Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Galant van Maccasser vertelt dat hij was geroepen met de woorden: "Kom snel, Alexander is hier!". Na het aansteken van een lantaarn ging hij met Pruijm naar buiten bij het slavenhuis naar April. Op aangeven van April dat zij naar Kietmes zouden gaan, pakten hij en Pruijm ieder een hand vast. Ze namen Alexander gevangen, bonden hem vast en brachten hem naar hun meesteres. Alexander bekende toen dat hij de dienstmeid Magdalena had vermoord omdat zijn hart zeer deed en mensen hem over die meid hadden aangesproken. Daarna brachten ze de jongen onder begeleiding van de knecht naar Kaap de Goede Hoop en leverden hem over aan de gevangenbewaarder.

Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop, met als getuigen de klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Frederik Wilhelm Allemann. De secretaris C.L. Neeshling ondertekende het document. Later werd deze verklaring voorgelezen aan Galant van Maccasser, die bevestigde dat alles klopte en er niets aan toegevoegd of verwijderd hoefde te worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0335  


Een gevangene is in de nacht op de berg geklommen. Door de regen moest hij in een varkenshok schuilen. De volgende morgen kwam iemand langs die een steen in het hok gooide. De gevangene liep naar de deur waar hij zijn medegevangene April aantrof. Deze riep Pruijm en Galant erbij, die met een lantaarn kwamen. De gevangene dreigde zichzelf te doden, maar April greep het mes af. De twee andere gevangenen namen hem gevangen, bonden hem vast en brachten hem naar zijn lijfvrouw en daarna naar de gevangenis in Kaap de Goede Hoop.

Dit is vastgelegd in Kasteel de Goede Hoop op 22 juni 1767 voor David DAillij en A. Brink, leden van de rechtbank, samen met de gevangene en secretaris C.D. Nakkling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0340  


Op 23 juni 1767 werd voor de raad van Justitie van het kasteel de Goede Hoop de eerder afgelegde verklaring van April voorgelezen. April bevestigde deze verklaring in aanwezigheid van Alexander van Banda. Het document werd ondertekend door L.S. Faber als officiële klerk en door de commissarissen D.D. Hillij en A. Brink.

Op 19 juni 1767 verscheen voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling de slaaf Galant van Makassar, eigendom van wijlen Hans Pietersz de Wit. Hij legde een verklaring af op verzoek van waarnemend aanklager Otto Lueder Hemmij. Galant vertelde dat hij samen met zijn medeslavenslaven April en Pruijm 's nachts op wacht had gestaan om Alexander van Banda te vangen. Alexander was gevlucht nadat hij de slavin Magdalena had vermoord. In de vroege ochtenschemering stonden ze bij de deur van het varkenshok in het slavenhuis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0334  


Otto Leider Hemmij meldde op 2 juli 1767 dat de weduwe van Hans Pietersz de Wit, een voormalig opperstuurman van de Oost-Indische Compagnie, aangifte had gedaan. Haar slaaf Alexander had op haar landgoed Claasenbosch, gelegen achter het Tafelgebergte in de Wijnbergen, een slavin genaamd Magdalena vermoord. David Dr Aillij en Andries Brink, leden van de rechtbank van dit gebied, zijn samen met de secretaris en aanklager die ochtend naar de locatie gegaan. De moord had plaatsgevonden op 17 juni 1767.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0329  


Hij is volhardend in zijn misdaad, omdat hij nog steeds zegt zichzelf de keel te willen doorsnijden en zo zelfmoord wil plegen. Om die reden mag de gevangene een verraderlijke moordenaar genoemd worden. Zulke kwaadaardige en vooraf geplande moorden moeten zwaarder worden bestraft dan moorden die uit woede of rechtvaardige emotie voortkomen. Dit staat in de Bijbel in Numeri hoofdstuk 35 vers 20-21 en alle rechtsgeleerden zijn het hiermee eens. De aanklager wil tot voorbeeld van andere misdadigers dan ook concluderen dat de gevangene Alexander van Banda naar de gebruikelijke plaats voor het uitvoeren van vonnissen moet worden gebracht. Daar moet hij aan de beul worden overgeleverd, op een kruis worden vastgebonden en zonder genade van onderaf levend worden geradbraakt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0328  


Op het landgoed van hun eigenaar hebben de slaafgemaakte mannen Pruijm en Galant samen met een andere slaaf de voortvluchtige Alexander gevangengenomen. Alexander had een mes bij zich en hij bekende dat hij de slaafgemaakte vrouw Magdalena had vermoord. Hij zei dat hij dit had gedaan omdat hij zo gekwetst was door wat mensen over haar tegen hem hadden gezegd. De eigenaar gaf opdracht aan Pruijm, Galant en een knecht om Alexander naar de gevangenis in Kaap de Goede Hoop te brengen. Dit is vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 19 juni 1767, in aanwezigheid van klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Frederik Wilhelm Alleman als getuigen, samen met secretaris Neethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0333  


Uit de verklaring van het kleine meisje Christina blijkt dat de gevangene een moord heeft gepleegd omdat een meisje niet wilde ingaan op zijn seksuele verlangens. Dit is geloofwaardiger dan dat Louis het meisje, met wie hij een relatie had, zou hebben beledigd. Ook is het onwaarschijnlijk dat jaloezie hem ertoe bracht om de jongen of het meisje te vermoorden, aangezien zij hem niet als vijand zagen. Deze daad kan op geen enkele manier worden verontschuldigd omdat het niet uit woede of plotselinge drift voortkwam. De gevangene heeft dit plan al dagen of weken van tevoren bedacht. Zijn moordzucht nam toe en uiteindelijk was hij zo woedend dat hij tegen het meisje, dat hij eerder als zijn kind beschouwde en die nu om vergiffenis vroeg, zei: "Neen, ik kan het zo niet vergeven." Zelfs nadat hij haar een dodelijke steekwond in de hals had toegebracht, was zijn moordzucht niet gestild. Hij werd juist nog meer aangespoord en bracht haar ook een snee in de buik toe. Tijdens zijn arrestatie voelde hij nog steeds deze moordzucht in zijn hart.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0327  


De slaaf April van Timor, eigendom van de weduwe van de overleden opperstuurman Hans Pietersz de Wit, vertelt op 22 juni 1767 aan tijdelijk hoofdaanklager Otto Luder Hemmij het volgende: Samen met de slaven Pruijm van Boeton en Galant van Macassar hield hij 's nachts de wacht op de plantage Claasenbosch. Ze zochten naar de slaaf Alexander, die was gevlucht nadat hij de slavin Magdalena had vermoord. In de vroege ochtenschemering ging April naar het varkenshok bij de bakoven. Omdat het donker en regenachtig was, dacht hij dat de voortvluchtige moordenaar zich daar zou kunnen verstoppen. Hij kon niets zien in het hok, dus gooide hij een steen over de bakoven die in het hok uitkwam. Daarna verstopte hij zich in een hoek bij het slavenhuis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0332  


Bij inspectie van het slachtoffer werden de volgende verwondingen gevonden:

Dit was een gruwelijke misdaad. De oude dader, die beweerde het meisje als zijn dochter te beschouwen, gaf als excuus dat de slaaf Louis hem altijd beledigde wanneer hij het slachtoffer Jaan zag. De dader zei dat dit hem pijn in zijn hart deed. Dit excuus werd niet geaccepteerd - hij had immers naar zijn meesteres kunnen gaan of het meisje en de jongen kunnen vermanen als hij problemen had met hun gedrag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0326  


Op 17 juni onderzocht de tweede hoofdarts van het bestuur het lichaam van de slavin Magdalena van de Caab op de boerderij van de weduwe van wijlen Johannes de Wit. Dit gebeurde in aanwezigheid van twee bestuursleden: David D'Hillij en A. Brink.

Bij het onderzoek werden de volgende verwondingen gevonden:

Het lichaam werd begraven op de plaats Claasenbosch. De dader was gevlucht en nog niet gevonden, ondanks dat twee of drie jongens direct naar de plek waren gegaan. Dit alles werd gerapporteerd aan Kaap de Goede Hoop. Het document werd ondertekend door secretaris L. Neethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0331  


De slaaf Hlavin Magdalena en een jong slavenmeisje genaamd Christina kwamen 's ochtends in de tuin om bloemkool te halen. Hij zei tegen haar dat ze niet meer naar de koetsier moest gaan omdat hij hen altijd uitscheldt. Hij vroeg haar om een kus.

Toen ze weigerde, gooide hij haar op de grond. Hoewel ze om vergeving vroeg, zei hij dat hij haar niet kon vergeven omdat zijn ogen door woede al verduisterd waren. Hij stak haar met een mes in haar hals en sneed daarna haar buik open vanaf haar onderlichaam tot voorbij haar navel. Hij vluchtte met een noordmes, waarvan de schede achterbleef.

Door het regenachtige weer kon hij niet in de bergen blijven waar hij naartoe was gevlucht. De derde nacht kwam hij terug en verstopte zich in het varkenshok. De volgende ochtend in de schemering werd hij daar gevonden door de slaaf April van Timor, die hem gevangen nam en aan justitie overdroeg.

Tijdens zijn arrestatie zei hij nog dat hij liever zelfmoord zou plegen door zijn eigen keel door te snijden. Dit toonde aan dat hij gewelddadige neigingen had, zelfs tegen zichzelf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0325  


De dader bekende dat hij de moord op de dienstmeid Magdalena vrijwillig beging op 16 juni. Hij was jaloers op de mede-slaaf Louis, die als kok werkte, omdat deze met Magdalena intiem was. Hij had Magdalena altijd geholpen en geld gegeven vanwege haar moeder, en beschouwde haar als zijn kind. Eerst wilde hij Louis vermoorden, maar kon niet bij hem komen omdat deze in het woonhuis sliep. Toen besloot hij Magdalena te vermoorden. Op 19 juni werd de dader gevangen genomen en overgeleverd aan justitie. De autoriteiten, waaronder de tweede opperchirurg van het ziekenhuis van de Oost-Indische Compagnie, hebben het lichaam onderzocht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0324  


De openbare aanklager moet opnieuw een rechtszaak beginnen tegen burger Jan Hendrik Geerhard vanwege mishandeling van zijn slaven. Deze Geerhard werd een jaar geleden, op 23 juni 1766, ook al aangeklaagd voor het mishandelen van zijn slavin Caliste uit Bengalen. De aanklacht werd toen ingediend bij Jan Willem Cloppenburg, voorzitter van de Raad van Justitie, door waarnemend fiscaal Otto Luder Hemmij. De nieuwe zaak gaat over wrede mishandeling van zijn slaven, in het bijzonder van een kort daarna overleden slavenjongen Juli uit Bengalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0347  


De slaven Jongen en Clarinda verbleven samen in een huis. Clarinda was daar de enige slaaf behalve een oude Jongen die bij zijn vader verbleef en in de achterkamer sliep. Clarinda sliep alleen in de gang. Er was een brand ontstaan en ze verdenken Clarinda daarvan, zonder dat ze weten waarom ze dat gedaan zou hebben. De kamer was om ongeveer 7 uur afgesloten en er was geen licht of vuur aanwezig. Ze denken dat de slavin de sleutel van de grote kamer van een bosje sleutels had gepakt toen haar meesteres naar het huis van weduwe de Waal was gebracht. Na het blussen van de brand werd de sleutel van de grote kamer gevonden op de tafel in de kleine kamer. Dit verslag is vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 14 september 1767 in aanwezigheid van klerken Pieter Caspar Broedersz en Frederik Willem Allemann. Het document is ondertekend door secretaris C.L. Weethling. Daarna verscheen Johanna Jacoba Bester voor de Raad van Justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0623  


De chirurg Coenraad Nelson onderzocht het lichaam van een vermoorde slavin, dat in de groene tuin in het bloemkoolperk lag. Bij het lichaam werd een messenschede gevonden. De chirurg stelde de volgende verwondingen vast:

Een 8 à 9-jarig slavenmeisje, dat met het 16-jarige slachtoffer bloemkool zou gaan halen, vertelde aan de rechtbank wat er was gebeurd. Alexander, die bezig was met het toppen van tuinbonen, had het slachtoffer Magdalena benaderd. Hij wilde dat ze met hem meeging en bij hem zou slapen. Toen ze weigerde hem te zoenen, had hij haar met een mes aangevallen. Hij had ook het jonge slavenmeisje bedreigd met hetzelfde lot.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0330  


Toen de klok 3 uur sloeg, kon iemand niet langer blijven en is naar huis gegaan. De ratelwachten die op wacht stonden brachten haar erheen. Daar rook ze een vreemde geur en werd ze ongerust. Ze maakte Braune, die in een andere kamer lag te slapen, wakker. Toen ze de kamerdeur opende, ontdekte ze tot haar schrik een brand. Door de zware rook kon ze eerst niet zien hoe erg het was. Braune merkte nog op dat de kamersleutel niet op zijn normale plek aan het slot hing, maar later werd gevonden op een tafel in een andere kamer. In de galerij sliep alleen zijn slavin Clarinda van Batavia. Braune had zelf enkel een kleine jongen als slaaf, en er was nog een oude jongen van zijn schoonvader die bij die oude man in de achterkamer sliep. Het huis was overal afgesloten. Daarom werd vermoed dat de slavin de brand had gesticht en werd ze gearresteerd voor verder onderzoek.

Dit vond plaats in Kaap de Goede Hoop op 16 september 1767.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0636  


Januarij van Bengalen verscheen voor een commissie van de raad van Justitie van het bestuur. De commissie las zijn eerdere verklaring voor. Hij bevestigde deze verklaring in aanwezigheid van de slavin Clarinda. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 18 september.

Later verscheen Clarinda van Batavia, een 25-jarige slavin van burger Daniel Coenraad Braune, voor dezelfde commissie. Ze vertelde dat haar eigenaar haar regelmatig sloeg en schopte, ongeacht hoe hard ze werkte. Uit wanhoop was ze op een avond weggelopen. Ze wilde zich melden bij de gevangenis. Ze stond een tijd bij een grote trap bij de werf. Daar vroeg ze aan een voorbijlopende Kaffer waar de gevangenis was en ging met hem mee.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0631  


Johanna Jacoba Bester heeft een verklaring afgelegd. Deze werd haar voorgelezen op 18 september 1761 in het Kasteel de Goede Hoop. Ze bevestigde dat alles waar was in aanwezigheid van de slavin Clarinda. Dit werd bevestigd door L.S. Faber (klerk), J.H. Blanckenberg en A. Bun.

De burger Daniel Coenraad Braunen legde een verklaring af voor waarnemend onderkoopman Otto Luder Temmy. Zijn vrouw ging op zaterdagavond om half tien waken bij de weduwe van burger Jan de Waal de jonge, die de kinderziekte had. Braunen begeleidde haar en bleef ongeveer een kwartier. De kleine kamer was open gelaten omdat haar dochtertje daar wakker in bed lag, samen met Den Velt en zijn vrouw. Bij hen waren de slavin Clarinda en de kleine slaaf January.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0624  


In de tijd voorafgaand aan de gebeurtenissen had Louis altijd scheldwoorden geroepen naar de gevangene wanneer hij hem zag. De gevangene nam dit serieus en besloot Louis te vermoorden. Hij zocht een gelegenheid maar kon deze niet vinden omdat Louis en de slavin Magdalena 's nachts in het huis van zijn meesteres moesten slapen. De gevangene besloot toen om Magdalena te vermoorden in plaats van Louis.

Op dinsdag 16 juni was de gevangene in de tuin van Claassenbosch aan het werk met bonenkappen. Magdalena kwam daar met een jonge slavin Christina bloemkool halen. De gevangene ging naar Magdalena toe en zei tegen haar (wat volgens hem niet waar was) dat ze niet meer naar Louis moest gaan omdat die hen altijd uitschold. Hij vroeg ook om een kus. Volgens het slavenmeisje Christina had de gevangene Magdalena echter gevraagd om alleen met hem mee te gaan en bij hem te slapen. Toen Magdalena dit weigerde, probeerde hij haar te kussen, maar ze wilde dit niet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0342  


Op de laatste dinsdag, in de ochtend, kwam een slaaf met het slavenmeisje Christina naar de tuin om bloemen en kool te halen. Hij sprak daar met Magdalena en zei tegen haar dat ze niet meer bij de koetsier moest komen omdat die altijd schold. Hij vroeg haar om een kus, maar zij weigerde dit. Hij werd woedend, gooide haar op de grond en stak haar met een mes in haar hals. Magdalena smeekte om genade, maar hij antwoordde dat hij haar niet kon vergeven. Daarna sneed hij met zijn mes van onder naar boven over haar buik. Vervolgens vluchtte hij weg met het mes, maar liet de schede liggen. Hij had het slavenmeisje Christina die erbij was niet bedreigd of toegesproken - zij was uit zichzelf weggerend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0339  


Alexander van Banda, slaaf van de weduwe van oud-opperstuurman Hans Pietersz de Wit, werd gevangen genomen vanwege de moord op zijn mede-slavin Magdalena van de Kaap. Op 16 juni deed de weduwe aangifte dat haar slaaf Alexander van Banda op haar landgoed in Wijnberg, genaamd Claasenbosch, de slavin Magdalena had vermoord. De zaak werd voorgelegd aan president Jan Willem Cloppenburg en de Raad van Justitie door waarnemend fiscaal Otto Puder.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0323  


De getuige vertelt dat hij 4 keer door zijn eigenaar met een zweep is geslagen. Ook heeft hij gezien dat zijn eigenaar de slavin Clarinda regelmatig sloeg met een zweep of wat hij maar in handen had. Kort voordat Clarinda een kind kreeg, maakte ze volgens hem niet goed genoeg vuur. Daarom sloeg de eigenaar haar 2 keer op haar rug met een ijzeren blaaspijp. De volgende dag, toen Clarinda wijn moest schenken, verloor ze 4 stukken bloedweefsel. Hij moest dit samen met een inmiddels overleden bastaard-Hottentotse vrouw genaamd Roos opruimen. Dit gebeurde ongeveer 4 maanden geleden. Sindsdien heeft hij niet meer gezien dat Clarinda werd geslagen. Na het bloedverlies ging ze liggen en werd er een dokter bij gehaald.

Deze verklaring is afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop, in aanwezigheid van klerken Pieter Caspar Broedersz en Frederik Wilhelm Allemann als getuigen, die het document samen met de getuige en secretaris C L Hlethling hebben ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10967 / 0630  


Op 31 juli 1766 verscheen voor Christiaan Ludolph Neethling, secretaris van de raad van justitie, een slavin genaamd Patra uit Batavia. Ze was eigendom van de vrije zwarte man Wansa. Ze legde een verklaring af op verzoek van de tijdelijke fiscaal, de onderkoopman Leeder Hemmij.

Patra verklaarde over een diefstal die was ontdekt in het pakhuis van boekhouder Sebastiaan Valentijn Scheller. Ze had een maand bij de Chinese man Tjoen (ook bekend als de dove Chinees) gewoond. Toen de slaven van burger Johannes Smid de kazen brachten, had ze slechts 6 kazen bij zich. Ze wist niets van een zevende kaas en had geen kaas aan de Chinees gegeven.

De verklaring werd afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop in aanwezigheid van klerken Frederik Wilhelm Allemann en Johann Adolph Knucht als getuigen.

Op 1 augustus 1764 verscheen Patra opnieuw om haar verklaring te bevestigen. Ze voegde toe dat de Chinees Tjoen bij haar was geweest, niet andersom, en dat hij aanwezig was toen de slaven van Smid de kazen brachten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0734  


Op 1 augustus 1766 heeft de Chinese Tjoen een verklaring gedaan in Kasteel de Goede Hoop via zijn tolk, de slaaf Benjamin. Dit werd ondertekend door C.L. Neethling, H. Moller en D. Westerhoff. Op 2 augustus verscheen Fortuijn van Boegies, een slaaf van wijlen burger Albregt Herhold, voor klerk Lucas Sigismundus Faber. Hij verklaarde voor Otto Lueder dat hij ongeveer een maand eerder van de Chinees Tjoen had gehoord dat deze een kaas had gekregen van slavin Havin Patra. Deze kaas zou Tjoen vier dagen na zijn vertrek uit haar woning hebben ontvangen en onder zijn bed hebben verstopt. Fortuijn had dit zelf niet gezien. De verklaring werd afgenomen in aanwezigheid van klerken Frederik Wilhelm Allemann en Johann Adolph Kuuhl.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0736  


Een slavin deed verslag over een gebeurtenis. Ze was eigendom van burger Jan Smid Jurnaar en verhuurd aan burger Casper Lijbrigt. Op een vrijdag werd zij door de vrije meid Aldra van Rio de Jagoa uitgenodigd om de volgende avond naar een feest te komen. Dit feest zou plaatsvinden in een van de huisjes van commissaris Joachim Johann Lodewijk Wernich. Ze ging er rond 11 uur 's nachts tussen zaterdag en zondag naartoe. Daar trof ze aan:

De ambachtsmannen gaven 4 schellingen aan Flora en een halve ducaton aan de vertelster. Zondagochtend vertrokken de ambachtsmannen. De vertelster wilde toen ook naar huis gaan en wilde zich wassen in de sloot tussen de Compagniestuin en de tuin van wijlen burger Michiel Smits. Ze viel in het water en ging terug naar Flora. Op Flora's verzoek bleef ze daar om haar kleren te drogen. Die dag kwamen er nog enkele soldaten langs.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1689  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/