Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Pieter Louw kwam naar de schaapskraal toen de schapen naar binnen gingen. 's Ochtends trof hij daar de schapen aan die door slavin Steijntje waren thuisgebracht. Hij gooide de schapen één voor één op de grond en merkte ze met een mes. Sommige schapen kregen het merk van zijn kinderen, andere zijn eigen merk. Daarna zei hij tegen Steijntje dat ze haar spullen moest pakken en met de schapen weg moest gaan. Steijntje vertrok toen met de schapen het veld in. Toen Steijntje 's avonds met de kudde terugkwam, was burger Petrus Louw daar ook aanwezig.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0571  


Tjampaij van Sambouwa, een gevangene in het slavenverblijf van de VOC, 20 jaar oud, heeft een verklaring afgelegd voor de rechtbank. Dit deed hij op verzoek van de hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Hij bekende dat ongeveer 2 weken geleden de medegevangene Lausoe hem vroeg om te helpen bij een moord op een burger Strous. De slavin van Strous had een relatie met de gevangene Lantjiep. Voor deze moord zou 20 rijksdaalders betaald worden. De gevangenen Cadere en Lantjiep wilden ook meedoen, waardoor ieder 5 rijksdaalders zou krijgen.

Gisteravond spraken ze af en bleven weg bij de namencontrole. Rond 11 uur gingen ze naar het huis van Strous. Ze klommen één voor één op een klein platform en vandaar naar het dak bij de schoorsteen. Lantjiep maakte een touw vast aan een spijker. Vervolgens klommen ze naar beneden in deze volgorde:

  1. Cadere
  2. Tjampaij (de bekennende gevangene)
  3. Lausoe
  4. Lantjiep
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0269  


Na de aanklacht over 6 schapen wordt het volgende ontkend:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0556  


De slavin van Hercules Dupreez kwam bij hem langs terwijl hij bij de schaapskooi stond. Ze vertelde dat ze de dag ervoor, toen ze 's avonds met haar kudde schapen naar huis ging, 6 schapen in het veld had gezien. Toen ze bij de dorsvloer kwam, waren deze schapen tussen de andere schapen gekomen en had ze alle schapen de kooi in gedreven.

De slavin Sara had daaraan toegevoegd dat ze die ochtend de schapen had bekeken en ontdekt dat ze van landbouwer Stephanus Walters waren. Ze had daarop geantwoord: "Ik zal de baas niet verraden, want het gaat mij niets aan."

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0557  


De slavin die bij hun aankomst in de kombuis lag te slapen werd door Lantjiep wakker gemaakt. Hij vroeg haar de kombuisdeur open te maken. Toen zijn ze met z'n vieren naar voren gegaan. De slavin klopte zelf op de deur van haar baas' kamer. Strous vroeg wie daar was, maar niemand antwoordde. Toen deed Strous de deur open met een rotan stok in zijn hand. Lausol viel meteen Strous aan en stak hem, maar de verteller weet niet waar Strous geraakt werd. Daarna stak Lantjiep ook. Na het geschreeuw van Strous werd de verteller bang en vluchtte door het raam. Hij weet niet hoe de anderen uit het huis zijn gekomen. Hij verklaart dat het mes dat hem getoond werd van hem was en dat hij dit aan Lausoe had gegeven. Na zijn vlucht uit het huis ging hij naar de tuin van meneer de Grandpreez. Daar kwam Lantjiep ook naartoe. Bij het aanbreken van de dag gingen ze terug naar de loge waar poortwachter Tiion hen zag binnenkomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0270  


Tijdens het begin van de graanoogst in het jaar 1747 was de slaaf Bastiaan samen met de beschuldigde en de slaaf Doea op het land van zijn meester aan het werk. De slavin Clara paste op wat afstand op de dieren. De slaaf Matthijs, eigendom van mevrouw Ten Damme, was op haar boerderij Bracke Fonteijn de kalveren aan het hoeden. Toen Bastiaan dit zag, verliet hij uit jaloezie het graanveld en ging naar Matthijs toe. Hij sloeg Matthijs met zijn graansikkel op het hoofd. Nadat Matthijs een tijd had gebloed, vertrok hij. Bastiaan keerde kort daarna terug naar het graanveld bij de beschuldigde en Doea.

Toen Bastiaan werd opgeroepen en geconfronteerd met de beschuldigde, verklaarde hij niets te weten van de moord op de slaaf Cupido. Hij ontkende ook alle andere beschuldigingen en zei dat alleen de beschuldigde de moord had gepleegd. De Raad besloot de zaak in de huidige staat te houden totdat de aanklager meer onderzoek heeft gedaan.

Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop, ondertekend door secretaris E.J.F. Siemmendorf en bevestigd door klerk Veethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0392  


Steijntje had schapen gehoed en ontdekte op een middag vreemde schapen tijdens het naar huis drijven. Ze bracht deze vreemde schapen met de eigen kudde mee terug naar de kraal. Na inspectie werd er besloten dat de vreemde schapen mochten blijven. De schapen liepen twee dagen met de kudde mee zonder dat er iemand naar vroeg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0570  


Op 3 maart 1749 legde de burger Albert van Jaarsveld een verklaring af voor secretaris Jan Frederick Siemmendorf van de rechtbank van het kasteel de Goede Hoop. Dit deed hij op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Draakensteijn, Adriaan van Schoor. Hij verklaarde dat in oktober 1747 de burger Hercules Dupreez hem had gevraagd om naar diens boerderij te komen. Deze boerderij heette de Klip Fonteijn en lag aan de Paardeberg. Dupreez wilde dat Van Jaarsveld een schaap zou bekijken dat door zijn schaapherder uit de kudde van burger Theunis van Aard was gehaald. Bij aankomst zag Van Jaarsveld dat het schaap een nieuw merkteken had. De volgende dag kwam Dupreez naar de woonplaats van Van Jaarsveld, die bij zijn schoonmoeder woonde, de weduwe Paul Jordaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0519  


Hier spreekt men over een slavin die Sara heette. Ze moest schapen vasthouden terwijl iemand met een mes de oren van de schapen markeerde. Het nieuwe merk was bedoeld voor zijn kinderen. Na het merken moest Sara de afgesneden stukjes van de schapenoren van de grond oprapen. Ze gaf deze stukjes aan de man die ze in zijn zak stopte. Hij nam deze stukjes mee toen hij uit de schaapskraal vertrok. Dit deed hij waarschijnlijk om te voorkomen dat anderen zouden zien dat de schapen eerder een ander merk hadden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0568  


C.N.L. Neethling en Cethang werkten als beëdigde klerken voor de Edele Achtbare Raad van Justitie. Zij hebben een tekst (minuut) ondertekend samen met andere leden van dit gerechtshof.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0515  


Het gaat over een rechtszaak over schapen die illegaal van een merkteken waren voorzien. Petrus Louw ontdekte dat zijn schapen waren gemerkt met het merkteken van iemand anders kinderen. Dit was duidelijk bewijs van diefstal, omdat niemand andermans schapen zou merken zonder er zelf voordeel van te hebben.

De getuigenverklaringen in deze zaak kwamen van:

De rechtsgeleerden Farinacius, Carprovius en Merula worden aangehaald om te bewijzen dat getuigenissen van slaven en niet-christenen rechtsgeldig zijn, vooral wanneer er geen andere getuigen beschikbaar zijn. De slaven hadden geen reden om te liegen uit haat, want ze waren in eerste instantie terughoudend om te getuigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0474  


De beschuldigde ontkende dat hij schapen had met stompe of halfafgesneden oren. Hij loog ook over wat hij eerder had gezegd tegen Louw, Walters en Tuijtman. Hij ontkende dat hij had gezegd:

Dit was allemaal wel door Louw, Walters en Tuijtman verklaard en onder ede bevestigd volgens de bijlagen G, H en S. Hieruit blijkt dat de beschuldigde alles ontkende en probeerde te verbergen, zonder zich te kunnen verdedigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0473  


De getuige, een Hottentot, verklaart dat hij van Dirk 6 schapen als loon heeft ontvangen. Hij heeft de oren van deze schapen niet halverwege afgesneden, maar heeft ze wel het merkteken van Albert van Jaarsveld gegeven. De schapen heeft hij vervolgens naar de boerderij van weduwe Paul Jordaar gebracht, waar Van Jaarsveld woonde. Albert van Jaarsveld bevestigt dit verhaal volledig in zijn beëdigde verklaring.

Het verhaal van de verdachte over twee andere schapen met stompe oren, die zogenaamd van burger Magnus Pietersz (ook bekend als Pieter Sweel) zouden zijn, klopt niet. De slaaf October verklaart dat hij geen schapen met stompe oren naar de boerderij van landbouwer Dirk Coetse heeft gebracht. Ook Magnus Pietersz zegt in zijn beëdigde verklaring dat hij 71 tot 72 schapen had gekocht en deze naar de boerderij van de verdachte had laten brengen. Na ongeveer twee jaar was dit aantal niet gegroeid.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0472  


Petrus Louw was betrokken bij een conflict over schapen met afgeknipte oren. Hij verklaarde dat de schapen met afgeknipte en stompe oren van verschillende eigenaars waren:

Deze verklaring bleek een leugen te zijn, wat werd aangetoond door een verklaring van de Hottentot Dirk zelf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0471  


De aangeklaagde ontkende alle vragen met 'nee' of 'daar weet ik niet van', maar sprak zichzelf tegen. Dit blijkt uit de vergelijking van zijn antwoorden op verschillende vragen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0470  


Petrus Louw had een van de schapen van zijn vader ontdekt dat van een nieuw merkteken was voorzien. Hij vroeg om een kaars om het schaap te bekijken. Volgens verklaringen zei hij toen dat één schaap niets betekende. Walters en Tuijtman reden daarna naar huis, terwijl Louw in de kraal bleef om de schapen in de gaten te houden.

De volgende ochtend kwamen Walters en Tuijtman terug. Petrus Louw haalde toen 50 schapen uit de kudde die van zijn vader Johannes Louw waren. Op 5 of 6 na waren deze allemaal van een nieuw merkteken voorzien. Ook vond hij 6 schapen die het merkteken van Walters leken te hebben. Sommige waren pas gemerkt, andere al langer geleden.

Daarnaast vond Petrus Louw in een kleine groep kreupele schapen nog 2 schapen die van Walters zouden zijn. Hij haalde al deze schapen uit de kudde en liet ze wegdrijven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0469  


In deze zaak ging het om een ruzie over schapen. Petrus Louw kwam langs met getuigen toen hij ontdekte dat er schapen van zijn vader tussen de kudde van de verdachte liepen. Deze schapen waren al van een merkteken voorzien. De verdachte deed alsof hij van niets wist en vroeg aan zijn slavin Christina of er vreemde schapen tussen de kudde zaten. Zij zei van niet. Toen ving Louw in de schaapskooi een ongemerkt schaap van zijn vader en liet dit aan de verdachte zien. Louw vroeg waar dit schaap gemerkt was en voegde toe dat hij dit niet zo zou laten. Hij zei dat als zijn vader geld had, hij dat ook had. Louw zei dat het nu te donker was maar dat hij bij daglicht meer schapen zou aanwijzen, toen de maan opkwam.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0468  


Op een middag kwam Petrus Louw erachter dat er 58 schapen misten uit de kudde van zijn vader, de heemraad Johannes Louw Pietersz. Hij ging op zoek en vond slavin Christina in het veld met een kudde schapen. Hij vroeg haar of er vreemde schapen tussen zaten, wat zij uit angst ontkende. Toen Louw de kudde nakeek, vond hij niet alleen de vermiste schapen (waarvan de meeste al een nieuw merkteken hadden), maar ook nog een ongemerkt schaap van zijn vader.

Toen hij Christina vroeg van wie het ongemerkte schaap was, zei ze dat het van de kinderen van haar baas was. Louw ging daarna naar de boerderij van landbouwer Stephanus Sebastiaan Walters, waar ook landbouwer Jan Hendrik Tuijtman aanwezig was. Hij vertelde hen wat er was gebeurd en vroeg of ze wilden meekomen als getuigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0467  


De schapen waren teruggegeven aan de slavin Christina om te hoeden. Ze kreeg de opdracht om eventuele vreemde schapen die ze in het veld zou vinden onder de kudde te mengen. De eigenaren zouden hun schapen dan later kunnen ophalen uit de kraal. Na enige tijd kwam Christina 's avonds thuis en vertelde ze dat ze 's middags vreemde schapen had gevonden en deze met de kudde had meegenomen. Na inspectie zei hij tegen Christina dat de schapen moesten blijven. Nadat de schapen 2 dagen in de kudde hadden gelopen zonder dat iemand ernaar vroeg, ging hij op de derde dag naar de kraal. Terwijl Christina bij het hek stond om de bokken tegen te houden, pakte hij de schapen en wierp ze één voor één tegen de grond.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0466  


De leider van Tuijtman had geen schaap gevonden van de beschuldigde. Hij had waarschijnlijk verkeerd geteld. De beschuldigde stelde voor de kudde in de Kraal te laten staan. Hij zou er nog enkele vinden. Na 6 dagen kwam de beschuldigde terug in de Kraal. Hij beval Sara om de schapen van Tuijtman te vangen. Dit deed ze. Terwijl Sara de schapen vasthield, merkte de beschuldigde ze met een mes en gaf ze het merk van zijn kinderen. Sara moest de afgeknipte stukjes oor van de grond oprapen en aan hem geven. De beschuldigde stopte deze stukjes in zijn zak zodat anderen ze niet zouden vinden. Daarna vertrok hij uit de Kraal. De slaaf Marten heeft deze gemerkte schapen ook gezien volgens zijn verklaring, en ook de slavin Christina was hierbij betrokken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0465  


De tekst gaat over een conflict over schapen. Hercules Dupreez kwam erachter dat zijn gemerkte schapen zich tussen de kudde van een andere man bevonden. Hij ging samen met twee slaven naar de boerderij Lammershoek. Daar vroeg hij aan de eigenaar of deze vreemde schapen in zijn kudde had, wat werd ontkend. In de schaapskooi wezen Dupreez's slaven de schapen van hun baas aan. De slavin Sara protesteerde en zei dat de schapen van de kinderen van de eigenaar waren. Dupreez bewees echter met het oude en nieuwe schaapsmerk dat het zijn schapen waren. Toen Dupreez vroeg hoe de schapen aan het nieuwe merk kwamen, antwoordde de eigenaar dat zijn jongen die achter de paarden en beesten aanging dat zou weten, maar die was in het veld. Dupreez wees vervolgens 15 vermerkte schapen aan en liet deze wegdrijven. Ongeveer 4 maanden later moest slavin Sara druiven snijden op Lammershoek en tegelijk op de schapen letten. Terwijl ze aan het werk was, zag ze dat de schapen achter de Lange Kloof verdwenen. Ze ging ze achterna en waarschuwde 's avonds bij thuiskomst de eigenaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0462  


De beklaagde was met de schapen in het veld vertrokken. De volgende ochtend kwam hij terug in de schaapskooi. Hij vroeg aan de slavin Sara of de oren van de schapen nog bloedden. Sara antwoordde ontkennend. De beklaagde zei toen tegen de slavin dat als zij nu slaag zou krijgen, ze zich niet moest beroepen op het feit dat ze hem de schapen had zien merken. Hij voegde toe dat een slaaf toch niet geloofwaardig was.

Hij droeg Sara op om de schapen voor ongeveer 4 dagen naar zijn andere terrein in Lammerhoek te drijven. Ze mocht niet in het andere veld komen. Dit was om te voorkomen dat de schaapherder van Du Preez de verse merktekens op de schapen zou zien. Als de merktekens helemaal droog waren, mocht Sara met de schapen gaan waar ze wilde.

Een maand later kreeg Sara 6 vreemde verdwaalde schapen in haar kudde tijdens het naar huis drijven. Ze meldde dit 's avonds aan de beklaagde. Ze vertelde erbij dat deze schapen waarschijnlijk van heemraad Johannes Louw Pietersz waren, omdat ze diens kudde die dag niet ver van haar eigen kudde had gezien.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0459  


Er werd gerapporteerd dat schapen bij de Paardenberg waren gezien. De gedaagde zei tegen zijn slaaf October dat als de eigenaar niet binnen 8 of 9 dagen zou komen, de schapen gemerkt moesten worden met zijn merk of dat van zijn kinderen. Na 14 dagen had October de schapen nog niet gemerkt. De gedaagde vroeg hem waarom niet, waarop October antwoordde dat hij het zou doen. De volgende ochtend en de twee dagen daarna merkte October 12 vreemde schapen met het merk van de kinderen van de gedaagde. Daarna besloot de gedaagde om October achter zijn vee te zetten en zijn slavin Sara kreeg de schaapskudde onder haar hoede. Ze kreeg opdracht om vreemde schapen die ze in het veld zou vinden naar de kudde te drijven en mee naar huis te nemen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0456  


Op donderdag 13 november vond er een gewelddadig incident plaats. De knecht van een lijfheer had ruzie met de slaaf Pharao. De knecht voelde zich bedreigd omdat Pharao hem had uitgescholden en gedreigd had hem te zullen vinden op het land. De knecht besloot daarom Pharao te doden. Die middag, toen Pharao de knecht opnieuw uitschold en weigerde hem een draagstok te geven voor het dragen van wateremmers naar het veld, greep de knecht zijn kans. Hij nam een wagenbout die achter het huis lag en:

Daarna vluchtte de knecht met de bout in zijn hand richting het veld. De slaaf Isaac, die Pharao's geschreeuw had gehoord en de aanval had gezien, achtervolgde hem. Uiteindelijk werd de knecht gepakt door zijn lijfheer, die op de hoogte was gebracht van het incident.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0962  


Op de rechtbank in Batavia diende een rechtszaak tussen slaaf Copia October en zijn medeslaaf Pharao van de Kaap. Ze waren beiden eigendom van landbouwer Matthijs Greef. De zaak werd aangespannen door de openbaar aanklager Pieter Reede van Oudshoorn. De voorzitter van de rechtbank was Rijk Tulbagh. Als bewijsmateriaal werd gebruikt:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0961  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/