Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De matroos Jan Marrie werd voor de Raad geroepen. Hij kreeg beschuldigingen te horen maar bleef deze ontkennen. De getuigenverklaringen werden behandeld en er werd een eed afgelegd. De Raad besloot hulp te vragen aan de bestuurders vanwege deze ingewikkelde zaak. Dit werd vastgelegd in een brief, ondertekend door Van Diemmendorf als secretaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0180 De slaaf Baatjoe van Maccasser, die eigendom was van de belastingambtenaar Pieter Reede van Oudshoorn, heeft een verklaring afgelegd aan de hulpaanklager Otto Luder. Hij vertelde dat zijn medeslaaf Pedro van Boegis hem 's avonds rond half 8 in de keuken bij de vuurplaats vanuit het niets heeft aangevallen. Pedro stak hem 3 keer van achteren. Toen Baatjoe wegvluchtte en om hulp riep, achtervolgde Pedro hem. Onder de wijngaard prieel stak Pedro hem nog 4 keer, waarvan één steek van opzij kwam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0203 Een slavin heeft op 13 februari 1752 in het Portugees aan Kaap de Goede Hoop verteld dat iemand met de naam Pedro haar 4 keer heeft gestoken met een mes. Ze had het mes niet eerder in zijn handen gezien. Ze weet niet wat er daarna is gebeurd. Er waren op dat moment twee koks en enkele slaven in de keuken aanwezig. Haar verklaring werd opgenomen door A. Decker en I. Raeck, leden van de Raad van Justitie. De verklaring werd ondertekend door de slavin, de raadsleden en de beëdigde klerk C. Neethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0200 Susanna van Bengalen, een slavin van Maria Wiltens die woonde bij raadslid Jan de Wit, verscheen op 27 juli 1752 voor secretaris Jan Frederick Tiemmendorf aan de Kaap de Goede Hoop. Ze deed een verklaring voor fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn waarin ze vertelde dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0573 De tekst beschrijft een onderzoek naar een voorval met een slavin genaamd Rosa. De onderkoopmans slavin had een relatie met een slaaf genaamd Soumath, die eigendom was van meneer Meinertshagen. Toen de onderzoeker navraag deed bij Meinertshagen, vertelde deze dat Soumath al lange tijd ziek was. De onderzoeker vermoedde dat er sprake was van jaloezie, omdat dit vaak voorkwam onder slaven en soms zelfs leidde tot moord. De oppermeester had hier een verklaring over opgesteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0652 De gevangene ontkende alles hardnekkig. In artikel 31 gaf hij aan niet bij Rhenius thuis te zijn geweest die avond. Dit was in directe tegenspraak met de verklaringen van de slaven Sicko en Meij en slavin Truij. In artikel 32 probeerde hij zich te redden met zwakke uitvluchten. Hij trok zijn eerdere uitspraken tegen de aanklager in het bijzijn van de gecommitteerde heren in door te zeggen dat hij niet wist dat hij dat gezegd had omdat hij ziek was geweest. Bij zijn verhoor probeerde hij dit te herstellen door te zeggen dat hij wel tegen de aanklager had gezegd dat Rosa zijn vrouw niet was, dat hij haar niet kende en nooit had gezien, maar dat dit door zijn ziekte kwam. Dit bevestigde dat slavin Rosa door hem was gewurgd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0657
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0624 Op 30 januari 1752 werd een verklaring afgelegd voor Jan Frederick Tiemmendorf, secretaris van de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Sara van Rio de Pagoa, een slavin van de weduwe van Pieter Boerij, deed een verklaring op verzoek van hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Ze vertelde dat ze op 28 januari rond 8 uur 's ochtends, tijdens haar werk als wasvrouw, vuile was kreeg van een matroos genaamd Jurgen (achternaam onbekend). Hij woonde aan het strand tegenover het nieuwe wijnpakhuis van de VOC. Tussen de vuile was zat een hemd met:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0265 De gevangene ging naar de achterkant van het huis bij de keukendeur. Hij vond deze deur open. Hij stal een koffiekan uit de keuken en een zwarte jas met vest uit de openstaande kamer. Hij liet de deuren open en ging met zijn buit naar de vrijgemaakte slaaf Abraham Venture. Aan hem verkocht hij de jas met vest voor 5 rijksdaalders. Voor de koffiekan dronk hij drankjes bij slavin Francina in de taveerne van burger Jochem Daniel Hubner. Hiermee was de gevangene nog niet tevreden. De volgende dag, dinsdag, ging hij rond dezelfde tijd weer naar het huis. Nu stal hij uit de kamer:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0621 Op 24 september om ongeveer 19:00 uur kwam de slaaf Ioumath van Macasser, die eigendom was van luitenant-overste Meinertzhagen, via de zijpoort binnen in de keuken van kapitein Frederick Rhenius. Dit werd verteld door Sicko van Bengalen, een slaaf van Rhenius, aan de belastingambtenaar Pieter Reede van Oudshoorn. Ioumath ging bij het vuur zitten. Sicko wist dat Ioumath al een tijd ziek was, en vroeg in het Maleis, in aanwezigheid van slavin Truij en andere slaven, waarom hij zo laat in de kou buiten was terwijl hij ziek was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0673 Hij heeft nooit ruzie gehad met Rosa. Ze konden goed met elkaar overweg. Hij had niet gemerkt dat zij ontrouw was of contact had met anderen. Hij had geen haat tegen haar ontwikkeld. Hij wist niets van haar zilveren haarpin af en dit was niet de oorzaak van zijn huidige ziekte.
Deze verklaring is afgelegd op 17 juli.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0692 De slavin Truij van Kaap de Goede Hoop werd naar huis gebracht. Bij het secretariaat waren de klerken Jan Adriaan Lafebre en Michiel Daniel Leij aanwezig als getuigen. Zij hebben samen met de vergelijkende persoon en de beëdigde klerk het document ondertekend. Later verscheen Truij voor de afgevaardigden van de Raad van Justitie van het gouvernement. Nadat haar verklaring woord voor woord was voorgelezen, bevestigde ze dat alles klopte en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald hoefde te worden. Dit verklaarde ze in aanwezigheid van de slaaf Soumath.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0679 De slavin Sucanna uit Bengalen verscheen voor de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Ze bleef bij haar eerdere verklaring. Otto Wilhelm Rotenburg en Michiel Daniel Leij waren aanwezig als getuigen. De secretaris J.J. Tiemmendorf ondertekende het document samen met de andere aanwezigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0574 Een slaaf van meneer Valk, met de naam Cupido, die al weer terug is naar Batavia, gaf een kistje aan Antonio. Antonio heeft dit kistje later aan Rosa gegeven, een slavin van meneer Heijning. Er wordt een sleutel getoond die bij dit kistje hoort. Antonio ontkent dat hij weet waar deze sleutel vandaan komt en zegt dat hij hem niet in het houthok heeft gegooid of verstopt. De relatie tussen Antonio en Rosa duurde 7 maanden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0691 Deze verklaring werd opgesteld in Kaap de Goede Hoop op 4 februari 1752. De leden van de Raad van Justitie, A. Decker en I. Roeck, hebben dit document samen met de verdachte en de beëdigde klerk ondertekend. De beëdigde klerk C.L. Neethling heeft de echtheid van het document bevestigd, met een bevestiging door secretaris G. Diemmender.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0197 In een rechtszaak tegen Philander van Scodana, een slaaf van fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn, diende adjunct-fiscaal Otto Luder Hemmij een aanklacht in. De aanklacht betrof herhaalde huiselijke diefstal. De verdachte bleef bij zijn eerder afgelegde bekentenis. Na beide partijen gehoord te hebben en alle bewijsstukken te hebben bestudeerd, deed de Raad uitspraak namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0054
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0052 De timmerman Jan Beerends heeft op 16 september 1752 aan Kaap de Goede Hoop een verklaring afgelegd. Dit gebeurde voor de raadsleden Brand en Cornelis Eelders. De verklaring werd ondertekend door de betrokkenen en door de beëdigde klerk L. Heethling. Siemmendorf bevestigde dit document en rekende 2 gulden voor de zegelkosten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0648 Op 28 september 1752 verscheen voor de klerk Christiaan Ludolph Neethling van het gerechtsgebouw in het Kasteel de Goede Hoop een slavin genaamd Truij van de Caab. Zij was eigendom van kapitein Frederik Rhenius. Ze legde een verklaring af voor de officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn. Ze vertelde dat op 24 september rond half 8 's avonds, toen ze in de keuken van haar eigenaar zat, er een slaaf genaamd Toumath binnenkwam via de zijdeur. Toumath was eigendom van luitenant Meinertz Hagen. Hij ging naast haar bij het vuur zitten op een blok. Omdat Toumath er zo moe uitzag en hijgde, vroeg een andere slaaf genaamd Sicko aan hem waarom hij zo laat kwam en niet overdag was gekomen, vooral omdat hij ziek was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0677 Francina verklaarde voor de rechtbank en de ondergetekende commissarissen dat haar eerdere verklaring over de slavin helemaal klopt. Ze wilde er niets aan toevoegen of weghalen. Jan Bee had alleen toen hij de eerdergenoemde spullen aan haar gaf, nog een bundeltje met goederen, een hoed en een theepot bij zich. Hij was op dat moment erg dronken toen hij bij haar wegging. Dit werd bevestigd in aanwezigheid van Otto Wilhelm Rotenburg en Michiel Daniel Leij als getuigen. Deze getuigen hebben samen met de betrokkenen en de beëdigde klerk het document ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0647 Op een avond rond 19:30 uur was Malathe, een slavin uit Batavia die werkte voor de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn, in de keuken bezig met het koken voor haar meesteres. Een slaaf genaamd Pedro van Boegis kwam toen bij haar en vroeg om geld. Omdat Malathe geen geld had, vertelde ze hem dat ze niets had. Toen Pedro bleef aandringen, zei ze dat ze hem niets kon geven, zelfs als hij haar zou vermoorden, en dat ze niets wilde stelen.
Dit verslag werd opgemaakt op verzoek van de plaatsvervangende aanklager Otto Luder Hemmij, die hiervoor door gouverneur Rijk Tulbagh toestemming had gekregen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0199 Isack Meinertzhagen heeft in deze zaak niet geadviseerd. De openbare aanklager eiste marteling en leverde de antwoorden van de verdachte plus andere relevante stukken. De verdachte bleef ontkennen. De Raad veroordeelde Ioumath van Maccassar tot volledige marteling zoals die daar gebruikelijk was. De onafhankelijke officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn was aanklager tegen Soumath van Macassar, een slaaf van overste-luitenant Isaak Meinertzhagen. De verdachte zat gevangen op verdenking van moord op de slavin Rosa.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0053 De slaafgemaakte Sara van Rio de Lagoa verklaarde voor de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop dat haar eerdere verklaring, die haar was voorgelezen, volledig juist was. Ze wilde er niets aan toevoegen of weghalen. In aanwezigheid van bootsmaat Andries Krens bevestigde ze dat alles de waarheid was. Dit werd vastgesteld op 25 februari 1752 voor de raadsleden A. Decker en J. Hoeck. Het document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0267 Op 2 december 1752 legde soldaat Hendrik Witsche uit Lunenburg een verklaring af. Hij werkte met een pas bij de weduwe van luitenant Pieter van Saak. Op verzoek van gerechtelijk aanklager Pieter Reede van Oudshoorn verklaarde hij het volgende: Op woensdag 29 november om ongeveer 6 uur 's ochtends was hij met de slaven van de weduwe Van Saak op het land aan het werk om graan te oogsten. Er kwam toen een slavin naar hem toe die vertelde dat schoolmeester August Christiaan Wiedeman de keel van de weduwe Van Saak had doorgesneden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 1161 De openbare aanklager Pieter Reede van Oudshoorn heeft een aanklacht ingediend bij de rechtbank van het bestuur, met als voorzitter Sergius Swellengrebel. De aanklacht is gericht tegen Soumath uit Makassar, een slaaf van luitenant-kolonel Isaac Meinertshagen. Soumath wordt verdacht van de moord op een slavin genaamd Rosa. De aanklager heeft 6 verklaringen als bewijsmateriaal toegevoegd aan de zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10951 / 0649 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/