Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op 2 mei 1771 kwam de raad bijeen in het Kasteel de Goede Hoop. Joachim van Plettenberg was voorzitter. Twee leden waren afwezig: Hendrik van Prehn en Lodewijk Christoph Warneck. Er werden twee burgers toegevoegd aan de raad.

De zaak ging over de weduwe Hester Tienaar, die getrouwd was geweest met boer Hendrik van der Merwe. Zij werd aangeklaagd voor mishandeling van haar slaven, in het bijzonder haar slavin Bella, die daaraan was overleden.

Er was ook een zaak over een slaaf die geschat moest worden door commissarissen. Deze slaaf zou streng worden berispt voor onvoorzichtig gedrag. De landdrost, als openbare aanklager, vroeg uitstel van de zaak tegen verdachten uit Stellenbosch en Drakenstein omdat ze niet waren komen opdagen.

De zitting werd bijgewoond door secretaris C.L. Neethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0017  


Op 28 september 1771 legde de Hottentot Zuliana een verklaring af bij Christiaan Cudolph Neethling, secretaris van de Raad van Justitie. Dit deed zij op verzoek van koopman en tijdelijk officier van justitie Olof Martine Bergh. Zuliana woonde bij burger Jan Le Roux de jonge op zijn boerderij in Winberg. Ze verklaarde dat ze 14 dagen eerder, op 14 september, 's avonds in de keuken was om slavin Cathrijn te helpen met koken. Toen de andere slaven van Jan Le Roux in de schemer van hun werk terugkwamen, zei kokkin Cathrijn tegen hen dat ze hun eten konden komen halen en daarna konden gaan slapen. Dit document werd afgetekend in het kasteel de Goede Hoop op 8 oktober 1771 door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0639  


De slaven van een meester waren in de wijngaard Wynberg bezig met het omspitten van de boomgaard. Toen het werk tegen de avond klaar was, gingen ze naar de keuken. De slavin Catrijn, die het eten voor de slaven moest bereiden, vroeg hen om hun bakjes uit het slavenhuis te halen. De slaven September en Alexander, samen met de beschuldigde, gingen daarom vanuit de keuken naar het slavenhuis. Na een paar stappen sloeg de beschuldigde Alexander plotseling en zonder enige aanleiding met zijn schop hard tegen het achterhoofd. Alexander viel direct op de grond en zijn wond bloedde hevig. September sprong toen toe en probeerde de beschuldigde te stoppen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0610  


De slaaf Bella was ziek geworden en is na 3 dagen overleden. Voordat zij die dag de stoep moest schoonmaken, had ze ook graan moeten malen aan de handmolen. Omdat Bella dit door haar ouderdom en zwakte niet kon doen, werd haar eigenares boos. Deze had het schapenvacht dat Bella droeg van haar afgerukt en haar uit de molen gejaagd om de stoep te gaan schrobben.

Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop, waarbij de klerken Fredrik Wilhelm Alleman en Johan Adolph Kuuhl als getuigen optraden. De secretaris C L Neethling heeft het document ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0306  


Alexander van Mallebaar verscheen voor de rechtbank. Zijn eerdere verklaring werd voorgelezen in aanwezigheid van landbouwer Willem van der Merve in het kasteel De Goede Hoop op 9 juli 1771. Alexander bevestigde dat alles waar was en tekende met zijn merk. C.L. Kloege was aanwezig als klerk en A.V. Schoor als afgevaardigde.

Op 3 juli 1772 verscheen Rosa van de Kaap, een slavin van Hester Pienaar (weduwe van landbouwer Hendrik Johannes van Sittert), voor secretaris Christiaan Luddolph Neethling van de Raad van Justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0600  


Een persoon werd ondervraagd die vertelde:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0715  


Een slavin smeekte om vergiffenis maar kreeg deze niet. Ondanks dat andere mensen in de kamer vroegen om haar te vergeven, zei de eigenaar tegen zijn zoon dat ze naar buiten gebracht moest worden om geslagen te worden. Ze werd eerst naar de keuken gestuurd om vuur te maken. Daar werd ze door de slaaf Galant vastgepakt en in het donker naar het wagenhuis gebracht. Ze werd vastgebonden op een ladder. Op bevel van haar kleine baas en in aanwezigheid van Christiaan Horn, Francois du Preet de Jonge en Johannes Meijntjes werd ze door de slaven Galant, Apollos en Frans anderhalf uur lang met takken op haar billen geslagen. Tussen de slagen door dronken de aanwezige burgers wijn bij kaarslicht uit een fles die haar kleine baas had meegenomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0329  


De vluchtende vrouw werd door een slaaf genaamd Galant te paard opgehaald en teruggebracht naar de woonplaats van haar echtgenoot. Bij thuiskomst dreigde hij haar op te hangen aan een balk. Dit gebeurde uiteindelijk niet omdat Galant vroeg dit niet te doen omdat ze zwanger was. Omdat haar man haar bleef mishandelen, vluchtte ze in oktober van het vorige jaar opnieuw, toen zijn zoon Pieter Pienaar in Stellenbosch was voor militaire oefeningen. Na ongeveer 8 dagen rondzwerven kwam ze bij de boer Jan du Plessies op zijn boerderij in het land van Waveren, ook wel het rode zand genoemd. Daar kwam toevallig ook haar baas Pieter Pienaar met een paardenwagen, zonder te weten dat zij daar was. Hij bracht haar toen terug naar de plaats van haar echtgenoot. Omdat ze bang was opnieuw mishandeld te worden toen ze in het donker daar aankwam, ging ze naar de kamer van haar echtgenoot.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0328  


Nadat de man zijn vrouw verloor had hij lichamelijk contact met haar dochter. Hij had haar verteld dat als ze zwanger zou worden, ze moest zeggen dat de kleermaker Johannes Geijser dit had gedaan. Later werd hij jaloers omdat hij dacht dat ze ook met de kleermaker omging. Hij sloeg haar bijna dagelijks met een zweep en gooide soms een steen naar haar.

Hanna kon deze dagelijkse mishandeling niet meer verdragen en vluchtte in september van het afgelopen jaar naar dominee Harders, die ongeveer een uur lopen van haar woonplaats woonde maar op dat moment in Kaapstad was. Ze vertelde aan de slaven daar waarom ze was weggelopen.

Hanna bleef daar ongeveer 3 uur, ging toen naar landbouwer Jan Therond die een half uur verderop woonde en bleef daar anderhalve dag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0327  


Hanna van de Caab, een tot slaaf gemaakte die eigendom was van landbouwer Jacobus Pienaar, legde een verklaring af voor landdrost Lucas Sigismundus Faber van Stellenbosch en Drakenstein op 16 mei 1771. Ze vertelde dat ze ongeveer 8 jaar op de boerderij van Pienaar in het Roode Sand gebied had gewoond. In die tijd werd ze bijna dagelijks zonder reden mishandeld door haar kleine baas Pieter Pienaar, met wie ze eerder een relatie had. Hij sloeg haar met een zweep, vuurtang en brandend hout. Ongeveer 3 jaar geleden werd ze op bevel van haar eigenaar op een ladder vastgebonden, waarna drie Khoikhoi-jongens (hottentotten) genaamd Jonkers en Adam, samen met een tot slaaf gemaakte jongen genaamd Abraham, haar hebben geslagen met kweperenzakken die door het vuur waren gehaald.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0342  


Ongeveer 8 jaar geleden woonde er op een plek in het Land van Waderen een vrouw die Hanna heette. Ze werd bijna dagelijks zonder reden geslagen met een zweep, vuurtang en brandend hout door haar opzichter Pieter Pienaar, met wie ze eerder een relatie had. Dit gebeurde in opdracht van haar meester.

Ongeveer 3 jaar geleden werd ze op bevel van haar eigenaar aan een ladder vastgebonden. Drie Khoikhoi mannen (Jonker, Drupjonker en Adam) en een slaaf genaamd Abraham sloegen haar ongeveer een half uur lang op haar billen met takken die door het vuur waren gehaald. Daarna werd er zout in haar wonden gewreven. Door deze mishandeling kon ze 14 dagen lang niet lopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0326  


Julij van Bengalen heeft een verklaring afgelegd voor de Raad van Justitie in het bestuur van Kaap de Goede Hoop. De verklaring werd hem duidelijk voorgelezen in aanwezigheid van zijn eigenares, weduwe Van der Merve. Hij bevestigde dat alles waar was en wilde niets toevoegen of weglaten.

De volgende mensen waren hierbij betrokken:

Dit document werd opgesteld in het Kasteel de Goede Hoop op 5 maart 1771.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0321  


Op een onbekende datum is de slaaf Alexander samen met een andere slavin ongeveer 3 weken eerder weggelopen van het huis van hun meesteres. Ze wilden naar Stellenbosch gaan om bij de rechter te klagen over mishandelingen.

Omdat ze langs het landgoed van landbouwer Schalk Willem van der Merwe (een zoon van hun meesteres) moesten, namen ze een omweg. Na ongeveer 5 dagen kwamen ze aan bij de smid Warnik. Ze vertelden hem wat er met hun moeder was gebeurd en vroegen of hij hen de weg naar Stellenbosch kon wijzen of een brief kon meegeven. Warnik beloofde hen erheen te brengen.

De volgende ochtend ging Warnik te paard met hen op weg, nadat hij twee keer wijn had gedronken uit een kommetje.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0299  


Op 5 maart 1771 werd in het Kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd. Het document bevat het handteken van Cathrijn en werd ondertekend door secretaris C.L. Neethling, Otto Luder Hemmis en Johannes van Sittert.

Op 7 januari 1771 verscheen voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling van de rechtbank een slaaf genaamd Alexander. Hij was eigendom van de weduwe van Hendrik van der Merwe. Op verzoek van landdrost Lucas Sigismundus Faber van Stellenbosch en Drakensteijn legde hij een verklaring af.

Alexander vertelde dat hij als slavenjongen van 3 of 4 jaar samen met de inmiddels overleden slavin Bella bij zijn meesteres in het Kleine Bokkeveld had gewoond. Bella was toen al volwassen. Alexander had vele jaren als schaapherder gewerkt. Dit alles verklaarde hij in aanwezigheid van de weduwe Van der Merwe.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0311  


Een slaaf genaamd Julij en een Khoikhoi genaamd Thijs moesten van hun meesteres het lichaam van een overleden vrouw begraven. Dit gebeurde zonder dat buren of andere Europeanen aanwezig waren of het lichaam hadden gezien.

De meesteres mishandelde niet alleen de moeder van de verteller, maar ook andere slaven:

De verteller was samen met haar broer Goliath op weg naar Kaap om te klagen over:

Ze werden echter ingehaald en teruggebracht naar hun meesteres. Die zei toen dat ze met haar slaven kon doen wat ze wilde omdat ze haar eigendom waren waar ze voor betaald had.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0298  


De slavin Bella kon door haar leeftijd en een slecht zicht de stoep niet goed genoeg schoonmaken voor haar bazin Van der Merve. Van der Merve trok daarop de kleren van de oude slavin af en sloeg haar met een zweep op haar blote rug. Bella viel op de grond en kroop langs de stoep. Van der Merve gooide vervolgens emmers water over het naakte lichaam van Bella.

Bella kroop naar de keuken bij het vuur, maar toen haar bazin dit zag, trok ze haar aan haar haren naar buiten tot op de stoep. Thijs en Rosa (de dochter van Bella) brachten haar terug naar de keuken en legden haar in het midden neer. Bella overleed daar kort daarna. Een paar uur later begroeven de slaaf Juli en Thijs haar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0309  


Toen haar moeder de stoep niet goed had geschrobd, trok haar meesteres eerst haar kleren uit. Daarna sloeg de meesteres haar met een zweep op haar rug tot deze bloedde. De meesteres pakte toen een dikkere zweep en sloeg de moeder daar ook mee. Bella kon niet meer lopen en kroop langs de stoep. De meesteres haalde emmers koud water en goot deze over het naakte lichaam van haar moeder. Toen haar moeder naar de keuken kroop om bij het vuur te zitten, sleepte de meesteres Bella aan haar haren weer naar de stoep. Bella bleef daar liggen tot de meesteres, de Khoikhoi man Thijs en de Khoikhoi vrouw Cathrijn haar naar het midden van de keuken brachten. Daar stierf Bella rond 11 uur, ongeveer 2 uur na deze gebeurtenissen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0297  


Een oude en verzwakte slavin genaamd Bella woonde 5 maanden geleden op de boerderij van haar eigenares in het Bokkeveld. Op een winterochtend kreeg Bella opdracht om koren te malen met de handmolen. Omdat ze dit door haar ouderdom en zwakte niet kon, werd haar eigenares boos en stuurde haar van de molen weg. Bella moest toen de stoep van het woonhuis schoonmaken. Ze droeg alleen een oude rok en een vel, was bijna blind en kon door de kou dit werk niet uitvoeren. Dit verhaal werd verteld aan de landdrost van Stellenbosch en Drakensteyn, Lucas Sigismundus Faber, door een slavin genaamd Cosa van de Kaap, die eigendom was van de weduwe Hendrik van der Merwe.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0296  


Een vrouw genaamd Bella werd met een zweep (sjambok) zo erg geslagen dat haar rug bloedde. Ze overleed kort daarna. Het was niet de eerste keer dat Bella en haar kinderen Rosa en Goliath werden mishandeld. Ze werden vaak aan een balk opgehesen en met zwepen op hun blote lichaam geslagen door hun eigenaar of diens slaven. Rosa en Goliath waren bang dat ze hetzelfde lot als hun moeder zouden ondergaan. Ze probeerden naar Kaap de Goede Hoop te gaan om te klagen bij de fiscaal (een soort officier van justitie). De burger Willem Warnik bracht hen echter weer terug naar huis voordat ze hun klacht konden indienen. Daar werden ze in ketenen geslagen, maar later weer vrijgelaten. Rosa en een slaaf genaamd Alexander waren later betrokken bij een vervolg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0285  


Die mevrouw werd boos op haar oude en zieke dienstmeid Bella. Ze lette niet op Bella's ouderdom of lichamelijke klachten. Het was onmenselijk dat zij, wiens eigen leven bijna voorbij was, zo handelde. Bella probeerde met haar laatste krachten nog te gehoorzamen om slaag te vermijden. Niets kon de mevrouw tevreden stellen. Ze behandelde Bella tiranniek, zonder medelijden te tonen voor haar zwakte en blindheid. Uiteindelijk overleed Bella. Zelfs toen toonde de mevrouw geen medeleven. Bella droeg slechts een slechte jurk en een schapenvel om haar hals en bovenlichaam. De mevrouw trok het schapenvel van Bella's lichaam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0284  


Rosa en de andere slaaf probeerden te ontsnappen om bij de aanklager te klagen over de dagelijkse mishandeling en de dood van Bella. Ze werden echter ingehaald door Schalk Willem van der Merwe, de zoon van de beschuldigde, en teruggebracht naar hun meesteres. Toen Rosa voor de eerste keer werd teruggebracht, liet de meesteres haar wrede karakter weer zien. Ze zei tegen Rosa met een kwaadaardig gezicht: "Wil je gaan klagen? Ik kan met mijn slaven doen wat ik wil! En omdat ik ervoor betaald heb, kan ik ze ook doodslaan zonder dat de overheid mij iets kan maken!" Dit was een brutale uitspraak die alleen bij een tiran past. Hiermee gaf ze aan dat ze dacht te kunnen beslissen over leven en dood van haar slaven, zonder dat de overheid haar kon tegenhouden, alleen omdat ze de slaven met haar eigen geld had gekocht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0286  


Rosa en haar broer Goliath werden door Smit Warnik teruggebracht naar de Kaap. Bij thuiskomst kregen ze allebei ijzeren ringen om hun voeten. Rosa's ringen waren met een ijzeren bout aan elkaar vastgemaakt, terwijl Goliath's ringen met een ketting aan elkaar waren vastgemaakt. Rosa moest een maand lang werken met de bout. Daarna werd de bout verwijderd, maar moest ze de ringen blijven dragen. Later kreeg ze weer een ketting aan de ringen. Na ongeveer een maand werden de ringen en ketting van haar voeten verwijderd. Goliath was al eerder van zijn ringen en kettingen bevrijd. Deze mishandeling komt overeen met andere verhalen over de wrede behandeling van hun slaaf Bella. Het is verbazingwekkend dat een oudere vrouw zich zo gedroeg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0283  


Tijdens de Romeinse tijd hadden slaveneigenaren het recht om hun slaven naar eigen wens te straffen of te doden. Dit is geleidelijk afgeschaft door wetten van de keizers. Antonius Matthaeus beschrijft in zijn boek over misdaden dat verschillende keizers regels maakten voor hoe slaveneigenaren hun slaven mochten straffen. De tekst benadrukt dat als zelfs de Romeinen, die niet christelijk waren, al beperkingen stelden aan het straffen van slaven, een christelijke slaveneigenaar zoals de gedaagde nog voorzichtiger zou moeten zijn met het straffen van haar slavin Bella. Vooral omdat Bella oud, zwak en blind was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0287  


Warnik ging de volgende dag te paard met hen op weg. Bij het huis van Van der Merve en een bij hem wonende bastaard-Hottentot kwamen ze Andries van het Land tegen, die achter Smit Warnik reed. Van der Merve nam toen het paard van Warnik over en bracht hen, die vooruit waren gegaan, terug naar zijn verblijfplaats. Na 3 dagen werden ze door de jongste zoon Isaac opgehaald en naar huis gebracht. De verdachten hadden hen opgedragen om niet te zeggen dat Bella was mishandeld en daaraan was overleden, maar dat ze na een ziekte van 3 dagen was gestorven. Rosa verklaarde dat toen zij en haar broer Goliath wegliepen van het landgoed van hun meesteres naar Kaap om te klagen over de mishandelingen die aan hun moeder waren gepleegd, de genoemde Smit was meegekomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0282  


De tekst beschrijft een incident waarbij een slaveneigenaar (een vrouw) verdacht wordt van ernstige mishandeling van een slaaf die overleed. Ze liet het lichaam snel begraven, ongeveer 2 uur na het overlijden, zonder onderzoek. Dit deed ze waarschijnlijk om:

Uit verklaringen blijkt dat deze vrouw gewelddadig met haar slaven omging. Ze liet hen:

Het lijkt erop dat ze plezier had in het martelen van slaven en dit een dagelijkse gewoonte voor haar was geworden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10971 / 0289  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/