Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Andries Krensker uit Bremen verscheen voor de Raad van Justitie. Hij was een bootmansmaat van 32 jaar oud op het schip Bossenhoven en was luthers. Hij deed een bekentenis aan hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn.
Op 27 januari kwam hij 's avonds aan wal in een zeildoeken broek en linnen hemdrok. Hij nam zijn intrek bij een matroos die dicht bij het slachthuis woonde en wiens vrouw Eva heette. Zijn spullen liet hij door 3 matrozen van de scheepswerf daar naartoe brengen. Toen hij zich wilde omkleden om uit te gaan, merkte hij dat van zijn meegebrachte kleding verdwenen was:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0293 Anthonius ontkende bij het verhoor dat hij wist dat het verboden was om een wapen te dragen. Hij gaf aan dat hij mogelijk een zwaard bij zich had om iemand mee aan te vallen waar hij een hekel aan had. Hij moest als dekonderofficier weten dat het volgens het scheepsreglement absoluut verboden was om scherpe wapens zoals degens, zwaarden of messen te dragen. Hem werd gevraagd of hij erkende dat hij zwaar strafbaar was voor de gepleegde moord op matroos Johannes Rijs uit Schiedam. Hij ontkende iemand verwond te hebben.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0289 Heethling heeft bij een rechtszaak in het Casteel de goede Hoop op 8 februari 1752 een verhoor afgelegd. Het verhoor werd afgenomen door de raadsleden Decker en Roeck. Diemmendor werd gevraagd of hij nog iets ter verdediging wilde inbrengen. De verklaring werd ondertekend door de gehoorde persoon en de beëdigde klerk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0290 De knecht van meneer Meijers kwam dronken binnen en ging op een stoel zitten. Een bootsmansmaat was ook binnen gekomen. Meijers bood hem een drankje aan maar de bootsmansmaat weigerde en zei dat hij alleen kwam melden dat hij aan wal was gekomen. Meijers antwoordde dat hij dit aan de kapitein moest melden en niet aan hem. De verteller dacht eerst dat het een belangrijke officier was, maar toen hij hoorde dat het maar een bootsmansmaat was werd hij boos over zijn brutale gedrag. Hij vroeg de bootsmansmaat wie hem had opgedragen om binnen te komen en waarom hij niet gewoon bij de deur was blijven staan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0270 Op verzoek van de aanklager Pieter Reede van Oudshoorn legde Matthijs van Ceijlon, slaaf van de vrije zwarte man Jacobus Hendricksz, een verklaring af. Hij vertelde dat hij gisteren 's ochtends naar de plaats van zijn eigenaar in de Wijnbergen ging om groente te halen. Bij de plaats van dominee Lesueur kwam hij een weggelopen slaaf tegen van de burger Marthinus Wessel. Hij kende de naam van deze slaaf niet. Matthijs van Ceijlon bond de slaaf vast met een touw om hem mee te nemen naar zijn eigenaar. Toen ze bij de plaats van burger Bruijns waren, wist de slaaf los te komen en rende weg. Matthijs van Ceijlon achtervolgde hem en wist hem weer te pakken te krijgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0227 Fortuijn van Maccassar, een 25-jarige slaaf van burger Marthinus Wessel, heeft voor de Raad van Justitie van het kasteel De Goede Hoop een verklaring afgelegd aan Pieter Reede van Oudshoorn. Hij vertelde dat hij ongeveer 14 dagen geleden was weggelopen van zijn eigenaar. Toen hij vanaf het Ronde Bosje richting de Kaap wilde gaan, werd hij gevangen genomen door een jonge slaaf van de vrijgemaakte zwarte man Jacobus Hendriksz. Hoewel Fortuijn eerst wist te ontsnappen, werd hij achtervolgd door de slaaf van Jacobus Hendriksz die een mes bij zich had. Uit angst gewond te raken draaide Fortuijn zich om, pakte het mes af en stak de slaaf in zijn buik.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0223 De gevangene zou in Batavia worden gestraft. De beul zou hem eerst op zijn blote rug geselen. Daarna moest hij voor 5 jaar in de ketting gezet worden en aan zijn eigenaar teruggegeven worden. De veroordeelde moest ook de gerechtskosten betalen. Dit stond in het vonnis ondertekend door P. Reede van Oudshoorn en ingediend bij de rechtbank op 9 maart 1752 door C. Diemmendorf.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0220 De onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn klaagde Andries Krensker uit Bremen aan. Krensker was bootsmaat op het vertrokken schip Boschen-Stoven en zat nu gevangen. Het ging om een zaak van doodslag. In de nacht van 27 januari kreeg de aanklager te horen dat een matroos genaamd Johannes Rijs uit Schiedam, samen met zijn maat Jan van Alkmade, op het schip Bevalligheid lag dat voor anker lag. De zaak werd voorgelegd aan de president Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie van het gouvernement.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0235 Ian Blaauw (chirurg) en Cornelis Rotteveel (onder-chirurg) van het ziekenhuis van de Oost-Indische Compagnie hebben op verzoek van aanklager Pieter Reede van Oudshoorn een verklaring opgesteld. Ze hebben op 23 februari [1752] een slaaf genaamd Matthijs van Mallebaar onderzocht. Deze slaaf was eigendom van Cobus, de kapitein van de vrijgemaakte slaven. Ze vonden een steekwond in zijn buik, ongeveer een duim breed, net onder het borstbeen. De wond was veroorzaakt door een scherp voorwerp van buitenaf. Op 3 maart 1752 was de slaaf volledig genezen. De verklaring is ondertekend te Kaap de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0231 Dit lijkt een onvolledige of beschadigde archieftekst waaruit geen betekenisvolle samenvatting kan worden gemaakt. De tekst bevat slechts ondertekeningsformules met enkele slecht leesbare namen: Tiemmendorf, J J Diemmender en Jr Cr seexes.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0230 Iurgen Iansz ging op 6 juni gekleed in een Lakense broek met een dolk aan zijn zij het huis uit. Hij droeg een hoed met zilveren versieringen. Later die avond rond 10 uur kwam hij dronken weer thuis. De dolk droeg hij toen in zijn riem omdat het stuk waar de dolk normaal in hing kapot was. De aanklager vond het daarom nodig om hem op te sporen en gevangen te nemen. De aanklager had eerst een verklaring ontvangen van burger Abraham Leever. Daarna werd Iurgen Iansz ondervraagd over de zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0240 De getuige vertelt dat iemand de hele nacht bij hem heeft geslapen. Deze persoon was 's ochtends erg ziek en onrustig. Toen de getuige hoorde dat er 's nachts iemand was doodgestoken, vertelde hij dit aan die persoon, die bootsmaat bleek te zijn op het schip Bossenhoven. De bootsmaat antwoordde dat hij inderdaad de avond ervoor iemand had gestoken, maar niet wist wie. Een half uur later zag de getuige bloedvlekken op de mouwen van het hemd van de bootsmaat. Op de vraag hoe dat kwam, zei de bootsmaat het niet te weten. De getuige haalde hem over een schoon hemd aan te trekken en liet het bebloede hemd wassen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0259 Toen de bekende persoon gisteravond thuis kwam, had hij zijn degen door de riem van zijn draagband gestoken omdat het stuk waar de degen normaal in hangt kapot was. Dit verklaarde Jurgen Janssen, een matroos, onder ede aan het gerecht in het Kasteel de Goede Hoop. Bij deze verklaring waren de klerken Otto Willem Rotenburg en Michiel Daniel Leij als getuigen aanwezig. De secretaris J.F. Tiemmendorf heeft dit document ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0260 Op donderdag 27 januari kwam rond 21:30 uur de knecht van Sebastiaan Jan van Meijers (lid van de rechtbank) thuis bij Abraham Leever, waar hij logeerde. Met hem kwamen twee onbekende personen binnen:
Op dat moment zaten Abraham Leever en Sebastiaan Jan van Meijers in de galerij aan tafel te eten. Dit verhaal werd later verteld door Abraham Leever op verzoek van de openbaar aanklager Pieter Reede van Oudshoorn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0269 Een overhemd was sterk bebloeid aan beide mouwen bij de hand tot aan de elleboog, en ook aan de voorkant dat in de broek zat. De rechtermouw was voor het grootste deel afgescheurd van het boordje, maar zat er nog een beetje aan vast. Dit werd vastgelegd aan Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van medewerkers Otto Wilhelm Rotenburg en Michiel Daniel Leij als getuigen. De akte werd ondertekend door de getuigen en secretaris J.C. Tiemendorf.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0266 Ianssen verklaarde dat zijn verklaring, die hem woord voor woord was voorgelezen, volledig juist was. Hij wilde er niets aan toevoegen of vanaf halen, behalve dat toen de bootsmansmaat zei dat een broek van zijn spullen was gestolen, hij de matroos die de spullen had gedragen erbij haalde. De bootsmansmaat vroeg deze matroos naar de ontbrekende broek. Omdat de matroos van niets wist en er onenigheid ontstond, bood Ianssen de bootsmansmaat een blauwe lakense broek te leen aan. De bootsmansmaat trok deze aan. In aanwezigheid van bootsmansmaat Andries Krensker bevestigde hij dit onder eed met de woorden "zo waarlijk helpe mij God almachtig". Dit werd vastgelegd en beëdigd aan Kaap de Goede Hoop op 9 februari 1752 voor de heren A. Decker en J. Raeck als leden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0261 De leden van de Raad van Justitie hebben samen met de betrokkene en de beëdigde klerk de akte ondertekend. Het document werd ondertekend door de beëdigde klerk C D Neetling en de kassier Diemmenderf.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0262 De tweede opperdokter van het bestuur, Dirk Wijdenaer, verklaart dat hij op 13 februari 1752 in bijzijn van commissarissen Abraham Dekker en Jan Haek het lichaam heeft onderzocht van de vermoorde slaaf Meij van Bengale. Deze slaaf was eigendom van hoofdaanklager Pieter Rheede van Oudshoorn.
Bij het onderzoek vond hij:
Door het grote bloedverlies en de uitstekende darm moest de patiënt wel overlijden. De wond was veroorzaakt door een breed, scherp mes. Dit document is ondertekend in Kaap de Goede Hoop op 17 februari 1752.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0211 De tweede hoofdchirurg van het hospitaal van de VOC in Kaap de Goede Hoop verklaart op verzoek van de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn dat de tijdelijke onder-chirurg Jan Christoffel Dittoff op 17 februari 1752 in de gevangenis een mannelijke slaaf genaamd Pedro van Boeges heeft onderzocht en verzorgd. Deze had een schotwond op zijn onderrug met 10 tot 12 hagelkorrels tussen huid en vlees. Eén kogel had een wond van een duim breed gemaakt die wat dieper leek te gaan. Hoewel het er niet direct dodelijk uitzag, konden er nog onvoorziene complicaties optreden. De verklaring is ondertekend door Dirck Wijdenaer en Diemmen der Seever.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0207 Op 13 februari 1752 verklaarde een gewonde persoon in het Portugees in Kaap de Goede Hoop een verhaal over een steekincident. Hij was neergevallen onder het aanroepen van God. Het mes waarmee hij gewond was geraakt, was in zijn lichaam blijven steken. Hij zei dat er op dat moment behalve de 2 koks nog andere slaven in de keuken aanwezig waren. Deze verklaring werd gegeven aan de raadsleden A. Decker en J. Raeck van de rechtbank van het gouvernement. Het document werd ondertekend door de verteller, de gezworen klerk D. Neethling en de raadsleden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0204 Jan Marrie verklaarde onder ede bij de Raad van Justitie in het kasteel De Goede Hoop op 3 februari 1752 dat hij nooit met de matroos of met anderen op het schip heeft gesproken over sodomie, zoals hem werd verweten. Ook heeft hij niemand hiertoe aangezet. De commissarissen A.m. Decker en J.n. Hoeck waren hierbij aanwezig. Na voorlezing van zijn verklaring bevestigde Jan Marrie dat alles correct was opgeschreven en dat er niets aan toegevoegd of verwijderd hoefde te worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0196 Op een schip in de haven van Texel deed zich het volgende voor. Jan Marie van Genua, een 33-jarige katholieke matroos, werkte eerst op het schip ''t Huis te Rijnsburg' en kwam later aan met het schip 'de Liefde'. Hij vertelde dit verhaal aan rechter Pieter Reede van Oudshoorn. Toen er opdracht kwam om de scheepsmasten klaar te maken, werkte hij samen met een andere matroos. Deze collega, die mogelijk Claas Valje of Claas Beedoff heette, had het erg koud en droeg alleen een mouwloos hemd. Jan Marie zei tegen hem dat hij beneden zijn jas mocht halen die op zijn kist onder het bed lag. De matroos heeft dit aanbod niet aangenomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0195 Jan Marrie bleef maar aandringen bij een onbekend persoon, soms om tussen beiden te komen, dan weer om naar het toilet te gaan. De persoon wilde dit niet. Jan Marrie dreigde toen dat als deze persoon hem zou verraden, hij hem zou slaan. Later, toen deze persoon alleen op het toilet zat, kwam Jan Marrie binnen. Hij greep de persoon bij het hoofd en gooide hem op de grond. Jan Marrie beloofde zijn koperen pijp en andere spullen als de persoon zou doen wat hij wilde. Toen de persoon weigerde, werd Jan Marrie boos. Hij begon te vloeken en te dreigen, sloeg met zijn vuisten, schopte en sloeg het hoofd van de persoon tegen het toilet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0188 De 15-jarige Claas valje uit Amsterdam verklaart dat de 33-jarige matroos Jan Marrie uit Genua op het schip 't Huijs te Reijnsburg hem meerdere keren seksueel heeft lastiggevallen. Dit gebeurde tussen 1 en 7 september. Jan Marrie probeerde het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0187 De leden van de Brede Raad kwamen samen op het schip de Liefde. Ze hebben matroos Ian Marrie ondervraagd over beschuldigingen die tegen hem waren ingediend. De beschuldigingen kwamen van twee getuigen die hun verklaringen met een handtekening en eed hadden bevestigd. Ian Marrie ontkende alles. De Raad besloot dat ze zonder toestemming van de hoge heren niet verder konden gaan met de zaak. Ze stuurden eerst de beschuldigingen door.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0183 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/