Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Sommige rechters wilden een poging tot misdaad even zwaar straffen als de voltooide misdaad zelf. De meeste rechters vonden echter dat er per geval gekeken moest worden naar de omstandigheden voor het bepalen van de straf. Een uitzondering gold voor zware en gevaarlijke misdaden waar de doodstraf voor stond.
De openbare aanklager vond dat bij het bepalen van de straf niet alleen gekeken moest worden naar de eigen verwonding van de verdachte, maar dat dit als verzwarende omstandigheid moest worden gezien. Hij vond dat de verdachte een straf moest krijgen die bijna net zo zwaar was als de doodstraf.
Hoewel er wat verzachtende omstandigheden waren:
Was er volgens de aanklager duidelijk sprake van voorbedachte rade omdat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0531 Er moesten mensen verschijnen voor een verhoor op 1 juni 1786 aan /Kaap de Goede Hoop/ bij de leden van de Raad van Justitie, Johannes Marthinus Horak en Johannes Matthias Bletterman. Het verslag werd ondertekend door C. van Aerssen als secretaris.
Vervolgens werd op 11 juli 1786 Rachel opgeroepen voor dezelfde Raad. Haar werd het verslag voorgelezen en ze gaf aan dat alles klopte en er niets toegevoegd of weggehaald mocht worden. Dit werd vastgesteld in aanwezigheid van Schlender. Rachel zette een kruismerk als ondertekening. Het document werd ondertekend door secretaris C. van Aerssen, W.J. van Rheede van Oudshoorn en C.G. Maasdorp.
Later verscheen Nicolaas Schlender voor de commissarissen van de Raad van Justitie om vragen te beantwoorden op verzoek van de tijdelijke aanklager Gabriel Exter.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0535 De rechtbank besprak een strafzaak waarbij iemand had geprobeerd een dienstmeid te steken en zichzelf ook had verwond. Hij had dit gedaan met een mes dat was omwikkeld met een zakdoek. Beide verwondingen waren niet dodelijk en de slachtoffers herstelden.
De openbare aanklager stelde dat de dader met voorbedachten rade had gehandeld en zowel de dienstmeid als zichzelf had willen doden. Dit werd gezien als een niet-voltooide poging tot moord. Over de strafmaat waren de rechtsgeleerden het niet eens.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0530 De tijdelijk aangestelde aanklager Gabriel Exter trad op tegen de onderbaas van de Schuur Nicolaas Slender van Mentz voor de president en raadsleden van justitie van het kasteel de Goede Hoop. Op woensdag 31 mei 's middags gebeurde het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0529 Nicolaas Schlender uit Mentz verklaarde op verzoek van de tijdelijke aanklager dat hij op 31 mei 1786 dronken was geworden van 2 glazen rum. Hij had de slavin Rachel van de Kaap, die eigendom was van Oloff Marthini Bergh, op straat zien lopen. Met haar had hij al 11 jaar een relatie. Hij volgde haar met een mes dat hij uit de voorraadkast had meegenomen. Door de drank wist hij niet meer wat hij daarna had gedaan. Hij was haar gevolgd om een ruzie bij te leggen over het slaan van hun kind enkele dagen eerder. Hij wist niet meer hoe hij zichzelf had verwond omdat hij door de drank wartaal uitsloeg.
Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 1 juni 1786 voor de raadsleden Johannes Marthinus Horak en Johannes Matthias Beesterman. Het document werd ingediend bij het gerecht op 13 juli 1786.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0533 De slaaf Jan verklaarde in maart 1785 dat hij weggelopen was omdat zijn eigenaar hem geslagen had. Bij de Tafelberg ontmoette hij de slaaf Job van weduwe Akert, de slaaf October van van Blerk, en de slavin Rampi. Daarna ging hij naar de Hanglip waar hij Tilis en Capido tegenkwam. Carolus Job, October en Cupido hadden ongeveer een jaar eerder, in juni of juli, twee paarden gestolen van burger Jan Otto. Hij zegt zelf niet geschoten te hebben, maar zag wel dat de burgers Rob Otto en Jan Wilkens de volgende dag met kogels op hem en zijn metgezellen schoten. Hij zegt niet aanwezig te zijn geweest toen het hangslot van de kelderdeur werd opengebroken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0481 Gabriel Exter, de tijdelijke openbare aanklager, heeft een rechtszaak aangespannen tegen twee gevangenen. De Raad van Justitie heeft namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden de volgende straffen uitgesproken voor de beschuldigden:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0291 Op 23 maart 1786 werd in kasteel de Goede Hoop een vonnis uitgesproken. Dit werd op 1 april van datzelfde jaar uitgevoerd. Het document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0292 M.S. van Cruiselbergen werd naar zijn detentie in de gevangenis gebracht nadat hij een voor hem nadelig vonnis kreeg. In een verzoekschrift van 18 april 1786 vraagt hij vanuit de spekruimte in het Kasteel de Goede Hoop om zijn verzoek aan de rechtbank voor te leggen. De zaak werd behandeld door rechtbankmedewerker R.J. van O. Riet en de tijdelijke aanklager Gabriel Eeter.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0301 De gevangene schrijft dat hij door zijn verplaatsing naar zijn huidige cel formeel als crimineel wordt behandeld, maar door het krijgen van licht, pen, papier en inkt toch als burger wordt gezien. Door deze middelen kan hij nu zijn onschuld bewijzen aan de rechters. Hij beweert volledig onschuldig te zijn aan de misdaad waarvan het Openbaar Ministerie hem beschuldigt. Hij zegt niets te hebben gedaan waardoor hij zijn vrijheid zou moeten verliezen of zijn goede naam zou moeten worden beschadigd.
Hij vertrouwt erop dat de rechtbank, die hij als verlicht beschouwt, hem snel zal vrijlaten omdat zijn eer en goede naam hem dierbaarder zijn dan zijn leven. Hij vraagt de rechters nederig om hem, als ze hem na grondig onderzoek onschuldig bevinden, op een triomfantelijke manier vrij te laten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0300 Na een ruzie buiten de keuken heeft de eerste gevangene aan de slavin Louisa een vraag gesteld over haar contact met andere jongens. Toen ze doorvroeg wie dat zei, verwees hij naar April.
De situatie escaleerde toen de eerste gevangene Louisa eerst sloeg en daarna met een mes in haar linkerborst stak. Deze steek doorboorde haar tweede rib en long, wat dodelijk bleek te zijn. De dader vluchtte direct weg.
Toen Louisa niet terugkwam, ging haar moeder, de slavin Sanna, haar zoeken. Ze vond Louisa dood tussen het huis en het kippenhok. Na opdracht van hun eigenaar werd het lichaam opgetild.
De tweede gevangene, die die nacht afwezig was geweest, kwam de volgende ochtend weer aan het werk. Hij beweerde dat hij dronken in de wijngaard had geslapen. Toen hij om 8 uur 's ochtends zijn brood kwam halen en het levenloze lichaam van Louisa zag, probeerde hij te vluchten. Hij werd echter gepakt en naar Kaap gebracht.
De eerste gevangene werd enkele dagen later opgepakt toen hij werd ontdekt bij de grendel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0290 De dochter van een zwarte slavin bleef te lang weg en daarom ging de moeder haar zoeken. Ze vond haar dochter op haar buik liggend tussen het huis en het kippenhok. Zonder iets te zeggen liep de moeder naar haar eigenaar om dit te melden. Toen de eigenaar ging kijken, bleek Lowisa al dood te zijn. Ze was boven haar borst gestoken. Na het afleggen van de verklaring op Kaap de Goede Hoop 26 maart 1786 werd deze voorgelezen aan de slaaf Ceres. De verklaring werd bekrachtigd door beide raadsleden Salomos van Echten en Johannes Mattheas Bletterman en secretaris C.L. Heethling. De tijdelijke officier van justitie G. Aeter liet een onderzoek doen door de ziekenhuischirurg. Deze onderzocht de overleden slavin van burger Oltman Mersaan uit Tigerberg. Uit het onderzoek bleek dat ze een steekwond had in haar linkerborst waarbij haar tweede rib was gebroken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0288 De slavin Sanna van Mallebaar, eigendom van burger Oltman Alers, heeft op verzoek van tijdelijk officier van justitie Gabriel Exter het volgende verklaard: Op zaterdag 18 februari 1786 rond 8 uur 's avonds bevonden zij en de slaven Christoffel en April zich in de keuken op de boerderij van haar eigenaar in de Tijgerbergen. Toen Lowisa van de Caab, dochter van Sanna, bezig was met het maken van thee voor de kinderen van haar eigenaar, kwam de slaaf Ceres via de achterdeur binnen. Hij pakte zonder iets te zeggen Lowisa, met wie hij een relatie had, bij de hand en nam haar mee naar buiten via de achterdeur.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0287 Voor de leden van de raad van justitie aan Kaap de Goede Hoop, Salomon van Echten en Johannes Mattheas Bletterman, verscheen op 17 maart 1786 de slaaf April van Ceylon. De secretaris C.L. Neeteling tekende zijn verklaring op. Op 20 maart 1786 werd de verklaring aan April voorgelezen, die bevestigde dat alles klopte en er niets meer aan toegevoegd of weggehaald hoefde te worden. Hij zette zijn handtekening met een kruisteken. De secretaris C.L. Neeteling en de commissieleden P.V. Echten en J.M. Bletterman ondertekenden het document ook. Door zijn bekentenis gaf April toe schuldig te zijn aan doodslag en daarom de zwaarste straf te verdienen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0285 De slaaf April vertelde dat hij eerder aan zijn medeslaaf Ceres had verteld dat de dienstmeid Louisa iets met een andere slaaf te maken zou hebben gehad in de kelder. Ceres werd binnengeroepen en bevestigde dit in het gezicht van April. April gaf toe dat dit waar was. Verder bekende April dat hij bij de slaven heeft rondgehangen, maar ontkende dat hij vanuit de keuken iemand is gevolgd. Hij gaf toe dat het zijn schuld was dat hij dit niet had voorkomen. Na het zien van het dode lichaam van de dienstmeid had hij geprobeerd te vluchten, maar wilde uiteindelijk niet weglopen. Het incident gebeurde omdat April Louisa valselijk had beschuldigd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0284 Op 17 maart 1786 legden in Kaap de Goede Hoop Salomon van Echten en Johannes Mattheas Bletterman, leden van de raad van justitie, een verklaring vast. Deze ging over een vechtpartij waarbij de dader dronken was. De slaaf Cares van Madagascar verscheen voor hen en bevestigde op 20 maart 1726 zijn eerdere antwoorden op vragen, waarbij hij aangaf niets toe te willen voegen of weg te laten. De secretaris C.L. Neethling ondertekende het document samen met Van Echten en Bletterman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0282 De tweede luitenant van het VOC-schip Trompenburg, Jan Bolleurs, verklaart op verzoek van burger Pieter Zeeman dat deze twee halve vaten Kaapse wijn heeft geschonken aan kapitein-luitenant Jan van der Slas en aan hemzelf. Zeeman heeft hier nooit betaling voor gevraagd of ontvangen. Dit document is opgesteld in Kaap de Goede Hoop op 23 februari 1786, met een eerdere aantekening van 7 februari 1786.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0274 Voor het bestuur van het kasteel aan Kaap de Goede Hoop werd een zaak behandeld tussen tijdelijk aanklager Gabriel Exter en wijnhandelaar Pieter Zeeman. Op 8 september meldde de pachter van de Kaapse wijnen dat Zeeman tegen de regels in een halve ton wijn had geleverd aan het VOC-schip Trompenburg. Zeeman had hiervoor zelf een vergunning uitgeschreven. Na onderzoek bleek dat Zeeman zelfs twee keer wijn naar hetzelfde schip had gestuurd. Dit was verboden volgens de wet van 3 september 1766, die stelde dat niemand wijn mocht verkopen aan bemanningsleden van schepen die in de haven lagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0271 De slaaf April van Ceylon, ongeveer 40 jaar oud en eigendom van Oltimas Ahlers, werd ondervraagd door de Raad van Justitie in Kaap de Goede Hoop. Hij vertelde dat hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0283 Jan Fredrik Gerteler had problemen met zijn kapitein op het schip Nephtunus. De kapitein dreigde hem bij de gouverneur in Kaapstad te laten ontslaan. Uit angst hiervoor vluchtte Gerteler naar Paarl. Hij vond werk op een ander schip, de Goden Sent, maar zijn vorige kapitein beschuldigde hem van diefstal. Hij werd toen van boord gehaald en naar de dienst gebracht. Gerteler ontkende de diefstal en vroeg de raad om een milde behandeling. De raad besloot namens de Staten-Generaal dat Gerteler:
Ook werd opgemerkt dat de tijdelijke officier van justitie Gabriel Eter Gerteler zonder toestemming van de raad had aangeklaagd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0152 De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewik Bletterman, vroeg als openbare aanklager om de verdachte persoonlijk te laten antwoorden op vragen in het bijzijn van leden van de rechtbank. De verdachte verzocht via een verzoekschrift om de zaak burgerlijk en schikkingsvatbaar te verklaren. De rechtbank bepaalde dat de verdachte moest antwoorden op vragen in aanwezigheid van gemachtigde leden, die daarna bevoegd waren om een schikking te treffen.
De tijdelijke openbare aanklager Gabriel Exter diende een aanklacht in tegen Jan Fredrik Gertler, die luitenant was op het schip de Nephtunus, en tegen landbouwer Abraham Christoffel Botma. De zaak werd behandeld op 16 november 1786 in de ochtend, onder voorzitterschap van Pieter Hacker en Johannes Isaak Rhenius met alle andere leden aanwezig.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0151 Een gerechtelijke zaak waarbij de volgende slaven en hun eigenaren betrokken waren:
De rechter hield deze zaak in beraad totdat alle stukken waren rondgegaan. De hoofdaanklager meldde dat hij op 5 oktober vorig jaar een rapport had ontvangen van eerste veldcommandant A. van Taarsveld, waarbij hij vroeg om arrestatie van burger Erasmus.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0073 Op 24 mei 1786 werd er een vonnis uitgesproken aan de Kaap de Goede Hoop en op 1 juni werd dit officieel bekend gemaakt. Het document werd ondertekend door:
Op 2 juni 1786 heeft de oud-soldijoverdrager Johan David Storm, als vertegenwoordiger van zijn zoon burger kornet Christiaan Andreas Storm, beroep aangetekend bij de Raad van Justitie van het kasteel in Batavia.
Op 15 juni 1786 's ochtends was er een zitting onder leiding van president Pieter Hacker met alle leden, behalve Cruywagen die ziek was. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein en Hendrik Lodewyk Bletterman waren aanklagers in een strafzaak tegen Prepido van Ternaten (lijfeigene van de weduwe van burger Tomas Deeyer) en October van Madagascar (slaaf van burger Simon van Blerk).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0072 De openbaar aanklager Gabriel Exter en burger Willem Versveld hadden een rechtszaak. Na het bestuderen van alle documenten deed de Raad uitspraak namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. Ze besloten dat de slaaf in kwestie, die eerst 2 jaar in ketenen had gezeten, direct moest worden teruggegeven aan de verdachte. De aanklager werd verder in het ongelijk gesteld en de proceskosten werden gedeeld.
Dit vonnis werd uitgesproken in Kaap de Goede Hoop op 24 mei 1786 en officieel bekrachtigd op 1 juni 1786. Het document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0070 Op 24 mei 1786 was er een ochtendvergadering in Kaap de Goede Hoop. Pieter Hacker was voorzitter. Alle leden waren aanwezig behalve Van Echten (wegens ziekte) en Meyer (wegens andere bezigheden).
De tijdelijke openbaar aanklager Gabriel Egter had een zaak aangespannen tegen burger Willem Versfeld. Na alle stukken te hebben bekeken, deed de raad uitspraak namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. De aanklager moest een slaaf teruggeven aan de verdachte, maar pas nadat deze slaaf 2 jaar in ketenen had gezeten. De aanklacht werd verder afgewezen en de proceskosten werden gedeeld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0068 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/