Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Een slaaf genaamd Pedro werd op 30 september betrapt bij een boerderij in de buurt van Stellenbosch. Hij probeerde seksuele handelingen te verrichten met een hond in het wagenhuis. Twee slavinnen, Regina en Marie, betrapten hem hierbij. Regina behoorde toe aan Pedro's eigenaar en Marie aan oud-commissaris Lambert Meijburg. Marie was daar omdat ze een vrouw van gemengde afkomst had geholpen bij een bevalling. Toen Regina riep "Pedro wat doe je daar met de hond?" liet hij het dier los, deed zijn broek goed en ging naar de keuken om te eten. Toen zijn eigenaar hierover hoorde, bracht hij Pedro direct naar Stellenbosch.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0720  


Een jongen van Jan de Villiers is op zijn knieën betrapt terwijl hij onzedelijke handelingen met een hond uitvoerde. Regina hield zijn kleding vast en schold hem uit. Toen de vrouw die dit verhaal vertelt moest plassen, zag ze bij terugkomst dat de teef nat was van achteren. Ze heeft tegen de jongen gezegd dat hij in zee gegooid zou moeten worden voor zijn daden. Daarna zijn zij en Regina teruggegaan naar een kamertje waar Sabina lag, om haar het voorval te vertellen. De verteller is rond 8 uur die ochtend vertrokken naar het huis van haar werkgever.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0729  


Op 27 oktober 1767 legde de slavin Marie, eigendom van de voormalig commissaris van huwelijkszaken Lambert Meijburg, een verklaring af voor Martin Melk en Hendrik Cloete. Dit deed ze op verzoek van landdrost Jacobus Johannes Lefueur.

Marie vertelde dat ze op 28 september naar de woonplaats van burger Jan de Villiers in Welman was gegaan. Daar zou ze als vroedvrouw helpen bij de bevalling van een zwangere bastaard-Hottentotvrouw genaamd Sabina. In de nacht van 29 op 30 september beviel Sabina. De volgende ochtend bij zonsopgang wilde Marie naar buiten om te plassen. Omdat ze bang was voor de honden op het erf, maakte ze de slapende slavin Regina (eigendom van De Villiers), die die nacht ook had gewaakt, wakker om met haar mee te gaan. Samen gingen ze naar buiten richting het wagenhuis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0728  


Op 2 juli 1767 werd in het Kasteel de Goede Hoop te Kaap de Goede Hoop een rechtszaak gehouden. Voorzitter was Jan Willem Cloppenburg. Als raadsleden waren aanwezig Isaac Meinertzhagen, Adriaan van Schoor, Dirk Westerhoff, en de burgerraadsleden Jan Cerrurier en Andries Brink. De officier van justitie Otto Pueder Hemm deed aanklacht tegen Alexander van Banda, een slaaf van de weduwe van opperstuurman Hans Pieter de Wit. De slaaf werd beschuldigd van moord op zijn medeslavin Magdalena van de Kaap. De aanklager eiste dat de verdachte:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0034  


De opgetekende rechtszaak vond plaats in het Kasteel de Goede Hoop op 2 juli 1767. Aanwezig waren:

De zaak betrof Alexander van Banda, een slaaf van de overleden opperstuurman Hans Pieter. Hij werd beschuldigd van moord op zijn medeslavin Magdalena van de Kaap. Het vonnis luidde dat hij op een kruis gebonden zou worden en zonder genade levend geradbraakt zou worden. Zijn lichaam zou buiten de stad tentoongesteld worden, met zijn hoofd op een pin en zijn lichaam op een rad, om door weer en wind en vogels vergaan te worden. Hij moest ook de proceskosten betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0036  


De burgerraad bespreekt een zaak over een slavin die is vermoord. Otto Luder heeft een brief ontvangen van landbouwer Johannes Louw over deze moord. De verdachte is een slaaf genaamd Nero uit Bengalen, die de slavin Manisa had vermoord omdat ze niet met hem wilde slapen. Na de moord was Nero weggelopen, maar werd bij dageraad gevonden door zijn eigenaar en twee andere slaven. Nero had zichzelf verwond door zijn keel en luchtpijp deels door te snijden.

De rechtbank eist dat Nero:

De verdachte heeft de moord bekend en bevestigde dat hij het deed omdat de slavin niet met hem wilde slapen. Hij gaf ook toe dat hij zichzelf verwond had.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0033  


De rechtbank sprak zich uit over een ernstig misdrijf waarbij een persoon en een hond betrokken waren. De slavin Maria was getuige en had de situatie nauwkeurig bekeken. De rechtbank verwees naar verschillende rechtsgeleerden: De rechtbank concludeerde dat de verdachte waarschijnlijk tot het uiterste was gegaan in zijn daad. Ze vonden dat bij dit soort misdrijven, die meestal geen sporen nalaten, niet te streng naar bewijzen moest worden gekeken omdat daders anders te makkelijk hun straf konden ontlopen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0722  


Op een nacht had de vrouw des huizes, toen ze naar het huis van de Waal wilde gaan, aan de deur van de grote kamer gedraaid. Die bleek gesloten te zijn. De sleutelbos hing in de kleine kamer aan een spijker.

Toen de man weer thuiskwam, vroeg hij aan de slavin Clarinda of het vuur in de keuken was gedoofd. Zij antwoordde ja. Daarna ging hij naar zijn slaapkamer, waar ook de kleine jongen Januari sliep. Hij sloot de deur van binnenuit en ging slapen. Hij merkte toen geen brand, stank of rook op.

Later in de nacht klopte zijn vrouw op de huisdeur en het slaapkamerraam. Hij stond meteen op en opende de kleine kamerdeur. In de hal kwam hem rook tegemoet. Hij riep wat voor rook dat was, maar kreeg geen antwoord. Hij liet zijn vrouw binnen en ging direct naar de keuken om te kijken of daar vuur was. Hij vond geen vuur. Zijn vrouw gaf hem de zoldersleutel. Boven vond hij geen vuur, maar wel rook.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0625  


Op 5 november 1707 werd in Stellenbosch en Drakenstein een rechtszaak gehouden. De slaaf Pedro van Bengale, eigendom van burger Jan de Villiers, werd beschuldigd. De aanklager Jacobus Johannes Le Sueur eiste dat de verdachte op een schip zou worden gebracht, waar de beul hem met gewichten in zee zou gooien om te verdrinken. De verdachte moest ook de proceskosten betalen. De bekentenis van Pedro werd vertaald van Portugees naar Nederlands. De gebeurtenis vond plaats op een vroege ochtend bij de woning van zijn eigenaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0723  


Op een zondag werd de slavin Clarinda, 25 jaar oud, gearresteerd in het huis van haar eigenaar Daniel Coenraad Braune in Kaap de Goede Hoop. Ze werd verdacht van brandstichting. Bij haar verhoor, dat werd afgenomen door Tobias Christiaan Bonnen, Kamp en Andries Brink, gaf ze toe dat ze het misdrijf had gepleegd. Als reden gaf ze op dat haar eigenaar haar bijna dagelijks had geslagen en geschopt. Ze kon dit niet langer verdragen en wilde zich door brandstichting bevrijden van zijn macht. De onderzoekers lieten haar uitkleden om te controleren of er sporen van mishandeling waren. Op haar bovenlichaam vonden ze geen tekenen van verwondingen. Clarinda verklaarde dat de littekens op haar billen en onderlichaam afkomstig waren van eerdere straffen die ze in Batavia had ondergaan. Dit onderzoek werd vastgelegd door secretaris C.L. Keethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0637  


Op een dag in september zagen slavin Marie van oud-commissaris van huwelijkszaken Lambert Meijburg en een andere vrouw iets schokkends. Marie had net geholpen bij de bevalling van een buitenechtelijk kind genaamd Sabina. Toen ze 's ochtends bij zonsopgang naar buiten wilden gaan, waren ze bang voor de honden op het erf.

Bij het wagenhuis hoorden ze een hond janken. Daar troffen ze slaaf Pedro van Bengalen aan die seksuele handelingen pleegde met een hond. Toen ze hem vroegen of hij zich niet schaamde, zei hij niets, liet de hond los en liep weg naar het huis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0726  


Bij inspectie van het lichaam van de vermoorde slavin Magtalen werd ontdekt dat haar keel was doorgesneden aan de rechterkant. De grote slagaders waren volledig doorgesneden wat een directe dood veroorzaakte. Ook werd er een oppervlakkige snee op haar buik gevonden, die schuin van haar schaamdeel tot links boven haar navel liep.

Omdat zo'n opzettelijke wrede moord in een land waar recht en gerechtigheid geldt niet getolereerd kan worden, heeft de rechtbank het volgende gedaan:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0344  


Deze tekst gaat over een brandzaak waarbij een slavin genaamd Clarinda ervan wordt verdacht brand te hebben gesticht. De volgende schade werd vastgesteld:

De eigenaar verdenkt Clarinda omdat:

De eigenaar denkt dat Clarinda de sleutel van de grote kamerdeur heeft gepakt toen hij zijn vrouw naar de weduwe de Waal bracht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0627  


De buurvrouw van de verteller had nachtdienst bij de weduwe van Jan de Waal de Jonge, omdat deze de kinderziekte had. Op zaterdagavond om 7 uur ging de verteller naar het huis van de weduwe de Waal, nadat ze:

Om 9 uur kwam ze kort thuis om te eten. Om half 10 ging ze weer terug naar het huis van weduwe de Waal, gebracht door haar man die daar ongeveer een kwartier bleef. Ze hadden de deur van de kleine kamer open gelaten omdat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0620  


Op 18 oktober 1757 werd ter secretarie in Stellenbosch een verklaring afgelegd in aanwezigheid van plaatsvervanger Johan Godlob John en Johan Martin Smalberge als getuigen. De akte werd ondertekend door secretaris A. Faure.

Een slavin genaamd Marie verscheen voor het college van landdrost en heemraden van Stellenbosch en Drakenstein. Na het voorlezen van haar verklaring bevestigde zij dat deze volledig waar was. Dit gebeurde op 27 oktober 1707 in de raadkamer van Stellenbosch, in aanwezigheid van Marten Melk en Hendrik Cloete. Marie zette haar eigen merkteken als handtekening.

Op 23 november 1701 verscheen burger Jan de Villiers voor secretaris Abraham Faure van Stellenbosch en Drakenstein. Op verzoek van landdrost Jacobus Johannes Le Sueur verklaarde hij iets over een gevangen slaaf Pedro uit Bengalen, van ongeveer twee jaar geleden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0730  


De rechter in het Kasteel de Goede Hoop heeft op 23 juni 1767 uitspraak gedaan over Casar van Manthaar en Appollonie. De uitspraak bepaalde dat:

Bij deze rechtszitting waren aanwezig: koopman en voorzitter David D'Hillij en andere leden, behalve president Jan Willem Cloppenburg, luitenant-kolonel Isaac Meijhertzhagen en koopman Adriaan van O Secrets.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0032  


In een strafzaak is Jan Hendrik Geerhard eerder al veroordeeld voor het mishandelen van zijn slavin. Deze straf heeft hem er echter niet van weerhouden om zijn slaven nog wreder te blijven mishandelen. Omdat de eerdere straf niet voldoende was, moeten er andere maatregelen genomen worden. De aanklager eist daarom:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0355  


De soldaat Gabriel Krause uit Dantzig werd beschuldigd van diefstal en de verkoop van spullen van de VOC en werd hiervoor gevangen genomen. De aanklager Otto Lueder Hemmij legde de vrijwillige bekentenis van de verdachte voor aan de rechtbank. Gabriel Krause was eerder hulparbeider bij de VOC geweest. Hij had zijn kist verkocht aan de burger Matthiam Le Bour. Bij die gelegenheid had Le Roux een klacht ingediend bij de rechtbankvoorzitter Jan Willem Cloppenburg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0643  


Een persoon vertelt dat hij door armoede en honger een ijzeren pik kocht voor 4 schellingen. De pik was oud en versleten en alleen nog bruikbaar als oud ijzer. De Europese verkoper wilde de pik eerst niet voor dat bedrag verkopen en vertrok, maar kwam na een paar stappen terug en deed de deal alsnog. De koper liet de pik direct door zijn knecht naar achteren brengen zonder te weten dat deze gestolen was. Eerder had hij van een onbekende Europeaan ook een oud touw van koper gekocht, waarvan hij de prijs niet meer weet. Ook kocht hij ongeveer 2 maanden geleden een nieuwe metselaarstroffel van waarschijnlijk dezelfde verkoper als die van de pik, maar dat weet hij niet zeker.

Deze verklaring werd afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 13 oktober 1707 in aanwezigheid van kerkleden Pieter Caspar Broedersz en Fredrik Wilhelm Alemann als getuigen. Het document werd ondertekend door secretaris C.L. Wertkzing en bevestigd door beëdigd klerk L.P. Fader.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0650  


De beschuldigde verklaarde dat ze, ondanks haar pogingen om haar eigenaar tevreden te stellen, regelmatig mishandeld werd. Op een avond was ze weggelopen met het plan om zich bij de politie aan te geven. Ze had aan een voorbijganger bij de werf de weg naar de gevangenis gevraagd.

Na deze gebeurtenis mishandelde haar eigenaar haar bijna dagelijks. Zelfs tijdens haar zwangerschap werd ze zo erg geschopt dat ze veel bloed verloor. Ze had twee keer gevraagd of ze verkocht mocht worden, maar haar eigenaar weigerde dit en ging door met de mishandeling.

Uit wanhoop besloot ze brand te stichten in het huis van haar eigenaar. Dit gebeurde in de nacht van vrijdag 11 van die maand, terwijl haar meesteres bij een kind zat dat aan de pokken leed.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0612  


Deze zaak gaat over de vervolging van Clarinda van Batavia, een slaaf van burger Daniel Coenraad Braune. De aanklager was IHo Luder Hemmij, die tijdelijk als officier van justitie optrad, en de rechtszaak werd voorgezeten door president Jan Willem Cloppenburg.

Clarinda werd beschuldigd van brandstichting. Het opvallende was dat een jaar eerder haar medeslaaf Forheijn van Boegies voor eenzelfde misdaad (brandstichting in het huis van zijn eigenaar) levend was verbrand. Deze eerdere executie had blijkbaar geen afschrikkend effect op Clarinda.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0611  


Een slaaf genaamd Alexander had Magdalena vermoord omdat mensen slecht over haar tegen hem hadden gesproken, wat hem pijn deed. Nadat Alexander werd vastgepakt, hebben knechten hem naar de gevangenis in Kaap de Goede Hoop gebracht.

De getuige Pruijm van Boeton heeft deze verklaring afgelegd in het kasteel van de Goede Hoop, in aanwezigheid van klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Frederik Wilhelm Allemann. De secretaris C.L. Neethling heeft dit document ondertekend.

Later heeft Pruijm van Boeton zijn verklaring voor de rechtbank herhaald en bevestigd in aanwezigheid van Alexander van Banda. Hij verklaarde dat alles de zuivere waarheid was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0337  


Alexander van Banda, een 56-jarige slaaf van de weduwe van Hans Pietersz de Wit (een voormalig opperstuurman van de Oost-Indische Compagnie), heeft een bekentenis afgelegd op het kasteel de Goede Hoop op 23 juni 1767. Hij woonde op de plaats Claassenbosch, gelegen achter het Rondebosje. Midden juni zag hij dat slavin Magdalena van de Kaap, voor wie hij sinds haar kindertijd had gezorgd, in de stal een gesprek had met medeslaaf Louis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0341  


Op 23 juni 1747 werd op het fort de Goede Hoop een verklaring afgelegd door de slaaf Galant. Dit werd ondertekend door secretaris L.S. Faber en de commissarissen D.D. Hillij en A. Brink. Op 19 juni 1707 verscheen Pruijm van Boeton, slaaf van wijlen opperstuurman Hans Pietersz de Wit, voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling van de Raad van Justitie. Hij legde een verklaring af voor waarnemend officier van justitie Otto Lueder Lommij. Pruijm verklaarde dat hij samen met twee andere slaven, April en Galant, 's nachts had geprobeerd om de weggelopen slaaf Alexander van Banda te vangen. Alexander werd gezocht voor de moord op de slavin Magdalena. In de schemering riep April door een raam bij het varkenshok dat Alexander was gevonden. Galant nam een lantaarn mee en samen gingen ze naar het varkenshok waar April was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0336  


De bestuurders van de hooggeplaatste Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden hebben 2 juli 1768 in het Kasteel de Goede Hoop de gevangene Alexander van Banda veroordeeld tot de doodstraf. Hij zou worden geëxecuteerd op 21 juli 1768.

De veroordeelde moest naar de gebruikelijke executieplaats worden gebracht waar hij:

Het vonnis werd ondertekend door de bestuurders J.W. Cloppenburg, D. Hillij, P. Hacker, P.C. Warneck, I.C. Bonnenkamp, J.H. Blanckenberg, P.P. Le Rieur, Jan Cerravier, A. Brink en A. Tulbagh.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0345  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/