Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Een portier vertelde dat een metselaar genaamd Filip of Lodewijk (de exacte naam wist hij niet meer) had gezegd dat hij die dag bij burger Slaagman 20 ducatons had verloren door:
Slaagman had de metselaar nog 15 rijksdaalders teruggegeven van zijn achtergelaten geld. De metselaar had ook ongeveer 1 ducaton aan kleingeld weggegeven aan een van de slavinnen van de Compagnie.
Toen er werd gevraagd hoe de metselaar aan zoveel geld kwam, antwoordde de portier dat de metselaar had verteld dat hij 500 rijksdaalders had meegenomen uit Nederland. De metselaar verliet meestal rond 9 uur 's avonds het slavenverblijf van de Compagnie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0852 Joseph Warnick verscheen voor rechters in Kaap de Goede Hoop. In aanwezigheid van klerken Otto Wilhelm Rotenburg en Jan Adriaan La Febre werd zijn eerdere verklaring aan hem voorgelezen. Hij bevestigde dat alles klopte en wilde niets toevoegen of verwijderen. In het bijzijn van metselaar Lodewijk Borgers legde hij op 5 mei 1755 een eed af met de woorden "Zo waarlijk helpe mij God Almachtig".
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0853 Carel Boom verscheen voor de Raad van Justitie van het kasteel in Kaap de Goede Hoop. In aanwezigheid van de klerken Otto Wilhelm Rotenbu en Michiel Daniel Leij deed hij een verklaring, die hij later met een eed wilde bevestigen.
Later werd zijn verklaring aan hem voorgelezen in aanwezigheid van metselaar Lodewijk Borgers. Boom bevestigde dat alles klopte en dat er niets hoefde te worden toegevoegd of verwijderd. Hij zwoer hierop een eed.
Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop op 10 mei voor de raadsleden Heijning en Bras.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0850 De slaaf Barend van de Kaap heeft bij het ziekenhuis van de Compagnie geld gevonden bij een paal tussen de bomen. Dit werd vastgelegd bij het gerecht van het kasteel in het bijzijn van de klerken Jan Adri La Febre en Michiel Daniel. Het document werd ondertekend door de secretaris Fs. Fiemmendor. Later werd Barend van de Kaap opnieuw opgeroepen waarbij zijn eerdere verklaring werd voorgelezen. Hij bleef bij zijn verklaring.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0836 Rond 18:30 uur ontdekte men dat het raam van de achterkamer, dat uitkijkt op het terrein van het Compagnie's hospitaal, open stond. Bij nader onderzoek bleek dat het houten buitenraam met geweld was opengebroken. Het kozijnhout waar de grendel in zat was gebroken. Twee ruiten waren gebroken en het raam was uit de sponning gehaald en op het terrein van het hospitaal neergelegd. De twee middelste ijzeren tralies waren doorgebroken.
Bij verdere inspectie bleek dat de lessenaar in de kamer was opengebroken. De koperen schroeven van het slot waren er met geweld uitgedraaid. Uit de lessenaar was bijna al het contante geld gestolen, ongeveer 200 ducatons (al kon men het precieze bedrag niet zeggen, het lag tussen de 13 en 14 stuivers). Er leek verder niets anders te missen, geen goud, zilver of andere zaken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0826 De gevangene heeft meerdere malen gewezen op zijn afwisseling tussen geestelijk gezond en ongezond zijn. 's Nachts na een verhoor heeft hij in de gevangenis een ijzeren hoepel van een vuilnisbak losgetrapt en platgemaakt. Hiermee brak hij een gat in de muur waar hij halverwege doorheen kroop. Een slaaf die bij hem zat heeft hem tegengehouden.
De gevangene had van zijn kouseband een strop gemaakt en die aan het deurkozijn vastgemaakt om zichzelf te verhangen. Dit wordt gezien als bewijs dat hij uit schuldgevoel tot wanhopige daden overging.
Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de gevangene betrokken was bij de inbraak en diefstal bij burger Albert Lokman. De aanklager verwijst naar wat rechtsgeleerden zoals Joost de Damhouder hierover zeggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0823 De gevangene probeerde geld te verbergen voor de ogen van anderen. Hij wilde daarbij goudgeld omwisselen voor zilvergeld omdat goud makkelijker te verstoppen was.
Hij gaf steeds verschillende verklaringen over waar hij zijn geld vandaan had:
De gevangene had ook nog geprobeerd uit het gevangenenhuis te ontsnappen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0822 De beschuldigde had gezegd dat hij bang was om naar Batavia te worden gestuurd. Dit komt niet overeen met het feit dat hij nieuwe kleren had gekocht. Als hij echt zo arm was geweest, had hij geen kleren gekocht maar zijn geld gespaard.
Het is duidelijk dat zijn excuses niet waar zijn. Zelfs als hij de 200 rijksdaalders in goud en zilver uit Nederland had meegebracht, zou hij waarschijnlijk al eerder geld hebben uitgegeven aan feesten en drinken. Vooral toen hij beweert dat hij 48 ducatons van de teruggekeerde Smid had gekregen. Hier is geen bewijs voor.
Het is ongeloofwaardig dat hij precies op de dag na de diefstal van de ducatons geld zou uitgeven. Bovendien had hij eerder in artikel 65 verklaard aan niemand te hebben verteld dat hij geld had.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0821 Jochim Heger, een smid, werkte in verschillende periodes voor verschillende mensen. Hoewel hij zelf aangeeft arm te zijn, heeft hij een bedrag van 200 rijksdaalders bezeten in de vorm van 41 gouden dukaten en pistoletten. Van dit bedrag werden 28 dukaten en 3 pistoletten omgewisseld door een man die uit Batavia was teruggekeerd en in het Compagnieshospitaal ziek had gelegen. Dit was vreemd, omdat hij volgens zijn eigen verklaring steeds voorschotten moest opnemen voor zijn basisbehoeften. Als hij werkelijk zo arm was geweest, zou hij:
Hij beweert dat zijn armoedige levensstijl en kleding te wijten waren aan de zielverkoper (werver), maar dit wordt betwijfeld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0820 De verdachte beweerde dat hij 500 rijksdaalders uit zijn vaderland had meegebracht. De dag ervoor was hij jarig geweest en had bij Plaagman 20 ducatons uitgegeven aan drank en het kapot gooien van glazen en flessen. Hij had daar ook nog 10 ducatons achtergelaten door dronkenschap, maar Plaagman had hem dit teruggegeven. De volgende dag had hij tegen metselaar Casper Henkel, die hem vroeg hoe hij aan zoveel geld kwam om zo uit te geven, gezegd dat hij wat geld had gevonden op de hoek van het Compagnie's Hospitaal bij de poort van de Compagnie's Tuin. Uit alle omstandigheden blijkt duidelijk dat alleen deze verdachte de inbraak en diefstal kan hebben gepleegd, ook al speelt hij de onschuldige en ontkent hij alle beschuldigingen. De waarheid wordt nog duidelijker als men bedenkt dat de verdachte zelf toegeeft dat hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0819 De herbergier Plaagman werd geconfronteerd met een beschonken klant. Deze klant vroeg om een half vat wijn en moest hiervoor 7 rijksdaalders en 6 schellingen betalen. Dit was de prijs die de belastingpachter had bepaald. De klant betaalde en liet de wijn op tafel zetten. Veel bezoekers dronken van de wijn tot het vat bijna leeg was.
De dronken klant probeerde het vat kapot te gooien maar dat lukte niet. Hij haalde toen 10 ducatons uit zijn zak en gooide die door de kamer. Plaagman raapte dit geld op omdat de klant al flink dronken was. Om half 7 's avonds vertrok de klant. De volgende ochtend om 6 uur kwam hij terug en vroeg aan Plaagman hoe het de vorige avond was gegaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0817 Een man ging naar een drinkgelegenheid en bestelde wijn. Nadat hij een glas had gedronken en twee glazen wijn aan andere aanwezigen had geschonken, gooide hij alle flessen en glazen die op tafel stonden kapot in een hoek van de kamer. Toen Slaagman hem vroeg wat het nut daarvan was, antwoordde de man dat hij plezier wilde hebben en dat hij anders wel ergens anders heen zou gaan. Hij betaalde een dukaat voor de kapotte flessen en glazen. Vervolgens bestelde hij nog 12 flessen wijn. Plaagman gaf hem deze onder voorwaarde dat hij ze niet kapot zou gooien. De man betaalde weer met een dukaat, maar ging toch door met vernielen. Hij gooide alle flessen en alles wat op tafel stond kapot door de tafel om te keren. Dit ging zo door totdat hij 5 of 6 dozijn flessen had vernield en betaald. Uiteindelijk zei Plaagman dat hij geen flessen meer had en ook geen nieuwe meer wilde geven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0816 Barend vraagt aan de verdachte waarom hij zo kwistig met geld is vandaag. De verdachte antwoordt dat hij geld nodig heeft. Als Barend vraagt waar hij dat geld vandaan heeft, zegt de verdachte dat dit een domme vraag is. Hij vertelt dat hij 8 maanden geleden geld heeft geleend. Als Barend vraagt of dit van de garnizoensschrijver was, zegt hij: "Nee, van een landgenoot in het Kasteel." De verdachte is op dezelfde maandag ook bij Antoni Onvervaart, de baas van de tuin van de Compagnie, geweest. Hij gaf hem 15 ducatons voor een blauw laken kostuum en een paar zilveren schoenen met zilveren gespen. De dag erna gaf hij nog 1 ducaton en wat schellingen voor 4 paar katoenen onderbroeken. Die middag om even na 2 uur ging hij naar de winkel van Plaag en vroeg aan diens vrouw of haar man thuis was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0814 De zaak draait om een diefstal waarbij de verdachte op ongewone wijze veel geld (ducatons) uitgaf bij verschillende locaties, waaronder de winkel van burger Simon Frederik Plaagman. De verdachte werd gearresteerd na onderzoek. Op 10 maart 's ochtends rond 8 uur was de verdachte samen met de metselaars Godlieb Barend en Casper Henkel naar het huis van Johanna gegaan. Daar was ook de vrije zwarte man Pieter Pietersz aanwezig. De verdachte gaf een schelling aan de slaaf Barend van de Caab om drank te halen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0813 In maart meldde burger Albert Lokman bij de autoriteiten een inbraak. Deze inbraak vond plaats in zijn achterkamer die uitkeek op het terrein van het VOC-ziekenhuis. Hij ontdekte:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0812 De officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn presenteerde aan rechtbankvoorzitter Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie een aanklacht tegen metselaar Lodewijk Borgers uit Hannover. Borgers stond in de boeken van de VOC bekend onder de naam Nicolaas Hendriksz uit Stade. Hij werd beschuldigd van inbraak en diefstal.
Bij de aanklacht werden de volgende bewijsstukken overlegd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0811 De soldaat Melchert Schrouder uit Buuren in Hessen verscheen voor de Raad van Justitie in het Kasteel de Goede Hoop. Na het voorlezen van zijn bekentenis gaf hij aan dat alles correct was opgeschreven. Hij wilde niets toevoegen of weghalen en verklaarde dat alles de zuivere waarheid was. Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 10 mei 1755 voor raadsleden Heijning en J.H. Blanckenberg. Het document werd ondertekend door de beklaagde en de beëdigde klerk I.L. Rhenius.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0809
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0800 Slagman was bij Plaagman thuis gekomen en hoorde van diens vrouw dat hij sliep. Slagman wist dat Plaagman wel thuis was en zei dat hij hem maar wakker moest maken omdat hij zijn schuld wilde betalen. Terwijl Slagman een fles wijn bestelde en Plaagman's vrouw haar man wakker maakte, gaf Slagman een ducaton aan Plaagman en vroeg twee schellingen terug. Hiermee waren de 9 schellingen schuld plus de fles wijn betaald. Na het opdrinken van de wijn, samen met twee vioolspelers en een soldaat, bestelde Slagman 12 flessen wijn omdat het zijn verjaardag was. Slagman, die al wat dronken was, betaalde de 12 flessen met nog een ducaton.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0815 Op een niet genoemde datum diende de onafhankelijk aanklager Pieter Reede van Oudshoorn een aanklacht in bij rechter Sergius Swillengrebel en de rechtbank van het gebied tegen opperstuurman Rienk Barendsz de Dries uit Enkhuizen. De aanklacht tegen de gezagvoerder van het VOC-schip Langewijk, dat in de haven lag, betrof:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0225 Een gerechtelijk verslag laat zien dat volgens Jan Cats op Stellenbosch op 13 februari 1755:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0222 Op 28 februari 1755 zijn bij Kaap de Goede Hoop de heren Heijning en Blanckenberg, leden van de Raad van Justitie, aanwezig. De akte is ondertekend door hen, de bekennende partij en klerk I.F. Rhennis.
Ian Caks, arts in Stellenbosch, verklaart op verzoek van landdrost Adriaan van Schoor, in aanwezigheid van bestuursleden Gerhard van der Bijl en Adriaan van Brakel, dat hij op 2 februari 1755 een overleden slavin heeft onderzocht. De slavin was eigendom van boer Casper Hendrik Batenhorst. Bij onderzoek bleek dat de huid van haar hals boven het sleutelbeen was losgeraakt en de halsspieren zwaar beschadigd waren, tot aan de luchtpijp.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0221 De slaaf Maart van Maccassar heeft zich na enkele dagen zwerven vrijwillig bij zijn meester gemeld. Deze heeft hem vervolgens overgedragen aan het gerecht. Dit heeft hij bekend op 27 februari 1735 aan Kaap de Goede Hoop voor de raadsleden Heijning en Blankenberg. Bij het voorlezen van zijn bekentenis bleef hij bij zijn verklaring en wilde er niets aan toevoegen of wijzigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0220 Maart van Macca Jar, een 30-jarige slaaf van landbouwer Casper Hendrick Batenhorst, woonde op diens boerderij in Stellenbosch. Op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor, bekende hij het volgende: Hij had een relatie met een slavin genaamd Philida van Mallebaar. Toen hij merkte dat zij een relatie was begonnen met een andere slaaf, Samson van Terra de Natal, en niets meer met hem te maken wilde hebben, werd hij erg boos. Begin februari besloot hij daarom Philida te vermoorden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0218 De veroordeelde werd overgedragen aan de gerechtelijke beul en werd op een kruis vastgebonden. Hij werd van onder tot boven, zonder genade, levend in stukken gehakt. Het lichaam moest op het kruis blijven liggen tot aan zijn dood. Daarna werd het dode lichaam naar het galgenveld gesleept waar het op een rad werd tentoongesteld. Het moest daar blijven totdat het door de natuur en de vogels verteerd was. De kosten van het proces werden ook opgelegd. Dit document is opgemaakt door A. van Schoor op 6 maart 1755.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0217 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/