Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De overheid nam verschillende besluiten over mensen en zaken in de Kaapkolonie:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0207 Op 11 juli 1786 werd aan Kaap de Goede Hoop een document opgesteld. Het werd ondertekend door C. N. Schlender, C. van Aerssen (secretaris), W. F. V. Rheede van Oudshoorn en C. G. Maasdorp.
Op 1 juni 1786 onderzocht een arts op verzoek van tijdelijk aanklager Gabriel Exter een verwonding bij Ian N. Schlender uit Mentz. Deze had een steekwond onder het borstbeen, maar was buiten gevaar. De arts J. Leuver tekende dit document.
Een dag eerder onderzocht dezelfde arts, op verzoek van G. Exter, een slavin van E. Bergh. De slavin had een steekwond op haar rug.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0539 De rechtszaak speelde tussen de landdrost van de kolonie Zwellendam, Constant van Nult Onkruyt, en de burger Christiaan Andreas Storm. De secretaris Cornelis van Aerssen was aanwezig. De Raad heeft namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden besloten dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0071 Op zaterdag 18 februari 1786 om ongeveer 8 uur 's avonds bevonden zich in de keuken van de boerderij in de Tijgerbergen:
Terwijl Louisa theekopjes schoonmaakte en water voor de kinderen warm maakte, kwam de slavenjongen Cares binnen. Hij pakte Louisa lachend bij de hand en nam haar mee naar buiten. Apkil werd toen uitgenodigd om ook mee te gaan en deed dat.
De volgende ochtend kwam Apkil terug. Hun eigenaar vroeg waar hij was geweest. Apkil zei dat hij dronken in de wijngaard had geslapen. Toen hij om 8 uur zijn brood kwam halen in de keuken, zag hij het levenloze lichaam van Louisa. Hij probeerde weg te rennen, maar werd vastgehouden door een andere slaaf die ook April heette en smid was. Op bevel van hun eigenaar werd Apkil toen vastgebonden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0286 Op 2 november 1786 werd door Ryno Johannes van der Riet, die werkte als klerk voor de landdrost van Wellendam, een verzoek ingediend. In 1783 was er een rechtszaak gestart tussen de landdrost en burger Fredrik Hendrik Coenradi en zijn vrouw over een slavin. De rechtbank had toen besloten dat de slavin tijdelijk bij de eerste gevangenbewaarder moest blijven. De slavin raakte zwanger en werd daarop naar het slavenverblijf van de Compagnie verplaatst. Omdat de rechtszaak al 3 jaar duurde en het verblijf bij de gevangenbewaarder duur was (minstens een schelling per dag), vroeg de klerk of de slavin in het slavenverblijf mocht blijven en daar kon werken totdat er een definitieve uitspraak was. De rechtbank stemde toe dat de slavin Pruij van de Kaap in het slavenverblijf van de Compagnie moest blijven tot er een definitieve uitspraak was. Dit werd ondertekend door secretaris C. van Aerssen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0150 Jan Nicolaas Schlender van Mentz, 49 jaar oud, werkte als boer bij de schuur. Op 31 mei 1786 volgde hij een slavin genaamd Rachel van de Kaap. Ze was eigendom van boekhouder Olof Marthini Bergh. Bij het Burgerplein haalde hij haar in en vroeg haar met hem mee te gaan. Toen Rachel zei dat ze geen tijd had maar de volgende dag zou komen, greep Schlender haar bij de hals. Nadat ze protesteerde, stak hij haar met een lemmet in haar rug. Daarna verwondde hij zichzelf in zijn onderlijf. Hij werd gearresteerd en aan justitie overgeleverd. De rechtbank stelde vast dat zulk gedrag in een land waar recht heerst niet getolereerd kan worden en als afschrikwekkend voorbeeld voor andere misdadigers bestraft moet worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0540 Een slaafgemaakte vrouw met de naam Rampij van Mandahar, ongeveer 30 jaar oud, is ondervraagd aan Kaap de Goede Hoop op 18 april 1786. Ze was eigendom van burger Pieter Weijdeman. Het verhoor werd afgenomen door commissieleden Gerhardus Hendrik Cruijwagen en Johannes Smits van de Raad van Justitie. De secretaris C. van Aerssen heeft het document ondertekend. De ondervraging gebeurde op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman. Rampij werd meer dan 2 jaar geleden door een medeslaaf beschuldigd van iets.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0482 In een getuigenverklaring wordt beschreven dat de weduwe van Daniel Beets door een onbekend persoon Saripa haar deur kapot heeft gehakt met een hakmes. Hector kreeg twee steken van Saripa. De vrouw werd ook geslagen met een stok. Het jongste kind, Jonas, verwondde Rachel, maar hij beweert niet te weten wie de anderen hebben verwond omdat hij buiten was om een vermiste knecht te zoeken. Damon van Janneke, een kleermaker, zegt niet te weten wie de gewonden zijn en of ze direct of kort daarna zijn overleden. Hij kent de naam van de slavin Rachel niet, maar weet wel dat het dienstmeisje dat onder het bed was gevlucht, door Jonas werd verwond. Hector werd door Saripa met twee steken gedood en viel direct dood neer. De kamer was van de huisvrouw van Hotman. Er wordt ook gesproken over een slavin Philida die gewond raakte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0636 Nicolaus Schlender uit Mentz, 49 jaar oud en onderbaas bij de schuur, werd ondervraagd over een incident op woensdag 31 mei. In de middag had hij een slavin genaamd Rachel, die eigendom was van Oloff Mart Bergh, gevolgd toen ze naar het plein ging. Hij vroeg haar met hem mee te komen. Rachel antwoordde dat ze die dag geen tijd had maar de volgende dag zou komen. Schlender pakte haar bij de hals en toen iemand zei "foei Schlender, laat dat op straat staan, wat zullen de mensen zeggen", gaf hij haar een steek in haar rug. Hij zegt zich dit niet meer te herinneren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0536 De verdachte ontkent dat hij een mes speciaal had voorbereid door er een doek om te wikkelen. Hij zegt dat dit mes in de voorraadkamer bij Cahman in een fles heeft gestaan. Hij ontkent dat hij vooraf wist dat het slachtoffer gewond zou raken.
De verdachte ontkent ook de volgende beschuldigingen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0537 Hij verklaart dat de slaven Leentje en Patjar hem uit school zijn komen halen met de boodschap dat hij thuis moest komen om een brief te schrijven. Ze hadden een tweede keer gezegd dat hij thuis moest komen omdat er een brief van zijn oom was. Ze zeiden dat ze direct een brief nodig hadden omdat ze hun eigen brief waren kwijtgeraakt. Hij vroeg waarom ze het niet aan de baas vroegen, waarop ze antwoordden dat ze daar bang voor waren. Hij verklaart ook dat een slavin genaamd E hem had aangeraden om een brief te schrijven in het huis van Paulsen. Mawaar had hem geadviseerd dit briefje te schrijven. Ze vroegen om een slagers briefje. Toen hij thuiskwam, trof hij drie jongens aan. Hij kende de jongen die hem uit school haalde niet van tevoren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0770 Saripa vertelt dat Rotman's vrouw en kinderen zijn vermoord. Saripa heeft één kind gedood dat de vrouw om haar arm had, en later nog een groter kind dat in de kamer rondliep. Over het tweede kind weet Saripa niet zeker of dat ook door hem is gedood.
Een slavin genaamd Martha werd verwond. Andries en August waren de eersten die meededen, maar iedereen had ermee ingestemd. Ze hebben samen alles opengebroken en gestolen.
De groep heeft na de moorden alle kisten en kasten in het huis opengebroken en alles gestolen wat ze konden meenemen. De dienstmeid had zich onder het bed verstopt met twee kinderen van Rotman.
Ze hebben de kamer waar de vrouw van Rotman met haar kinderen was met geweld opengebroken. Ook hebben ze de slaaf Hector om het leven gebracht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0688 Op 28 december 1786 werd aan Kaap de Goede Hoop een verklaring afgelegd door Rosetta van Bengalen, een slavin van burger Francois Retieff. Deze verklaring werd gegeven aan landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman van Stellenbosch. Rosetta verklaarde dat drie weken eerder, bij zonsopgang, haar meesteres haar opdroeg vlees te halen uit een achterkamer. Terwijl ze het vlees van de haak sneed, kwam de slaaf August (ook uit Bengalen) de kamer binnen. Hij vroeg wat zij met haar meesteres had besproken. Toen Rosetta antwoordde dat ze niets had gezegd, greep August haar bij de keel en gooide haar op de grond. Hij stak haar vervolgens in haar onderbuik.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0875 Forthuijn van Banda zegt dat hij al ongeveer 40 jaar eigendom is van Jan Bierman. Hij vertelt dat hij sinds een jaar is weggelopen nadat hij ossen had gehoed. Zijn medeslaaf Noots was erbij toen verschillende andere slaven zich bij hem voegden tijdens zijn vlucht:
Hij hield zich eerst schuil in de Houtbaai, bij de plaats van zijn eigenaar. Daarna ging hij naar de Tafelberg, de Hanglip en Kogelbaai. Hij ontkent dat hij in juni of juli van het afgelopen jaar samen met twee anderen paarden heeft gestolen van Jan Otto. Ook ontkent hij dat hij ongeveer 6 à 7 maanden geleden bij het molenhuis van oud-raadslid Willem Morkel de Oude heeft ingebroken en daar twee zagen, twee snijmessen, een handbijl en een houtbijl heeft gestolen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0487 Over de moord op Rotman en zijn gezin is het volgende bekend:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0637 Boshoff, die familie was van Rochman, liet de deur openen door de slavin Martha. Boshoff ging tot in de voorkamer en ging daar op de bank zitten. Dit werd officieel vastgelegd aan de Heuning klip in aanwezigheid van koloniale meester Frans Sommer en Fredrik Wolf van Ruberg als getuigen. De secretaris M. Blankstein heeft dit ondertekend. Op 18 november 1786 verschenen voor secretaris Cornelis van Aarssen van de raad van justitie:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0617 De slaaf Hector had een matje gevraagd om op te slapen. De vrouw van Rothman ging met haar kinderen en de slavin Martha naar de kamer. De verteller ging op een rustbank in de voorkamer liggen slapen. Hij werd plotseling wakker door een steek onder zijn hart. Hij dacht dat hij met een bijl was geslagen en riep "nou?". Toen hij opsprong, kreeg hij een tweede steek in zijn rechterzij.
In het donker pakte hij een stoel om zich te verdedigen. De aanvallers vluchtten naar de keuken. De verteller vluchtte naar buiten en verstopte zich in de vallei. Daar hoorde hij het gejammer van de vrouw en slaven, maar durfde niet te helpen uit angst voor erger.
Toen het licht werd, kroop hij terug naar huis. Hij ging in de keuken liggen bij de slaaf Hector, die zoals later bleek al vermoord was. Kort daarna werd er op de keukendeur geklopt. De verteller durfde niet open te doen, maar hoorde wel de naam van burger Jacobus Boshoff.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0616 In een getuigenverklaring geven verschillende mensen toe dat er moorden zijn gepleegd. Saripa erkent dat ze twee kinderen heeft omgebracht. De verhoren vinden plaats volgens een genummerde lijst artikelen (62-70). De moorden vonden plaats in het huis van Rotman waarbij:
Een dienstmeid verstopte zich met twee kinderen onder een ledikant. Sommige deelnemers geven toe dat ze minder hebben gestolen dan anderen en dat ze onder druk werden gezet om mee te doen aan de moorden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0654 Er werd gesproken over een moord waarbij Zaripan, Zaripa, Zarepa, Zaripalen en Danson betrokken waren. Ze hebben samen een kind vermoord, maar van andere kinderen wisten ze niet wat er mee gebeurd was. Jonas zei niets te weten van de kinderen. Ze hadden samen besloten en uitgevoerd wat er gebeurd was. Ze verstopten zich in het ledikant met twee kinderen van Rotman. De slavin Martha was gewond geraakt. Er werden 3 kinderen van Rotman vermoord. Ook de vrouw van Rotman werd om het leven gebracht. De kamer waar de vrouw van Rotman met haar kinderen was, werd opengehakt. De slaaf Hector werd om het leven gebracht met meerdere verwondingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0721 Een zaak met koopman en landdrost van Swellendam Constant van Nult Enkruyt tegen commandant Christiaan Andreas Storm werd behandeld. De Raad heeft namens de Staten-Generaal geoordeeld dat de slavin Lophij uit Bengalen aan de hoogste bieder verkocht moest worden. Ze mocht nooit meer onder de macht van de gedaagde of zijn familie komen. De gedaagde moest alle kosten betalen.
Op donderdag 1 juni 1786 waren aanwezig president Pieter Hacker en alle leden, behalve van Echten (ziek) en Meyer. Secretaris was Cornelis van Aerssen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0069 De getuigenverklaring werd ondertekend op 2 januari 1784 door de leden van de Raad van Justitie: Salomon van Echten en Johannes Karnopek. De verklaring is ook nog ondertekend door de beëdigde klerken H. L. Blitterman en Hetterman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0595 De getuige zegt dat hij geen klachten heeft over zijn lijfeigene vrouw. Hij kende zijn medeslaaf Januarij van Madagaskar. Hij ontkent tegen Januarij gezegd te hebben dat hij de baas van het huis moest worden om zijn hart tot rust te brengen. Hij zegt dat hij zijn meesteres te lief heeft om haar iets aan te doen. De getuige kent ook Onverwagt van Bengalen, een slaaf van burger Daniel Nalan. Onverwagt had om 10 of 12 koperen knopen gevraagd voor zijn broek. Onverwagt zou deze knopen meenemen als hij naar Stellenbosch ging.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0592
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0594 Joost, die ongeveer 45 jaar oud was, verscheen voor de commissieleden van de Raad van Justitie van het gouvernement. Hij was een slaaf die toebehoorde aan Magdalena Radijn, de weduwe van burger Gerrit Willemsz. De tekst beschrijft een rechtszaak van 16 december 1784 in Stellenbosch en Drakenstein, waarbij Daniel van Rijneveld als landdrost optrad.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0591 Bartholomeus Goedhard kwam tussen beide toen een politieagent een kind bij de haren pakte, op de grond gooide en met zijn hand en wapenstok hard sloeg. Goedhard zei dat hij burgerkinderen niet mocht slaan maar alleen dronken mensen moest wegsturen. De agent dreigde eerst met zijn wapenstok en trok daarna zijn zwaard half uit de schede. Goedhard trok zijn zwaard en waarschuwde de agent om afstand te houden.
Deze verklaring werd afgelegd in Kaap de Goede Hoop op 20 november 1784 voor raadsleden Salomon van Echten en Johannes Karnspek. Het document werd ondertekend door de getuige, klerk H. L. Bletterman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10983 / 0587 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/