Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Een slavin hoorde wat lawaai bij de plek waar Poliath was. Die gaf aan het niet te weten waar het lawaai vandaan kwam. De slavin werd bang en haastte zich verder. Op een brug naast het huis van Jan Knoop werd ze plots aangevallen. Iemand stak haar met een mes in haar nek. De slavin wist het mes, dat nog in de wond zat, uit haar hals te trekken. De dader vluchtte met het mes weg. De slavin liep nog een paar stappen maar viel toen bewusteloos op de grond. Omstanders hebben haar opgetild en naar een huis in de buurt gebracht. Bij medisch onderzoek bleek dat ze een wond had van een halve duim bij haar achterhoofd. Een slagader was helemaal doorgesneden. De wond is later volledig genezen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10980 / 0636 Een lijfeigene was 's avonds rond half 9 bezig met kleermakerswerk op de slavenzolder. Daarna ging hij naar de keuken om te eten. Terwijl hij aan het eten was, riep de slavin Steijntje van de Caub hem. Ze vroeg of hij met haar mee wilde gaan naar haar meesteres, die bij zijn meester's broer was. Met een stuk brood in zijn hand vertrok hij met deze slavin uit het huis.
Toen ze bij de voordeur kwamen, vertelde Steijntje hem dat een jongen veel aan het schelden was. Steijntje liep voorop en hij volgde haar. Achter hem aan kwam een kleine slavenjongen genaamd Joseph, die eigendom was van zijn meester. De lijfeigene wist niet op wie het schelden gericht was, en hij wist niets van ruzie of scheldwoorden. Hij vond het daarom niet erg dat de jongen meeliep. Ze liepen richting een brug naast het huis van een burger.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10980 / 0610 De slaaf Steyn hoorde iets waardoor een andere persoon hem waarschuwde dat hij aan de galg zou komen als 'de Heren' erachter zouden komen. Toen slaaf Benjamin dit hoorde, kwam hij tussenbeide om problemen te voorkomen. Steyn ging toen naar de slavenzolder.
Benjamin ging daarna naar zijn eigenaar die ergens anders was. In die tijd kwam iemand naar de zolder en vertelde tegen Steyn dat de vrouw van burger Van Laar beneden met hem wilde praten. De slavin ging naar beneden maar vond de vrouw niet. Toen ze vroeg waar de vrouw was, kreeg ze te horen dat hij het niet wist.
Ondertussen werden de voor- en middendeur op slot gedaan. De slavin zag dat iemand een Engels tafelmes in zijn handen had. Ze werd bang en besloot de voordeur open te maken en op de stoep te wachten. Ze bleef daar tot de persoon het mes op tafel legde en weer aan het werk ging als kleermaker. Toen de slavin weer naar binnen kwam, vroeg iemand haar wat er gebeurd was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10980 / 0634 Op 13 september 1738 legde Magteld van de Caeb, een slavin van burger Andries Hesselbaart, een verklaring af voor secretaris Josephus de Grandpreez van de raad van justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Dit deed ze op verzoek van onderkoopman Johannes Needer, die tijdelijk het werk van officier van justitie deed.
Ze verklaarde dat 3 slaven van haar eigenaar waren weggelopen in mei 1738: Alexander, Lodewijk en Thomas. Daarna had een andere slaaf genaamd Fortuijn uit Rio de Lagoa meerdere keren tegen haar gezegd dat hij het erg vond dat zijn mevrouw en haar zoon zouden worden vermoord, maar niet haar baas en dochter. Magteld had dit verteld aan haar meesteres en haar baas, maar die wilden het niet geloven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0243 Pieter Geintjes (ook bekend als Pieter Zeintjes), 47 jaar oud, geboren in Godlop in Pruisen, woont al 23 jaar in het land. Hij werkt als leerlooier.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0250 De slaaf September en de slavin Mariana verschenen voor de rechtbank van het Kasteel de Goede Hoop. Hun eerdere verklaring werd voorgelezen door de secretaris W JV Rijneveld. Bij deze voorlezing waren Dirk Iacobus Alpeling en Christiaan Ludolph Neethling aanwezig als getuigen. De slavin Mariana voegde toe dat ze niet met de 5 andere slaven had kunnen praten omdat ze hun taal niet sprak. Ze gaven aan dat ze bij hun verklaring bleven en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald mocht worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0265 De ondervraagde bevestigde dat de slavin was meegegaan. De 5 slaven werden op enige afstand van het huis in de bossen gevonden door Matthijsen, de onderschout. Ze werden geboeid en naar Kaap gebracht. De ondervraagde verklaarde dat hij hierbij aanwezig was. De slavin die gewoonlijk het eten bezorgde aan de 5 Mozambikaanse slaven werd geroepen en moest de plek aanwijzen waar deze slaven zich ophielden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0254 Hendrik van Nieuwkerken getuigde op verzoek van hoofdaanklager Willem Cornelis Boers over het volgende voorval:
Op zondag 14 februari kreeg hij van veldwachtmeester Johannes Andreas Grundling de opdracht om samen met andere burgers een groep weggelopen slaven op te sporen. Deze slaven hielden zich op bij de Pompoenekraal. Rond 4 uur 's middags vertrokken ze met een groep burgers naar deze locatie. Daar vonden ze de groep van ongeveer 15 slaven in de bosjes.
Het arrestatieteam riep naar de groep dat ze zich moesten overgeven. Een mannelijke en een vrouwelijke slaaf gaven hier gehoor aan. De overige slaven, waarvan er één een geweer had en de anderen scherpe wapens droegen, weigerden. Ze scholden het arrestatieteam uit en daagden hen uit om dichterbij te komen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10978 / 0162 De volgende gevangene werd ondervraagd over een ontsnapping van slaven:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10978 / 0221 Op 8 april 1779 werd het volgende vonnis uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop:
De veroordeelden moesten de gerechtskosten betalen en werden daarna teruggestuurd naar hun eigenaren. Het vonnis werd ondertekend door secretaris C.L. Neethling in aanwezigheid van Pieter Hacker en andere leden, behalve luitenant-kolonel Hendrik van Prehn en koopman Oloff Marthini Bergh die verhinderd waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10978 / 0020 Op 21 december diende de hoofdofficier van justitie van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein een aanklacht in tegen de burger Daniel Pienar. Deze werd beschuldigd van het met geweld doden van zijn medeburger Christiaan Horn. De zaak speelde zich af in januari 1786 in het Koude Bokkeveld. De aanklacht werd onderbouwd met:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0299 Maria Regina Otto legde op 7 november 1776 een verklaring af voor secretaris Abraham Faure van Stellenbosch en Drakensteijn. Dit deed ze op verzoek van landdrost Marthinus Adrianus Bergh. Ze verklaarde over een gebeurtenis in de nacht van 29 op 30 september van dat jaar.
Ze vertelde dat een slavin genaamd Eva, die eigendom was van burger kornet Diederich Jacob Bleumer, te paard naar haar toe kwam. De slavin vroeg haar om als vroedvrouw te helpen bij een bevalling van een bastaard-Hottentotse vrouw genaamd Lijs. Otto weigerde eerst, maar mevrouw Bleumer stuurde toen een paardenkar met de slaaf Ian.
Deze verklaring werd beëdigd op het kasteel de Goede Hoop op 12 november 1776, in aanwezigheid van beëdigd klerk C L Kloege en getuigen A v Schoor en In Renen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0296 Op 2 oktober 1776 verscheen Jan de Villiers voor Abraham Faure, secretaris van Stellenbosch en Drakenstein. Op verzoek van landdrost Marthinus Adrianus Bergh verklaarde hij het volgende.
Op 17 september 1776 was heemraad Johannes Albertus Meijburgh bij hem op bezoek gekomen. Samen waren ze naar het huis van Diederich Jacob Bleumer gegaan. De vrouw van Bleumer ontving hen bij de deur. Na eerst met Meijburgh te hebben gesproken, wendde ze zich tot De Villiers met de vraag wat ze moest doen, omdat haar man smeekte om hem weer terug te nemen. Ze vertelde dat Cloete haar had aangeraden hem terug te nemen, omdat ze te snel was geweest met het melden van het voorval dat onlangs was ontdekt. Meijburgh had tegen haar gezegd dat vrede het beste was, waar De Villiers het mee eens was. Toen mevrouw Bleumer zei dat haar dochter Elizabeth zeer verdrietig was, ging De Villiers naar binnen waar hij Elizabeth in de hal tegenkwam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0292 De volgende dag kwam Gunter weer langs. Bleumer had hem gevraagd om niet over het voorval te praten. Gunter vroeg dit aan de aangever, maar die zei dat hij dit niet kon verzwijgen. Later kwam Bleumer zelf naar de aangever in de stal. Hij vroeg hem om er niet over te praten. De aangever stemde deels toe omdat Bleumer zijn stiefvader was en hij wilde voorkomen dat deze wanhopig zou worden. Als tegenprestatie beloofde Bleumer om 2 merries voor hem te kopen op de aankomende veiling.
Op woensdag de 18e was Bleumer in Stellenbosch geweest. Toen hij rond de middag thuiskwam, joeg hij eerst Gunter weg. Daarna schold hij de aangever uit voor 'schoelje', 'schelm' en 'verrader'. Hij dreigde hem met een stok te slaan. Bleumer zei tegen de aangever en zijn moeder dat ze naar de duivel konden lopen. Hij verbood hen de koets met paarden te gebruiken. De aangever en zijn moeder moesten daarom te voet naar de heer die de aanklacht had ingediend om dit te melden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0270 Op 12 september verbleef de vrouw van de getuigenis bij haar kinderen, Pieter Gerhard van der Bijl en Sophia Meyburgh, op de plaats van heemraad Meyburgh te Bijl. De volgende ochtend, 13 september rond half 6, kwamen er drie mannen bij haar:
Ze vertelden dat de oude slavin Philida hen die ochtend voor zonsopgang had gewekt. In de slaapkamer hadden ze de man van de vrouw betrapt tijdens het hebben van seks met de slavin Clara. De vrouw ging daarop met haar oudste zoon Pieter Gerhard van der Bijl naar de rechter.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0197 Verschillende mensen hebben verklaringen afgelegd, waaronder:
Uit de verklaringen blijkt dat er vermoedens waren van ontrouw tussen man en vrouw. De slavin Magteld had ontdekt dat de bij hen wonende Khoikhoi-vrouw Lijs zwanger was van de man. Toen zijn vrouw hem hier indirect mee confronteerde, raakte hij erg overstuur.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0196 Het document gaat over een rechtszaak waarbij Marthinus Adrianus Bergh, landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein, een aanklacht heeft ingediend tegen Diederik Jacob Bleumer, die kornet was bij de burgerwacht van Stellenbosch. De aanklacht betreft overspel en echtbreuk.
Bij de aanklacht zijn de volgende documenten gevoegd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0195 De voorlezer en schoolmeester Christiaan Krynauw en de heemraden Johannes Albertus Meijburg en Jan de Villiers hebben getuigenissen afgelegd onder eed. Deze getuigenissen tonen aan dat de beklaagde niet alleen een buitengerechtelijke bekentenis heeft gedaan, maar ook dat zijn zogenaamde verzoening met zijn vrouw door hemzelf werd verbroken. Deze verzoening kon daarom niet leiden tot strafvermindering. De getuigenissen bewijzen ook dat de beklaagde zowel voor als na de ontdekking, bewijsvoering en zijn eigen buitengerechtelijke bekentenis, en zelfs bij het ontkennen van zijn misdaad, met voorbedachte rade en kwade opzet heeft gehandeld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0193 Er zijn verklaringen afgenomen van de volgende getuigen:
De eerste 4 getuigen hebben allemaal gezien dat de beschuldigde in zijn slaapkamer op bed gemeenschap had met de slavin Clara. Ze hebben dit met eigen ogen gezien, niet alleen maar gehoord of vermoed. Hun verklaringen zijn nog voorzichtig opgeschreven uit respect voor de rechtbank, om grove taal te vermijden. De getuigen hebben later in een apart gesprek met de aanklager nog sterkere verklaringen afgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0205 Gerhard van der Bijl was een avond bedwelmd door verdriet en de afwezigheid van zijn vrouw. Bij hem in de kamer was Clara, maar hij ontkent seksueel contact met deze dienstmeid. Hij werd betrapt door:
Deze mannen kwamen op blote voeten binnen omdat ze dachten dat er een moord werd gepleegd. Ook slavin Patra en oude slavin Philida waren aanwezig. Gerhard van der Bijl schoof het behang van zijn ledikant open. Tegen de ochtend kwam Clara naar zijn bed en ging naast hem liggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0228 Clara van de Caab legde een verklaring af op het secretariaat van Stellenbosch. De verklaring werd afgenomen in aanwezigheid van burgers Hermanus Combrink en Hendrik Stollenkan als getuigen. De secretaris A. Faure ondertekende het document. Later verscheen Clara van de Caab voor de Raad van Justitie van het gouvernement. Haar eerdere verklaring werd voorgelezen en zij bevestigde deze. Ze gaf aan dat er niets toegevoegd of weggehaald hoefde te worden en verklaarde dat alles de zuivere waarheid was. Dit vond plaats in het Kasteel de Goede Hoop op 13 november 1776. Clara van de Caab zette haar kruisje als handtekening. De gezworen klerk C. Kloege was aanwezig, samen met commissarissen N. Schoor en R. van Beenen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0264 De slaafgemaakte vrouw Magteld van de Caab had een onderhoud met een dienstmeid die Clara heette. Magteld van de Caab reed daarna met haar mevrouw naar het terrein van meneer Meyburgh. Magteld van de Caab verklaarde dat ze geen beloften of cadeaus had ontvangen van haar mevrouw om deze verklaring af te leggen.
Deze verklaring werd afgelegd op het kantoor in Stellenbosch in het bijzijn van burgers Hermanus Combrink en Hendrik Stoltenkamp als getuigen. De verklaring werd getekend door secretaris A. Faure.
Later werd deze verklaring aan Magteld van de Caab voorgelezen in het Kasteel de Goede Hoop. Ze bevestigde dat alles klopte en dat er niets aan toegevoegd of verwijderd hoefde te worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10976 / 0253 Jacob van Mosambique, een slaaf van ongeveer 30 jaar oud, is verhoord door de rechtbank van het bestuur in Stellenbosch en Drakenstein. De burger Piet Hlyntjes was zijn eigenaar.
Hij gaf antwoord op vragen over zijn kennis van andere slaven:
Jacob vertelde dat Sara en Betje eerst een relatie hadden met Salomon. Na Salomons dood had Sara een relatie met Onverwagt en Betje met April.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10975 / 0078 Hij bevestigt dat hij in het Goudinees gebergte bij hen is gekomen. Hij bleef daar bij het complot en daar kwamen ook de jonge slaven van Barend van den Vijver en andere slaven van Johannes van Helsdingen bij.
Hij zegt dat hij de slaaf Salomon, die hoorde bij Louw of Phoenix, kende. Hij had van de slavin Sara gehoord dat ze hem gedood hadden.
Hij werd gevraagd of hij de volgende weggelopen slaven kende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10975 / 0142 De slavin Candace heeft toegegeven dat ze met een brandend stuk hout het strohuis van Jacob Goubert op 3 plekken in brand heeft gestoken - in het midden en op beide hoeken. Goubert en zijn vrouw lagen op dat moment te slapen in het huis. Ze heeft dit op verschillende plaatsen gedaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10975 / 0271 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/