Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Daniel van Rijneveld, onderkoopman en landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, maakt bekend dat Magdalena Radijn, weduwe van landbouwer Gerhardus Jacobus Willemse, op 12 september in Stellenbosch haar slaaf Joost van de Kaap gevangen heeft laten nemen. De weduwe verdacht Joost ervan:
Deze vermoedens waren gebaseerd op gesprekken die Joost had gevoerd met een andere slaaf genaamd Januari.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0589 Een slaaf van burger Daniel Malan was volgens een zekere weduwe Willemsz vervloekt door een slavin genaamd Lena, die had gezegd dat hij nooit meer gezond zou worden. Na het verlaten van Joost was Lena inderdaad niet meer hersteld of genezen. De weduwe Willemsz wilde, als Joost onschuldig zou blijken, hem niet meer terug hebben om problemen te voorkomen. De rechterlijke officier heeft onderzoek gedaan naar de gebeurtenissen in Januari en heeft ook Lena zelf ondervraagd. Joost werd verhoord door afgevaardigden van de Raad. De vermoedens leken niet sterk genoeg om een strafzaak te beginnen, omdat er te weinig bewijs was. De rechterlijke officier vroeg de Raad toestemming om Joost tijdelijk te laten werken voor de Oost-Indische Compagnie, ofwel op Robbeneiland of ergens anders, totdat er meer bewijs zou zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0590 Lena van de Kaap had een relatie met een andere slaaf. Hun relatie kreeg problemen omdat ze vaak ruzie hadden. Er wordt in de tekst onderzocht wat er precies gebeurd is. Er worden vragen gesteld over:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0593 De zaak gaat over een geschil tussen Werner Den Burger Ulrich Mossiher en Coenraad Werner over de verkoop van slaven. Mossiher had slaven gekocht van Werner voor 300 rijksdaalders, maar de koop was niet afgerond. Toen de gerechtsdienaar (geweldige) kwam om de slaven op te eisen, weigerde Mossiher mee te werken. De fiscaal (openbare aanklager) riep Mossiher op voor verhoor, waar deze zich brutaal gedroeg. De fiscaal eiste daarom:
Mossiher verdedigde zich door te zeggen dat:
Mossiher beweerde verder dat de fiscaal hem voor schurk had uitgescholden en gedreigd had hem de deur uit te schoppen. Hij vroeg om een kopie van de aanklacht om zich te kunnen verdedigen en te bewijzen dat hij de slaven wettig had gekocht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0031 De Haagse raad besluit, namens de Staten-Generaal, dat de gedaagde Ulrich Masscher een slaaf moet teruggeven en 25 rijksdaalders boete moet betalen aan de gereformeerde armenzorg. Hij krijgt een berisping voor zijn brutaal gedrag tegen de officier. Masscher mag wel een rechtszaak beginnen tegen burger Coenraad Werner. De klerk deed vervolgens twee verzoeken:
Dit gebeurde aan de Kaap de Goede Hoop, getekend door secretaris C.L. Neethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0032 Een geschil werd besproken over Conradi en een slavin vanwege hun seksuele omgang. De Raad besloot dat de landrechter hen mocht vervolgen. De slavin moest bij de gerechtsdienaar blijven.
Later kwam burger Christiaan Sorgauw met een verzoekschrift over de zaak van vrijburger Anthenij Rrynaaw. Hij meldde dat de vrienden en borgen nog een kopie nodig hadden van het eerste verzoekschrift dat op 8 mei was ingediend.
Ook bleek dat de secretaris op 17 mei alleen een uittreksel had gegeven, terwijl een volledige kopie was toegezegd. In dit uittreksel stond niet vermeld welke raadsleden aanwezig of afwezig waren, en hoe zij hadden gestemd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10982 / 0070 Er wordt beschreven dat iemand een moordaanslag pleegde waarbij het slachtoffer 87 stappen verwijderd op de grond viel. Het slachtoffer had verwondingen aan de keel en luchtpijp. Dit bewijst dat de dader met voorbedachten rade handelde en het goed had gepland.
De officier van justitie zal, op basis van de wetten, bepalen welke straf de dader verdient. De dader heeft het misdrijf zelf bekend bij artikel 10, 11, 12, 13 en 14.
Om onnodige herhalingen te voorkomen wordt kort opgemerkt dat hier gekeken wordt naar de manier waarop de doodslag is gepleegd en of deze door de omstandigheden gezien kan worden als een opzettelijke moord. Ook iemand die een persoon alleen verwondt met de bedoeling om te doden valt hieronder.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0472
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0488 Op 12 maart 1782 verscheen April van Malle, een slaaf van de burger Pieter Rouw, voor een verhoor. Dit verhoor werd afgenomen door:
Beiden waren leden van de Raad van Justitie. Het verhoor werd aangevraagd door Daniel van Ryneveld, die handelaar en bestuurder was van Stellenbosch en Drakensteijn. De vragen en antwoorden werden genoteerd door klerk H L Bletterman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0480 De heren Caapzor en Cum Parst stelden vast dat er bij een moordgeval het volgende speelde:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0471 In de jaren 1755-1756 werd een rechtszaak gevoerd over een gevangene die vaak wegliep. De jaloezie die hij had bleek onterecht. Daarom moest er alleen gekeken worden naar de misdaad zelf, wanneer die gepleegd was en onder welke omstandigheden. Men moest bepalen welke straf hij verdiende.
De kwade bedoelingen van de gevangene waren duidelijk te zien aan het wapen dat hij gebruikte: een mes. Het was niet nodig om uitgebreid te bewijzen dat een mes een wapen is dat gebruikt wordt door iemand die de bedoeling heeft om iemand te doden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0470 Op 20 juni 1782 werd een rechtszaak behandeld waarbij Tobias Christiaan Bonnenkamp optrad als vertegenwoordiger van koopman Godheb Silo uit Amsterdam. Er was beslag gelegd op de goederen van Strampfler totdat een afrekening met Joachem Fredrek Kruger zou zijn gemaakt.
Volgens een besluit van 12 oktober 1762 moest justitie de boedels beheren van mensen die met justitie in aanraking kwamen. De boedel van Strampfler zou daarom door justitie worden beheerd.
Daarna werd door de president en raad een bericht behandeld van onafhankelijk fiscaal Willem Cornelis Boers. Dit bericht ging over een verzoek dat op 23 mei was ingediend door Plocker, de commandant van het retourschip De Parele dat in de Saldanhabaai had gelegen.
Deze vergadering vond plaats aan de Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van president Pieter Hacker, alle leden, fiscaal Willem Cornelis Boers, koopman Olof Marthinie Borgh en drie burgerraadsleden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0034 Wanneer iemand jaloers wordt, kan dit leiden tot ongelukkige gebeurtenissen. Zelfs verstandige mensen kunnen door extreme jaloezie hun gezonde verstand verliezen als dit niet op tijd wordt ingeperkt. De officier van justitie vindt het niet nodig om voorbeelden hiervan te geven. Er wordt gekeken naar het gedrag van de gedaagde tijdens zijn verblijf bij zijn eigenaar en zijn omgang met Rosetta. Hij liep vaak weg, waarop Rosetta hem waarschuwde dat als hij bleef weglopen, zij met andere slaven om zou gaan. Het lijkt erop dat ze dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0469 Het gaat over de redenen en motieven waarom de verdachte een moord heeft gepleegd en welke straf hij daarvoor zou moeten krijgen. De belangrijkste reden voor de moord lijkt jaloezie te zijn. Volgens de verklaring van de slavin Sabina zou het slachtoffer Rosetta omgang hebben gehad met andere slaven. Dit leidde vaak tot ruzie tussen de verdachte en zijn mede-slaven. Door zijn jaloezie had hij Rosetta eerder al gedreigd dat hij haar zou doden, waarbij hij letterlijk zei: "of jij, of ik moet sterven."
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0468 Op 19 november had een verdachte iemand een snee in de hals gegeven. Het slachtoffer was na een paar stappen overleden. De verdachte bleef bij het lichaam tot de volgende avond. Toen bracht hij uit medelijden het lichaam naar de woonplaats en legde het bij de hoek van de stal. Daarna verstopte hij zich in het veld tot 2 februari. Hij werd toen door twee van zijn medeslavenopgevangen, samen met een burger van Brakel die in de buurt woonde. Ze leverden hem uit aan het gerecht. Dit alles blijkt uit:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0467 In november van het jaar ervoor was een slaaf weggelopen. Voor zijn vlucht had hij tegen de slavin Rosetta, met wie hij samenleefde als zijn vrouw, uit jaloezie over haar omgang met andere slaven in aanwezigheid van haar dochter Sabina gezegd dat één van hen zou sterven. Daarna had hij zich een tijd in het veld schuilgehouden.
Op een donderdag in januari van dat jaar was hij naar een plek boven op de plantage gegaan waar hij wist dat Rosetta meestal hout haalde. Toen zij daar om 4 uur 's middags kwam, had hij haar zonder enige ruzie vooraf een klap in haar gezicht gegeven waardoor ze op de grond viel. Ze stond daarna weer op.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0466 Op een onbekende datum verscheen in Stellenbosch en Drakenstein de onderkoopman en landdrost Daniel van Ryneveld bij de president Pieter Hacker en andere leden van de Raad van Justitie. Hij kwam als aanklager tegenover de slaaf April van Malabar, die eigendom was van burger Pieter Roux. De aanklacht betrof dat April gedurende 5 jaar bij zijn eigenaar op diens boerderij bij het Moddergat had gewoond en meerdere keren weggelopen was, waarvoor hij al eerder was gestraft.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0465 Op verzoek van de handelaar en rechter van Stellenbosch en Drakenstein, Daniel van Ryneveld, werd het volgende verklaard: De slaaf April van Malabar was in november vorig jaar vertrokken van zijn woonplek boven het Moddergas. Daarna kwam de slavin Sibina aan de vrouw van de handelaar vertellen dat ze van April had gehoord dat hij haar moeder, de slavin Rosetta, wilde vermoorden. Hij had gezegd: "jij moet sterven of ik". In januari dit jaar was de handelaar op een dag van huis weggereden. Toen hij 's avonds terugkwam, hoorde hij dat Rosetta niet was teruggekomen van haar gebruikelijke taak om hout te halen. Ook de volgende dag bleef Rosetta weg, terwijl de slavenjongen van de handelaar naar de paardenstal ging.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0475 Op een donderdag namiddag om 16:00 uur heeft de verdachte iets gedaan met Rosetta. Hij bleef tot vrijdagavond bij haar. Uit medelijden bracht hij haar naar huis en legde haar neer bij de hoek van de stal. Later heeft hij haar 's avonds naar de hoek van de stal gebracht. Hij deed dit omdat ze eerder ook al problemen had met andere jongens. Toen ze hem verliet, voelde hij zich daar heel slecht over. Hij heeft tegen Rosetta gezegd dat een van hen tweeën zou moeten sterven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0483 Op 4 juli 1782 werd bij de rechtbank van de landdrost van Stellenbosch een zaak behandeld. Daniel Lodewijk Bletterman van Ryneveld was de aanklager namens de regering tegen burger Frans Sebrits. In de rechtszaak werd besloten dat Frans Sebrits een boete moest betalen van 50 rijksdaalders. De slavin Samara en haar 2 kinderen moesten worden verkocht, met de voorwaarde dat ze nooit meer onder de macht van Sebrits of zijn familie mochten komen. Sebrits moest ook alle proceskosten betalen. De uitspraak werd gedaan in Kaap de Goede Hoop en ondertekend door secretaris C.L. Neethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0035 Op een donderdag in januari wachtte de dader bij de woonplaats op de plek waar een slavin genaamd Rosetta meestal hout kwam halen. Rond 4 uur 's middags kwam Rosetta inderdaad hout halen. Zonder ruzie vooraf gaf de dader haar een klap in het gezicht waardoor ze viel. Toen ze weer opstond, stak hij haar met een mes in de keel. Hierdoor werden belangrijke bloedvaten geraakt en na enkele stappen viel ze dood neer.
De dader bleef tot de volgende avond bij het lichaam, zogenaamd uit medelijden. Daarna bracht hij het lichaam naar de woonplaats en legde het bij de hoek van de stal. Hij verstopte zich vervolgens in het veld totdat hij op 2 februari werd ontdekt door twee mede-slaven en een burger genaamd van Brakel. Hij werd gevangen genomen en naar de gevangenis gebracht. Zulke geplande en opzettelijke moorden kunnen in een land met rechtspraak niet onbestraft blijven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0485 De slagen die met een ossenriem en een taaie stok aan de vrouwelijke slaaf werden toegebracht, laten zien dat de dader niet de bedoeling had om haar te doden. Het was alleen bedoeld als straf voor haar slechte gedrag en om haar te dwingen zich goed te gedragen. De verwondingen waren op zichzelf niet dodelijk volgens hoe een menselijk lichaam in elkaar zit. Andere omstandigheden hebben waarschijnlijk tot haar overlijden geleid. Dit had misschien voorkomen kunnen worden door tijdig medische hulp te geven. Ook volgens de rechtsgeleerde Carpzer is een stokslag meestal niet dodelijk en wordt een stok niet gezien als een dodelijk wapen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10981 / 0634 De slaaf Anthony uit Madagascar, eigendom van winkelmanager Barend Hendrik van Reede van Oudshoorn, legde een verklaring af op verzoek van officier van justitie Willem Cornelis Boers. Dit gebeurde op 23 juni 1781 in Kaap de Goede Hoop voor de raadsleden Jan Fredrik Kirsten en Salomon van Echten. De verklaring ging over een incident op 20 juni met ene Steijntje die ook Joseph werd genoemd. De verklaring werd ondertekend door griffier J.L. Bletterman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10980 / 0612 De beschuldigde wordt niet schuldig bevonden aan moord volgens de wet Cornelia de Sicarus. Er is namelijk geen bewijs dat hij het misdrijf lang van tevoren had gepland. Het lijkt er meer op dat het een impulsieve daad was. De verdachte zei zelf dat hij alleen die ene dag boos op haar was omdat ze hem had uitgescholden. Deze daad kwam waarschijnlijk voort uit een plotselinge woede-uitbarsting, wat vaker voorkomt bij jongeren die door hun lusten worden gedreven. Het was dus geen zorgvuldig geplande daad maar een impulsieve uitvoering. De uitvoering van de daad is wel strafbaar, maar niet de intentie. De officier van justitie verwacht dat de rechters het met hem eens zullen zijn als ze alle verzachtende omstandigheden in overweging nemen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10980 / 0602 Op 7 juli 1781 werd in Kaap de Goede Hoop een verklaring afgenomen van een slaaf in aanwezigheid van de slavin Steyntje van de Kaap. Dit gebeurde voor de raadsleden Lodewik Christoph Warnecke en Adam Gabriel Muller. De klerk J.L. Ketterman heeft dit ondertekend. Op 10 augustus 1781 verscheen Barend Hendrik van Rheede van Oudtshoven, een winkelier van de Compagnie, voor klerk Hendrik Lodewik Bletterman. Hij verklaarde op verzoek van hoofdaanklager Cornelis Boers dat de gevangen slaaf Joseph van Mallebaar tussen de 10 en 11 jaar oud was toen de Compagnie hem kocht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10980 / 0631 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/