Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Hoofd Ingenieur van het Stoomwezen schrijft op 11 augustus 1845 een brief over zijn aanstelling in Indië. Hij verwijst naar een besluit van de koning (18 juli, nummer 57), maar vindt dat dit niet overeenkomt met eerdere afspraken die hij maakte in een brief aan Kapitein ter Zee Welsberg (11 juli). De belangrijkste punten uit zijn brief: Hij wil duidelijk maken dat het koninklijke besluit niet klopt met wat hij eerder had afgesproken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1650 / 0485  


Op 28 augustus 1845 schreef de overheid in Den Haag een brief aan St. Bennelt, die was benoemd tot hoofdingenieur van het stoomwezen (stoomtechniek) in Rotterdam. De brief was een reactie op een eerdere brief van Bennelt uit 11 augustus 1845, waarin hij bezwaar maakte tegen zijn benoeming bij koninklijk besluit (een besluit van de koning) van 18 juli 1845. De overheid bevestigde in deze brief dat ze zijn bezwaar had ontvangen en gelezen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1650 / 0484  


S. H. L. Portihe schreef op 26 juli 1845 een brief vanuit Den Haag (adres: Vlamingstraat op de hoek van de Nieuwstraat). Hij meldde dat de ondersteuning voor zijn huis was stopgezet. Portihe wachtte op verdere instructies of nieuws en sluit af met een beleefde groet aan de ontvanger, die hij aanspreekt met "Excellentie". Hij vermeldde ook dat hij de plannen van de overheid (aangeduid als "het Gour.") had gelezen en hoopte op een snelle, definitieve oplossing voor de kwestie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1650 / 0481  


De schrijver wachtte respectvol op antwoord en verzocht om steun voor zijn huishouden. Op 26 juli 1645 stuurde hij een brief naar Excellentie (een hoge functionaris) op het adres Vlamingstraat (hoeken Nieuwstraat) in 's-Gravenhage. Hij vermeldde dat hij vrijheid had gekregen in de plannen van het Gerechtshof van Vlaanderen, maar dat de definitieve afhandeling (de "zegeling") van de zaak langer duurde dan verwacht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1650 / 0482  


Op 13 oktober 1729 verschenen voor de aangestelde leden van de rechtbank van Kasteel Colombo (een groep uit de raad van justitie) de volgende personen: Zij werden opgeroepen en ondervraagd door de koopman en officier van justitie Joan de Mauregnault. Deze handelde namens Stephanus Versluijs, een hoge ambtenaar die buitengewoon raad was voor Indië en gouverneur van Ceylon. Versluijs had de opdracht gekregen van de regering van Nederlands-Indië om een onderzoek uit te voeren. De drie mannen bevestigden onder ede dat ze de waarheid zouden vertellen over wat er vervolgens zou worden gevraagd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0511  


Een gevangene werd opgepakt, maar hij wist niet wie hem had meegenomen. Tijdens zijn gevangenschap: Een lid van de Krijgsraad sprak hem aan terwijl hij hing en zei: "Ventje, je bent een beul voor je eigen lichaam! Je bent met de duivel verbonden – waarom bekent je niet?" Daarna werd hij losgemaakt en in het matrozenhuis (een gevangenis) opgesloten, met handboeien om. Drie dagen later bracht men hem weer voor de Krijgsraad. De voorzitter (de Edelachtbare heer gouverneur, die afwezig was, maar vertegenwoordigd werd door E. Bier) vroeg of hij wilde bekennen. De gevangene antwoordde: Hierop werd hij weer weggeleid.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0306  


De man werd door de kwartiermeester met zijn handen op zijn rug vastgebonden en vanaf een schip aan wal gebracht. Daarna werd hij voor de Raadkamer (een soort rechtbank) geleid. Daar zat heer Vuijst, de voorzitter, die hem vroeg of hij zijn schuld wilde bekennen. De man zei dat hij dat niet kon doen, omdat een onschuldig persoon zichzelf niet zou beschuldigen. Ook vond hij het niet christelijk om anderen te beschuldigen terwijl hij zelf onder druk stond. Heer Vuijst vroeg toen aan de leden van de krijgsraad om de fiscaal (een soort officier van justitie) te laten vragen om marteling op de pijnbank. De man hoorde de fiscaal echter niets zeggen. Vervolgens werd de man naar het paleis gebracht, waar de chirurgijn Godski en de beul zijn benen in een knijptang (scheenschroef) zetten. Ondanks de pijn bleef hij volhouden dat hij onschuldig was. Toen riep heer Gouverneur (waarschijnlijk heer Vuijst zelf): "Ho, ho, dat helpt niet!". Daarna werden de knijptangen verwijderd en werden zijn armen weer op zijn rug gebonden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0305  


Op 16 september 1724 was er een vergadering in Batavia (het huidige Jakarta). Aanwezig waren: Joan de Mauregnault, een handelaar en openbaar aanklager (fiscaal), deed een verzoek. Hij was hiertoe aangesteld door Stephanus Versluijs, de gouverneur van Ceilon (het huidige Sri Lanka). Versluijs had deze opdracht gekregen van de regering van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in Nederlands-Indië. De Mauregnault moest optreden in een rechtszaak tegen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0038  


Een groep mensen, waaronder chirurgen, boekhouders en militairen, weigerde mee te werken aan een verzoek van Paulus Looman (assistent van Joan Herrig Bouti, een gerechtsbode en fiscale ambtenaar). De volgende personen waren aanwezig:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0039  


Op 15 april 1751 werd in document nummer 26 een volmacht voor een rechtszaak (procura ad lites) afgegeven. Johannes Harkes gaf hiermee toestemming aan Michiel Candelara om namens hem op te treden in een juridische procedure.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 605526 / 237  


Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842725 / 177  


Hendrick Stofte, een adelborst die voor de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) (Kamer Amsterdam) zou vertrekken met het schip De Liefde naar Oost-Indië, bezocht op 16 april 1602 notaris Baer in Amsterdam. Hij gaf zijn vrouw, Evertje Nabs, volmacht om in zijn naam:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1511101 / 115  


Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366884 / 75  


De tekst gaat over een verklaring waarin wordt bevestigd dat alleen bepaalde personen het recht hebben om een claim in te dienen op het Apostel Gasthuis (of een ander gasthuis). Dit recht is eerder al toegekend en blijft van kracht volgens een eerdere akte.

Deze eerdere akte, opgesteld op 21 februari 1632, gaat over de borgtocht voor de kinderen van Thonis Cornelisz, een slotmaker. De borgtocht werd geregeld door Henrick Janssen Lintwever en Cornelis Adriaensz Verkerck voor het gerecht van de stad Utrecht.

In de huidige verklaring geven de betrokkenen, de "compten" (degenen die het recht hebben), volle macht aan de secretaris van Utrecht en diens vervangers. Zij mogen een brief over een aflossing van 100 gulden uit het register verwijderen. De betrokkenen beloven dat zij en hun opvolgers afzien van verdere claims over deze zaak, inclusief claims op kapitaal en rente.

Deze verklaring is opgesteld op 17 november 1645 door de notaris Giele Anthonissen Cornelis. Getuigen zijn Henrick Jansz Leutwever en Dirck Gerntssz van Maurick.

Er wordt ook verwezen naar een document uit 1638, ondertekend door Beyndryck Yansen, Michiel Anthonisz van Meer, Cornelis van Roijert van Overmeer en Dirck Geurtsen van Maurick.

Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 6507214 / 98  


Op 26 april 1907 gingen Jozef Baten (metselaar) en Cornelis Wit (timmerman), allebei wonend in Haarlemmermeer, naar notaris Carel Frederik Jan Heinsius in Haarlemmermeer. Daar verklaarden ze het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351774 / 173  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3377 / 0527  


Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5843018 / 845  


Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936990 / 44  


Op 3 december 1716 werd een bedrag van 600 gulden door Frans Montenacq gegeven. Dit werd vastgelegd door Mick van Duck in aanwezigheid van Antje de Binnen, Gijsbert van Leeuwen, Barom Nieuwhoff en Johannes Goderus. Ieder van hen kreeg een deel van 150 gulden.

Gijsbert van Leeuwen, Barent Nieuishoff en Johannes Goderus, als voogden over de kinderen van Tanneke Montenacq (wonend in Nieuw Jorck), bevestigden op 6 januari 1717 in Haarlem dat zij 1200 gulden hadden ontvangen. Dit geld was door Frans Montenacq nagelaten aan de kinderen van Janneke Montenacq.

Dezelfde voogden bevestigden ook dat zij een erfenis van 1600 gulden hadden ontvangen voor de kinderen van Lysbeth Vereecke. Dit bedrag bestond uit:

Op 8 januari 1717 bevestigden dezelfde voogden dat Frans Montenacq van Leeuwe en Magdalena van Leeuwe elk 150 gulden hadden ontvangen. Dit bedrag kwam van een obligatie van 300 gulden op naam van Sara Franse, met een waarde van 261 gulden, plus achterstallige rente en een aanvullend bedrag van 36 gulden en 6 stuivers.

Op 6 januari 1712 bevestigden dezelfde voogden dat Johannes Nieuwhoff 200 gulden had ontvangen van Frans Montenacq.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5843018 / 844  


Eduardo Pels, een notaris in Amsterdam, legde op 27 maart 1640 twee afspraken vast:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936804 / 54  


Franchois Consebant kwam op 19 november 1650 voor notaris Johan Colterman in Haarlem. Hij was de man van een erfgename van Gerrit Jacobsz Hulst en gaf Colterman volmacht om namens hem en zijn mede-erfgenamen op te treden in rechtszaken. Colterman mocht ook iemand anders aanwijzen om hem te vervangen. Consebant beloofde alle beslissingen van Colterman te accepteren, onder dreiging van boetes. Dit gebeurde in aanwezigheid van de getuigen Jan van den Vosch en Toirconden Vuyder.

Op dezelfde dag, 19 november 1650, ging notaris Nicolaes van Bosvelt naar het huis van de vrouw van Jacob Montenack in Haarlem, omdat Montenack zelf niet in het land was. De notaris vroeg of zij een wisselbrief wilde accepteren namens haar man. De brief was op 29 september 1650 in Leipzig opgesteld en ging over een lening van 1800 pond aan Pieter Aldewerelt, die binnen vier weken na ontvangst moest worden terugbetaald met rente. De vrouw van Montenack accepteerde de brief. Dit gebeurde in aanwezigheid van de getuigen Pieter Heydens en Lambert Suydere.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 11983701 / 20  


Arnoudt Montenack, een koopman uit Haarlem, verklaarde op 10 juli 1668 voor notaris Wittensteijn dat hij zijn broer St. Jacob Montenack machtigde om namens hem een bedrag van 88 gulden en 7 stuivers te innnen van Isaack Mendes de Crasto. Dit geld was verschuldigd voor geleverde goederen, volgens een rekening die Arnoudt aan zijn broer had gegeven. Jacob mocht, als De Crasto niet betaalde: Arnoudt beloofde dat deze volmacht geldig was, alsof hij zelf aanwezig was. De akte werd opgesteld in een herberg in Haarlem, met Ludelt Bistens als getuige.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975061 / 7  


Adriaen Lock, een notaris, schreef op 23 november 1650 een document op in Amsterdam. Hierin stonden de namen van vier mannen die optraden als beheerders (curatoren) van de erfenis van Manuel en Alfonso de Tovar: Deze vier mannen gaven Honoré de Jonge, die in Haarlem woonde, de officiële machtiging om namens hen op te treden. Honoré de Jonge mocht: Het document werd ondertekend door de getuigen Pr. van Buijtene en Jan van Wijningen, en door de vier curatoren zelf. Adriaen Lock bevestigde als notaris dat alles correct was opgesteld.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965471 / 111  


De Luikse revolutionairen roepen burgers op om zich te verenigen en te vechten voor hun vrijheid en hun huizen. Er wordt een regeling gemaakt voor de verzameling, mars en bestemming van vrijwilligers uit steden en dorpen. Vrijwilligers uit verschillende gebieden moeten zich verzamelen op de volgende locaties: Vrijwilligers die niet weten bij welk district ze horen, kunnen naar de dichtstbijzijnde verzamelplaats gaan. Stadsvrijwilligers kunnen zich melden bij het dichtstbijzijnde districtshoofd. 20 afgevaardigden van de Staten (de lokale regering) zullen met instructies klaarstaan op 23 verzamelpunten. Zij geven het sein om in actie te komen en laten de vrijwilligers een eed van trouw afleggen. Niet alle districten hoeven tegelijk in actie te komen. Ieder district wacht op verdere instructies van de afgevaardigde of speciale orders. Elke stad of gemeente moet haar vrijwilligers voorzien van eten voor minimaal 3 dagen. Als het mogelijk is, moeten ze ook 2 of 3 ruiters met paarden sturen. De Staten zullen de vrijwilligers verder ondersteunen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3650 / 0417  


Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2377329 / 37  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/