Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2167 / 0298 Gualterus t' Lam werd samen met een andere gezant namens de Verenigde Oostindische Compagnie naar de machtige keizer Were Praac creme Nar Eendre zinga van het eiland Ceylon gestuurd. De keizer en zijn hovelingen waren zeer tevreden over de recente veranderingen in het bestuur van het eiland. Dit bleek uit het feit dat 4 belangrijke hovelingen naar Colombo werden gestuurd met een speciale brief om Gualterus t' Lam welkom te heten als nieuwe gouverneur. De gesprekken met deze gezanten en wat er verder gebeurde werd uitgebreid opgetekend in het Colombo dagregister op 27 en 28 september en op 1, 5, 7 en 8 oktober van het vorige jaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2167 / 0297 23 januari 1730 werden vanuit Ceylon de volgende goederen verzonden: 10 vaten met medicinale wateren, waarvan 2 vaderlandse en 8 inlandse, genummerd 17, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85 en 86. Verder 144 grote flessen Perzijaans rozenwater in 6 kisten genummerd 87, 88, 89, 90, 91 en 92. Ook 200 pond poedersuiker in 2 kisten genummerd 93 en 94, en 100 pond kandijsuiker in 1 kist genummerd 95. Daarnaast 300 pond welriekend sandelhout in 2 bundels, genummerd 96 en 97.
Er waren 2 mooie zwarte hengsten, waarvan 1 met een rood fluwelen en de andere met een groen lakens kleed. Ook was er een Ambonse zeeslang in een mooie kooi bedekt met rood laken. Verder waren er 2 zeer mooie vreemde vogels die op een eiland waren gevonden door 1 van de onlangs aangekomen schepen uit het vaderland, in een mooie kooi eveneens met een rood lakens kleed.
22 december 1729 werd dit document ondertekend in Colombo door Lodewijk Hoepels, secretaris. Later werd bevestigd dat het klopt door Bern Schroder, eerste klerk.
Het document diende als instructie voor de gekwalificeerde hoofd-landmeter van Mature, Pieter Cornelis, en de apotheker van Colombo.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2167 / 0296 Van Ceylon werd 23 januari 1730 een lijst met goederen verzonden. Deze bevatte onder andere:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2167 / 0295 10 juli 1899 stuurde een referendaris namens de minister een brief naar de heer H. Bakema in Meolder. De brief bevatte het droevige nieuws dat Drewes Bakema, met nummer 16244, op 6 juni 1847 in Malang was overleden aan cholera. Over het bedrag van de nalatenschap was nog geen informatie ontvangen. Het Indisch Bestuur zou worden gevraagd om deze informatie te verstrekken, zodat H. Bakema hierover later bericht zou krijgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5179 / 0771
Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366826 / 153 Om 19:00 uur werd de wacht overgenomen van brigadier Mandsma.
Om 19:00 uur werd telefonisch medegedeeld dat er een drijvende heipaal van ongeveer 10 meter lengte was aangedreven bij de speelgoedfabriek "Sonja" aan de Oostzijde 327.
Om 20:15 uur deed Trijntje Smits, 20 jaar oud, kantoorbediende, wonende aan de Westzijde te Westzaan, aangifte van opzettelijke verduistering van een bruinlederen schoudertas. In de tas zaten 1 vulpen, 1 bruinlederen portemonnee met 125 gulden en 1 blauwe vulpenhouder. Zij had de tas op 24 september 1950 om 14:45 uur laten liggen in een autobus van de MEA die uit Westzaan kwam. Brigadier Tado deed onderzoek.
Om 21:45 uur deelde opzichter Baart van gemeentewerken mee dat er zich in de Parbstraat tussen de brug in de Trosweg een diepe kuil in de weg bevond.
Om 22:00 uur werd de wacht zonder arrestanten overgegeven aan brigadier Veenema.
Om 22:00 uur werd de wacht zonder arrestanten overgenomen van brigadier Arts.
Om 23:45 uur deed Lena van Marion, 26 jaar oud, secretaresse, wonende aan de Westzijde 73a, aangifte van diefstal van haar damesrijwiel. Zij had het rijwiel die dag om 20:45 uur op slot gezet tegen het perceel Westzijde 73. Om 23:30 uur bleek het rijwiel verdwenen te zijn. Aangifte werd opgenomen.
Om 24:00 uur meldden de agenten Van der Worp en Kruit senior dat zij waren gewaarschuwd door journalist Meijroos dat er werd gevochten voor ijssalon Temps. Bij hun komst bleek de ruzie al bedaard te zijn, zodat zij niet hoefden op te treden.
Om 1:00 uur werd telefonisch om assistentie gevraagd bij de heer Witgenstraat 6, waar een dronken man aan de deur herrie maakte. Agent Kruit senior ging samen met Van der Worp per Chevrolet daarheen. Zij meldden daarna dat zij bij het genoemde perceel Cornelis Jan de Heer van de Eschdvoornbaan 76 hadden aangetroffen. Hij was licht onder invloed van alcohol maar niet dronken.
Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366826 / 152 6: De wacht werd zonder arrestanten overgenomen van brigadier van politie Veenema. Om 13.30 uur werd aan de rijkspolitie doorgegeven dat er een verkeersongeval had plaatsgevonden in de Westzijde bij slagerij Brinken. Agent van politie Kat, Blank en Luik gingen erheen. Bij aankomst bleek het een aanrijding tussen een motorrijwiel en een solexrijwiel te zijn. Bij hun komst waren de bestuurders al vertrokken. Er was alleen materiële schade aan het solexrijwiel. Volgens omstanders was de schade onderling geregeld.
De wacht werd zonder arrestanten overgegeven aan brigadier. De wacht werd om 14.00 uur zonder arrestanten overgenomen van brigadier van politie Sijbrandy.
18 april: De wacht werd overgegeven aan brigadier Bundern.
16 april: De wacht werd overgenomen van brigadier van politie Art. Een vrouw was gevallen en had haar been gebroken, meldde agent van politie Scherrenburg. Gisterenmorgen om ongeveer 8.30 uur wilde Dirkje Otten, geboren te Zaandam op 30 juni 1902, zonder beroep, echtgenote van W.A.F. van Zeeland, wonende te Zaandam, Hanenpad 30, ter hoogte van de woning van de dokter in de Spoel, Prins Hendrikkade 2, op haar fiets stappen. Haar rechtervoet gleed van de pedaal, waardoor zij kwam te vallen. Door deze val liep zij een gecompliceerde rechteronderbeenbreuk op. Dokter van de Spoel verleende geneeskundige hulp, waarna zij op zijn advies naar het gemeentelijk ziekenhuis werd vervoerd.
De wacht werd overgegeven aan brigadier Art.
Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366826 / 151 Door een kortsluiting ontstond een vonk, die waarschijnlijk van de benzine die bij het knutselen vrij was gekomen, het gevolg was dat brand ontstond. Het motorrijwiel werd, na vergeefse pogingen om de brand te blussen, door Haakmeester naar buiten gereden, terwijl een ander motorrijwiel, een D.K.W., in veiligheid kon worden gebracht. Het derde motorrijwiel, nog in aanbouw, bleef echter in de schuur achter. De schuur zelf kon worden behouden. Materiële schade alleen aan de motorrijwielen. H.J.M. Paemers, oud 19 jaar, wonend Williamstraat 13, was Haakmeester bij het repareren behulpzaam.
22 uur de wacht, zonder arrestanten, overgegeven aan de brigadier de wacht C.M. Meenema.
22 uur De wacht, zonder arrestanten, overgenomen van de brigadier.
2 uur een auto onbeheerd aangetroffen. Melding op het bureau dat zijn vierwielige bestelauto, gekenmerkt G. 62490, onbeheerd en niet tegen wegneming beveiligd, had aangetroffen op de Provincialeweg alhier. Opdracht gegeven de auto naar het bureau te brengen, waaraan is voldaan.
3 uur vervoegde een man zich op het bureau, genaamd Adrianus Franciscus Donkers, geboren te Prinsenhage (Noord-Brabant) 17 april 1925, monteur, wonend te Haarlem, Brouwerstraat 32, die verklaarde dat hij de bewuste auto had gerepareerd in opdracht van J. Quist, banketbakker, wonend Vijfhuizerdijk 157 te Haarlemmermeer, die eigenaar van de auto was. Dit gecontroleerd en juist bevonden. Donkers beweerde dat hij de auto geprobeerd had en op de Provincialeweg was de motor afgeslagen. Menende dat de benzine op was, was hij te voet benzine gaan halen. Bij zijn terugkomst was de auto verdwenen geweest en daarom had hij zich naar het bureau begeven. De auto is aan Donkers afgegeven; één en ander op verzoek van Quist, voornoemd.
6 uur De wacht, zonder arrestanten, overgegeven aan de brigadier Sijbrandij.
De wacht einde F. Tienemer.
Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366826 / 150 20 januari 1732 werd er vanuit Ceylon een lijst met goederen opgesteld. Deze goederen werden namens de Nederlandse Compagnie verzonden naar het hof in Kandy. De goederen moesten met respect worden aangeboden aan de keizer. Ze werden gestuurd via de gelieerde gouverneur van Mature, Pieter Cornelis de Patot, en de apotheker uit Colombo, Gualterus t' Lam. De brief was ondertekend door S. Versluijs vanuit het kasteel Colombo op 22 december 1729, met als tweede ondertekenaar Bernh Schrooder, eerste klerk. De lijst bevatte onder andere:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2167 / 0294 Woensdag 14 januari 1880 om 11:00 uur zou er bij herberg van Jan van Schutrups in Doorn een openbare verkoop plaatsvinden van onroerend goed. Dit was om de hoofdsom, renten en kosten te verhalen van de schuldenaar. De verkoop zou worden geleid door notaris Jan Darcmolt van Roijen uit Borger.
De deurwaarder heeft de schuldenaar gedagvaard om te betalen. De kosten hiervan bedroegen 3,90 gulden.
20 november 1880 ontving de schuldenaar geld van crediteur Jannes Snoeken.
Op verzoek van Jannes Snoeken, deurwaarder in Gasselte, met kantoor bij notaris Van Roijen in Borger, heeft deurwaarder Raelof Hars uit Emmen aan Maria en Timmer in Noordbarge een aanvullende dagvaarding betekend.
Deze dagvaarding verbeterde en vulde aan de eerdere dagvaarding van 9 januari. De openbare verkoop van het onroerend goed zou niet plaatsvinden op 16 januari 1880, maar werd uitgesteld naar donderdag 30 januari 1880 om 11:00 uur. De verkoop zou worden gehouden bij herbergier Jan van Schutrups in Doorn, onder leiding van notaris Jan Darcmolt van Roijen uit Borger.
Bekijk transcriptie NL-AsnDA / 0114.18 / 6 / 0471 30 september 1929 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Simon Joesan, diamantbewerker, 63 jaar oud, en Ruben Joesan, diamantbewerker, 61 jaar oud. Zij waren broers van de overledene en verklaarden dat op 28 september 1929 om 9:00 uur 's ochtends in Amsterdam was overleden: Salomon Soesan, 65 jaar oud, venter, geboren in Amsterdam, echtgenoot van Esther Joesan, zoon van David Soesan en Rachel Benedictus de Vries, beiden overleden.
30 september 1929 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Hendrik Rietbroek, aanspreker, 40 jaar oud, en Eduard Rietbroek, zonder beroep, 74 jaar oud. Zij verklaarden dat op 27 september 1929 om 10:30 uur 's avonds in Amsterdam was overleden: Niesje van Noorloos, 42 jaar oud, zonder beroep, geboren in Sliedrecht, weduwe van Marinus Gerrit Johannes van Adrichem, dochter van Willem van Noorloos en Janigje Lakerveld, beiden overleden.
30 september 1929 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Sero van Wijngaarde, aanspreker, 61 jaar oud, en Jan Jacob van de Tanvoort, aanspreker, 56 jaar oud. Zij verklaarden dat op 28 september 1929 in Amsterdam was overleden: Catharina Kruntje Kooijman, 36 jaar oud, zonder beroep, geboren in Oud Beijerland, echtgenote van Johannes Hendrik Jansen, dochter van Anthonie Kooijman en Antje Visser, beiden overleden.
30 september 1929 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Hendrik Rietbroek, aanspreker, 40 jaar oud, en Eduard Rietbroek, zonder beroep, 74 jaar oud. Zij verklaarden dat op 27 september 1929 om 8:30 uur 's ochtends in Amsterdam was overleden: Hulda Emma Krause, 71 jaar oud, zonder beroep, geboren in Sompotten in Duitsland, echtgenote van Gustav Adelbert Boost, dochter van Nicolaus Krause en Ottilie Stamer, beiden overleden.
30 september 1929 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Hans Johansen, aanspreker, 46 jaar oud, en Ekhard Dulfer, aanspreker, 56 jaar oud. Zij verklaarden dat op 28 september 1929 om 7:00 uur 's ochtends in Amsterdam was overleden: Harmannus Matt
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931061 / 101 Ten tweede: Tot mantri van het district Ajapan nummer 54 in de residentie Soerabaja werd benoemd Maas To Leksono. Aan hem zou een officiële akte van aanstelling worden uitgereikt. Een afschrift van deze resolutie zou worden verstrekt aan de Hoofdinspectie van Financiën, de resident van Soerabaja en de Algemene Rekenkamer, ter informatie en kennisgeving.
Nummer 2: Gelezen werd een brief van de resident van Soerabaja, gedateerd 23 van de vorige maand, nummer 1733. Hierin werd, onder verwijzing naar het besluit van de 6e van de vorige maand nummer 166, voorgesteld om de commies op zijn bureau Johan Martin Esche te benoemen tot eerste commies van de tweede klasse met een maandelijks salaris van 230 gulden, ingaand per de 1e van deze maand. Hierover beraadslaagd zijnde werd goedgevonden en besloten om te benoemen en aan te stellen Johan Martin Esche tot eerste commies van de tweede klasse op het bureau van de resident van Soerabaja, op het daarvoor vastgestelde maandelijks salaris van 250 gulden, ingaand per de 1e van deze maand. Aan hem zou een officiële akte van aanstelling worden uitgereikt. Afschriften van deze resolutie zouden worden verstrekt aan de Hoofddirectie van Financiën, de resident van Soerabaja en de Algemene Rekenkamer, ter informatie en kennisgeving.
Nummer 26, dinsdag 7 augustus 1821: Gelezen werd een brief van de resident van Besoeki, gedateerd 23 van de vorige maand, nummer 4560. Hierin werd ter uitvoering van de resolutie van de 6e van deze maand nummer 106 voorgedragen om tot derde commies van de 2e klasse op zijn kantoor te benoemen de eerste klerk C. G. Hagenstein. Hierover beraadslaagd zijnde werd goedgevonden en besloten om te benoemen en aan te stellen C. G. Hagenstein tot derde commies van de 2e klasse op het residentiebureau van Besoeki, op het daarvoor vastgestelde maandelijks salaris van 150 gulden. Aan hem zou een officiële akte van aanstelling worden uitgereikt. Een afschrift hiervan zou worden verstrekt aan de Hoofddirectie van Financiën, de resident van Besoeki en de Algemene Rekenkamer, ter informatie en kennisgeving.
Nummer 7: Gelezen werd een brief van de fungerend resident van Banka, gedateerd 20 januari 1820, nummer 120/7. Hierin gaf hij te kennen dat de voormalige resident Hleinis in het jaar 1817 op Hangam en Beloo twee huisjes had laten bouwen, waarvan de kosten ten bedrage van elk 350 gulden nog niet waren voldaan. Voor betaling hiervan hadden de dienstdoende Batinsoe en de mandoer Moendi, die deze huisjes hadden gebouwd, zich tot de fungerend resident gewend. Hij gaf in overweging dat, gezien de vervallen staat waarin deze gebouwen zich thans bevonden en op grond waar
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 2775 / 0061 Anthonius Petrus werd geboren op 9 april.
Terntje Gezina werd geboren op 8 juni.
Johanna werd geboren op 14 mei.
Wilhs Lucretius Maria werd geboren op 7 januari.
Walter Herman werd geboren op 21 mei.
Wilha Catharina werd geboren op 25 juni.
Anna Maria Henriette van Hamme werd geboren op 20 december.
Nicolaas Corstiaan werd geboren op 23 april.
Elisabeth Johanna werd geboren op 17 april.
Jakoba werd geboren op 9 december.
Joseph Daniel Maria werd geboren op 4 juli.
Elisabeth werd geboren op 21 oktober.
Kartina Wilhelmina werd geboren op 6 mei.
Josephus Antonius werd geboren op 25 juli.
Wilha Clasina Sophia werd geboren op 16 april.
Robert Watraven Gustaaf Albert werd geboren op 16 juli.
Anna werd geboren op 5 augustus.
Cornelia werd geboren op 4 december.
Helena Maria werd geboren op 19 januari.
Anna Maria werd geboren op 14 oktober.
Antje werd geboren op 19 april.
Dirk werd geboren op 26 april.
Hendrika Maria werd geboren op 15 augustus.
Hermanus werd geboren op 11 oktober.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2447220 / 228 15 september 1922 verschenen te Haarlem:
De genoemde kinderen zijn de kinderen van wijlen Agatha Duin, weduwe van Jacob Haver te Velseroord.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5332557 / 28 13 februari 1902 verschenen Karel van Balen, winkelier en wonend in Haarlem, en Jozef Baten, metselaar, wonend in de Haarlemmermeer en tevens koopman, voor notaris Johannes Willems in Haarlem.
Karel van Balen verklaarde schuldig te zijn aan Willem Karel Loeft, notaris wonend in Haarlem, een bedrag van 1.850 gulden wegens vandaag geleend geld.
De voorwaarden van deze lening waren:
Tot zekerheid voor de betaling van de hoofdsom met rente en kosten verbonden de schuldenaar en Jozef Baten hypothecair ten behoeve van de schuldeiser:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6700959 / 46 De tekst bevat een overzicht van rechtshandelingen die zijn vastgelegd in februari, maart, april, mei en juni 1542 in en rond Kerkrade en andere plaatsen in de regio.
De volgende soorten rechtshandelingen worden beschreven:
Bij de meeste transacties worden de volgende gegevens vermeld:
Voorbeelden van transacties zijn de verkoop door Hubert Jozef Luckers aan Hendrik Christiaan Wolfs, beiden te Kerkrade, van roerende goederen voor 31 gulden, en verschillende openbare verkopen van landbouwgrond en gebouwen aan verschillende kopers met prijzen variërend van enkele guldens tot honderden guldens.
Bekijk transcriptie NL-MtRHCL / 09.009 / 9204 / 0057 Er werd een veiling gehouden van verschillende huishoudelijke goederen en landbouwgereedschappen. De lijst bevatte onder meer 100 stoelen, een kist, kruiken, een kuip, een zaadzaaimachine, een gieter, ketels, trechters, een emmer, een ladder, een schrijn, potten, ketels, emmers en kammen.
De volgende personen kochten goederen op de veiling:
Er werden ook aardappelen, meel, schauwen, een korte kar, een lange kar, een ploeg, een egge, koeien bakken, potten, kasten, een klok, een tafel, stoelen, een ketting en andere items verkocht voor bedragen variërend van 5 tot 95 gulden.
Verdere kopers waren:
Het totaalbedrag van de veiling was 380 gulden en 10 cent.
De veiling werd bijgewoond door getuigen Gerardus van den Bosch, een particulier, en Engelbertus Trix, katoenverver, beiden uit Voorthuizen. Zij tekenden het document samen met de notaris na voorlezing.
Het document werd geregistreerd in Voorthuizen in deel 50, blad 26, vak 33-5. Er werd 7 gulden en 60 cent aan registratiekosten ontvangen, plus 2 gulden en 89 cent aan opslag, wat in totaal 10 gulden en 49 cent bedroeg.
Bekijk transcriptie NL-HtBHIC / 7048 / 92 / 0286 24 april 1908: Van 10 tot 1 uur waren O. Hellema, Th. Pigeand en Sprokholt in dienst.
Cornelis Taams uit Oostzaan deed aangifte dat zijn roeiriemen uit zijn jol waren verdwenen. De jol had hij zoals gebruikelijk in de sloot naast het kopermolenspad vastgelegd. Drie jongens hadden met een andere jol en zijn riemen gespeeld:
De jongens verklaarden dat zij de riemen uit de jol van C. Taams hadden genomen om te gaan varen met de jol van D. Taams, maar dat zij de riemen aan de jol van D. Taams hadden laten hangen. De politie zou de gebroeders Taams de volgende dag nogmaals over deze zaak horen.
Sprokholt had de nachtdienst van 24 op 25 april 1908. Hij nam om 10 uur de dienst over van Pigeaud. Er waren geen bijzonderheden. Om 11 uur sloot hij het politieposthuis.
25 april 1908: Om 8 uur kwamen H. Noordenbos en later O. Hellema in dienst. Sprokholt ging om 9 uur uit dienst.
26 april 1908: Om 8 uur kwamen H. Noordenbos en G. Schoen in dienst. O. Hellema ging om 9 uur uit dienst. Er stond een kan gemerkt met W.B.R. op het bureau voor de eigenaar om terug te halen, maar deze mocht niet worden afgegeven zonder toestemming.
27 april 1908: Om 8 uur kwamen J. Viers en G. Schoen in dienst. H. Noordenbos ging om 9 uur uit dienst maar was niet gekomen. J. Viers moest naar de rechtbank.
Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366810 / 125 5 september 1699 ontving de directeur Bernagie op Curaçao een brief van 17 november. De heren bestuurders van de West-Indische Compagnie schreven vanuit de kamer in Amsterdam over een brief van 16 september 1698 uit de kamer in Zeeland. Deze brief werd op 22 april van dat jaar aan de directeur overhandigd met orders over de kustbewakers.
Op 7 april arriveerde kapitein Daniel Hendriks op Curaçao. Hij was zeer ziek en de directeur kon niet voorkomen dat hij in de haven aanlegde, omdat er geen assistenten of andere bediendes van de Compagnie aanwezig waren. Na enkele dagen liet de directeur de hele raad bij hem thuis bijeenkomen en vroeg om hulp om de kapitein met zijn schip te laten vertrekken. Zijn verzoek werd afgewezen. De raad oordeelde dat het beter was dat het schip bleef liggen voor het voordeel van de inwoners en het eiland, omdat zij geen hulp van de Compagnie hadden gehad.
De directeur riep de kapitein bij zich en beval hem mondeling te vertrekken, maar de kapitein kwam deze opdracht niet na en bleef liggen. Op 22 april 1699 kreeg de directeur een brief van 16 september 1698. Op zondag 24 april liet hij in de kerk aan de hele gemeente verkondigen dat zij op 25 april in het fort moesten samenkomen met wapens en munitie volgens de orders van de Compagnie.
De directeur legde zijn orders van de Compagnie voor aan de raad en vroeg opnieuw om hulp, maar kreeg hetzelfde antwoord: de gemeente vond het het beste dat de kapitein niet zou vertrekken omdat zij geen hulp van de Compagnie kregen. Zij zouden zelf hulp moeten zoeken en daarover aan de Compagnie schrijven.
De directeur vroeg de raad en gemeente om dit niet te doen en de reden daarvan aan de Compagnie te schrijven, maar dit werd weer geweigerd. Het antwoord was dat het mogelijk nog 5 of 6 jaar zou duren voordat de Compagnie slaven zou sturen. De directeur antwoordde dat hij niet geloofde dat de Compagnie dit wilde, omdat hij in zijn brief had begrepen dat de Compagnie een besluit zou nemen over het toezenden van hulp: een snauw (klein oorlogsschip) en een bark (klein schip).
Op 5 juni werd er nog een snauw gezien. De directeur ging meteen naar het fort en gaf de constabel opdracht alle geschut aan de waterkant scherp te laden en hem te waarschuwen wanneer de snauw binnen bereik was. De directeur ging persoonlijk naar het fort en beval de constabel 4 keer op het schip te schieten. De constabel weigerde en zei dat hij niet op zijn vrienden wilde vuren en dat hij geen salaris van de Compagnie kreeg. Hij bood de directeur de lontstok aan om het zelf te doen.
De directeur vroeg anderen en de hele groep om hulp, maar niemand wilde helpen en hij werd bespot en uitgelachen. Hieruit kon de Compagnie begrijpen welke eer een man kon verdienen onder zulke omstandigheden. De directeur verzocht vriendelijk om van zijn dienst ontheven te worden om 3 redenen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 247 / 0068 Jacobus Hardeberch, toezichthouder, Albertus van der Voort en Jan Walraven, toezichthouders van gemeenschapsmiddelen, hebben 10 april 1785 een verklaring afgelegd bij notaris Mr. Hendrik Danier van Hoorn in Amsterdam. Dit gebeurde op verzoek van de hoofdofficier Mr. Willem Cornelis Bakker.
De getuigen verklaarden dat zij zaterdag 29 januari tussen half 11 en 11 uur 's ochtends bij de Binnen Amstel bij de Achtergracht Christiaan Wesendonk hebben gezien. Wesendonk, die op dat moment gevangen zat in de gevangenis van de stad, kwam uit een wijnkelder die gelegen was op de Binnen Amstel bij de Achtergracht. Deze kelder stond bekend als de wijnkelder van Claas Slomp. Wesendonk droeg onder zijn linkerarm een diepe mand waarin duidelijk flessen lagen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604362 / 80 Goletta de Ham, weduwe en beheerder van de nalatenschap van wijlen Leonard van Asperen (die notaris en advocaat was in de stad), kwam op 10 december 1698 voor notaris Cornelis Rens. Zij verklaarde dat ze haar zoon, advocaat Admaijns van Asperen, volmacht gaf om namens haar te verkopen. Het ging om alle stukken land die zij bezat onder het rechtsgebied van Alblasserdam en omgeving. Hij mocht deze gronden verkopen, zowel openbaar als privé, en mocht ze bij de juiste rechter overdragen aan de koper of kopers. Ook mocht hij het verkoopgeld ontvangen, een kwitantie voor de ontvangst maken en verder alles doen wat nodig was, alsof zij er zelf bij was geweest. Dit gebeurde in Haarlem in aanwezigheid van getuigen Coenraet vander Linden en Francois Gens.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842817 / 136 De contante gelden in de boedel die na het overlijden van de genoemde Slomp werden gevonden, bedroegen in totaal een bedrag van 562 gulden en 4 stuivers.
Verder was er nog een obligatie ten laste van Dirck Gerrit Cornelisse Schuijt of nu diens weduwe Lijsbet Willems, die hertrouwd was met Dirck Huijsman wonende in Oosdorp. Deze obligatie was ten behoeve van de genoemde Slomp en bedroeg 200 gulden.
In de boedel werden de volgende goederen gevonden en voor het weeskind onverkocht gelaten:
Als lasten van de boedel moesten betaald worden: de doodschulden van de overledene en nog te betalen landhuizen en ongelden.
Op 9 november 1698 kwamen voor mij Cornelis Rens, openbaar notaris, Gerrit Janse Feije (huisman wonende op de Sparewoudersedijk) en Dirck Willemse Reijme (huisman wonende bij Halfweg). Zij waren samen voogden over Claes Pieterse Slomp, de minderjarige zoon van de genoemde Pieter Claese Slomp, volgens een akte van voogdij van 1 oktober 1698 die voor mij notaris en getuigen werd gepasseerd.
Zij verklaarden dat de voorgaande inventaris naar hun beste kennis en wetenschap was opgesteld en deugdelijk en oprecht was. Zij beloofden dat wat nog ten voordeel of nadeel van deze boedel mocht opkomen, hiermee ook zou worden toegevoegd en dat zij dit te allen tijde met een boedeleed zouden bevestigen.
Dit werd gedaan en gepasseerd in Haarlem in aanwezigheid van Francois Rens en Coenraet van den Linden als getuigen.
Verder werd de Ras bij deze gemachtigd om 48 gulden en 16 stuivers te ontvangen en de zaken daar namens hen te behartigen, met bevoegdheid om alles te doen wat daarvoor nodig was.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842817 / 132 3 december 1771 ging commandant Bolans met enkele Atjehers het overlopen der bondgenoten na.
3 december 1771 's avonds waren allen aanwezig, behalve vaandrig en hoofd der militie Jan Marthin Scheffer die ziek was. Terwijl men bezig was met de verzending van de sloep d'Hazewind naar Priamang, ontving men van de commanderende sergeant Plans de volgende brief:
1 december 's avonds om 5 uur kwamen steenback en de Boeginese korporaal Kwalon Batavia met een prauw van Ticou aan. Ze waren allen zwaar gewond. Op 30 november 's avonds om 5 uur hadden de Atjehers 4 Europeanen aan het strand overvallen en gedood toen zij naar het fort wilden komen. Steenbach begaf zich terug naar het fort en bleef daar de nacht. De volgende morgen, 1 december om 5 uur, zag hij dat alle Atjehers weg waren en niets hadden beschadigd aan de kust. Op Ticou lagen nog een korporaal en 4 gewone Boeginezen, maar de geweren en andere goederen van de Compagnie die Steenbach in de prauw had, waren allemaal weg.
Plants zou de 2 korporaals met de Tanjong Pour overzenden. Hij vroeg om versterking met volk uit Padang, want het zag er slecht uit onder de regenten. Ze liepen dagelijks met hun wapens over naar de vijand. Hij kon alleen nog vertrouwen op Pauwers, Padangers, radja Nando en orang Caijo, mara Alam. De anderen waren niet meer te vertrouwen omdat ze dagelijks met hun wapens naar de vijand overliepen.
Er waren geen voorraden meer voor de Europeanen te krijgen. De koeien van de Compagnie liepen bij de vijand, zodat hij daar niets van kon krijgen. Hij vroeg om:
Hij verzocht dringend om hulp met volk, omdat de vijand hem rondom met versterkingen had omsingeld.
Uit de brief bleek dat bij de aanval van 30 november de Europese en Boeginese korporaals bij hun vertrek van Ticou zwaar gewond waren geraakt en 4 gewone Europese soldaten door de Atjehers waren gedood. De wapens die in hun prauwen waren, waren door hen weggenomen. Bij de commandant op Priamang bevonden zich nog maar weinig mensen. De bondgenoten van Padang en Paur waren met de dienaren en onderdanen 's morgens naar de vijand overgelopen.
Er werd besloten om de commandant met de sloep de Hazewind wat proviant toe te sturen en hem te laten weten dat hij zich bij nood met het volk naar de sloep moest terugtrekken. De gezaghebber vroeg wat men hieraan moest
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3361 / 0167 19 oktober 1759: Een verklaring over door witte mieren beschadigde linnengoederen was niet door de ambtenaar, niet door de verschenen partij en niet door de getuigen getekend. De getuigen stonden er zelfs helemaal niet in vermeld.
In een andere verklaring van 19 oktober 1759, ook over beschadigd linnen, was assistent Christiaan De Groot tegelijk notaris en getuige, maar hij had alleen als getuige getekend.
1 april 1760: Deze Christiaan De Groot trad opnieuw op als notaris en was tegelijk verschenen partij en getuige in één en hetzelfde document. Ook ondermeester Brugner verscheen daarin als verschenen partij en getuige.
Uit het antwoord op een brief die de eerst genoemde klerk van politie B.s F.s Forcade aan hem Seijtterth had geschreven, bleek dat hij deze verklaring naar Padang had gestuurd om daar te dienen. Hij bedankte in dat antwoord voor de waarschuwing die hem vriendschappelijk was gedaan en waarin de fouten waren aangetoond.
Zijn verantwoording hierop bestond uit een vermenigvuldiging en opheldering van de fouten, zoals te zien is in de verklaring zelf die naar het origineel bij nummer 13 te vinden is.
Hij veranderde als ambtenaar de naam van Christiaan De Proot in die van korporaal Coenraad Bergies (nummer 22). Als verschenen partijen liet hij hem samen met de chirurgijn staan, maar onderin waar zij duidelijk als getuigen hadden getekend, haalde hij dit met de pen door en schreef daarboven "als verschenen partijen als getuigen".
In plaats van deze 2 personen liet hij de 2 Europese soldaten Lucas Corier en Iohan Matthijs Steenbach tekenen. Hoewel volgens het naamlijstje van de met die boot vertrokken militairen I. M. Steenbach pas 12 dagen na de datum van Batavia naar Adserhadza vertrok met het schip De Waaksaamheid (dat was op 12 april 1760), was de verklaring toch gepasseerd op 1 april van hetzelfde jaar.
De volgende documenten worden beschreven:
De inhoud van alle andere documenten bevatte lasterlijke valse beschuldigingen tegen vroegere ambtenaren en opperhoofden van Polo Chinco. Deze waren afgenomen van gewone Maleiers en landloopers, samen met soldaten en vergelijkbare personen die onder zijn bevel hadden gestaan.
In de overige papieren in dit protocol, die allemaal betrekking hebben op zijn handelingen met de bergvolkeren van de Songijpagoune, kunnen geen eigen namen gevonden worden, want het betreft verdedigingen, klaagschriften en verklaringen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9498 / 0411 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/