Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De vrouw vroeg eerst aan metselaar Willemse om bij haar in bed te komen liggen. Toen Willemse dat niet wilde, is de ondervraagde bij haar op het bed gaan zitten. Willemse werd wakker en zag dit. Hij herinnerde de ondervraagde aan een eerdere belofte om 'op te passen', maar de ondervraagde weet niet meer wat hij daarop antwoordde.

De zieke vrouw vroeg de ondervraagde later om onder de deken bij haar te komen liggen, wat hij deed. Dit duurde de hele nacht. Metselaar Willemse sliep ook in diezelfde kamer en de ondervraagde zat op het bed bij de zieke vrouw.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1017  


Isabella kreeg enkele gouden hemdsknoopjes en oorbellen onder haar hoede. Een van de oorbellen en een knoopje werden even in bewaring gegeven aan iemand anders. Na 3 dagen deed die persoon de sieraden in een beursje en gaf deze terug aan Isabella in het bijzijn van andere mensen. Dit gebeurde bij een kist. De metselaar Hendrik Welle zou eigenlijk die nacht moeten waken, maar iemand anders bood aan om zijn dienst over te nemen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1016  


De weduwe had last van ijlhoofdigheid (ernstige verwardheid). Door deze verwardheid rukte ze haar gouden oorbellen uit haar oren en scheurde de gouden hemdsknoopjes uit haar hemd. Alleen één gouden hemdsknoopje bleef aan het hemd hangen. Schoeman moest samen met schoolmeester Johan Roedolf Reeder en metselaar Hendrik Willemsz de weduwe Loubster vastgrijpen. Deze Schoeman had beloofd haar en haar kinderen bij te staan en op haar werkslaven (slaven op de plantage) en vee te letten. Hij kwam hiervoor terug toen de weduwe al ziek lag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1015  


De getuige verklaart dat hij naar de locatie ging en daar met Willemsze de schoolmeester, Reeder en burger Hartkany was. Bertus Loubster werd naar de plek geroepen waar de paarden waren, omdat zowel zijn kinderen als slaven toen ziek waren met kinderpokken. Jurgen Jansse Schoeman kwam later vanuit Kaap naar die plek. De weduwe vroeg Schoeman om hulp omdat haar kinderen ook de kinderpokken hadden en zij bang was zelf ook ziek te worden. Omdat Schoeman een getrouwd man was, kon hij haar helpen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1014  


Voor de rechtbank van het kasteel aan de Kaap de Goede Hoop verscheen de derde meester Hendrik Lodewijk Hanssen, om ondervraagd te worden door de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoorn.

Hendrik Lodewijk Hanssen moest antwoord geven op de volgende vragen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1013  


Lodewijk Hanssen Luneburg werd 25 september veroordeeld tot:

De uitspraak werd gedaan in Oudshoorn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1012  


De verdachte is schuldig bevonden aan onbetamelijk gedrag. De reder had geklaagd over zijn vrijpostig gedrag. Niemand van de aanwezige personen had dit ontkend. De verdachte heeft uiteindelijk tijdens zijn ondervraging spijt betuigd en om vergiffenis gevraagd. Toch moet hij bestraft worden voor zijn buitensporig gedrag en het niet opvolgen van bevelen van de weesmeesters. Volgens artikel 45 van de weeskamer moet iemand die weesmeesters beledigt met woorden of daden gestraft worden alsof hij het gerecht zelf had beledigd. Deze straf dient als voorbeeld voor andere brutale personen, vooral in deze gevaarlijke tijden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1011  


Het gaat over wangedrag rond de erfenis van de weduwe van landbouwer Johannes Albertus Loubster. Een beschuldigde heeft de schriftelijke bevelen van de weesmeesters van de stad genegeerd. De beschuldigde ontkent enkele beschuldigingen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1009  


Knockers ging naar het Eijland waar Taillard was. Knockers zei tegen hem dat hij moest vertrekken. Taillard vroeg of Knockers dan de zieken zou verzorgen, waar Knockers ja op antwoordde. Taillard weigerde toen te vertrekken.

Op de avond voor Knockers' vertrek, ging Taillard naar schoolmeester R, klopte hem op de schouder en zei dat als mensen hen voor dieven zouden uitmaken, ze dat zouden moeten bewijzen. Zonder bewijs zouden ze hen als eerlijke mensen moeten beschouwen.

Daarna heeft Knockers een inventaris opgemaakt en de boedel overgedragen aan Schoeman. Knockers ging terug naar de Kaap en deed verslag bij de Weeskamer.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1008  


De schoolmeester Knockers probeerde iemand te laten vertrekken door hem de helft van het geld te geven. De ander wilde dit niet accepteren en zei dat geld in Afrika niets betekende. De persoon dreigde dat hij niet zou vertrekken. Hij vroeg Knockers of hij hem op zijn woord kon geloven. Knockers begreep niet wat er met dat woord werd bedoeld. De persoon bleef agressief en zei dat hij Knockers wel zou krijgen. Knockers zei toen dat hij namens de Weesmeesters beval dat de persoon de volgende ochtend netjes moest vertrekken. De persoon weigerde dit en dreigde de leest kapot te slaan en de inventarislijst voor Knockers' ogen te verscheuren. Hij zei dat ze hem maar met rust moesten laten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1007  


Op een avond op het Eyland ontstond er een conflict. Jan Lard weigerde instructies op te volgen en werd brutaal toen de taken van de Weesmeesters aan hem werden voorgelezen. Hij zei dat het hem niet kon schelen en dat de overledenen hem daar hadden gebracht. Hij dreigde mensen neer te schieten of zichzelf te laten neerschieten. Buiten de keuken dreigde hij Knockers omver te duwen als hij hem alleen zou treffen. Schoeman waarschuwde Knockers hiervoor. Bij terugkomst in de kamer ging Jan Lard door met schelden en brutaliteiten tot in de nacht. Hij dreigde ook de zakdoek van schoolmeester Rede, die al in bed lag naast Knockers, kapot te scheuren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1006  


De heren Knockers, Hartkamp en Willem waren in conflict over een nalatenschap. Knockers was hier officieel verantwoordelijk voor maar Hartkamp wilde niet meewerken. Hij wilde tijdens het opmaken van de inventaris alles op zijn manier bepalen. Toen Knockers zei dat Hartkamp niets te zeggen had, claimde Hartkamp de baas te zijn. Knockers liet daarop zijn officiële papieren zien. Hartkamp zei dat hij er al lang voor Knockers was en dat hij er door de overledene was geroepen. Hij weigerde weg te gaan, zelfs als ze hem zouden ophangen. Daarna ging Knockers naar de keuken waar slaaf August was. Hartkamp beweerde dat deze slaaf van hem was maar kon dit niet bewijzen. Knockers zei tegen August dat hij in het huis moest blijven en alleen naar Knockers moest luisteren, niet naar Hartkamp.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1005  


De knecht van burger Willem Ha Camp werd verdacht dat hij enkele papieren had ingezien en verscheurd. Hij heeft toen aan schoolmeester Reeder gevraagd waarom deze Camp zoveel vrijheid kreeg. Reeder antwoordde dat hij wenste dat Hanssen dit niet had gedaan, maar dat hij als baas de sleutels van alles had en kon doen wat hij wilde.

Op 2 augustus kwamen assistent Johannes Ha en Jurge Janssen Schoeman uit Kaap met een officiële order van de Weesmeesters. Deze werd voorgelezen aan de beklaagde, aan knecht Willem Hartcamp, schoolmeester Reeder en metselaar Will. De order bepaalde dat de boedel geïnventariseerd moest worden en aan Schoeman overgedragen moest worden. Knockers vroeg om de sleutels, die volgens de beklaagde bij de schoolmeester waren. Knockers kreeg deze sleutels van de schoolmeester. Vervolgens ging Knockers in de buurt op zoek naar twee mensen die als getuigen konden dienen bij het inventariseren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1004  


Nadat Loubster na een paar dagen was overleden, werd er gezegd dat er alleen minderjarige kinderen overbleven. De weeskamer moest hiervan op de hoogte worden gesteld. Schoeman werd gevraagd om naar de Kaap te rijden om dit sterfgeval te melden. Schoeman zei herhaaldelijk dat de weeskamer er niets mee te maken had en dat alleen Jacob Cloete de nalatenschap zou regelen. Er werd tegen Schoeman gezegd dat de weeskamer wel degelijk op de hoogte moest zijn om de nodige regelingen te treffen voor de nalatenschap. Daarna is hij naar de Kaap gereden en heeft hij de weesmeesters geïnformeerd.

In de tussentijd heeft hij op een middag de schoolmeester Johan Roedolf Reed in de kamer geroepen. Met de sleutel die was afgenomen van de zieke dochter Isabella (aan wie haar moeder tijdens haar ziekte de sleutels had toevertrouwd), heeft hij een lessenaar opengemaakt. Hij zocht daarin naar een eigendomsbewijs van de slaaf Augu.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1002  


Schoeman vraagt hoe iemand bij een stervende vrouw in bed kan gaan liggen en haar nog meer kan benauwen. Schoeman kreeg als antwoord dat het hem niets aangaat. De beschuldigde vertelde toen aan Schoeman en metselaar Hendrik Willemsz dat hij verloofd was met de vrouw en gouden knopen als verlovingsgeschenk had gekregen. Dit had hij eerder ook al aan Willemsz en schoolmeester Reeder verteld. Reeder wist echter van weduwe Loubster, toen ze nog bij bewustzijn was, dat de beschuldigde zich wel vrijpostig gedroeg maar dat hij zich geen illusies moest maken omdat haar man net was overleden. Schoeman voegde daaraan toe dat het vreemd was dat een vrouw wier man net was overleden zich zou verloven, tenzij ze in verwarde toestand was of een slecht mens zou zijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1001  


Ongeveer 10 dagen na Schoeman's verblijf raakte de weduwe Loubster zo sterk in paniek dat ze haar kleren van haar lichaam scheurde. Schoeman, schoolmeester Johan Roedolf Reeder, metselaar Hendrik Willemsz en een gedaagde moesten haar daarom vasthouden. In deze toestand rukte ze haar gouden oorbellen en een gouden hemdknoop uit en gooide deze weg. De gedaagde raapte één oorbel en de hemdknopen op en stak deze in zijn zak. De andere gouden oorbel werd door een jong meisje genaamd Isabella opgeraapt en bewaard. 's Avonds, toen de weduwe Loubster wat rustiger was geworden, vroeg ze aan metselaar Willemsz, die nachtdienst had, om bij haar in bed te komen liggen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0999  


In Kaap verzocht in juli de weduwe van overleden man Loubster aan Schoeman om bij haar te komen helpen. Ze vroeg dit omdat hij getrouwd was en haar kon helpen als ze ziek werd. Ze had niemand anders dan jonge mensen in de buurt. Ze had ook niemand kunnen vinden om haar overleden man in zijn kist te leggen.

Schoeman beloofde terug te komen als alles in orde was. Na een paar dagen kwam hij terug en trof de weduwe ziek aan met de kinderpokken. Er lagen ook twee zieke kinderen in de kamer. Hij zou daar blijven om voor hen te zorgen en ook op haar grond, slaven en vee te letten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0998  


De chirurgijn werd gedwongen om naar het kantoor van de hoofdofficier te komen, waar hij werd vastgehouden. Er werden verhoren en verklaringen afgenomen die onder ede werden bevestigd. De chirurgijn had een tijd bij landbouwer Dirk de Vos gewoond. Begin juli werd hij door metselaar Hendrik Willemsz opgeroepen namens landbouwer Johannes Albertus Loubster. Deze Loubster was samen met zijn zoon en enkele slaven ziek geworden door de kinderpokken op zijn landgoed aan de Paardeberg. Na ongeveer 7 dagen overleed Loubster. Eind juli kwam burger Jurgen Janssen Schoeman, die bij burger Sauskij woonde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0997  


Johannes Knockers kreeg van de weesmeesters van de stad, met goedkeuring van de gouverneur, schriftelijk toestemming om naar het huis van de weduwe van de overleden boer Johannes Albertus Louster te gaan. Hij moest daar de bezittingen inventariseren en deze overdragen aan burger Jurgen Janssen Schoen.

Bij terugkomst klaagde Knockers bij de weeskamer dat chirurgijn Hendrik Lodewijk Hanssen hem bij het inventariseren had gehinderd. Hanssen had de schriftelijke opdracht van de weesmeesters, die Knockers twee keer had voorgelezen, genegeerd. Hij had Knockers voortdurend brutaal behandeld en was koppig geweest.

Bovendien had Knockers gehoord dat Hanssen voor zijn komst een lade had opengebroken en enkele papieren had verscheurd en weggegooid.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0996  


De officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn heeft een aanklacht ingediend bij de president Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie tegen Hendrik Lodewijk Hanssen uit Luneburg. Hanssen zat op dat moment gevangen. Hij werd beschuldigd van wangedrag bij het afhandelen van de nalatenschap van de weduwe van landbouwer Johannes Albertus Loubster. Ook had hij schriftelijke bevelen van de weesmeesters van de stad genegeerd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0995  


Willemsz kwam erachter dat een vrouw die hij in de gaten moest houden, ontbloot raakte doordat ze woelde. De man die bij haar zou waken was namelijk in slaap gevallen. Hij lag naast haar onder een deken met als smoes dat hij haar dan beter in de gaten kon houden. Toen Willemsz wakker werd en dit zag, vroeg hij of dit de belofte was die de man had gedaan om op te passen. De man antwoordde dat hij in slaap was gevallen. De volgende ochtend verweet Willemsz hem dit gedrag en zei dat hij zich moest schamen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1000  


De onafhankelijk aanklager Pieter Reede van Oudshoorn heeft een rechtszaak aangespannen tegen Hieronimus Hendrik Blas uit Kiel. Blas werkte als huistimmerman in het ambachtsgebied van de VOC. Hij zat gevangen omdat hij zich had verzet tegen zijn baas Johannes Bresler. De zaak werd voorgelegd aan de president van de rechtbank Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie. Als bewijs zijn documenten A, B, C en D ingediend, waaronder een verklaring van de baas.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0879  


Er werd vastgelegd dat op Kaap de Goede Hoop op 24 maart 1755 een verhoor werd afgenomen door Cornelis Eelders en Jan Raeck. Bij dit verhoor werd iemand ondervraagd over:

De ondervraagde persoon ontkende alle beschuldigingen van diefstal en verklaarde geen geld meer te hebben na het uitgaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0875  


De metselaar Nicolaas Hendriksz verscheen voor de Raad van Justitie in het Kasteel de Goede Hoop. De secretaris F.K. Tiemmendorf heeft samen met de ondervraagde persoon en de raadsleden het document ondertekend. Toen de vragen en antwoorden aan Hendriksz werden voorgelezen, verklaarde hij dat alles correct was. Hij wilde niets toevoegen of weghalen en bevestigde dat alles de waarheid was. Dit gebeurde op 5 mei 1753 in aanwezigheid van de raadsleden N. Heyning en E. Br.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0876  


De leden van de Raad van Justitie ondertekenden het document samen met de ondervraagde persoon en de beëdigde klerk. J. F. Rhenius was de beëdigde klerk en N. Diemmenderg was de secretaris die het document bekrachtigde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 0877  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/