Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De beschuldigde wilde het lichaam van haar overleden slavin Bella begraven zonder dat daar onderzoek naar was gedaan door buurtgenoten. Als ze inderdaad een natuurlijke dood was gestorven, had het lichaam door 2 betrouwbare mannen bekeken moeten worden. Zij hadden dan een verklaring aan de aanklager moeten sturen. De beschuldigde kan niet zeggen dat ze dat niet wist, want ze was al maanden daar bekend met de gebruiken. De verklaringen bewijzen dat ze door haar wrede lijfstraf de oorzaak van de dood van de slavin was. De aanklager zal nu onderzoeken hoe ze precies zondigde en wat de regels daarover zeggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0291 De wetgeving van India regelde duidelijk hoe eigenaren met hun slaven mochten omgaan:
De beschuldigde had deze regels overtreden door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0292 Goliath was onderweg gegaan om te klagen over mishandelingen van een vrouw genaamd Bella die daaraan was overleden, en over de slechte behandelingen die zij steeds moesten ondergaan. Ze werden echter ingehaald en teruggebracht door de beschuldigde, die tegen hen zei dat hij met zijn slaven kon doen wat hij wilde omdat hij ervoor betaald had. Hij beweerde zelfs dat hij ze dood kon slaan zonder dat de overheid daar iets aan kon doen.
Een paar weken later is Rosa samen met de slaaf Alexander voor de tweede keer weggelopen van hun meesteres. Ze wilden naar Stellenbosch gaan om te klagen bij de aanklager. Omdat ze langs het terrein van de zoon van de beschuldigde moesten, de boer Schalk Willem van der Merwe, namen ze een omweg. Na ongeveer 5 dagen kwamen ze bij de smid Warwik. Ze vertelden hem wat er met hun moeder was gebeurd en vroegen hem de weg te wijzen naar de aanklager.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0281 Bella was naar de kombuis gekropen bij het vuur. Ze werd aan haar haren uit de kombuis gesleept tot op de stoep. De Hottentot Thijs en de Hottentotten Cathrijn brachten haar terug naar binnen, midden in de kombuis. Daar overleed Bella rond 11 uur. Een paar uur later werd ze op bevel begraven door de slaaf July en de Hottentot Thijs. Geen buren of andere christenen waren getuige van de mishandeling of hebben het lichaam gezien. De eigenaar sloeg niet alleen Bella (de moeder van slavin Rosa), maar ook Rosa zelf en andere slaven regelmatig met zweep en riem. Hij liet hen vastbinden en aan een balk ophijsen, waar ze in hangende toestand werden geslagen. Dit gold voor Rosa en haar broer Goliath.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0280 De slavin Bella werd door haar meester gedwongen om aan de handmolen koren te malen. Omdat Bella dit vanwege haar ouderdom en zwakte niet kon doen, werd ze boos weggejaagd bij de molen. Ze moest toen de stoep voor het woonhuis schoonmaken.
Bella was door haar ouderdom machteloos en bijna blind. Ze droeg alleen een oude rok om haar onderlichaam en een vel om haar bovenlichaam. Toen ze de stoep niet naar wens schoonmaakte, nam haar meester eerst het vel van haar lichaam af. Daarna sloeg hij haar met een hand-sjambok op haar rug tot deze bloedde. Vervolgens pakte hij een ossenzweep en sloeg haar daar ook mee met het dikke uiteinde. Bella kon niet meer lopen en kroop langs de stoep.
De meester haalde toen emmers koud water en goot deze over het naakte lichaam van Bella.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0279 De dienstmeid Bella was die ochtend toen ze door haar meesteres was geslagen al ziek. Dit was geen excuus voor het gedrag van de meesteres. Haar onchristelijke en ongevoelige karakter werd hiermee juist nog duidelijker. Als ze wist dat Bella al ziek was, is het onvergeeflijk dat ze zo'n oud en zwak persoon zo mishandelde. De aanklager heeft duidelijk aangetoond dat de meesteres volgens de Indische wetten strafbaar is voor:
Er staat geen vaste straf op deze misdaden, maar dit wordt aan het oordeel van de rechter overgelaten. De aanklager stelt voor om een geldboete op te leggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0294 Een getuige die in een huurhuisje woonde op 10 uur lopen afstand verklaarde dat 2 slaven genaamd Rosa en Alexander op 12 december van vorig jaar bij hem kwamen. De slaven vertelden dat ze al 8 dagen waren weggelopen omdat hun eigenares hen te hard en streng behandelde. Ook zeiden ze dat ze een slavin had doodgeslagen.
De slaven vroegen of hij hen naar de aanklager wilde brengen. Hij stemde toe, maar onderweg werden ze ingehaald door Willem van der Merve, de zoon van de eigenares. Deze nam de slaven mee terug naar hun meesteres.
De aanklager wilde uitzoeken of dit waar was en of de eigenares te ver was gegaan met het straffen. Daarom heeft hij niet alleen de slaven, maar ook andere getuigen laten komen. Hun verklaringen zijn bijgevoegd als documenten A, B, C, D en E. Op basis hiervan blijkt dat de eigenares ongeveer 8 maanden geleden in de winter de moeder van één van de slaven (genoemd in document R) heeft mishandeld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0278 De secretaris van de Raad heeft een rechtszaak tegen de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigesmundus Faber, en de boer Jan Barend van Blerk. De landdrost treedt op als aanklager en de boer als verdachte in een zaak over vermoedelijke doodslag op een weggelopen slaaf genaamd Theunis. Na bestudering van alle bewijsstukken en argumenten van beide partijen heeft de Raad namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden een vonnis uitgesproken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0041 De rechtbank besliste dat Jacobus Peenaar's bezit nooit meer in handen mocht komen van hem, zijn kinderen of verdere familie. Hij moest ook alle proceskosten betalen. Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop op 13 juni 1779 en officieel bekendgemaakt op 11 juli. Na de uitspraak liet Jacobus Peenaar weten dat zijn oudste zoon Pieter door ziekte niet naar de Kaap kon komen zoals de raad had bevolen. Zijn jongste zoon Daniel, 15 jaar oud, verscheen wel voor de raadskamer. Zoals besloten in de vergadering van 13 juni, kreeg Daniel een strenge berisping van de voorzitter voor zijn onbezonnen bestraffingen van de slaven van zijn vader op zo'n jonge leeftijd. Hij werd aangespoord zich beschaafder te gedragen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0040 De regering van de Verenigde Nederlanden veroordeelde Hester Pienaar, weduwe van Hendrik van der Merve, tot een boete van 150 rijksdaalders. Haar slaven Rosa en Alexander moesten worden verkocht, met de voorwaarde dat ze nooit meer bij Pienaar, haar kinderen of familie mochten komen. Pienaar moest ook de rechtbankkosten betalen.
Dit vonnis is vastgesteld in kasteel de Goede Hoop op 13 juni 1771 en uitgesproken op 11 juli 1771. Het document is ondertekend door secretaris C.L. Neethling in aanwezigheid van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstijn, Lucas Sigismundus Faber.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0038 De schipper vond zichzelf niet onbekwaam; hij merkte op dat de door hem aangestelde stuurlui onbekwame mensen waren en hem van veel beschuldigden wat niet waar was. Hij had de Verenigde Oost-Indische Compagnie 33 jaar gediend en was geschikt voor zijn werk, maar dit was slechts een ongeluk geweest. Hij vroeg of de Raad dit in overweging wilde nemen. Hij wilde niet verder procederen vanwege zijn huidige moeilijke situatie.
Op het Kasteel de Goede Hoop was op 11 juli 1771 's ochtends een bijeenkomst. Aanwezig waren:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0036 De schipper Arend Willemsz kwam in de problemen omdat het VOC-retourschip Damsigt vastliep bij het Robbeneiland. De officier van justitie Joachim van Plettenberg eiste een boete van 150 rijksdaalders. De schipper verdedigde zich door te stellen dat:
De officier van justitie verwierp deze argumenten en eiste dat de schipper zijn privileges om handel te drijven zou verliezen. Ook moest hij de proceskosten betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0035 In een rechtszaak tussen Van Plettenberg en de burger Johannes Bruijns de oude op 3 september 1754 werd deze laatste aangeklaagd voor het illegaal verkopen van sterke drank aan slaven. Zijn zoon Jacobus zou dit hebben gedaan bij het Ronde Bosje. Johannes Bruijns beweerde onschuldig te zijn en niets te weten van de misdrijven van zijn zoon. Hij vroeg om strafvermindering van de boete omdat hij als vader en tapper wel verantwoordelijk was. De rechtbank veroordeelde hem namens de Staten-Generaal tot een geldboete van 150 rijksdaalders.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0034 Op 27 praesedie was er rechtspraak over de burger Jan Barend van Blerk. Hij werd verdacht van het slaan en verwonden van een gevluchte slaaf genaamd Theunis. Na zorgvuldig alle bewijzen te hebben bekeken, heeft de Raad namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden besloten:
In de volgende twee zaken heeft Joachim, de onafhankelijke fiscaal, de aanklacht overgenomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0033 Op 27 juni 1771 kwamen in het bestuur van Kaap de Goede Hoop de volgende personen samen:
Ze bespraken documenten van 16 mei die te maken hadden met een rechtszaak van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigismundus. Ook werd besloten om bepaalde personen samen met hun vader naar Kaap de Goede Hoop te laten komen om hen streng toe te spreken over hun brutale gedrag. Als ze zich niet zouden verbeteren, zouden er andere maatregelen volgen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0032 De rechtbank heeft besloten dat een veroordeelde persoon aan een paal vastgebonden moest worden. De beul heeft deze persoon met stokken op de ontblote rug geslagen en daarna gebrandmerkt. De veroordeelde werd voor eeuwig verbannen uit dit land en haar gebied. De persoon moest op een van de vertrekkende schepen als bemanningslid terugkeren naar het vaderland. De veroordeelde moest ook de proceskosten betalen.
Daarna werden de stukken besproken van de rechtszaak die op 16 mei was behandeld. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigesmundus Faber, had een zaak aangespannen tegen Hester Pienaar, weduwe van landbouwer Hendrik van der Merwe. Ze werd beschuldigd van mishandeling van haar slaven, vooral van haar oude slavin Bella. De raad heeft de stukken nogmaals bekeken en overwogen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0029 In de maand augustus heeft de weduwe Van der Merve de oude slavin Bella mishandeld. Ze moest aan de handmolen in de keuken graan malen. Omdat Bella oud en zwak was, lukte dit niet. De weduwe werd boos, sloeg haar met de hand en stuurde haar naar buiten om de stoep schoon te maken. Bella had alleen een dunne schapenvel om haar bovenlijf en een versleten rok aan haar onderlichaam. Ze haalde twee emmers water en begon de stoep te wassen terwijl het regende en koud was.
De weduwe Van der Merve had ook:
meerdere keren aan een balk laten ophijsen en hen met zwepen op hun blote lichaam laten slaan of zelf geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0308 De oud-slavin Bella werd geslagen met een zweep door haar eigenares, de weduwe Van der Merve. Dit gebeurde tijdens het regenseizoen op een ochtend. Bella moest de stoep schoonmaken, maar kon dit vanwege haar hoge leeftijd niet goed doen. De weduwe Van der Merve trok haar bovenkleding uit en sloeg haar met een zweep op haar blote rug.
Door deze mishandeling, de kou en haar leeftijd kon Bella niet meer lopen. Ze kroop langs de stoep met alleen een versleten rok om haar onderlichaam. De weduwe goot toen emmers koud water over haar naakte lichaam.
Toen Bella naar de keuken kroop om zich bij het vuur te warmen, trok haar eigenares haar aan haar haren weer naar buiten, tot op de stoep. Daar bleef ze liggen. Dit werd gezien door de verteller en zijn vrouw, en de Hottentot Cathrijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0304 Op 25 januari 1771 legde de slavin Dorinda van Batavia, eigendom van boer Jacobus Pienaar, een verklaring af bij secretaris Christiaan Ludolph Neethling. Ze deed dit op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakensteijn, Lucas Sigismundus Faber.
Dorinda verklaarde dat ze ongeveer 2 jaar bij Jacobus Pienaar had gewoond op zijn boerderij bij het Roode Sand. Ze getuigde dat de slavin Hanna door Pienaar met een zweep was geslagen als straf. Dit gebeurde toen de vrouw van Pienaar nog leefde. Die vrouw was ongeveer een half jaar eerder overleden.
Deze verklaring werd op 6 maart 1771 herbevestigd in het Kasteel de Goede Hoop door de slavin Hanmes in aanwezigheid van haar eigenaar Jacobus Pienaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0348
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0288 Een vrouw werd aangeklaagd omdat ze een slavin genaamd Bella met een zweep (sjambok) had geslagen. Dit soort straffen mocht alleen met toestemming van een rechter worden uitgevoerd. De beschuldigde had hiermee artikel 7 overtreden. Door deze mishandeling overleed Bella vrijwel direct.
De aanklager erkent dat de beschuldigde waarschijnlijk niet de bedoeling had om Bella te doden. Toch had ze veel te hard geslagen en was zij daarom verantwoordelijk voor Bella's plotselinge dood.
Het verweer van de beschuldigde dat Bella al 3 dagen ziek was en daaraan was overleden, werd verworpen. Dit verhaal was namelijk niet bewezen. Eerdere verklaringen vermeldden juist, zonder over ziekte te spreken, dat Bella kort na de ontvangen slagen was overleden. Er wordt ook verwezen naar een verklaring van een Hottentot genaamd Cathrijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0293 Het bestuur heeft een zaak behandeld over het mishandelen van slaven. Hester Pienaar, weduwe van Hendrik van der Merwe, werd veroordeeld tot het betalen van een boete van 150 rijksdaalders. Haar slaven Rosa en Alexander moesten worden verkocht, met de voorwaarde dat ze nooit meer in het bezit mochten komen van Hester Pienaar, haar kinderen of andere familieleden. Ze moest ook alle proceskosten betalen. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Lucas Sigismundus Faber, had een zaak aangespannen tegen landbouwer Jacobus Pienaar vanwege het mishandelen van zijn slaven, vooral zijn slavin Hanna. Deze zaak werd behandeld op 16 mei van dat jaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0030 De Raad deed uitspraak over een strafzaak tegen Jacobus Pienaar. Hij moest 100 rijksdaalders boete betalen. Zijn slavin Hanna moest verkocht worden aan een nieuwe eigenaar. Niemand uit de familie Pienaar mocht haar ooit meer kopen. Jacobus Pienaar moest ook de proceskosten betalen.
Zijn zoons Pieter en Daniel Pienaar hadden slaven wreed behandeld. Ze leken daar plezier in te hebben.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0031 Een man heeft gezien dat de slaaf Bus Pienaar geslagen werd met een zweep en een vuurtang. Hij weet niet zeker of de slavin Hanna met een brandend stuk hout werd geslagen of dat er een steen naar haar werd gegooid door haar eigenaar of diens zonen Pieter en Daniel. Hij weet wel dat Hanna meerdere keren was weggelopen.
In oktober van het afgelopen jaar was Hanna opnieuw weggelopen voor 4 tot 5 dagen. Ze werd toen door Pieter Pienaar teruggebracht. De getuige was in een andere kamer aan het werk als kleermaker toen de vrouw van Arij de Lange hem vertelde, in aanwezigheid van Christiaan Horn, Francois du Preez de Jonge en Johannes Meijntjes, dat Hanna in het wagenhuis aan een ladder was vastgebonden en ongeveer 45 minuten lang met takken op haar billen werd geslagen. De slaven vertelden hem dat hun kleine baas Pieter Pienaar wijn aan het koken was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0375 De slavin Rosa, die een dochter was van de slavin Bella, werd weer naar de keuken gebracht en daar neergelegd. Bella overleed rond 11 uur. Ze werd enkele uren later op bevel van haar meesteres begraven door de slaaf Juli. Geen buren of andere christenen hadden het lichaam gezien. De slaaf Alexander en zijn dochter Rosa (de dochter van de overleden Bella) liepen weg van hun meesteres. Ze zeiden dat ze naar het kantoor in Stellenbosch wilden gaan om te klagen over wat er was gebeurd. Toen ze weer waren teruggebracht, zei Van der Merve tegen Alexander en Rosa:
Van der Merve zei ook tegen haar slaven en de bediende dat ze niets mochten zeggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0305 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/