Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Jan Wijnand Ering en Steenbach voldeden volledig aan de voorwaarden van het reglement voor hun aangevraagde pensioengeld. Steenbach kwam in 1753 met het schip Diemen naar het land en Ering in 1756 met de Vredensteijn. Beiden hadden 24 gulden bij de Maatschappij verdiend. Steenbach raakte bij het verlies van Tikoe in 1773 door de Atjehers zwaar gewond aan zijn hoofd. Ering was in 1779 op 30 september door de hoge autoriteiten al met zijn rustgeld begunstigd.

De metselaar Reijnier van der Ligt kwam in 1762 met het schip Visvliet naar het land. Hij was zeer oud en voldeed ook aan de voorwaarden van het reglement. Alle drie namen de vrijheid om hun vurigste wensen en oprechte dankbare harten te uiten voor het gunstige besluit, met het nederige verzoek om deze weldaad verder te mogen genieten.

Bij de binnenlandse zaken was het belangrijkste voorval het verlies van de post Priamang door de Atjehers. Op 21 juni 's morgens rond 9 uur bracht een afgezonden Maleijer van posthouder Risse te Priamang mondeling bericht dat de Atjehers weer op Tikoe waren aangekomen en daar opnieuw bezit wilden nemen. De eerste ondertekenaar liet als hoofd van binnenlandse zaken een landsraad bijeenkomen en vroeg om assistentie van de Panglima van Pavang en de hoofdregenten van Pauw. Die van Pauw boden aan 15 man te sturen en die van Padang 20 man om de post te versterken. Dit aantal zou die avond gereed zijn om direct te kunnen vertrekken.

Voor de volgende morgen werd een algemene landsraad bijeengeroepen voor de regenten van Padang, Pauw en Cotta Tenga om meer volk te eisen. Diezelfde middag kwam de Europese korporaal die op die post lag blootsvoets rapport doen dat 's morgens rond 3 uur bij het opgaan van de maan de aanvallers de post hadden overvallen en veroverd. Posthouder Risse en de meeste Boegineezen waren zwaar gewond, de kanonnier bij het kanon doodgestoken. De korporaal had zonder verdere hulp zijn heil in de vlucht gezocht. Alles wat in de post was geweest was buit van de rovers geworden.

De landsraad die al voor de volgende morgen was bijeengeroepen gaf kennis van het voorgevallene en het verlies van de post. Er werd van hen 1.500 man inlanders geëist om de post terug te nemen en vervolgens naar Massang te gaan, waar de vaste zetel van dat volkje was, om daar alles indien mogelijk op te ruimen. Deze 1.500 man werden toegestaan, maar de regenten zagen geen mogelijkheid om die voor zondag 25 van die maand bij elkaar te krijgen.

Bekijk transcriptie 


14 november 1864 werd door de directie van het Grieks Instituut Weduwen en Wezen fonds besloten dat aan de weduwe een pensioen werd toegekend van 900 gulden per jaar. Aan haar dochter Carolina Wilhelmina Jenny, geboren 11 oktober 1864, werd een toelage van 796 gulden per jaar toegekend.

Het pensioen en de toelage werden in Indië uitbetaald tot 31 juli 1867, inclusief 4 maanden voorschot. De weduwe en dochter betaalden voor de reis naar Nederland.

Zutphen, 7 augustus 1867, later 11 september 1867: De weduwe van kapitein van het Nederlands Oost-Indisch leger, mevrouw W.C.A. Thieme, geboren Schuetz, meldde zich met haar minderjarige dochter. Zij vroeg om een verklaring van leven voor haarzelf en haar dochter om haar pensioen te kunnen ontvangen.

Omdat de weduwe niet wist hoe het pensioen betaald werd en niet in het bezit was van het besluit waarbij haar het pensioen was toegekend, werd aan Zijne Excellentie verzocht om alle nodige informatie te verstrekken, vooral over de hoogte van het bedrag dat aan haar en haar kind was toegekend.

Bekijk transcriptie 


9 januari: S. Ben uit Haarlem pleegde ontucht met haar 9-jarige dochter Schoisella. Het feit vond plaats omstreeks december 1947.

10 december, 10.55 uur: Er werd telefonisch politieassistentie gevraagd door mevrouw Moraal, wonend aan de Kattegat 34, omdat zij handtastelijkheden vreesde van C. Kleeft, wonend in de Emmastraat. Agent Scherrenburg werd gestuurd om te helpen. Hij meldde later dat het een civiele kwestie betrof. Mevrouw Moraal had aan Kleeft een deel van haar pand verhuurd. Kleeft wilde goederen uit dat pand halen die zijn eigendom waren, maar mevrouw Moraal wilde dit tegenhouden vanwege huurschuld. Scherrenburg bleef nog enige tijd aanwezig om eventuele ongeregeldheden te voorkomen.

12.00 uur: Rechercheur Kok meldde dat Daniel Molevell, geboren 17 mei 1911 te Zaandam, nachtwachter, afdeling Amsterdam, wonend aan Schiermonnikoog 48, bij hem aangifte had gedaan van de vermissing van zijn door de overheid verstrekte cilinderrevolver, op onverklaarbare wijze (vermoedelijk diefstal).

14.00 uur: De wacht zonder arrestanten werd overgedragen aan brigadier Jedema en Merkus als wachtcommandant.

De wacht zonder arrestanten werd overgenomen van brigadier K. Merkus.

16.00 uur: De wacht werd overgedragen aan brigadier Iedema.

De wacht werd overgenomen van agent Merkin.

19.00 uur: De wacht werd overgedragen aan agent Merkus.

19.00 uur: De wacht werd overgenomen van brigadier J. Iedema.

Bekijk transcriptie 


Omstreeks 15:40 uur, tegen het einde van de balkzweefwedstrijd, werd agent Lamme aangesproken door Geertje van der Velde, 31 jaar, zonder beroep, wonend in de Zeemanstraat 116 te Zaandam. Zij vertelde hem dat Kees Moraal, geboren te Zaandam op 24 december 1935, groentenboer, wonend in het Kattegat 34, een tweetal ballonnen had gegrepen die door kinderen waren opgelaten.

Agent Lamme ging naar Kees toe, die beide ballonnen in zijn bezit had, en wees hem op zijn verkeerde gedrag. Moraal liet daarop de ballonnen los, maar trad zeer brutaal op tegen agent Lamme. Hij liep weg toen agent Lamme hem staande probeerde te houden. Agent Lamme greep hem uiteindelijk vast om hem met geweld te laten stoppen. Hiertegen verzette Moraal zich.

Hij is daarop door de ondergetekende en agent Veldkamp naar het bureau gebracht ter kalmering. Na verhoor door agent Lamme wegens overtreding van artikel 424 van het Wetboek van Strafrecht, is hij om 17:40 uur op last van de hoofdcommissaris van politie heengezonden.

Om 19:00 uur werd de wacht overgedragen aan brigadier Sijbrandij.

Op 9 mei werd de wacht overgenomen van brigadier Welkenholt. Om 19:30 uur werd de wacht overgedragen aan brigadier Welkenholt.

Bekijk transcriptie 


17 april 1907 verscheen voor notaris Jan Arnold Wilkens te Haarlem de heer Karel van Balen, bakker, wonende te Leiden en Haarlem. Hij verklaarde schuldig te zijn aan:

Het ging om een bedrag van 14.000 gulden dat hij vandaag geleend had ontvangen.

De voorwaarden van de lening waren:

De eerste originele akte werd uitgegeven op verzoek van vrouw Romelia Rutgers van der Loeff, weduwe van de heer meester Hubert Philippus de Kanter, als levenslang vruchtgebruikster en in de hoedanigheid van wettelijke voogdes over haar minderjarige dochter Romelia Ellegonda Duranda de Kanter, als eigenares, de schuldeisers in deze zaak op 20 april 1907.

Bekijk transcriptie 


31 oktober 1907 verscheen Jozel Baten, metselaar, wonende te Haarlemmermeer, voor notaris Carel Frederik Jan Heinsius. Baten verklaarde dat hij 500 gulden schuldig was aan Dirk Treur, logementhouder, wonende te Haarlemmermeer. Dit geld had Treur aan hem geleend met als onderpand een hypotheek.

Over deze geldlening werden de volgende afspraken gemaakt:

Bekijk transcriptie 


31 oktober 1907 verscheen voor notaris Carel Frederik Jan Heinsius in Haarlemmermeer mejuffrouw Hendrica Jansen, zonder beroep, wonend in Haarlemmermeer. Zij was getrouwd met Joseph Baten, metselaar, die ook daar woonde.

Zij wilde haar testament maken en gaf daarom haar laatste wil op aan de notaris. De notaris schreef dit op in duidelijke bewoordingen:

Omdat de opgave buiten aanwezigheid van de getuigen was gedaan en het testament door de notaris was opgesteld, gaf de testamentmaakster haar wil nog een keer kort op in aanwezigheid van de getuigen. Daarna werd het testament door de notaris voorgelezen in aanwezigheid van de getuigen. Na de voorlezing vroeg de notaris aan de testamentmaakster of het voorgelezene duidelijk voor haar was en werkelijk haar laatste wil bevatte. Zij bevestigde dit. Deze vraag en het antwoord gebeurden ook in aanwezigheid van de getuigen.

De akte werd opgemaakt in Haarlemmermeer op het kantoor van de notaris op de genoemde datum, in aanwezigheid van de heren Dirk Treur, logementhouder, en Albert Boetje, notaris, als getuigen.

Bekijk transcriptie 


Petrus Bernardus Verberné, timmerman te Haarlem, had een lening van 2.500 gulden met 4,5% rente per jaar, te betalen op 27 juni en 27 december. Dit werd vastgelegd in een akte op 27 december 1890 voor notaris Van der Maden.

Lucas Hermanus Ledding, aardwerker te Schoten, had een lening van 800 gulden met 4,5% rente per jaar, te betalen op 15 juni en 15 december. Dit werd vastgelegd in een akte op 15 juni 1891 voor notaris Van der Maden.

Karel van Balen, depothouder te Haarlem, had een lening van 4.500 gulden met 4,125% rente per jaar, te betalen op 19 mei en 19 november. Dit werd vastgelegd in een akte op 19 mei 1899 voor de notaris, opvraagbaar in 1904.

Het echtpaar Wilhelmus Theodorus van der Vier, brooddepothouder, en Catharina Anthonetta Kottman, beiden wonend te Haarlem, had een lening van 2.000 gulden met 3% rente per jaar, te betalen op 23 april en 23 oktober. Dit werd vastgelegd als tweede hypotheek in een akte op 23 oktober 1894 voor de notaris. Deze lening was niet opvraagbaar zolang de schuldenaren leefden.

Karel Leonardus Martinus Robbers, architect te Haarlem, had een lening van 5.500 gulden met 4% rente per jaar, te betalen op 20 januari en 20 juli. Dit werd vastgelegd in een akte op 20 juli 1898 voor notaris Daamen, opvraagbaar in 1903.

Er was een lening van 700 gulden, eerder met 5% rente per jaar, nu met 4,25% rente per jaar, te betalen op 25 maart en 25 september. Voorheen was Alexander Cornelis Lubbers, kleermaker te Haarlem, de schuldenaar, nu de weduwe en erfgenamen van J. J. van Daalen. Dit werd vastgelegd in een akte op 25 maart 1873 voor notaris Van der Maden.

Er was een lening van 250 gulden, eerder met 5% rente per jaar, nu met 4,25% rente per jaar, te betalen op 25 maart en 25 september. Voorheen was Alexander Cornelis Lubbers de schuldenaar, nu de weduwe en erfgenamen van J. J. van Daalen. Dit werd vastgelegd in een akte op 22 april 1887 voor notaris Van der Maden.

Er waren de volgende onderhandse schuldvorderingen ten behoeve van de erflater:

Bekijk transcriptie 


J. Rombac, Willem, d' R. Berend Frottemar en de notaris ondertekenden een document.

Notaris Jan Arnold Wilkens uit Haarlem verklaarde dat de titel van aankomst geregistreerd was in Haarlem op 1 februari 1921. Er werd 384 gulden belasting betaald over een koopsom van 15.000 gulden.

Het document werd geregistreerd te Haarlem op 4 mei 1809 in deel 27, folio 92 verso. Er werd 25 gulden ontvangen voor het recht.

Op 27 april 1921 verschenen voor notaris Jan Arnold Wilkens te Haarlem:

Karel van Balen, broodbakker wonend te Haarlem, verklaarde als zekerheid voor terugbetaling van alles wat hij aan de Naamloze Vennootschap Hanze-Bank gevestigd te Delft verschuldigd was of zou worden in rekening-courant, in pand te geven:

Een vordering van 9.000 gulden met rente wegens geleende gelden die de verschijner toekwam van Cornelis Johannes Roosen, machinist wonend te Haarlem. Dit bleek uit een akte van 25 februari 1920 opgemaakt door kandidaat-notaris Nicolaas Jan Hoeflake als plaatsvervanger. Deze akte werd ingeschreven ten kantore der hypotheken te Haarlem op 25 februari 1920 in deel 433, nummer 51. Als zekerheid hiervoor was eerste hypotheek verleend op:

Een winkelhuis met pakhuis en bovenwoning genummerd 50, 50-a en 50 rood en erf, staande en liggend te Haarlem aan de Schoterweg.

De eerste grosse werd uitgegeven op verzoek van de Naamloze Vennootschap Hanze-Bank gevestigd te Delft door kandidaat-notaris Nicolaas Jan Hoeflake, plaatsvervanger voor notaris Wilkens te Haarlem, op 18 mei 1921.

Bekijk transcriptie 


De verkopende naamloze vennootschap stond niet in voor de juistheid van de opgegeven oppervlakte van het verkochte. Als er meer of minder grond was dan opgegeven, was dat voor- of nadeel voor de koopster. De koopster kon vanaf die dag het gekochte in bezit nemen en gebruiken. Vanaf die dag moest de koopster ook alle lasten en belastingen betalen die op het verkochte rustten. De kosten van deze akte en de levering waren voor rekening van de koopster.

De heer Dysering verklaarde dat deze koop plaatsvond om geld dat privé aan de koopster toebehoorde opnieuw te beleggen.

Deze akte werd opgemaakt te Haarlem op de datum die bovenaan vermeld stond. Dit gebeurde in aanwezigheid van de heren Rolof Klazinus Berends, kantoormedewerker wonend te Rotterdam, en Francois Wilhelm Johan Tethof, kantoormedewerker wonend te Beverwijk, als getuigen. Zij waren bekend bij de notaris, net als de verschenen personen.

Het verkochte betrof een perceel te Haarlem aan de Twijnderstraat, bij het kadaster bekend in sectie nummer 2049, met een oppervlakte van 1 are en 35 centiare.

Het verkochte was eigendom van de verkopende naamloze vennootschap geworden door een overschrijving bij het hypotheekkantoor te Haarlem op 21 februari 1921 in deel 1118 nummer 99. Dit betrof een afschrift van een veilingproces-verbaal en toewijzing van 27 januari daarvoor, opgemaakt door de notaris.

De verkoopprijs bedroeg 15.000 gulden. Rombach verklaarde dit bedrag contant van de koopster ontvangen te hebben. Hij gaf haar daarvoor kwijting en droeg alle rechten die de verkopende vennootschap op het verkochte had aan haar over.

Partijen kwamen verder overeen dat:

Bekijk transcriptie 


26 april 1921 verscheen voor notaris Jan Arnold Wilken te Haarlem: Jan Rombach, kandidaat-notaris, wonende te Haarlem. Hij trad op als directeur van de naamloze vennootschap "Beleggingsbank Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen en het ter leen verstrekken van gelden", gevestigd te Haarlem. Hij vertegenwoordigde de vennootschap volgens artikel 6 van de statuten.

Rombach verklaarde in deze functie verkocht te hebben aan mevrouw Nelly van Gilse van der Pals, particulier, wonende te Haarlem. Zij was getrouwd met Willem Dyserinck, kapitein van de Vrijwillige Landstorm, wonende te Haarlem. Zij waren getrouwd buiten gemeenschap van goederen. Dyserinck was ook aanwezig en verklaarde namens zijn echtgenote gekocht te hebben:

Het pand stond en lag te Haarlem.

Bekijk transcriptie 


Nicolaas Hendrik Braakenburg verklaarde dat de begrafeniskosten van de erflaatster 319,55 gulden bedroegen. Uit een begrafenisfonds, waar zij lid van was, werd 115 gulden ontvangen.

De rentmeester Nicolaas Hendrik Braakenburg legde in handen van de notaris een eed af dat hij niets uit de gemeenschappelijke nalatenschap had verduisterd, noch gezien had dat iets verduisterd was. De beschreven goederen die bewaard konden worden, werden onder zijn bewaring gelaten. Hij verklaarde zich hiermee te belasten en de goederen op te zullen leveren waar dit hoorde.

De boedelbeschrijving werd des namiddags om 4 uur gesloten, onder voorbehoud van ieders rechten. De akte werd verleden te Overveen, gemeente Bloemendaal, en na voorlezing ondertekend door de verschenen personen (behalve genoemde heer Erdtsieck), de getuigen en de notaris.

De akte werd geregistreerd te Haarlem op 5 maart 1903. Er werd 4,80 gulden aan recht ontvangen.

Op 26 februari 1903 verscheen voor notaris Willem Kazelhoff te Haarlem, in aanwezigheid van 3 getuigen, Willem Anne Reuther, journalist, wonende te Amsterdam. Hij verklaarde over te dragen aan de hoogedelgestrenge heer Willem Marie Camp, gepensioneerd generaal-majoor der artillerie, wonende te 's-Gravenhage: 3/5 gedeelten in de onverdeelde helft van de heer Reuther in 2 schuldvorderingen:

Beide schuldvorderingen waren ten behoeve van de edelachtbare heer meester Theodorus Johannes Anthonius Duijnstee, rechter in de arrondissementsrechtbank te Maastricht, wonende aldaar, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met vrouwe Adriana Wilhelmina Reuther, en van hem en de verschenen persoon gezamenlijk. De schuldvorderingen waren ten laste van Karel van Balen, brooddepothouder, wonende te Haarlem.

Deze 2 schuldvorderingen waren bezwaard met levenslang vruchtgebruik ten behoeve van vrouwe Adriana Antonia Barbara Helene Camp, particuliere, wonende te 's-Gravenhage, weduwe van zijne excellentie Anton Ernst Reuther (oud-minister van Oorlog).

De schuldvordering van 4.500 gulden was onder de last van dat vruchtgebruik toebedeeld aan genoemde heer meester Theodorus Johannes Anthonius Duijnstee als hoofd van de tussen hem en zijn echtgenote bestaande huwelijksgemeenschap, en aan de heer Willem Anne

Bekijk transcriptie 


20 januari 1902 werd er te Haarlem een hypotheek gevestigd ter waarde van 5.500 gulden. Als eerste hypotheek was verbonden een woon- en winkelhuis, een pakhuis, een bovenwoning en een stuk grond aan de Schoterweg in Haarlem, kadaster sectie G nummer 1068, groot 88 centiare.

Als tweede hypotheek was verbonden een woon- en winkelhuis met een woonhuis onder 1 dak, erven en tuinen aan de Maarten van Heemskerkstraat in Haarlem, kadaster sectie G nummers 795 (99 centiare) en 796 (1 are en 1 centiare). Deze hypotheek werd 23 januari 1902 ingeschreven in deel 172 nummer 144.

Willem Anne Reuther droeg 3/5 deel van de helft van beide schuldvorderingen over aan Willem Marie Camp voor 3.000 gulden. Willem Anne Reuther verklaarde dit bedrag ontvangen te hebben van de koper en verleende hem volledige kwijting. Hij droeg ook al zijn rechten op deze schuldvorderingen aan hem over, inclusief kapitaal, renten en kosten.

Willem Anne Reuther verbond zich om tot het overlijden van vruchtgebruikster Adriana Antonia Barbara Helene Camp aan Willem Marie Camp jaarlijks 4,125 procent rente te betalen over de koopsom van 3.000 gulden. De rente moest worden betaald op 1 maart, 1 juni, 1 september en 1 december van elk jaar, voor het eerst op 1 juni 1903.

Jan Pieter van Mandvelt, kandidaat-notaris uit Haarlem, verklaarde de overdracht en renteverbintenis namens Willem Marie Camp aan te nemen.

Karel van Balen erkende de overdracht en aanvaardde Willem Marie Camp als zijn schuldeiser voor het overgedragen deel.

De akte werd verleden te Haarlem ten woonhuize van de notaris, in aanwezigheid van getuigen Arie van der Maas en Maurits Schnitger, beiden notarisklerk uit Haarlem.

De akte werd geregistreerd te Haarlem op 2 maart 1903 met betaling van 45 gulden.

Bekijk transcriptie 


21 januari 1902 verscheen voor notaris Willem Karel Holff te Haarlem de heer Karel van Balen, brooddepothouder, wonende te Haarlem. Hij was gehuwd zonder huwelijkscontract in algehele gemeenschap van goederen met mejuffrouw Maria Baten, beiden in eerste huwelijk.

Van Balen verklaarde een bedrag van 5.500 gulden geleend te hebben van:

De heer meester Duinstee en de heer Willem Anne Reuther waren gezamenlijk blote eigenaren, terwijl vrouwe Camp vruchtgebruikster was van het geleende bedrag van 5.500 gulden.

Dit bedrag was eerder verschuldigd door de heer Karel Leonardus Martinus Robbers, blijkens een akte van scheiding van de nalatenschap van de heer Antoine Charles Reuther, verleden 15 februari 1901 voor notaris. Het kapitaal behoorde oorspronkelijk aan laatstgenoemde heer Reuther toe. Na afgelost te zijn door Robbers, werd het nu aan Van Balen geleend.

De voorwaarden van de lening waren:

  • De schuldenaar moest een rente betalen van 4,5% per jaar, ingaande 20 januari 1902
  • De eerste rentebetaling was verschuldigd op 19 mei 1902
  • Daarna moest er halfjaarlijks betaald worden op 19 november en 19 mei van elk jaar, voor het eerst op 19 november 1902
  • Het hoofdbedrag kon niet opgevraagd of afgelost worden voor 19 mei 1907
  • Daarna kon het te allen tijde opgevraagd of afgelost worden, mits minimaal 3 maanden van tevoren opgezegd
  • Betaling van hoofdsom en rente moest gebeuren zonder korting of schuldvergelijking aan en ten huize van de heer meester Theodorus Johannes Antonius Duinstee in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van de aan vruchtgebruik onderworpen goederen ten behoeve van vrouwe Adriana Antonia Barbara Helena Camp
  • Deze goederen waren afkomstig uit de nalatenschap van de heer Antoine Charles Reuther, die Duinstee als bewindvoerder had benoemd bij testament verleden voor notaris op Bekijk transcriptie 


    Voor notaris Arnold Joseph Cornelis Daamen in Haarlem verscheen op 17 mei 1898 mejuffrouw Maria Duin, weduwe van de heer Willem Henderiks, zonder beroep, wonende te Haarlem. Zij was aan de notaris bekend.

    Zij gaf haar testament op aan de notaris, in aanwezigheid van de heer Walterus Cornelius Maria van Wayenburg, kandidaat-notaris, Johannes van der Pol, schoenmaker, beiden wonende te Haarlem, als getuigen.

    Zij verklaarde bekwaam te zijn om over haar nalatenschap te beschikken en deed het volgende:

    • Zij herriep en vernietigde alle eerder gemaakte testamenten en andere akten met betrekking tot haar uiterste wil.
    • Zij maakte de volgende giften, vrij van successierechten en alle andere belastingen:
      • Aan haar dochter Francina Charlotta Cornelia Henderiks, gehuwd met de heer Hendrik van Beek te Delft: al haar boven- en onderkleding in de ruimste zin, haar gouden en zilveren sieraden (behalve het gouden en een zilveren horloge), al haar linnengoed, een bed met peluw, 2 kussens, een wollen en een katoenen deken en een onderkleed.
      • Aan haar kleinkind en petekind Maria Beerman: haar gouden horloge en een bedrag van 25 gulden.
      • Aan haar kleinkind Daatje van Beek: haar zilveren horloge.

    Na voorlezing werd de akte ondertekend door de verschenen persoon, de getuigen en de notaris.

    Op 18 mei 1898 verscheen voor notaris Arnold Joseph Cornelis Daamen te Haarlem, in aanwezigheid van getuigen, mevrouw Theodora Straathof, zonder beroep, wonende te Haarlem, weduwe van de heer Petrus Kapteyn. Zij was aan de notaris bekend.

    Zij bood aan de notaris een gesloten en verzegeld geschrift aan met 3 afdrukken in rood lak met een familiewapen, dat volgens haar verklaring haar uiterste wil bevatte, en dat door haar was ondertekend. Zij verzocht de notaris dit geschrift in bewaring te nemen.

    De notaris nam het geschrift en de omslag in bewaring en maakte hiervan een akte op, geschreven op de omslag van het genoemde geschrift.

    Dit gebeurde te Haarlem in aanwezigheid van de heer Johannes Maria van Wayenburg, kandidaat-notaris, Johannes van der Pol en Wilhelm de, schoenmakers, en Karel van Balen, broodbakker, allen wonende te Haarlem.

    Na voorlezing werd de akte door de verschenen persoon, de getuigen en de notaris ondertekend.

    Bekijk transcriptie 


    10 juni 1907 verscheen Karel van Balen, bakker wonend in Haarlem, voor notaris Willem Karel Loeff in Haarlem. Van Balen verklaarde schuldig te zijn aan Jan Arnold Wilkens, notaris in Haarlem, een bedrag van 3.000 gulden dat hij die dag als lening had ontvangen.

    De afspraken waren als volgt:

    • De schuldenaar moest 5% rente per jaar betalen over de hoofdsom, ingaande 18 mei 1907
    • De rente moest elk half jaar betaald worden op 18 mei en 18 november, voor het eerst op 18 november 1907
    • De hoofdsom kon altijd worden terugbetaald, mits daar minimaal 3 maanden van tevoren opzegging voor werd gedaan
    • De schuldenaar moest elk jaar op een van de rentebetalingsdata 100 gulden aflossen
    • De betalingen moesten gebeuren bij de schuldeiser thuis, zonder korting of schuldvergelijking
    • Alle kosten van de akte, inschrijving, opzegging en andere kosten voortvloeiend uit deze akte kwamen voor rekening van de schuldenaar

    Als extra zekerheid voor de terugbetaling van de hoofdsom, rente en kosten, verbond de schuldenaar een woon- en winkelhuis met hypotheek ten behoeve van de schuldeiser.

    Het document werd geregistreerd in Haarlem op 15 mei 1907. Er werd 1,20 gulden aan recht ontvangen.

    De eerste originele akte werd 14 juni 1907 uitgegeven op verzoek van doctor Johannes Geraard van Pesch, leraar aan het Gymnasium in Haarlem.

    Bekijk transcriptie 


    De verkoop vond plaats voor een bedrag van 13 gulden per centiare, in totaal 2.236 gulden. De verkopers verklaarden dit bedrag contant van de koper ontvangen te hebben en gaven hem hiervoor kwijting. Ze droegen hun rechten op het verkochte over aan de koper.

    Partijen kwamen verder het volgende overeen:

    • Het verkochte werd aan de koper geleverd vrij van hypotheek, met alles wat daar volgens plaatselijk gebruik bij hoorde en met alle erfdienstbaarheden, uit- en overwegen, zichtbare en verborgen gebreken, lasten en verplichtingen die er tot dan toe bij hoorden
    • De verkopers waren alleen aansprakelijk voor uitwinning
    • De verkopers stonden niet in voor de juistheid van de opgegeven oppervlakte, eventuele over- of ondermaat was voor- of nadeel van de koper
    • De koper moest vanaf 1 april alle lasten en belastingen van het gekochte betalen
    • De kosten van deze akte en de levering waren voor rekening van de koper

    Deze akte werd verleden te Haarlem op het kantoor van de notaris, in aanwezigheid van Nicolaas Jan Hoeflate, kandidaat-notaris, en Maurits Schnitger, notarisklerk, beide wonend te Haarlem, als getuigen. Na voorlezing werd de akte ondertekend door de verschenen personen, de getuigen en de notaris.

    Gerardus Violier, bouwkundige wonend te Amsterdam, in zijn hoedanigheid van commissaris van de naamloze vennootschap "Exploitatie maatschappij van roerende en onroerende goederen steeds Voorwaarts" gevestigd te Haarlem, verklaarde goed te keuren dat de heer Jan Arend Fetter, directeur van deze naamloze vennootschap wonend te Amsterdam, verkocht aan de heer Karel van Balen Bakker wonend te Leiden een perceel bouwterrein gelegen te Haarlem aan de Oosterstraat, een gedeelte groot 38 centiare van het perceel bekend bij het kadaster van de gemeente Haarlem in sectie E nummer 2995, totaal groot 1 are 72 centiare, voor de prijs van 13 gulden per centiare. Hij gaf toestemming om de kooppenningen te ontvangen, daarvoor kwijting te geven, het verkochte te leveren, de verkoopvoorwaarden vast te stellen en verder alles te doen wat vereist was. Dit werd getekend te Amsterdam in april 1907.

    Bekijk transcriptie 


    17 april 1907 verschenen voor notaris Jan Arnold Wilkens te Haarlem:

    • Johan Mizérus (ook geschreven als Miezérus), meester timmerman en aannemer, wonend te Haarlem
    • Jan Arend Fetter, makelaar, wonend te Amsterdam, in zijn functie als directeur van de naamloze vennootschap "Exploitatie-Maatschappij van roerende en onroerende goederen steeds voorwaarts", gevestigd te Haarlem

    De vennootschap was opgericht bij akte op 7 juni 1906 voor notaris Pierre François de Bordes te Haarlem, bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant van 10 juli 1906 nummer 158. Fetter handelde met goedkeuring van de enige commissaris van de vennootschap, Gerardus Molier, bouwkundige, wonend te Amsterdam, volgens een onderhandse akte getekend te Amsterdam in april 1907.

    Zij verkochten, ieder voor zijn deel, aan Karel van Balen, bakker, wonend te Haarlem, die verklaarde te kopen:

    Een perceel bouwterrein gelegen te Haarlem aan de Oosterstraat, kadastraal bekend als sectie E nummer 2995, groot 1 are en 72 centiare.

    Het verkochte was verkregen door:

    • Verkoper Miezérus: 1 are en 34 centiare, verkregen bij toewijzing volgens proces-verbaal van 18 april 1903 voor notaris Arnold Joseph Cornelis Daamen te Haarlem, ingeschreven ten hypotheekkantoor op 30 mei 1903 in deel 741 nummer 29
    • De vennootschap: 38 centiare, verkregen bij de oprichtingsakte, ingeschreven op 21 juni 1906 in deel 800 nummer 17

    De akte werd verleden te Haarlem ten kantore van de notaris, in aanwezigheid van getuigen Arie van der Maas en Maurits Schnitger, beiden notarisklerk en wonend te Haarlem.

    De akte werd geregistreerd te Haarlem op 17 april 1907 in deel 168 folio 72, met ontvangst van 1 gulden en 20 cent aan recht, en ingeschreven te Haarlem op 16 april 1907 deel 240 nummer 76.

    Bekijk transcriptie 


    4 maart 1918 verscheen Karel van Balen, bakker uit Haarlem, voor notaris Jan Arnold Wilkens te Haarlem. Hij verklaarde schuldig te zijn aan de naamloze vennootschap Beleggingsbank "Maatschappij tot Exploitatie" van Onroerende goederen en het ter leen verstrekken van gelden, gevestigd te Haarlem. Het ging om een bedrag van 1.000 gulden aan geleend geld.

    De voorwaarden van de lening waren als volgt:

    • De schuldenaar moest 5% rente per jaar betalen, ingaande op die dag
    • De eerste betaling moest gebeuren op 1 juli 1918 over het verstreken tijdvak
    • Daarna moest hij elke halfjaar betalen op 1 januari en 1 juli
    • De eerste halfjaarlijkse betaling zou plaatsvinden op 1 januari 1919
    • Dit moest zo doorgaan tot de volledige terugbetaling van het geleende bedrag
    • Het bedrag kon te allen tijde worden opgeëist of afgelost, mits er minstens 3 maanden van tevoren opzegging werd gedaan

    Het document werd geregistreerd te Haarlem op 2 maart 1918. Er werd 94 gulden ontvangen voor overdrachtsrecht en andere kosten.

    Bekijk transcriptie 


    Jozef Baten stelde een huis, schuur, erf en tuin in Haarlemmermeer bij het Hoofddorp als onderpand, gelegen aan de Binnenweg nabij de Kruisweg. Het perceel stond geregistreerd in sectie C nummer 2720 als huis en erf, groot 1 are en 50 centiare. Volgens zijn verklaring was dit onroerend goed zijn volledige eigendom.

    Er werden aanvullende voorwaarden en afspraken gemaakt waar de schuldenaar en Jozef Baten mee instemden:

    • Zij moesten het onderpand in goede staat onderhouden en mochten de waarde niet verminderen of de aard of bestemming ervan veranderen
    • Zonder schriftelijke toestemming van de schuldeiser mochten zij het niet verhuren voor langer dan 1 jaar, dit moest gebeuren volgens plaatselijke gebruiken en niet onder de werkelijke huurwaarde. Vooruitbetaling van huurpenningen was niet toegestaan
    • Zij moesten de gebouwen en later te bouwen opstallen verzekeren tegen brandschade bij een erkende verzekeringsmaatschappij. De polissen moesten aan de schuldeiser worden gegeven en de bewijzen van betaalde premies moesten getoond worden bij rentebetaling of wanneer de schuldeiser dit wilde
    • Bij brandschade zouden de verzekeringspenningen ter hoogte van de hoofdsom en renten in de plaats komen van het onderpand, tenzij eerder ingeschreven schuldeisers daar recht op hadden
    • De schuldenaar en Jozef Baten moesten de lasten en belastingen van het onderpand betalen en daarvan bij rentebetaling het bewijs aan de schuldeiser tonen
    • Bij vrijwillige verkoop van het onderpand zou geen zuivering van de hypotheek plaatsvinden, voor zover de schuldeiser daarop eerste hypotheekrecht had

    De hoofdsom met renten zou onmiddellijk opeisbaar zijn in de volgende gevallen:

    • Als het onderpand geheel of gedeeltelijk in beslag werd genomen, te koop werd aangeslagen, verkocht of met een ander zakelijk recht dan hypotheek werd bezwaard
    • Als gebouwen geheel of gedeeltelijk door brand werden vernietigd
    • Bij aanvraag tot gerechtelijke of vrijwillige boedelafstand door 1 of beide hypotheekgevers
    • Als 1 of beide hypotheekgevers failliet werden verklaard
    • Als de renten niet op tijd op de verschijndagen werden betaald
    • Als 1 of meer andere bepalingen werden overtreden of niet behoorlijk werden nagekomen
    • Als de hypotheekgever of 1 van hen tijdens het bestaan van de schuld zou overlijden

    Bij gebreke van behoorlijke betaling van de hoofdsom of renten was de schuldeiser onherroepelijk gemachtigd het onderpand openbaar te laten verkopen, voor zover hij daarop eerste hypotheekrecht had, om daaruit de hoofdsom, renten en kosten te verhalen.

    Jozef Baten en de heer Derk Bijleveld Junior, borstelfabrikant wonende te Haarlem, verschenen ook. Na kennisneming van alles verklaarden zij zich onder afstand van het voorrecht van uitwinning en schuldsplitsing en alle andere voorrechten die de wet aan borgen toekende, tot hoofdelijke borgen

    Bekijk transcriptie 


    30 maart 1903 overleed vrouwe Adriana Antonia Barbara Helena Camp, weduwe van de heer Antonie Ernst Reuther, in 's Gravenhage.

    Erfgenamen van de nalatenschappen van juffrouw Francoise Antoinette Reuther en de heer Antoine Charles Reuther hebben de onverdeelde bezittingen naar hun tevredenheid verdeeld. Ze gaven elkaar kwijting zonder enig voorbehoud.

    De hypothecaire schuldvorderingen werden als volgt verdeeld:

    Partijen verklaarden de verdeelde zaken te waarderen op 24.680 gulden voor de berekening van de registratierechten.

    De akte werd verleden te Haarlem ten woonhuize van de notaris, in tegenwoordigheid van Arie van der Maas en Maurits Schnitger, beiden notarisklerk en wonende te Haarlem, als getuigen.

    23 juni 1903 verscheen voor notaris Willem Karel hoeff te Haarlem de heer Willem Willemsen, koetsier, wonende te Haarlem.

    Hij verklaarde verkocht te hebben aan juffrouw Frederika Geertruida Ida Poetermans, particulier, wonende te Haarlem, echtgenote van de heer Jan Hekman, meester timmerman, wonende aldaar. Zij waren volgens huwelijkscontract van 30 januari 1901 buiten elke gemeenschap van goederen gehuwd.

    Verkocht werd een huis en erf, staande en liggende te Haarlem aan

    Bekijk transcriptie 


    9 februari 1922 werd een schuldbewijs met hypotheek opgesteld voor notaris Nicolaas Jan Hoeflike, kandidaat-notaris en plaatsvervanger van notaris Jan Arnold Wilkens in Haarlem.

    Karel van Balen, broodbakker wonend te Haarlem, verklaarde schuldig te zijn aan Hermanus Johannes van der Colk, hovenier wonend te Haarlem, een bedrag van 8.000 gulden wegens een geldlening die hij 7 februari 1922 had ontvangen.

    De voorwaarden van de lening waren:

    • De schuldenaar moest 6% rente per jaar betalen
    • De rente ging in op 12 januari 1922
    • De eerste betaling moest gebeuren op 1 augustus 1922
    • Daarna moesten er elke 6 maanden betalingen volgen op 1 februari en 1 augustus van elk jaar
    • Het geleende bedrag kon niet worden opgeëist of afgelost vóór 1 februari 1927
    • Na die datum kon de lening te allen tijde worden opgeëist of afgelost, maar er moest minstens 3 maanden van tevoren worden opgezegd

    Op 9 maart 1922 werd een eerste grosse (officieel afschrift) uitgegeven aan Hermanus Johannes van der Colk, hovenier wonend te Haarlem, de schuldeiser.

    Bekijk transcriptie 


    Op het notariskantoor te Haarlem werd 21 juni 1906 een akte opgemaakt (deel 800 nummer 17). Dit had te maken met een eerder document van 7 juni dat was opgesteld door notaris P. P. de Bordes te Haarlem.

    De verkoop ging over een bedrag van 10.600 gulden. Fetter verklaarde dit bedrag contant van de koper te hebben ontvangen. Hij gaf de koper kwijting en droeg alle rechten die de verkopende vennootschap had over op de koper.

    Verder spraken partijen het volgende af:

    • Het verkochte was vanaf dat moment voor rekening en risico van de koper
    • Het werd geleverd vrij van hypotheek, in de staat waarin het zich bevond
    • Het ging over met alles wat erbij hoorde volgens plaatselijk gebruik
    • Dit gold ook voor erfdienstbaarheden, zichtbare en verborgen gebreken, lasten en verplichtingen
    • De verkoper was alleen aansprakelijk als de koper het eigendom zou verliezen
    • De verkoper stond niet in voor de juistheid van de opgegeven maat
    • Meer of minder oppervlakte was voor- of nadeel van de koper
    • De koper kon vanaf die dag in bezit komen
    • De koper moest vanaf die dag alle lasten en belastingen betalen
    • De kosten van deze akte en de levering waren voor rekening van de koper

    De akte werd opgemaakt te Haarlem in aanwezigheid van getuigen Roelof Klarinus Herends, kantoorbediende wonende te Haarlem, en Francois Wilhelm Johan Tethofs, kantoorbediende wonende te Beverwyk. Na voorlezing werd de akte ondertekend door de verschenen personen, de getuigen en de plaatsvervangend-notaris.

    Bekijk transcriptie 


    7 februari 1922 verscheen voor plaatsvervangend notaris Nicolaas Jan Hoeflake de heer Jan Arend Fetter, bouwkundige en makelaar, wonende te Haarlem. Hij trad op als enig directeur van de naamloze vennootschap Exploitatie Maatschappij van Roerende en Onroerend Goederen Steeds Voorwaarts, gevestigd te Haarlem.

    In die hoedanigheid verklaarde hij het volgende te hebben verkocht aan de heer Karel van Balen, broodbakker, wonende te Haarlem, die verklaarde het te hebben gekocht:

    • Een pakhuis, genummerd 12 zwart, met afzonderlijke bovenwoning, genummerd 12 rood, met erf
    • Staande en liggend te Haarlem aan de Oosterstraat
    • Kadastraal bekend als gemeente Haarlem, sectie E, nummer 2984
    • Groot 4 are en 84 centiare

    Het verkochte pand was eigendom van de vennootschap geworden door overschrijving ten hypotheekkantoor.

    Bekijk transcriptie 


    20 december 1922 werd de eerste grosse van deze akte uitgegeven aan de naamloze vennootschap Noordhollandsch Landbouwcrediet, gevestigd te Alkmaar.

    4 oktober 1922 verschenen voor notaris Pierre François de Bordes te Haarlem:

    • Sybren de Jong, boekhouder, wonende te Schoten, als mondeling lasthebber van Jacques François Moens en meester Marinus Moens. Jacques François Moens woonde in 's-Gravenhage en Marinus Moens in Alkmaar. Zij handelden als directeuren van de naamloze vennootschap Noordhollandsch Landbouwcrediet, gevestigd te Alkmaar. Volgens artikel 9 van de statuten van de vennootschap waren zij bevoegd om de genoemde handeling aan te gaan.
    • Karel van Balen, bakker, wonende te Haarlem, Oosterstraat nummer 12 rood. Hij verklaarde gehuwd te zijn in algehele gemeenschap van goederen volgens de Nederlandse wet met mevrouw Maria Baten.

    De verschenen personen, die aan de notaris bekend waren, verklaarden dat door de genoemde vennootschap...

    Bekijk transcriptie 



    Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/