Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De geweldiger (politieman) Johan Jacob Doeksteen deed verslag aan de fiscaal (openbaar aanklager) Pieter Reede van Oudshoorn over het volgende:

Op zondag 2 november om ongeveer 8 uur 's avonds ging hij naar de kroeg van Jan Christoffel Kuul aan de Zoute Rivier. Dit deed hij omdat er een melding was binnengekomen dat:

Bij aankomst vond Doeksteen voor de deur een dronken schaapherder genaamd Aaron, die werkte voor burger Abraham Wannenburg. In de kroeg vroeg hij aan Kuuls slaaf Maas of deze drank verkocht voor zijn eigenaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1193  


De beklaagde stelt dat hij niets verkeerds heeft gedaan. Hij handelde uit zelfverdediging tegen een dreigende Korporaal. Deze Korporaal had hem eerst met geweld van zijn post verdreven. Toen de beklaagde 's nachts naar buiten kwam, werd hij bedreigd. De beklaagde zegt dat elk mens het recht heeft zichzelf te verdedigen als hij bang is. Net zoals dieren dat van nature doen.

Deze verklaring werd ingediend door advocaat J. Falk op 11 september 1755 en bevestigd door secretaris Siemmender.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1191  


De tuinman van de VOC-tuin ''Nieuwland'', Jan Valk, reageerde op een rechtszaak die tegen hem was aangespannen door de officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn. Deze zaak werd voorgelegd aan de voorzitter van de Raad van Justitie, Sergius Swellengrebel. Het document werd ingediend bij de rechtbank op 28 augustus 1755.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1183  


Hendrik Klumpkes, een soldaat die op post het Nieuwland diende, werd ondervraagd op 13 september 1755 in Kaap de Goede Hoop. Dit verhoor werd afgenomen door Corns Eelders en David D'Hillij, leden van de Raad van Justitie. Het document werd ondertekend door Tiemmen, de secretaris. Het verhoor ging over een incident waarbij tuinbaas Jan Valk en legerkorpaal Willem Casser betrokken waren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1170  


De verdachte heeft uit angst en noodweer gehandeld. Hij had eerst alles gedaan om de situatie te vermijden, totdat hij zich in een kamer opgesloten vond. Hij kon daar alleen uitkomen door langs de wraakzuchtige Corporaal Gul te gaan, die buiten hulp had verzameld. Tot nu toe is alles wat wordt beweerd alleen gebaseerd op wat Corporaal Gul zelf zegt, zonder bewijs van wat er bij het Rondebosje is gebeurd. De verklaring van Willem Hurter is alleen maar in het voordeel van de corporaal, maar deze man wist niet precies wat er was gebeurd. Hij wil zich buiten de hele zaak houden. De corporaal zei bij het binnenkomen van de kamer niet "Hoe Valk, vind ik je hier" maar "Hoe schorriemorrie, vind ik jou hier". Deze woorden konden bij de verdachte alleen maar nieuwe angst veroorzaken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1151  


Een dronken Corporaal Gul maakte veel lawaai. De verdachte bleef rustig en ging op zijn bed zitten om zijn schoenen uit te doen. Plotseling kwamen 6 tot 8 mannen zijn kamer binnen. Ze hadden wapens zoals knuppels en stokken bij zich. De verdachte probeerde uit angst een geweer te pakken dat bij zijn bed stond. Voor hij het geweer kon bereiken, werd hij aangevallen. Iemand gooide hem op bed en kneep zijn keel dicht. Corporaal Gul viel hem aan met een zwaard en sloeg op hem in. De verdachte probeerde zich te verdedigen en kreeg daarbij twee verwondingen aan zijn hand. Daarna trok Corporaal Gul hem aan zijn haar van het bed, sleepte hem over de grond de kamer uit en schopte hem naar buiten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1142  


De Corporaal Gul was boos geworden op de beschuldigde. Het begon toen de beschuldigde zijn ongenoegen had geuit over het gedrag van de Corporaal. Dit leidde tot een geheime haat van Corporaal Gul tegen de beschuldigde. Later, toen er een gezelschap bij de Corporaal was geweest, liep de beschuldigde met hen mee tot voorbij de Brouwerij. Er ontstond een gesprek over vrouwen. De beschuldigde maakte toen een grapje over dat Corporaal Gul met de onderbaas van de schuur samenspande, waarmee hij verwees naar één van de onderbazen die samen met de Corporaal omging met slavinnen. Op deze grap reageerde Corporaal Gul woedend en noemde de beschuldigde een schurk. Terwijl de Corporaal door bleef schelden, verdedigde de beschuldigde zich met woorden, waarna ze teruggingen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1141  


De onafhankelijke officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn diende een aanklacht in bij rechtbankvoorzitter Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie. De aanklacht was tegen Jan Valk uit Halberstad, die werkte als tuinbaas in de tuin Nieuwland van de VOC. Het ging om een zaak van verwonding. Dit blijkt uit:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1121  


Pedro van Bengalen verscheen voor twee leden van de Raad van Justitie van het kasteel de Goede Kaap: Cornelis Eelders en Hendrik van der Heijde. De vragen en antwoorden zijn duidelijk aan hem voorgelezen op 4 oktober 1755. Hij gaf aan het eens te zijn met alles en wilde niets toevoegen of weglaten. Het document werd ondertekend door de ondervraagde, de raadsleden en de secretaris Jan Tiemmendorf. Ook raadslid Jacob Hendrik Blanckenberg was aanwezig. Dit document werd later goedgekeurd door Diemman.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1118  


Een getuige verklaart onder ede dat hij Leander zag dobbelen in de schachererij (handelshuis) van Ventura. Dit gebeurde in de Nieuwe Uitleg. Bij een gelegenheid, rond 11:00 uur 's ochtends, vroeg iemand aan Leander om mee te gaan naar een leegstaand huis waar de bewoners waren overleden. Er werd gesuggereerd dat daar iets te stelen viel. De getuige werd gevraagd of de slaaf Leander positief antwoordde en meeging naar boven, en wat er precies werd gezegd tijdens dit voorval.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1109  


Anton verklaart dat hij bij zijn baas heeft gewerkt als koelie (sjouwer). Na de dood van zijn baas werkte hij voor burger Jan en verdiende dubbeltjes. Hij kende een jongen die medeslaaf was, maar geen kameraad. Deze jongen, Leender, behoorde toe aan burger Marten Broekman en werkte in de winkel van de vrije zwarte man Abraham van Ven.

Als Anton geen werk als koelie had, werkte hij in het huishouden aan de Kaap. Hij moest dagelijks 4 dubbeltjes verdienen voor zijn eigenaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1108  


Op 18 september 1755 verklaarde de burger Jan Hasse het volgende tegenover Jan Frederik Tiemmendorf, secretaris van de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Hij deed dit op verzoek van onafhankelijk aanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Op maandagmorgen 15 september kwam een slaaf genaamd Baatjoe bij Hasse. Deze slaaf was eigendom van Simon Roedolf Sandenberg, een burger die naar Batavia was vertrokken. Baatjoe had in een oude lap enkele stukken gesmolten zilver en stukjes van een kapotgehakte zilveren armband die hij wilde verkopen. Hasse bekeek de stukjes zilver en herinnerde zich dat de gescheiden vrouw van burger Pieter Therron had gezegd dat haar zilveren armband was gestolen. Hasse herkende de knopen die hij zelf had gemaakt en besefte dat dit de gestolen armband was. Hij vertelde de slaaf over een uur terug te komen voor het geld, en stuurde ondertussen iemand weg [tekst breekt hier af].

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1091  


Door inbraak en diefstal waren er kapotte ruiten en kasten. In één kamer stonden kiaathouten en groenhouten kasten die kapot waren geslagen. In een andere kamer was een grote kist met koperbeslag vernield. Op de grond lagen een kapmes en twee valse sleutels (lopers). De volgende spullen werden vermist:

Op 15 september bood een van de dieven bij zilversmid Jan Hasse stukjes zilver te koop aan. Dit bleek van een kapotgemaakte zilveren beugeltas te zijn, verpakt in een oude lap stof.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1074  


Pieter Reede van Oudshoorn, als onafhankelijke aanklager, diende een aanklacht in bij de president van de rechtbank, Serguus Swellengrebel, en zijn raad van justitie tegen:

Leander van Bengalen werd beschuldigd van inbraak en diefstal. Saaron van Batavia en Baatjoe van Boegies werden beschuldigd van het aannemen en verhandelen van de gestolen goederen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1071  


Door de voogdijkamer van Kaap de Goede Hoop werd op 1 augustus bepaald dat niemand zich met de erfenis mocht bemoeien behalve de door het weeshuis aangewezen personen, totdat de weesmeesters een beslissing hadden genomen. Het document werd ondertekend door secretaris J.N.V. Dessin.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1068  


Het gaat over een geschil tussen Knockers en Hartka over een boedelopname waarbij een slaaf genaamd Augustus betrokken was. Er ontstond onenigheid over:

De weesmeesters hadden een document opgesteld maar dit werd niet voorgelezen. De sleutels werden uiteindelijk door de weesmeester aan Reeder overhandigd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1024  


De weesmeesters van de stad gaven toestemming aan assistent Johannes Knockers om na het overlijden van Elisabeth Mostert (weduwe van landbouwer Johannes Albertus Laubster) de boedel aan de Waardeberg te inventariseren. Dit moest gebeuren als er geen speciale executeurs voor de boedel of voogden voor de minderjarige kinderen waren aangewezen door de overleden ouders. De inventarisatie moest plaatsvinden in aanwezigheid van twee getuigen, waaronder specifiek burger Jurgen Jansz Schoeman. Deze Schoeman kreeg tijdelijk het toezicht en beheer over de boedel na de inventarisatie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1067  


Anto geeft toe dat hij tegen Reeder heeft gezegd dat hij de baas was, alle sleutels had en kon doen wat hij wilde. Hij vroeg Reeder om de goederen die in Kaap gekocht waren en los in de kamer lagen op te schrijven, met de opmerking dat er niets van mocht verdwijnen. Reeder deed dit en Anto sloot de opgeschreven goederen in een kist weg. Toen assistent Johannes Knockers samen met Schoenanop op 2 augustus van Kaap terugkwamen, toonden zij hun schriftelijke orders aan: Schoolmeester Reeder maakte bezwaar bij het nazien van de papieren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1023  


De sleutels van de lessenaar van Isabella waren door haar moeder (weduwe Loudster) aan haar toevertrouwd tijdens haar leven. Jurgen Janssen Schoeman was door de overleden weduwe Loudster aangesteld als opzichter van de plaats. Er was sprake van een betaling van 71 rijksdaalders en 7 schellingen voor een slaaf genaamd Augustus, die voor 100 rijksdaalders was gekocht. De sleutels van de lessenaar werden van de zieke jonge dochter Isabella afgenomen. Ook wordt er gesproken over Johan Roedolf Reeder, een schoolmeester.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1021  


Op 18 september 1755 heeft men op het kantoor van Justitie in het kasteel van Kaap de Goede Hoop een verklaring voorgelezen aan een vrouw genaamd bandasa uit de Kaap. Dit gebeurde in het bijzijn van:

De vrouw bevestigde dat alles wat voorgelezen was waar was. Ze wilde niets toevoegen of weghalen uit de verklaring.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1066  


De getuige meldt dat de vroegere arts Hanssen in de dagen na het overlijden van de vrouw en voordat assistent Knockers arriveerde papieren uit een lessenaar in de kamer haalde. Hij stuurde de slaaf Baatjoe naar de wijnkelder en verscheurde toen papieren in het bijzijn van de schoolmeester. Toen de getuige vroeg waarom hij dat zomaar mocht doen, werd ze door Hanssen de kamer uit gezet. Ze verzorgde daar de zieke kinderen. Verder verklaart ze dat de zieke vrouw haar sleutels nooit aan Hanssen heeft gegeven maar aan haar oudste dochter Isabella. Hanssen heeft de sleutels later van Isabella afgenomen toen zij ook ziek werd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1065  


Schoeman en Jacob Cloete waren betrokken bij een zaak over een boedel. Er werd gevraagd of Schoeman niet had gezegd dat de Weeskamer hiervan op de hoogte moest zijn om de nodige regelingen in de boedel te treffen. Schoeman antwoordde hierop dat niet de Weeskamer, maar Jacob Cloete hiermee te maken had. Toen Schoeman naar Kaap wilde rijden om de Weeskamer in te lichten, werd dit besproken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1020  


Antoni antwoordde op de vraag hoe een vrouw wier man net overleden was zich kon verloven. Hij zei dat dit misschien door haar opvliegendheid kwam of omdat ze een slecht mens was. Toen hem werd gevraagd wat schoolmeester Reeder hierover had gezegd tegen hem, kon hij niet goed antwoorden. Reeder had tegen hem gezegd dat het niet waar was dat hij verloofd was met die vrouw, omdat ze heel anders had gesproken over weduwe Loubster en Schoeman. Schoeman had gezegd dat hij er niets mee te maken had omdat de vrouw nu dood was, en dat stiefvader Jacob Cloete het wel zou regelen omdat er alleen minderjarige kinderen waren overgebleven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1019  


De schoolmeester had weer papieren in een lessenaar gelegd en deze afgesloten. Toen de volgende dag aan de schoolmeester werd gevraagd wie toestemming had gegeven om papieren te bekijken en te verscheuren, antwoordde Reeder: 'Hanssen zegt dat hij hier de baas is, alle sleutels heeft en doet wat hij wil'. Dit gebeurde op het secretariaat van justitie bij het Kasteel de Goede Hoop. Otto Wilhelm Rotenburg en Lucas Rgismundus Faber waren als getuigen aanwezig en hebben samen met de secretaris het document ondertekend. Willem Hartkamp was lid van de raad van justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1063  


Jan Schoeman had een volgende ochtend aan Janssen gevraagd waarom hij bij een stervende vrouw in bed ging liggen en haar nog meer in nood bracht. Hierop gaf Janssen als antwoord dat hij verloofd was met deze vrouw, weduwe Loubster, en van haar gouden knopen had gekregen als verlovingsgeschenk. Dit gebeurde terwijl hij in slaap was gevallen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10954 / 1018  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/