Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Een lijst met juridische zaken uit het koloniale tijdperk met de volgende personen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0061 In deze rechtszaak wordt gesproken over het mishandelen van de slavin Bella. De aanklager wil graag de getuigenissen van zowel slaven als Khoikhoi (Hottentotten) gebruiken. Hij verwacht dat de verdediging deze getuigen als ongeldig zal proberen af te wijzen omdat ze 'ongelovigen' zijn. De aanklager stelt dat volgens de wet de verklaring van een 'ongelovige' wel degelijk geldig is wanneer er geen andere manieren zijn om de waarheid te achterhalen. In dit geval hebben alleen de genoemde getuigen de onmenselijke en wrede behandeling van Bella gezien, dus kunnen er geen andere getuigen worden opgeroepen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0290 De aanklager eist dat Jacobus Pienaar veroordeeld wordt tot een boete van 200 rijksdaalders. Ook eist hij dat de mishandelde slavin Hanna van Kaap de Goede Hoop verkocht moet worden. Bij deze verkoop geldt als voorwaarde dat zij nooit meer in handen mag komen van Pienaar, zijn kinderen of zijn familie. Verder eist de aanklager dat Pienaar de proceskosten moet betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0341 Jacobus Pienaar werd door de rechtbank in naam van de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden veroordeeld tot een boete van 100 rijksdaalders. De slavin Hanna moest verkocht worden ten voordele van de gedaagde. Dit vanwege de mishandeling van zijn slaven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0039 Lucas Sigismundus Faber en Hester Pienaar, weduwe van landbouwer Hendrik van der Merwe, werden aangeklaagd in Stellenbosch en Drakenstijn. De aanklacht betrof de mishandeling van hun slaven, voornamelijk van slavin Bella, die als gevolg hiervan overleed. De rechtbank heeft het vonnis uitgesproken na het horen van beide partijen en het bekijken van de bewijsstukken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0037 De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigismundus Faber, diende een aanklacht in bij het gerechtshof. De zaak was tegen landbouwer Jacobus Pieter. Hij werd beschuldigd van het mishandelen van zijn slaven, vooral van slavin Hanna van de Caal. De landdrost had bewijsstukken verzameld, aangeduid met letters A tot en met H, om de waarheid van de zaak aan te tonen. De rechtszaak werd voorgezeten door president Joachim van Plettenberg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0325 Op 4 april 1771 werd er in de rechtbank een uitspraak gedaan waarbij L.A.M. werd veroordeeld tot een boete van 200 rijksdaalders. Ook moesten de twee slaven Rosa en Alexander, die de dood van slavin Bella hadden gemeld, via een gerechtelijke verkoop worden verkocht. Hierbij gold de voorwaarde dat ze nooit meer in het bezit mochten komen van de veroordeelde, diens kinderen of familie. De uitspraak werd ondertekend door L.P. Faber.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0295 De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigismundus Faber, diende een aanklacht in bij de president Joachim van Plettenberg en de raad van justitie. De zaak was tegen Hester Pienaar, weduwe van landbouwer Hendrik van der Merwe. Ze werd aangeklaagd voor mishandeling van haar slaven, met name haar slavin Bella, die hieraan was overleden. De burger-smid Willem Warnek had hierover informatie verstrekt bij een woonplaats van landbouwer Schalk Willem van der Merwe in het gebied Roode Sand.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0277 Een slavin genaamd Hanna werd naar het wagenhuis gebracht. De opzichter Pieter Pienaar kwam daar samen met de burgers Christiaan Horn, Francois du Preez de Jonge en Johannes Meijntjes. Ze bonden de slavin op een ladder vast. Op bevel van Pieter Pienaar werd ze vervolgens door slaven Galant en Frans met takken op haar blote billen geslagen, bijna een uur lang met pauzes ertussen.
Terwijl dit gebeurde, dronken Pienaar en de andere aanwezige burgers wijn. Pienaar liet meerdere keren de Hottentot Donker een kaars vasthouden om te kijken of de slavin al genoeg straf had gehad. Hij zei tegen de burgers dat ze nog niet genoeg had gehad. Pienaar dreigde zelfs dat hij Hanna zou laten doodslaan, maar de vrouw van Arij de Lange, die de zus was van Pienaars vrouw, smeekte hem om te stoppen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0369 In het begin van de maand augustus kreeg een oude slavin genaamd Bella van haar meesteres opdracht om graan te malen bij de handmolen in de keuken. Door haar ouderdom en slechte gezondheid kon Bella dit werk niet goed uitvoeren.
Terwijl haar eigenaar in de Kraal aan het werk was, kwam rond 11 uur Thijs de Hottentot hem vertellen dat Bella was overleden. Thijs vroeg wat ze moesten doen. Zonder te weten hoe Bella was overleden, zei de eigenaar dat ze haar moesten begraven. Hij ging vervolgens naar zijn vrouw om te vragen of Bella begraven moest worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0319 Een verklaring beschrijft hoe een slavin genaamd Lea werd gemarteld. Ze werd met haar handen op haar rug vastgebonden en met een riem over een balk opgehesen. Ze stond eerst op haar voorvoeten, maar werd later hoger opgetrokken tot ze nog maar net met haar tenen de grond kon raken. Dit werd gedaan omdat ze niet wilde bekennen dat ze eten had gegeven aan een andere slaaf genaamd Januari. Toen ze uiteindelijk bekende, werd ze losgemaakt. De Hottentot Feijtze, die destijds bij de verdachte woonde, verklaarde ook dat ze Lea zo had zien hangen en dat het angstzweet van haar gezicht liep. Lea vroeg toen aan een van haar kinderen om een hoofddoek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0888 Thomas kreeg ruzie met de jonge slaaf Gedult in de keuken. Thomas sloeg met een spade naar het hoofd van Gedult, maar raakte alleen zijn schouder. Daarna sloeg Thomas nog een keer met de spade en raakte Gedult op zijn hand. Toen Gedult de spade vasthield, pakte Thomas een mes uit zijn zak en probeerde Gedult te steken, maar miste.
Andere slaven kwamen te hulp toen ze geroepen werden. Thomas vluchtte weg van de keuken en van het terrein. De andere slaven gingen terug naar het slavenhuis, sloten de deur en gingen slapen. Volgens de slaaf Japan is Thomas 's nachts door een raam het slavenhuis ingeklommen, maar de volgende ochtend was hij weg.
De slavin Eva en Gedult hadden twee jongens die in de keuken lagen te slapen om hulp geroepen. De eigenaar ging zoals gewoonlijk 's ochtends naar de stal om eieren te zoeken, nadat de slaven hun verhaal hadden verteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0126 De eigenaar had de slavin Lea en de slaaf Januari wreed behandeld. Hij had hun handen met een riem op hun rug samengebonden. Vervolgens had hij de riem over een balk gegooid en hen opgehesen. Dit was een vorm van marteling die zelfs rechters alleen in heel ernstige gevallen mochten gebruiken, en dan alleen als ze bijna alles al bewezen hadden en alleen nog een bekentenis nodig hadden.
De eigenaar had zich niet bekommerd om het feit dat Lea zwanger was. Hij had haar tot laat in de avond laten hangen. Hij had gedreigd haar de hele nacht in de kelder te laten hangen als ze niet zou bekennen, zodat haar geschreeuw hem niet zou storen. Om van de pijn verlost te worden had Lea toen maar bekend dat ze met de overleden slaaf Januari samen was geweest, ook al was dit niet waar. De littekens van haar nek tot aan haar enkels bewezen de mishandeling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0817 Er is sprake van een slavin die toen ze op een veiling van Christiaan Botha werd verkocht al zwanger was. Ze was toen net geslagen en beviel 16 dagen later. Deze slavin kreeg slagen vanwege haar slechte gedrag, zowel voor als na de verkoop. Er wordt gezegd dat ze deze straf zou blijven krijgen, zelfs als ze 10 keer van eigenaar zou wisselen.
Verder wordt een slaaf genaamd January genoemd die is overleden. De eigenaar had hem en een slavin Lea enkele dagen voor zijn dood straf gegeven met takken op zijn billen omdat hij meerdere keren was weggelopen. Dit gebeurde toen ze op weg waren naar Caab (Kaapstad). Bij zijn overlijden waren de striemen nog zichtbaar. Er wordt onderzocht of de eigenaar verantwoordelijk is voor de dood van deze slaaf en of hij een wrede eigenaar was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0853 Op een ochtend had slaaf Coridon zich in een klein huisje te slapen gelegd. Toen zijn eigenaar Kuuhn hem ontdekte, werd hij bij zijn benen uit het huisje gesleept naar de tuin. Daar werd een riem om zijn benen gebonden en werd hij aan een abrikozenboom opgehesen zodat zijn hoofd net boven de grond hing. Kuuhn gaf hem enkele slagen met een zweep.
De slavin Lea werd met haar handen op haar rug vastgebonden met een riem. Ze werd aan deze riem opgehesen aan een balk zodat haar tenen net de grond raakten. Ze hing daar van de ochtend tot ongeveer de middag. Ze werd even losgemaakt om te kunnen plassen maar daarna werd ze opnieuw vastgebonden en opgehesen tot zonsondergang. Door de pijn van het hangen zweette ze hevig.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0917 In deze getuigenis gaat het over een ruzie die plaatsvond in de kombuis (scheepskeuken). Het was ongeveer 8 uur toen dit gebeurde. In de kombuis waren alleen de slaaf Gedult en slavin Eva aanwezig. De eigenares van de slaven was op dat moment in haar kamer. Er ontstond ruzie toen iemand water ging drinken omdat er in het slavenhuis geen water was. Gedult zei tegen de andere slaaf: "Jij met de ketting, wat kom je steeds water drinken?" Hierover ontstond onenigheid. Later werd gemeld dat er twee jongens buiten aan het vechten waren. De persoon die dit meldde was dronken. Gedult reageerde daarop met "Laat ze maar vechten, de sterkste zal wel winnen."
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0146 Elisabeth Johanna vertelde dat ze uit haar bed was opgestaan omdat iemand onder haar rok had gevoeld terwijl ze sliep. Eerst dacht ze dat ze het gedroomd had en bleef nog in bed liggen. Toen voelde ze weer iemand aan haar voeten, waarop ze in het donker met haar hand sloeg en schopte. Ze raakte iemand en dacht dat het de matroos Jan Roussel was, die met zijn vrouw ook in de kamer op een matras sliep. De nacht ervoor had hij ook al geprobeerd bij een slavin te komen. Toen ze met de zoon van Opperman naar huis terugkeerde, werd er meteen een kaars aangestoken. Er werd luid gevraagd wat er aan de hand was. Roussel vroeg of ze het tegen hem hadden, waarop werd geantwoord dat het meisje zei dat hij onder haar rokken had gevoeld. Roussel gaf daarop een klap tegen het hoofd van de spreker.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0371
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0941 De bouwer Johannes Kuun is langs buren gereden om verklaringen te verzamelen over hoe hij met zijn slaven omging. De schrijver van deze tekst heeft op verzoek een verklaring gegeven waarin stond dat hij niet had gezien dat Kuun zijn slaven slecht behandelde. Dit gold echter alleen voor de momenten dat de schrijver zelf aanwezig was op het terrein.
De schrijver corrigeert een eerdere verklaring over de slaven Januari en Lea. Hij had eerder gezegd dat deze slaven met hun voeten op de grond stonden, maar dit klopt niet helemaal. In werkelijkheid:
Lea werd zo behandeld omdat ze iets niet wilde bekennen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0914 De slaaf Coridon uit Terra de natal verklaarde dat hij op 99 januari was opgehesen aan een balk, waarbij zijn voeten ongeveer één voet boven de grond hingen. De slaaf Baatjoe uit Boegies zei daarentegen dat hij net met zijn tenen de grond raakte. Samen met de slavin Lea zouden ze zijn opgehesen, maar dit werd ontkracht door een verklaring van een christen. In een periode van 5 jaar had er geen noemenswaardige strafuitdeling plaatsgevonden. Als er al straffen waren uitgedeeld, kregen alleen degenen die het verdienden deze straffen. De beschuldigingen van de slaven worden afgedaan als verzonnen verhalen van slaven die hoopten aan het werk te kunnen ontkomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0855 De tekst gaat over het bestraffen van een slaaf en een slavin genaamd Lea. De eigenaar had liever geld verloren en een nieuwe slaaf gekocht dan zijn driftige aard te beheersen bij het slaan van een slaaf. Over de geloofwaardigheid van de getuigen zou later worden gesproken. Wat betreft Lea werd onderzocht of zij opzettelijk 6 schapen had laten weglopen, of dat wolven of tijgers de kudde hadden aangevallen. Lea zou brutaal tegen de vrouw des huizes hebben gezegd "jij bent niet beter dan ik". Dit leek onwaarschijnlijk omdat het driftige karakter van de eigenaar en zijn vrouw zo'n brutaal antwoord niet zouden hebben geaccepteerd met slechts 10-12 zweepslagen op haar billen als straf. De eigenaar had Lea namelijk voor het weglopen al vastgebonden aan een balk met haar handen op haar rug.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0885 Lea van de Caa verklaarde dat ze geslagen moest worden met een pikhouweel of wat er maar voorhanden was. Ze zei dat ze met geld was gekocht en als ze zou sterven, kon er een andere slavin gekocht worden. Deze verklaring werd afgelegd in het Kasteel, in aanwezigheid van klerken Frederik Wilhelm Allemann en Johan Adolph Kuuhl als getuigen. De verklaring werd ondertekend door secretaris C.L. Neetling.
Later verscheen Lea van de Caa opnieuw voor de Raad van Justitie. Na het voorlezen van haar eerdere verklaring, bevestigde ze deze in aanwezigheid van burger Christiaan Frederik Matthes, die optrad als gevolmachtigde van landbouwer Johannes Kuun. Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop op 29 augustus 1770.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0840 De zaak gaat over een rechtszaak waarbij een slaaf genaamd Baatjoe getuigenis heeft afgelegd over mishandelingen. Er wordt beargumenteerd dat Baatjoe geen reden had om vals te getuigen, omdat hij zelf niet mishandeld was. Hij had zijn verklaring al gegeven voordat Coridon hem vroeg om een officiële getuigenis. Als de gedaagde zijn slaven niet zo onmenselijk had behandeld, zou Baatjoe dit niet hebben verklaard. In plaats daarvan zou hij de andere slaven hebben afgeschilderd als leugenaars die hun eigenaar vals beschuldigden. Bij nader onderzoek zou er mogelijk nog meer aan het licht komen over de mishandeling van de kinderen van de slavin Lea. De gedaagde vertrouwt erop dat de aanklacht zal worden afgewezen omdat deze volgens hem alleen gebaseerd is op praatjes van slaven zonder echt bewijs. Hij vraagt de rechtbank zelfs om de aanklager te veroordelen tot het betalen van de schade en proceskosten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0910 De plaatsvervangend landdrost John Sieb stuurde een brief (nummer 11) aan de Raad van Justitie. Hij waarschuwde dat slaven niet mishandeld mochten worden, anders zou de Raad maatregelen nemen. De eigenaar was bang voor nieuwe problemen en heeft de weggelopen slaven daarom niet geslagen. Er was een groot tekort aan mensen. De slaven waren opnieuw weggelopen en de kinderen van slavin Lea wilden ze meenemen. Ze zeiden dat ze op de plaats van buurman Ernst eten hadden gekregen. Daarna werden ze door Hottentotten gevangen en naar Kaap gestuurd om gestraft te worden. De schrijver moest op bevel van de eigenaar de slaven bij het secretariaat van de Raad ondervragen over waarom ze waren weggelopen. De verklaringen zijn bijgevoegd als document 12 en 13.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0956 Christiaan Frederik Matthes was de vertegenwoordiger van Johannes Kuun. Hij deed een eed in het kasteel van De Goede Hoop op 10 september 1778. Dit werd bevestigd door Johan Balthasar Guilliam en C.L. Neethling als secretaris, met P.L. Le Sueur en J.A. La Febre als getuigen. Op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigismundus Faber, verklaarde de tweede hoofdchirurg dat hij op 20 februari 1778 een zwangere slavin genaamd Lea van de Kaap heeft onderzocht. Zij was eigendom van landbouwer Johannes Kuun. De chirurg vond:
Deze verwondingen waren veroorzaakt door geweld van buitenaf, maar waren nu genezen. Dit werd bevestigd in Kaap de Goede Hoop op 14 maart 1770 door C. Belson. Het document was gericht aan de voorzitter Jan Willem Cloppenburg en de raad van justitie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10970 / 0842 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/