Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De slaaf Dam van Bengalen, die ongeveer 35 jaar oud was en eigendom was van de boer Pieter Loret op diens boerderij in de Paarl, werd op 3 juni 1756 veroordeeld tot:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0703 De tekst gaat over een rechtszaak waarbij Dam van Bengalen veroordeeld wordt. De deskundigen zijn verdeeld over de straf. Sommigen vinden dat de doodstraf op zijn plaats is, anderen een zware straf die net iets minder zwaar is dan de doodstraf. Na overweging concludeert de aanklager dat de verdachte moet worden overgedragen aan de beul en vastgebonden moet worden aan een paal op de plaats waar normaal gesproken misdadigers worden gestraft.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0702 De aanklager legt uit dat de verdachte schuldig is aan een misdaad. Hij bespreekt welke straf hiervoor passend zou zijn volgens de wet. Als je alleen naar de bedoeling van de dader zou kijken, zou de doodstraf op zijn plaats zijn. Dit baseert hij op wat Simon van Leeuwen in zijn boek over strafrecht schrijft. Die zegt dat bij moordenaars de intentie al bestraft kan worden als een daad. Maar bij nadere bestudering blijkt dit alleen te gelden voor overvallers die mensen met geweld op openbare wegen aanvallen. Het geldt niet voor alle soorten moord. Van Leeuwen schrijft namelijk ook dat zelfs bij vadermoord de intentie niet als daad wordt bestraft. Ook Anthony Matthaeus schrijft in zijn boek over misdaden dat de wet duidelijk eist dat er meer nodig is dan alleen een kwade bedoeling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0701 De chirurgijn Louw heeft een verklaring afgegeven over de verwondingen van slavin Rachel. Ze had 6 verschillende verwondingen:
De dader heeft tijdens de aanval geroepen "nu zoek ik mijn dood". Het is niet aan hem te danken dat de verwondingen niet dodelijk waren. Rachel is volledig hersteld van haar verwondingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0700 Op een dag probeerde Rachel het kind van haar meester genaamd Valentijn te slaan. Het kind kreeg telkens als hij geslagen werd ademhalingsproblemen en stuiptrekkingen. Na veel worstelen lukte het haar om het kind uit de handen van de dader te krijgen en zo erger te voorkomen. Later sliep ze 's nachts met de dader en het kind in de kombuis (scheepskeuken). Bij het ochtendgloren hoorde ze het kind gillen. Omdat ze bang was dat de dader het kind kwaad zou doen of zou vermoorden, ging ze op het kind liggen. Ze voelde toen iets in haar gezicht wat op een klap leek. Kort daarna stond ze geschrokken op, vooral omdat ze zag dat de dader uit de kombuis vluchtte. Ze ging naar het slavenhuis om mensen wakker te maken. Toen ze terugkwam in het woonhuis en haar eigenaar haar vroeg waarom ze onder het bloed zat, ontdekte ze pas dat ze op 6 verschillende plekken van haar lichaam was gesneden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0699 Cupido vroeg aan de beschuldigde of iets waar was. Toen deze bevestigend antwoordde, vroeg Cupido wat de beschuldigde voor zijn informatie had gekregen. Die avond zat de beschuldigde met zijn kind Valentijn op een kist bij het vuur in de kombuis, waar Rachel ook was. Cupido vroeg aan Rachel of ze die nacht bij hem zou komen. Ze antwoordde daarop: "soms wel, soms niet". De beschuldigde werd hier boos over maar zei niets. Daarna ging hij met Rachel in de kombuis liggen, waar ze normaal gesproken sliepen. Rachel vertrok 's nachts uit de kombuis en kwam bij het eerste hanengekraai terug. De beschuldigde vroeg waar ze was geweest. Ze antwoordde eerst dat ze buiten iets noodzakelijks moest doen. Toen hij doorvroeg wat ze bij Cupido had gedaan, zei ze: "dat gaat je niks aan". De beschuldigde pakte toen zijn scheermes dat hij de avond ervoor uit zijn kist had gehaald.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0697 De aanklager Adriaan van Schoor, landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, diende een aanklacht in bij rechter Cergiur Swellengrebel en de Raad van Justitie. De aanklacht was tegen Dam uit Bengalen, een tot slaaf gemaakte persoon van de boer Pieter Loret. Dam zat op dat moment gevangen en werd beschuldigd van het kwaadwillig verwonden van iemand.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0695 Een persoon met een scheermes nam Rachel mee naar een plek waar hij zich wilde scheren. Hij sneed haar in de keel. Daarna zei hij dat hij zelfmoord wilde plegen en bracht haar nog een paar verwondingen toe. Hij wist niet meer precies waar hij haar had geraakt. Hij vluchtte daarna maar werd opgepakt door een paar slaven in Wagenmakersvallei. Deze slaven leverden hem uit aan justitie.
Hoewel de beschuldigde bekende, waren er verschillen in de verhalen over de aanleiding. Hij zei jaloers te zijn geworden door iets tussen Rachel en de slaaf Eupido. Maar Rachel ontkende dit en zei dat hij haar aanviel toen hij thuiskwam met de schapen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0698 Ongeveer 2 maanden geleden kwam een slaaf ('de bekennende') 's avonds thuis met de schapen van zijn meester, waar hij als herder werkte. Nadat hij de schapen in de kraal had gedreven, ging hij met Valentijn, de zoon van zijn meester, naar het bakhuis. Daar waren zijn medeslavin Rachel van de Kaap, met wie hij al 8 jaar een relatie had, en de slaaf Cupido. De bekennende had Cupido al drie keer eerder betrapt bij Rachel en vermoedde dat ze een seksuele relatie hadden. Rachel vertelde toen aan Cupido dat de bekennende bij de baas had geklaagd over hun relatie. Cupido vroeg daarop aan de bekennende of dit waar was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0704 Ongeveer 2 maanden geleden bracht een gevangene 's avonds de schapen naar de kraal op zijn meesters terrein bij de Peerel. Hij had een zoontje genaamd Valentijn met zijn medeslavin Rachel, met wie hij al 8 jaar een relatie had. Hij ging naar het bakhuis waar hij Rachel aantrof samen met zijn medeslaaf Cupido. Hij had deze twee al 3 keer eerder betrapt en vermoedde dat ze seks hadden. Rachel vertelde aan Cupido dat de gevangene hierover had geklaagd bij hun baas.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0713
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0824 Een paar maanden geleden was de beschuldigde op zijn meester's plaats in Peere. Toen hij 's avonds de schapen naar huis en in de kraal had gebracht, ging hij volgens zijn verklaring met zijn zoontje Valentijn naar het bijgebouw. Deze zoon had hij met slavin Rachel gekregen, met wie hij al 8 jaar een relatie had. In het bijgebouw vond hij Rachel samen met de slaaf Cupido. Hij had Cupido al eerder, zo'n 2 of 3 keer, betrapt met Rachel en vermoedde dat zij een seksuele relatie hadden. Rachel vertelde aan Cupido dat de beschuldigde bij hun meester had geklaagd over het feit dat Cupido een relatie met haar had.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0696 Het vonnis is uitgesproken in Kasteel de Goede Hoop op 8 januari 1756 en uitgevoerd op 10 januari 1756. Het document is ondertekend door:
De secretaris J.F. Tiemmendorf was aanwezig. Het bevel tot uitvoering is goedgekeurd door R. Tulbagh. Dit betreft de eis van de officier tegen de 1e, 2e, 4e, 7e, 9e, 10e, 11e, 12e en 13e gevangene.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0274 In dit stuk vertelt een getuige dat een aantal weggelopen slaven is opgepakt en aan de rechtbank overgedragen. Dit gebeurde op 12 november 1755 in Stellenbosch. De verklaring werd afgelegd in aanwezigheid van voorlezer Abraham Faure en bode Adolph van Coller, en werd ondertekend door secretaris J.B. D'Hillij.
De opgepakte slaven waren:
Deze vijf mensen waren eigendom van dominee Petrus van Helsdingen uit Drakenstein.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0260 De slaven Anthoni van de weede Borgers en Fortuijn van Hooijer gingen water halen. Tijdens hun afwezigheid werden ze gearresteerd door enkele Europeanen. Hun kapitein Augustus van Jacobus van der Spuij moedigde de andere slaven aan om zich niet over te geven. Ondanks waarschuwingen van de Europeanen hielden ze zich verborgen achter bosjes. Er volgde een vuurgevecht waarbij Augustus van Jacobus van der Spuij terugschoot met een pistool. Bij dit gevecht kwamen 5 slaven om het leven:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0250 Ze zijn samen naar de Mosselbank getrokken, waar bij de rotsachtige heuvel bij het land van burger Marthinus van der Spuij een groep van 7 weggelopen slaven en 1 slavin werd aangetroffen:
Later sloten zich bij deze groep aan:
Deze laatste Abraham had twee schapen van zijn meester gestolen die ze samen hebben opgegeten. Na zich ongeveer 3 weken te hebben verstopt, ging de groep van 17 personen naar de Picquetberg. Ze waren van plan naar het land van de Khoikhoi te gaan, waar Abraham van weduwe Borgers de weg naartoe zou wijzen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0236 De volgende slaven zaten gevangen omdat ze samenzweerden om verraad, moord en diefstal van vee en uit huizen te plegen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0146 Op onbekende datum diende de openbaar aanklager Pieter Reede van Oudshoorn een aanklacht in bij de rechtbank van het gouvernement, onder leiding van rechter Serquis Swellengrebel, tegen:
Deze lijfeigenen waren eigendom van dominee Petrus van der Spinj uit Drakenstijn. Ook werd Fortuijn uit Ambon aangeklaagd, die eigendom was van de burger-chirurgijn Willem Ferdinand Hooyer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0145 De hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn diende op 31 december 1756 in het Kasteel de Goede Hoop twee rechtszaken in:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0143 De eerste gevangene had met zijn andere compagnons graan gestolen uit de schuur van Colijn. Ook had hij een aandeel in het opeten van de gestolen schapen en een dier dat door de slaaf Jason was gestolen. Toen de autoriteiten hem wilden arresteren weigerde hij zich over te geven. Hij wilde liever de opdracht van zijn doodgeschoten kapitein volgen en bleef zich verdedigen. Hij wist niets aan te voeren om zijn daden te verklaren, maar zei slechts dat hij tot desertie was aangezet door de tweede gevangene, April van Sambouwa. Deze was ook medeplichtig aan de meeste misdaden. De eerste gevangene had de slaaf Thomas gedood, maar dit was met medeweten van de tweede gevangene. De tweede gevangene had een wrede aard laten zien door de vierde gevangene met een stok (kirrie) te slaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0160 De 13e gevangene heeft tot het einde toe deelgenomen aan de criminele bende en kreeg een deel van het gestolen vee. Hij heeft geen poging gedaan om de bende te verlaten en is daarom zeer schuldig aan samenzwering, veediefstal en verzet.
De 14e gevangene Abraham van Bengalen is het meest schuldig aan veediefstal. Hij is zonder reden weggelopen van zijn eigenaar en heeft daarna op onbetrouwbare wijze 2 schapen uit de kudde van zijn eigenaar gestolen. Deze heeft hij naar de bende gebracht waar ze zijn opgegeten.
Nu duidelijk is bewezen dat alle gevangenen de misdaden hebben gepleegd waarvan ze worden beschuldigd, zal de aanklager bekijken welke straffen volgens de wet moeten worden opgelegd voor hun overtredingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0174 Hij schoot met zijn manschappen op de weggelopen slaven. 5 van hen kwamen daarbij om het leven:
Daarna gaven 8 slaven zich over:
Op hun schuilplaats vond men een geweer, twee zakpistolen, een bamboesstok met wat buskruit en een zwaard.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0259 Op september 1742 getuigde Augustus van Mandhaar, een slaaf van burger Jan Hendrik van Helsdingen. Hij was ongeveer 30 jaar oud. Hij legde een verklaring af voor de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop in Kaapstad, op verzoek van Pieter Reede van Oudshoorn. Hij vertelde dat een andere slaaf genaamd September hem voorstelde om weg te lopen. Augustus stemde hiermee in. Met September en een andere slaaf genaamd Fortuijn vluchtten ze in september. Later voegden twee slaven van kapitein Carel George Wieser zich bij hen: September en Februari. Met z'n vijven gingen ze naar de Mosselbank. Daar, bij de boerderij van Marthinus van der Spuij, troffen ze een groep van 7 weggelopen slaven en 1 slavin aan: Ali, April, Pedro en Diana, die het eigendom waren van de eerwaarde Van der.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0239 In de maand september gingen 2 weggelopen slaven van Petrus van der Spuij, genaamd Ali en April, naar een andere slaaf toen zijn eigenaar niet thuis was. Ze vroegen hem en zijn mede-slaven David en Thomas om ook weg te lopen. Ze stemden hiermee in. 's Nachts braken ze in bij de kamer van hun eigenaar. Ze stalen:
Ze trokken naar het Paarlgebergte, boven de woonplaats van raadslid Jacobus van der Spuij. Daar troffen ze nog meer weggelopen slaven van Van der Spuij: Pedre, September, Julij en Diana. Na 2 dagen op het Paarlgebergte trokken ze met z'n 9-en naar de Mosselbanksrivier. Daar kregen ze brood van de schaapherder van Van der Spuij, Augustus.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0215 De tot slaaf gemaakte Juli van Nias, 26 jaar oud, eigendom van de dominee Petrus van der Spuij uit Drakenstein, heeft een verklaring afgelegd voor de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Dit deed hij op verzoek van de hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Hij bekende dat hij ongeveer 3 maanden geleden met twee andere tot slaaf gemaakten, April en September, was weggelopen van zijn eigenaar. Ze vonden Diana, die al eerder was weggelopen, en Ali, die een paar dagen na hen was gevlucht. Ze kwamen samen bij het Paarlgebergte, boven het terrein van oud-heemraad Jacobus van der Spuij. Daar voegden zich nog 3 weggelopen slaven bij hen, eigendom van de burger-chirurgijn Willem Ferdinand Hooijer: Fortuijn, Thomas en David. Ze hadden wapens bij zich:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0204 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/