober aan de aanklager gemeld dat zijn veewachter Cupido op 21 oktober 's avonds met het vee was weggebleven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0315 Een getuige werd verhoord over een moordaanslag. De getuige lag te slapen bij de schoorsteen in de kombuis (scheepskeuken) toen Tjampaij, een bandiet, haar wakker maakte. De moordenaars vroegen haar om:
Er waren in totaal 4 moordenaars. De getuige ontkent eerst alle beschuldigingen maar geeft later toe dat ze wakker werd gemaakt. Ze beweert verder niets te weten van het gesprek met Tjampaij.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0300 Tjampaaij, Lausoe, Cadere en de bekennende verdachte gingen naar het huis van Strous. Ze klommen via een klein platform van raadslid Blankenberg naar de schoorsteen van Strous. Tjampaaij bond een touw vast aan een ijzeren ring bij de schoorsteen. De vier mannen klommen in deze volgorde naar beneden in de keuken:
Een dienstmeid was wakker en hielp hen. Ze deed het licht uit en wees de weg naar de slaapkamer van Strous. Ze zei dat ze geen zorgen hoefden te maken. Tjampaaij klopte op de deur. Strous deed open van binnenuit zonder iets te zeggen. Toen Strous naar buiten wilde gaan, viel Tjampaaij hem aan en stak hem ongeveer 3 keer. De bekennende verdachte weet niet of Lausoe ook gestoken heeft. Toen Strous om hulp riep, werd de bekennende verdachte bang en vluchtte via de voordeur, die Lausoe had opengemaakt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0290 Tjampaaij, Lansoe, Lantziep en een bekennende verdachte klommen één voor één op een klein platform. Ze klommen door de schoorsteen naar binnen, waarbij Tjampaaij eerst een touw aan een ring vastmaakte. Tjampaaij ging als eerste naar beneden, gevolgd door Lansoe, de bekennende verdachte en als laatste Lantziep.
Ze vonden een slapende dienstmeid in de keuken. Tjampaaij maakte haar wakker, waarop zij het licht in de keuken uitdeed. De dienstmeid wees hen de weg naar de kamer van haar meester. Tjampaaij liep voorop en klopte op de deur. De meester vroeg wie daar was, maar niemand antwoordde. Toen de meester de deur opende en naar buiten kwam met een geweer, viel Tjampaaij hem aan en stak hem drie keer.
Toen het slachtoffer om hulp riep, vluchtte de bekennende verdachte door de onderdeur die Tjampaaij had opengerukt. De anderen volgden hem. De bekennende verdachte voegde toe dat de dienstmeid zelf met Tjampaaij had afgesproken dat ze die nacht moesten komen om de man te vermoorden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0274 De prins van Oranje veroordeelde als stadhouder een verdachte uit Makassar tot de doodstraf. De man moest naar de plaats worden gebracht waar normaal gesproken criminelen werden gestraft. Daar werd hij overgedragen aan de beul om met een touw aan de galg te worden opgehangen tot de dood erop volgde. Zijn lichaam moest daarna naar buiten worden gesleept en opnieuw worden opgehangen, waar het moest blijven hangen als prooi voor de lucht en vogels.
De landdrost meldde dat op 3 oktober bij de boerderij van Jan Lategaan in de Wagenmakersvallei in een ijzervarkenshol een dood lichaam was gevonden. Lategaan herkende aan de kleding dat het zijn weggelopen slavin Regina van Ternaten was, die ongeveer 14 dagen eerder was weggelopen. De chirurgijn Willem Ferdinand Hooijer had het lichaam onderzocht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0050 Sara moest op zoek gaan naar verloren schapen. Ze ging met 4 bokken op pad en kwam terug. Ze vroeg naar verdwenen schapen maar die waren er niet. De volgende ochtend moest Sara nogmaals gaan kijken bij Tuijtman om naar de vermeende verloren schapen te zoeken. Toen ze terugkwam vertelde ze dat ze bij Tuijtman geen schapen had gevonden. Er werd tegen de slavin gezegd dat ze de schapen moest leveren, anders zou ze gedood worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0566 De slaaf Matthijs van Mallebaar verklaarde bij het gerecht in Kaap de Goede Hoop dat hij ten tijde dat Bastiaan hem met een sikkel gooide, geen slavin met vee had gezien of gesproken in die omgeving. Hij bleef bij zijn verklaring na voorlezing ervan, en wenste er niets aan toe te voegen of te wijzigen. De verklaring werd afgelegd in het Portugees in aanwezigheid van klerken Otto Wilhelm Liotenburg en Daniel Egbertus Pfeil als getuigen. Het document werd ondertekend door de getuigen, de aanklager en secretaris Siemmendorf.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0404 Petrus Louw heeft een slavin genaamd Steijntje gevraagd of er vreemde schapen tussen de kudde zaten. Ze antwoordde ontkennend. Daarna ging Petrus Louw zelf naar de kraal en vond daar een ongemerkt schaap van zijn vader, heemraad Johannes Louw. Petrus Louw vroeg waar het schaap gemerkt was en zei dat hij het er niet bij zou laten. Louw antwoordde dat het nu te donker was, maar dat hij er bij daglicht op terug zou komen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0573 Arend van den velde antwoordt op beschuldigingen over een moord. Hij blijft bij zijn eerdere verklaring en zegt dat niet Cobus Kruger de jonge, maar de slaaf Bastiaan de slaaf Cupido heeft vermoord uit jaloezie. Dit zou te maken hebben met de slavin Clara, die een relatie had met Bastiaan. Arend voegt hieraan toe dat Bastiaan zich ook schuldig heeft gemaakt aan bestialiteit met een hond in oktober 1747 in het kafhok van zijn meester. Arend heeft dit verteld aan:
Ook beschuldigt Arend Bastiaan ervan dat deze in 1747, tijdens de graanoogst, een slaaf genaamd Matthijs (eigendom van de weduwe Ten Damme van de plaats Brackefonteijn) met een sikkel in het hoofd heeft geslagen. Dit gebeurde uit jaloezie omdat Matthijs bij Clara was. Toen Bastiaan werd geconfronteerd met deze beschuldigingen, ontkende hij alles. Hij zei dat hij niets wist van de moord op Cupido en dat Arend de enige moordenaar was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0012 Hij ontkende dat hij de opdracht aan de slavin had gegeven en beweerde de schapen niet gezien te hebben. Hij ontkende ook dat hij tegen haar had gezegd dat als ze de schaapherder van Walters zou zien, ze de schapen terug moest geven. Hij moest er wel voor zorgen dat de andere herders van Dupreez en Louw dit niet zouden zien. Hij had Sara opgedragen ervoor te zorgen dat de slaven-herders van Louw en Dupreez zijn schapen niet zouden kunnen zien. Hij was namelijk bang dat als de herders de gemerkte schapen tussen zijn kudde zouden zien, zijn daden bekend zouden worden. Na 8 dagen waren er 40 schapen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0558 Cadere legde een verklaring af die werd vertaald van het Maleis naar het Nederlands aan Kaap de Goede Hoop op 14 april 1749. Dit gebeurde voor de raadsleden R.S. Alleman en Artoijs van de Raad van Justitie. C.L. Neethling was de beëdigde klerk die dit ondertekende. Later verscheen Cadere nogmaals voor dezelfde raadsleden. Na het voorlezen van zijn eerdere verklaring, bevestigde hij dat deze volledig klopte en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald hoefde te worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0275 Sara heeft 's ochtends in de schapenkooi op de vraag of de schapen van Walters er nog waren geantwoord dat ze er inderdaad waren. Er werd voorgesteld om overmorgen allemaal naar de Lammershoek te gaan, waar de schapen dan gemerkt konden worden. Sara antwoordde dat ze de schapen niet kon merken omdat ze het merk van de baas niet konden krijgen. De volgende ochtend liet Sara 6 schapen vangen in de schapenkooi.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0559 Sara zegt in antwoord op vragen over 6 schapen dat ze deze niet heeft gezien. Ze ontkent dat ze heeft verteld dat de schapen aan het rechteroor met 3 kerven en aan het linkeroor met een halve maan gemerkt waren. Ze zegt niet te weten dat zulke schapen in de buurt zijn en vermoedt dat het verdwaalde schapen zijn. Er was haar opdracht gegeven om deze schapen niet uit de kudde te jagen maar erbij te houden. De volgende ochtend, toen de vragensteller in de kraal kwam en de schapen niet ver van de kudde zag, dacht ze dat deze 6 schapen aan Louw toebehoorden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0555 De eerste verdachte en de medeplichtige bandiet Lausoe uit Boegis hebben hun eerdere vrijwillige bekentenissen voor de rechters ingetrokken. Ze beweerden dat ze niets wisten van de misdaden die ze eerder hadden toegegeven.
De rechters besloten daarop om foltering toe te passen op beide verdachten. Lausoe wist echter zelfmoord te plegen in de gevangenis om aan de foltering en zijn verdiende straf te ontkomen.
De eerste verdachte werd naar de folterkamer gebracht. Daar bekende hij opnieuw, zonder dat er daadwerkelijk foltering werd toegepast. Hij deed dit al bij het dreigement dat hij zou worden opgehangen. Hij bevestigde toen zijn eerdere bekentenis die hij had gedaan toen hij op heterdaad was betrapt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0258 De onafhankelijke officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn heeft op 22 mei een aanklacht ingediend bij de rechtbank van het bestuur. De aanklacht was gericht tegen:
Deze drie waren eerder dwangarbeiders en slaven in dienst van de VOC-factorij. Ze werden aangeklaagd voor een geplande moordaanslag en geweldpleging op de burger Georg Frederick Straus in zijn huis tijdens de nacht. De aanklacht werd voorgelegd aan de president Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie. De officier van justitie eiste de doodstraf op basis van voldoende bewijzen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0257 Magnus Pietersz verklaarde dat hij nooit zulke schapen heeft gehad en al helemaal niet dat hij schapen met stompe oren van de boer Dirk Coetse zou hebben gehad. Hij deed deze verklaring bij het gemeentehuis van Stellenbosch. De getuigen hierbij waren Abraham Faure en de bode Hendrik van Ellewe. De verklaring werd officieel vastgelegd door secretaris J.B. d'aillij. Later verscheen Magnus Pietersz voor de rechters om zijn verklaring te bevestigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0584 De onafhankelijke aanklager Pieter Rheede van Oudshoorn diende een aanklacht in bij de president Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie tegen Antonij Onvervaard uit Paderborn. Onvervaard werkte als tuinier in de tuin van de VOC. De aanklacht betrof een verwonding. Als bewijsmateriaal leverde de aanklager vier documenten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0587 Na het voorlezen van de verklaring bevestigde de getuige dat deze volledig juist was. Hij wilde niets toevoegen of weglaten. In aanwezigheid van de landbouwer Theunis van Aard zwoer hij met de eed "zo waarlijk helpe mij God almachtig". Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 25 april 1749.
Het document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0585 De getuige verklaart dat hij een vechtpartij zag in een kamer met een tuinier. De tuinier lag onder tijdens het worstelen. De getuige en de soldaat Jurgen Kok kwamen samen binnen, nadat ze waren geroepen door een slaaf die aanwezig was. Ze trokken de tuinier en de andere persoon uit elkaar. De getuige zag dat zijn metgezel bloedde in het gezicht. De tuinier vluchtte meteen naar buiten, waar hij werd gearresteerd door de burgerwacht. Op aanwijzing van de slaaf, die zei dat de tuinier een mes had gehad, zocht de burgerwacht naar het wapen. Een lid van de wacht vond het mes en pakte het op. De getuige verklaart dat hij het mes zelf niet eerder had gezien. Hij is bereid deze verklaring onder ede te bevestigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0600 3 gevangenen en de bandiet Lausoe maakten op zaterdag 12 april een plan om de burger Georg Frederick Strans te vermoorden. De slavin Amarentia had hen 20 tot 25 rijksdaalders beloofd voor deze moord. De groep verliet de slavenverblijven van de VOC en zwierf tot ongeveer 11 uur 's avonds rond. Daarna gingen ze naar het huis van Strans. Ze klommen op het achterplaatsje aan de straat. Bij de schoorsteen maakten ze een touw vast aan een ring of spijker. Een voor een klommen ze via de schoorsteen naar beneden, de keuken in. Daar troffen ze de slavin Amarentia aan, die wakker was of deed alsof ze sliep.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0260 De beschuldigde gaf toe dat ze niet met 4 personen tegelijk uit het gebouw gingen, maar één voor één. Hij was niet de derde maar de laatste die via de schoorsteen naar beneden klom. De dienstmeid lag in de keuken op haar slaapplaats en deed alsof ze sliep. De beschuldigde wist niet precies hoeveel messteken Tjampaaij aan burger Strons had gegeven. Dit alles verklaarde hij in aanwezigheid van de slavin Amarentia van Rio de Lagoa, die eigendom was van Strons. Deze verklaring werd via een tolk uit het Maleis opgetekend aan de Kaap de Goede Hoop op 10 mei 1749, voor de raadsleden Brand en Bestbier. De verklaring werd ondertekend door deze raadsleden samen met de beschuldigde en secretaris Tiemmendorf. Ceetheing bevestigde dit als beëdigd klerk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0276 Sara vertelde dat zij 's morgens in de Kraal was. Iemand vroeg haar toen of de oren van de schapen nog bloedden, waarop zij 'nee' antwoordde. De persoon zei tegen haar dat als ze geslagen zou worden, ze niet mocht verraden dat ze hem de schapen had zien merken, omdat een slaaf toch niet geloofwaard was. Hij gaf haar daarna instructies:
Toen Sara zei dat ze dat niet durfde, vertrok de persoon met de schapen het veld in.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0553 De burger Petrus Louw vertelde op verzoek van de bestuurder van Stellenbosch en Drakensteijn, Adriaan van Schoor, het volgende: Op 8 oktober vorig jaar telde hij 's ochtends vroeg de schapen van zijn vader op diens boerderij genaamd De Hottentots Fonteijn bij Ribeeks Casteel. Hij ontdekte dat er 58 schapen misten. Nadat hij de schaapherder hierover had aangesproken, die zei van niets te weten, ging hij te paard de omgeving verkennen. Hij zocht bij de schaapskuddes van de buren of de vermiste schapen daar tussen waren gelopen. In de namiddag kwam hij bij de kudde van de burger Theunis van Aard, waar hij een slavin aantrof.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0523 Sara was een slavin die werkte met een kudde schapen. Toen er 2 bokken vermist werden uit de kudde, werd haar verteld dat er misschien ook schapen weg waren. De volgende ochtend werd er geteld en bleek dat er 10 schapen misten. Sara antwoordde hierop dat de schapen mogelijk bij Snijtman waren, omdat zij daar de dag ervoor druiven had geplukt. Haar werd opgedragen om de volgende ochtend vroeg naar Snijtman te gaan om te kijken of de schapen daar waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0565 A. Lantjiep en Lausoe vielen onmiddellijk op hem aan, maar hij zag niet wie van hen twee hem stak. Na het geschreeuw van Strans vluchtte de bekennende persoon meteen door het raam. In aanwezigheid van de dienstmeid Amarentia van Rio de Lagoa, een slavin van Strans, bevestigde hij dat dit alles de waarheid was. Dit is vastgelegd met vertaling uit het Maleis in het Kasteel de Goede Hoop op 12 mei 1749 voor de raadsleden C. Brand en P. Bestbier uit de rechtbank. Het document is ondertekend door de bekennende persoon, de secretaris en getuige J. C., terwijl Tiemmendorf als secretaris en Ceetheing als beëdigd klerk hun handtekening hebben gezet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0272 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/