Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De dag erna kwamen de overleden hoofdschout Martinus Bergh en andere heren, waarvan ze de namen niet meer wist, naar Simonsvalleij. Ze hadden de overleden chirurg Johannes Christoffel Schabord bij zich, die de verwondingen van haar baas had genezen. Ze werd toen door de hoofdschout ondervraagd over wat er was gebeurd en ze vertelde toen hetzelfde als wat hier nu is opgeschreven.

Ze verklaarde dat dit de volledige waarheid was en dat ze bereid was dit later nogmaals te bevestigen als dat nodig zou zijn. Dit gebeurde op het kantoor in Stellenbosch, in aanwezigheid van voorlezer Abraham Faure en burger Honoratus Maijnier als getuigen. Zij hebben samen met haar en de secretaris het document ondertekend. Het document was ondertekend door secretaris A. Schephausen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0104  


In de keuken zag zij en haar man Reijnier een deerlijk mishandelde situatie. Toen zij de kleding wilde herschikken greep Reijnier haar kwaad bij de keel en gooide haar op de grond. Ze wist te ontkomen en verstopte zich tot middernacht onder de bakoven. Toen ze tevoorschijn kwam vroeg haar dochter Sabina, die nog in de keuken was en naar bed wilde gaan, waar haar vader was. Ze wist dit niet te vertellen, net zomin als wat er gebeurd was terwijl ze verstopt zat. De volgende ochtend hoorde ze van haar mede-slaven (die net als Sabina inmiddels overleden zijn) dat haar meester door Reijnier verwond was en dat Reijnier gevlucht was. Ze heeft in al die jaren niets meer van hem vernomen en denkt dat hij al lang overleden is.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0103  


Op een zaterdag bracht de meesteres van de vertelster een meisje genaamd Sabina, die de tafel had gedekt, naar een achterkamer. Daar werd ze naakt uitgekleed en vastgebonden in een folterwerktuig. De hele middag werd ze met tussenpozen met een zweep geslagen en met zout ingewreven. Toen ze werd losgelaten moest ze in de kamer blijven, maar ze ontsnapte via het raam en verstopte zich in een strooien schuurtje op het erf.

Toen Reijnier, de man van de vertelster, 's middags thuiskwam na het werk, hoorde hij over de straf van zijn dochtertje en werd hij woedend. De meester en meesteres vroegen hem waar Sabina was, maar hij wist het niet. De meester pakte toen een bezemstok en sloeg ermee in het wilde weg naar alle slaven die in de keuken waren. Kort daarna kwam Sabina uit het strooien schuurtje waar ze zich had verstopt weer tevoorschijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0102  


De Bengaalse slavin Manika, ongeveer 60 jaar oud en eigendom van oudraadslid Steeven Marais uit Draakensteijn, verscheen 9 januari 1749 voor secretaris Arnold Schephausen en getuigen.

Ze verklaarde dat ongeveer 22 jaar eerder, toen ze nog eigendom was van raadslid Matthijs Krugel uit Draakensteijn op zijn boerderij Simonsvalleij, ze een relatie had met een medeslaaf Reijnier uit Madagascar. Met hem kreeg ze meerdere kinderen, waaronder een dochtertje Sabina.

De vrouw van Krugel was eerst erg gesteld op Sabina, maar begon haar later zonder duidelijke reden vaak te slaan en slecht te behandelen. Reijnier was hier ontevreden over en vroeg of het kind niet aan anderen verkocht kon worden omdat de mevrouw haar toch niet mocht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0101  


Reijnier van Madagascar verscheen voor vertegenwoordigers van de rechtbank van Kaap de Goede Hoop. Zijn bekentenis werd hem voorgelezen, waarna hij bevestigde dat dit de waarheid was en dat er niets meer aan toegevoegd of vanaf gehaald moest worden. Dit gebeurde op 14 januari 1749 voor de leden Cornelis Eelders en P. Artoijs. Het document werd ondertekend door de rechters, de beklaagde en de beëdigde klerk C.L. Neethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0100  


De gevangene heeft bekend in afgelopen tijd met een bijl 3 steken toegebracht te hebben aan zijn meester, wat hij niet goed kon zien omdat de lamp bijna uit was. Hij vluchtte toen direct over het geploegde land van zijn meester. Daar bleef hij ongeveer een week. Daarna ging hij naar de bergen bij France Hoek, waar hij volgens zijn herinnering 16 jaar verbleef. Later verhuisde hij naar de bergen boven de boerderij van Jan du Busson. Hier verbleef hij ook enkele jaren, tot hij onlangs door Europeanen werd gevangen, naar Stellenbosch werd gebracht en aan het gerecht werd overgedragen. De gevangene verklaarde dat hij in al die tijd met niemand had gesproken en had overleefd door dassen en vissen te vangen met zelfgemaakte vallen. Dit heeft hij bekend in het Nederlands, dat hij redelijk spreekt en verstaat, in Kaap de Goede Hoop op 15 januari 1749 voor de leden van de Raad van Justitie Cornelis Eelders en Paulus Artoijs.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0099  


De aanklager vindt dat de mishandelingen veel erger waren dan wat volgens de plaatselijke wetten was toegestaan. Het feit dat het slachtoffer niet meteen stierf aan zijn verwondingen en nog 4 jaar heeft geleefd, maakt de zaak niet minder ernstig. De aanklager eist volgens de wetten van Nederlands-Indië over lijfeigenen (artikel 9) dat de verdachte ter dood wordt veroordeeld. De verdachte moet worden overgedragen aan de beul op de gebruikelijke executieplaats en door ophanging aan de galg worden geëxecuteerd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0094  


Het dode lichaam van de veroordeelde werd naar het gerechtsgebouw buiten de stad gesleept. Daar werd hij opgehangen aan de galg. Het lichaam moest daar blijven hangen om door de lucht en vogels verteerd te worden. Hij werd ook veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten. Het document werd ondertekend door A. van Schoor en ingediend bij de rechtbank op 16 januari 1749. Veetheing bevestigde als beëdigd klerk de juistheid van het document.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0095  


Op 5 mei 1749 heeft een slaaf genaamd Coridon van Ceijlon op het secretariaat van het kasteel in Kaap de Goede Hoop een verklaring afgelegd. De klerken Daniel Egbertus Pfeil en Michiel Daniel Leij waren hierbij als getuigen aanwezig. Op 12 mei 1749 werd de verklaring aan Coridon voorgelezen in aanwezigheid van de slaaf Arend van de Velde. Coridon bevestigde dat alles klopte en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald hoefde te worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0452  


Anto verklaart dat zij niets wist van de moord totdat haar werkgever het raam open deed. Zij was toen aan het slapen. Zij werd pas wakker toen er lawaai was.

Ze werd ondervraagd over:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0301  


Op de blauweberg werd een vermoorde slaaf genaamd Cupido gevonden, die naar Kaap de Goede Hoop werd gebracht. Na onderzoek in het ziekenhuis bleek dat Cupido met een klap aan de linkerkant van zijn hoofd was vermoord, waarbij zijn schedel was verbrijzeld. Na weken zoeken zonder resultaat bracht Kruger op 12 december twee van zijn slaven naar de gevangenis:

Arend van den Velde had tijdens het oogsten van graan tegenover andere slaven iets verdachts gezegd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0316  


Een jonge slaaf genaamd Cupido werd gewond of dood gevonden in het veld. De eigenaar (lijfheer) ging eerst alleen op zoek en vond hem. Hij zag bloed en dacht dat Cupido misschien door een tijger was aangevallen. Daarna gingen de eigenaar, de gevangene, de slaaf Bastiaan, de vrouw van de eigenaar en nog een andere vrouw samen kijken. Ze vonden Cupido op een plek die ongeveer een pijp tabak roken verwijderd was van het huis van de eigenaar. Hij lag met zijn gezicht op de grond naast een wagenpad. Ongeveer een stap bij hem vandaan lag zijn kleding, die met bloed was bevlekt. 2 dagen later gaf de eigenaar de gevangene de opdracht om op de dieren te passen. Bastiaan zei toen tegen de gevangene dat hij als beestenwachter geen vuurslag had en naar het 'bosjes kraaltje' moest gaan. Dit was vlakbij de plek waar de jongen was vermoord.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0320  


Den slaaf-verteller verklaart dat zijn dochter Sabina werd uitgekleed en vastgebonden in een 'Poolse bok' (een martelwerktuig) en ernstig werd geslagen. Ze vluchtte naar een kraal, maar hij haalde haar zelf terug naar de keuken. Ze wilde toen gaan opdienen, maar hij adviseerde haar om liever naar haar eigenaar te gaan en om vergiffenis te vragen.

Zijn medeslaven Hans en Batas zeiden regelmatig tegen hem:

Die zaterdagavond kwam de eigenaar de keuken binnen met een bezemsteel, waar alle slaven aanwezig waren. Hij sloeg Sabina opnieuw. Uit verdriet en wanhoop pakte de verteller toen een bijl die op de keukentafel lag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0098  


Olso Lantjiep van Java (36 jaar), Tjampaaij van Sambouwa (20 jaar) en Cadere van Batavia (26 jaar) waren gevangenen in de slavenverblijven van de Compagnie. Ze hebben onder dreiging van marteling en ook vrijwillig bekend aan de rechtbank van het Kasteel de Goede Hoop dat:

Amarentia van Rio de Lagoa, een slavin van de overleden burger George Frederik Strons, eind maart of begin april had gevraagd of ze haar eigenaar wilden vermoorden. Ze beloofde 20 tot 25 rijksdaalders aan degene die dit zou doen. De moord moest gebeuren op zaterdagnacht 12 april. De drie gevangenen besloten samen met de bandiet Lausoe van Boegies (die later zelfmoord pleegde in de gevangenis) om de moord uit te voeren op de afgesproken nacht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0307  


De slaaf Lantjiep van Java, op dat moment 36 jaar oud, verklaarde bij de rechters van het gouvernement. Hij deed dit op verzoek van de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Hij vertelde dat ongeveer 3 weken geleden de medegevangene Tjampaij hem vertelde dat een slavin van burger Strous 20 rijksdaalders had beloofd aan wie haar eigenaar zou vermoorden. Tjampaij vroeg Lantjiep om te helpen bij de moord. Lantjiep zei dat hij mee zou doen als ze meer mensen hadden. Op de donderdag voor zijn verklaring had Tjampaij hem verteld dat de gevangenen Lausoe en Cadere ook zouden helpen met de moord. Ze hadden met zijn vieren afgesproken om de moord uit te voeren in de nacht van zaterdag 12 op zondag 13 april. Ze hadden buiten de slavengevangenis gewacht tot na 10 uur 's avonds.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0289  


Petrus Louw kwam samen met de schaapskudde van Van Aard aan op diens landgoed. Louw vertelde aan Van Aard dat er schapen van zijn vader tussen de kudde zaten die al gemerkt waren. Van Aard gaf toe dat hij hiervan wist. Louw antwoordde dat hij dit ook wist en daarom buren had meegenomen als getuigen. Met z'n vieren gingen ze naar de schaapskooi. Van Aard vroeg aan zijn slavin Christina of er vreemde schapen in de kudde zaten, wat zij ontkende. Louw ging zelf de kooi in en haalde er een schaap uit dat van zijn vader was en nog niet gemerkt was. Hij liet dit aan Van Aard zien en vroeg waar het schaap dan gemerkt was. Hij voegde daaraan toe dat hij het er niet bij zou laten, en dat als Touw vader geld had, hij dat ook had. Louw antwoordde dat ze moesten wachten omdat het donker werd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0532  


Ongeveer 1 maand geleden kwamen de getuige met haar medeslaaf Maart in de gevangenis, waar ook de slaaf October en een slaaf van landbouwer Jacobus Kruger de Jonge, genaamd Arend van de Velde, al gevangen zaten. Arend vertelde dat hij onschuldig was. Zijn medeslaaf Bastiaan, die in een andere gevangenis zat, had een slaaf van zijn meester vermoord, genaamd Cupido, en de schuld op Arend geschoven. Bastiaan had dit gedaan omdat:

Dit verslag werd gegeven op verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Pieter Rheede van Oudshoorn door Sara van de Caab, slavin van landbouwer Theunis van Harde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0447  


Op 's gevangeniseiland van de VOC in het Kasteel de Goede Hoop verscheen een gevangene genaamd Cadere uit Batavia, ongeveer 26 jaar oud. Hij legde een verklaring af aan onafhankelijk aanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Hij vertelde dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0273  


Steijntje van de Caab, een 21-jarige slavin van landbouwer Theunis van Aard, legde een verklaring af voor de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Ze deed dit op verzoek van Adriaan van Schoor, de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein. Ze vertelde dat ongeveer 2 jaar geleden Hercules du Preez met twee van zijn slaven naar de boerderij van haar eigenaar kwam, die Lammershoek heette. Terwijl Du Preez met Van Aard in de schaapskooi was, zag ze dat Du Preez enkele gemerkte schapen liet vangen. Du Preez liet zijn oude merkteken aan Van Aard zien en vroeg hem hoe het kwam dat deze schapen gemerkt waren. Van Aard antwoordde dat zijn jonge slaaf October, die op dat moment bij het vee in het veld was, dat zou moeten weten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0495  


Reijnier van Madagascar, een 60-jarige slaaf van de erfgenamen van wijlen landbouwer Mattijs Krugel, legde een verklaring af voor de rechtbank van het Kasteel de Goede Hoop. Dit deed hij op verzoek van Adriaan van Schoor, de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein. Hij verklaarde dat ruim 20 jaar geleden de vrouw van zijn eigenaar zijn dochter Sabina dagelijks zonder reden sloeg. Ondanks Reijnier's herhaaldelijke verzoeken weigerde de vrouw om Sabina te verkopen. In plaats daarvan bleef ze haar mishandelen. Op een zaterdagavond, toen Reijnier thuiskwam van het ploegen, vroeg hij aan slavin Manica (zijn vrouw) om gebruikte theebladeren van zijn meesteres. Manica vertelde hem dat de mevrouw die dag geen thee maar wijn had gedronken, en dat ze Sabina weer had geslagen met een zweep nadat ze haar had uitgekleed.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0097  


De landbouwer Jacobus Krager de Jonge vertelde aan de fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0335  


De slaaf Christina verzette zich tegen het wegvoeren van schapen, omdat ze aangaf dat deze aan de kinderen van haar meester behoorden. De verteller bewees met het merkteken op de schapen dat de oude merken van hem waren en dat de nieuwe merken pas waren aangebracht. Toen hij aan de andere persoon vroeg hoe de schapen aan andere merken kwamen, antwoordde die dat zijn jonge hulp die achter de paarden en vee aanliep dat zou weten, maar die was al naar het veld. De verteller wees vervolgens de schapen met zijn merken één voor één aan. De ander zei toen dat hij de schapen maar moest meenemen. De verteller heeft toen 15 gemerkte schapen laten wegvoeren naar zijn eigen grond in Kaap de Goede Hoop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0513  


Clara van bengalen, een slavin van landbouwer Iacobus Kruger de Jonge, legde een verklaring af voor secretaris Jan Frederik Siemmendorf van de rechtbank van het kasteel. Dit deed ze op verzoek van de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van oudshoorn op 21 december 1748.

Ze verklaarde dat op 8 december 1748, een zondag, toen haar eigenaar in Kaap was, twee andere slaven genaamd Arend en Bastiaan naar het landgoed van landbouwer Ernst Srostert waren gegaan. Ze kwamen 's avonds terug, net voordat hun eigenaar thuiskwam. De vrouw des huizes, die haar man al had verteld over het weggaan van de twee slaven, berispte Arend toen hij binnenkwam om eten te halen. Ze zei tegen hem: "Jullie gaan weg van het landgoed en ik heb bijna niemand thuis. Degene die Cupido heeft vermoord zou mij ook wel kunnen vermoorden." Arend ging daarna naar het slavenverblijf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0367  


De ontkenning kwam van een gevangene die gevangen was genomen naar aanleiding van een bekentenis van een zwangere slavin genaamd Amarentia van Rio de Lagoa. Ze was de slavin van de overleden burger Georg Frederick Strans. De gebeurtenissen vonden plaats aan het einde van maart of begin april.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0259  


De ter dood veroordeelde gevangenen moesten naar de plaats van executie worden gebracht. Na hun dood werden hun lichamen naar de executieplaats buiten de stad gesleept. Daar werden ze op wielen vastgemaakt en moesten ze blijven liggen tot ze door de natuur en vogels zouden zijn vergaan. Alle drie gevangenen moesten ook de proceskosten betalen.

Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop op 29 mei 1749 en uitgevoerd op 31 mei 1749.

Het document werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0311  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/